Exclusief voor abonnees

“Met een raar soort nostalgie denk ik terug aan het gênantste doktersbezoek van mijn precoronaleven”

Dirk Alexander, nina.be
Actrice en model Lize Feryn laat ons meeproeven van haar leven, met veel humor, jus en shazam. Zus Mira maakt er een kanttekening bij. Zoals alleen zussen dat kunnen.

Deze column verscheen op 16 mei 2020 in NINA.

Na weken in deze nieuwe realiteit vind ik het gek te bedenken dat het ooit anders geweest is. Dat ik hiervoor geen grote verontwaardiging voelde bij joviaal handgeschud. Dat ik toen ook ongegeneerd mijn boterhammen durfde op te eten op een bankje in het park. En met een raar soort nostalgie denk ik terug aan het gênantste doktersbezoek van mijn precoronaleven. We spreken enkele maanden terug, je weet wel, die tijd dat je nog voor keelpijn naar de dokter durfde.

Hoewel ik niet het soort mens ben dat panikeert bij elke kuch, betrapte ik mezelf erop toch een tikkel bewuster te zijn van de pijntjes in mijn lijf. Er waren al wat verhalen onze richting uit gewaaid, over een Chinees die een vleermuis at, er werd uit sommige hoeken al gewaarschuwd. En ik voelde me wel degelijk een beetje grieperig. Een hoestje, wat nekzweet en een keel die ruw aanvoelde bij elke hap.

Ik had een vriend die bijna zijn diploma verpleegkunde op zak had, overtuigd om even te kijken. Die keel mocht wel wat rood zitten, vond ik. Er is niets zo irritant als iets dat er minder pijnlijk uitziet dan het voelt. ‘Wow, dat is echt de zwaarste keelontsteking die ik ooit gezien heb.’ Aan zijn opgekrulde neus zag ik dat het menens was. ‘Er zijn allemaal witte vlekken in uw keel. Doet dat niet ongelooflijk veel zeer?’

‘Ça va’, antwoordde ik stoer, best trots op het feit dat ik dus blijkbaar totaal niet kleinzerig was. Met een goeie portie zelfmedelijden ging ik naar de dokter. Het moest mij maar weer overkomen. Mijn precoronazelve kon best dramatisch zijn.

‘Zeg eens aaa.’ De dokter duwde met een houten spateltje mijn tong naar beneden en bestudeerde zorgvuldig mijn keel. Ik probeerde in te schatten met hoeveel empathie hij straks de medicijnen zou voorschrijven. Het mag dan wel geen corona zijn, een keelontsteking van die aard verdient ook wat compassie, vond ik.

Wat ik vandaag allemaal gegeten had, wou de dokter weten. Ik begreep niet goed waar hij met zijn vraag naartoe wou, maar gehoorzaam somde ik op: ‘Yoghurt, speculoos, seitan, bloemkool …’ ‘Bloemkool!’ onderbrak de dokter me met een uitgestreken gezicht. Ik keek hem vragend aan.

‘Er zit bloemkool vast in uw keel. Goed gorgelen en dan ben je daar ook al weer van af.’ Ik bedankte beleefd, en beschaamd droop ik af. Ik stel me voor dat de dokter en zijn vrouw die avond goed wat hebben afgelachen. Dat gun ik hem van harte.

Misschien voelt hij dezelfde heimwee, en denkt hij nu af en toe, net als ik: hielp gorgelen maar. 

rr