“Ik heb het meermaals subtiel gillend op een rennen gezet”: redacteur Timon laat asielhonden uit

TVM/nina.be
Deze week is het week van de vrijwilliger. Elke dag maakt één van onze redacteurs zich nuttig door een vorm van vrijwilligerswerk uit te voeren. Vandaag is het de beurt aan redacteur Timon, die honden ging uitlaten bij dierenasiel Het Blauwe Kruis van België.

De laatste tijd zie ik op sociale media steeds vaker vreselijke video’s voorbijkomen van verwaarloosde en miskweekte honden met de tekst ‘adopt, don’t shop’ bij. Beelden die op je netvlies gebrand blijven staan en die ervoor moeten zorgen dat we niet langer nieuwe huisdieren shoppen, maar honden (en ook katten) uit een asiel adopteren. De dierenasielen in ons land zitten namelijk tjokvol. Vorige zomer moesten sommigen zelfs met een wachtlijst beginnen wegens plaatsgebrek. Door een dier te adopteren ga je broodfok tegen en geef je de honden en katten een tweede kans. In extreme gevallen red je misschien zelfs zijn of haar leven.

Nu ben ikzelf niet bepaald de grootste dierenliefhebber op aarde. Niet dat de beelden mij niet raken en dat ik iets tegen de beestjes heb, maar uit angst en een lichte (lees: eigenlijk wellicht zware) vorm van smetvrees verkies ik dat ze niet al te dicht in mijn buurt komen. Een hond moet nog maar eventjes luid blaffen en ik sta pijlsnel aan de overkant van de straat. Behoorlijk gênant voor een 27-jarige vind ik, vandaar mijn keuze om een dagje vrijwilligerswerk te gaan doen in een asiel. Goed voor de dieren én voor mezelf. Win-win!

Hoewel dierenasielen vrijwilligers goed kunnen gebruiken, is het niet zo dat je zomaar even met de honden kunt gaan wandelen wanneer jou dat uitkomt. Bij Het Blauwe Kruis van België in Wommelgem moet je op voorhand bijvoorbeeld een introductievideo bekijken in het centrum voor je honden mag uitlaten. Dat klinkt misschien nogal omslachtig voor iets dat je gratis doet, maar eigenlijk is het meer dan logisch. Zo krijgt elke hond er een kleurencode variërend van groen, geel tot rood op basis van hoe makkelijk ze zijn in de omgang met mensen en andere honden. Als je weinig ervaring met de dieren hebt en niet zo sterk bent, kan het met een ‘rode hond’ dan ook makkelijk mislopen tijdens een wandeling. Ook moet je altijd 2 leibanden omdoen, voor in het geval dat de hond erin begint te bijten of zijn hoofd eruit lostrekt. En zo zijn er nog wel wat regeltjes die je moet volgen voor je eigen veiligheid en die van de honden.

Lees verder onder de foto.

TVM

Rond een uur of 10 ’s ochtends beginnen de vrijwilligers, een 5-tal per dag, aan hun wandeltocht. Tegelijkertijd maken anderen de hondenkoten schoon. Afhankelijk van de hond maak je een korte of lange wandeltocht en dat doe je altijd apart van elkaar met minstens een paar meter tussen. Met reden, want mijn eerste wandeling met een stafford was direct een heftige binnenkomer. Gelukkig werd ik vergezeld door een andere vrijwilliger, want er moest nog maar een andere hond op een kilometer afstand in zicht zijn en hij begon al hysterisch te trekken, blaffen en grommen. Ik heb het meermaals subtiel gillend op een rennen gezet. Tot daar over mijn hondenfobie geraken.

Voor wandeling 2 besloot ik dan ook op veilig te spelen en voor een schattige beagle met overgewicht te gaan. Hij gaf geen kik toen we langs huizen passeerden met honden achter een hek en leek met de minuut alleen enthousiaster en enthousiaster te worden van mijn gezelschap. Vrolijk kwispelend liepen we samen door de velden, alsof ik nooit iets anders had gedaan. Zelfs zijn kak oprapen vond ik bijna aandoenlijk in plaats van smerig (herinner je de smetvrees). Aan het einde van onze tocht bedankte hij mij met een flinke lik in mijn gezicht. In een vlaag van paniek spoot ik desinfecterende handspray op (en helaas ook in) mijn mond, maar dat ‘drama’ even terzijde. Mijn eerste aangename wandeltocht met een hond zat erop. Schouderklopje voor mezelf.

Ook de daaropvolgende wandeltochten waren best gezellig en het doet deugd om te zien hoeveel plezier de beestjes er zelf uithalen. Want ja, zelfs een niet-dierenliefhebber zoals ikzelf krijgt het moeilijk bij het zien van al die blaffende honden opgesloten achter een tralies. Vaak achtergelaten door mensen die er gewoonweg niet lang genoeg over nagedacht hebben of een hond wel bij hun levensstijl past. Of die geen tijd in de opvoeding van het dier hebben gestoken en het dan maar in een asiel dumpen omdat het onhandelbaar reageert in sommige situaties. Niet dat de medewerkers van het asiel de dieren slecht behandelen, in tegendeel zelfs. Maar het voelt toch wat onnatuurlijk aan om hen opgesloten in kooien te zien zitten.

Daarom maken zo’n wandeltochten wel degelijk een verschil, zodat ze tenminste even deftig kunnen bewegen en ze er ook aan herinnerd blijven dat luisteren belangrijk is. Al moet je daar misschien wel een spuit antibacteriële gel in je mond en wat gillende paniekmomenten bijnemen.

Meer info: blauwe-kruis.be.

TVM



3 reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • vicky slegers

    Wij halen al 50 jaar onze hondjes uit een asiel. Ze zijn zo vreselijk dankbaar meestal hebben wij 4 tot 5 hondjes hier, die hier oud mogen worden en de beste verzorging krijgen zou niet anders willen

  • jan vanmenen

    Een van de beste en meest dankbare dingen dat ik ooit heb gedaan: een ondervoede en verwaarloosde Golden uit een asiel halen.

  • Elke Claes

    Ik zou ook zo graag adopteren, maar wat voor rassen vind je in de asielen: Turkse herders en staffords en aanverwanten, en van die irritante jack russels (mijn persoonlijke mening). Niet bepaald kindvriendelijke honden... Er is een reden voor dat die in asielen gedropt worden, en er is een reden voor dat die blijven zitten. Heel jammer.