Exclusief voor abonnees

Tania moest naar Nederland voor abortus: “Ik leek wel op de vlucht, als een crimineel”

Tania
VTM Nieuws Tania
Al heel snel na haar eerste bevalling was Tania Helsmoortel, toen 22, opnieuw zwanger. Maar én een restaurant uitbaten én twee kinderen jonger dan een jaar opvoeden? “Dat was gewoon niet haalbaar”, zegt de 49-jarige West-Vlaamse. Rond 16 weken zwangerschap liet zij in Nederland een abortus uitvoeren. Ook Iris ging voor de ingreep naar Nederland. “Ik schaamde me vooral: wéér zo jong zwanger.”

Haar papa had het helemaal uitgezocht. In België kon het niet, dus zou hij Tania in Oostende oppikken om samen naar een abortuskliniek in Nederland te rijden. Waar precies, dat weet ze niet meer. Maar ze herinnert zich wél nog hoe ver de rit was. In één dag was het achter de rug: de gesprekken met verschillende dokters en psychologen, de ingreep onder plaatselijke verdoving, opnieuw wat gesprekken. En weer naar huis. “Onderweg kon ik alleen maar denken hoe opgelucht ik was.”

Tania en haar partner kozen 26 jaar geleden weloverwogen voor abortus. Nog maar een paar maanden eerder, op 31 december 1992, was Tania bevallen van haar eerste kindje, een dochter. Beiden waren ze dolgelukkig geweest met die zwangerschap. Maar in het voorjaar van 1993 ontdekte Tania dat ze alweer drieënhalve maand zwanger was. Ze had niks doorgehad: het feit dat ze maar geen menstruatie kreeg, weet ze aan de recente bevalling. Bovendien gaf ze borstvoeding en ging ze ervan uit op die manier beschermd te zijn. Niet, dus.

Geen spijt

“Mijn eerste reactie? ‘Shit. Dat gáát niet. Dat past niet in onze planning’”, vertelt Tania. “Mijn partner en ik baatten op dat moment een pizzeria uit in Oostende. We waren ‘s middags open, ‘s nachts tot 1 uur, en sommige avonden waren we wel drie tot vier keer volzet. Met een tweede kindje wilden we dus wachten tot onze dochter in het eerste leerjaar zat, om de zorgen in ons drukke leven te spreiden. Maar onze zaak én twee kindjes, zo kort na elkaar, viel niet te combineren. We zouden er niet voor hen beiden kunnen zijn, wie weet zelfs het restaurant moeten sluiten. Kindjes maken is gemakkelijk. Maar je moet ze ook nog verantwoord kunnen opvoeden.”

“We wisten dat een abortus in België niet mogelijk zou zijn. Natuurlijk heb ik me weleens afgevraagd wat er van dat tweede kindje geworden zou zijn, maar ik kijk niet met spijt terug op de beslissing. Op dat moment was het voor ons gewoon de beste oplossing. Dat was wel anders toen ik twaalf jaar geleden een tweede abortus, van een tweeling, liet uitvoeren. Ik lijd aan een spierziekte en zou die zwangerschap misschien niet overleven. Daar denk ik eigenlijk vaker aan terug.”

Ruzie

Niet dat de eerste abortus géén impact had op Tania en haar gezin. Zelf kampte ze nog een week met zware bloedingen en buikpijn, en ook haar vriend worstelde na een paar dagen met een schuldgevoel. “Alsof we een kind vermoord hadden. Vooral als we ruzie hadden, kwam dat nog eens boven. Maar welke toekomst hadden we dat kindje kunnen geven? Eentje in armoede? Vijf jaar later is mijn partner overleden aan een hartaderbreuk. Ik heb de zaak toen moeten verkopen en was heel blij dat ik maar één kind had. Eentje dat ik alle mogelijkheden heb kunnen geven om te studeren. Als alleenstaande met twee kinderen was dat nooit gelukt.”

Gevangenis

Tania steunt het wetsvoorstel om de abortustermijn te verlengen. “Die rit naar Nederland, dat voelde alsof ik op de vlucht was. Clandestien. Ik begon me in te beelden dat iemand erachter zou komen, dat ik gepakt zou worden en naar de gevangenis moest. Zo ver zou het wellicht niet komen, maar zo voélde het wel. Eén goede vriendin wilde nadien ook geen contact meer: ze vond dat ik iets onvergeeflijks had gedaan. Maar ik wil hier open over zijn. Zelfs als ik 18 weken ver was geweest, had ik dezelfde beslissing genomen. Waar ik daarvoor ook naartoe moest. Dat taboe mag op de schop.”

Iris: “Wéér zo jong zwanger: wat zou mijn familie denken?”

Foto ter illustratie.
thinkstock Foto ter illustratie.

“Wéér zo jong zwanger. Wat zou mijn familie denken?” Schaamte was de grootste drijfveer die Iris* (28), een jonge alleenstaande mama, vijf jaar geleden voor een abortus tot in Nederland bracht. “Terwijl ik nu zou zeggen: laat je door niemand leiden. En praat erover.”

“Ik was 19 toen ik voor het eerst zwanger werd”, begint Iris haar verhaal. “Heel onverwacht, we twijfelden zelfs even om de zwangerschap af te breken. Maar ik had vertrouwen in mijn omgeving, in mijn partner en in mezelf. Het werd een gelukkig ‘ongelukske’, zoals ze dat zeggen. Mijn dochter is nu 9.”

“Vijf jaar geleden, net op het moment dat we probeerden om een tweede kindje te krijgen, liepen de strubbelingen tussen mij en mijn partner zo hoog op dat we uit elkaar gingen. Ik had mijn spiraaltje al laten wegnemen en kreeg niet meteen mijn maandstonden, maar dat leek me normaal. Ik was al 16 weken ver toen ik ontdekte dat ik zwanger was. En ik die altijd dacht dat zoiets onmogelijk was. Maar mijn borsten groeiden niet, mijn buik werd niet dikker. Alsof dat vruchtje zijn aanwezigheid wilde verbergen. Meteen heb ik besloten dat ik dat kindje niet wilde. Voor mij was dat een monstertje. Alles wat me aan mijn ex-partner deed denken, de man op wie ik zo kwaad was, moest ik niet meer hebben.”

Als in een fabriek

“Ik was ook nog steeds heel jong. Wat zou mijn familie denken, wéér zo jong zwanger? Nu besef ik dat ik me niet door hen had moeten laten leiden. En meer had moeten stilstaan bij wat ik zelf wilde en aankon.”

“De dag dat ik naar Nederland ging - zoals mijn gynaecoloog aanraadde - zal ik nooit vergeten. De meisjes lagen allemaal op een rijtje, als in een fabriek gingen vrouwen binnen en buiten. Een uur na het gesprek met een therapeute was het al aan mij. Ik werd volledig onder narcose gebracht, wilde van de ingreep zo weinig mogelijk weten. Enerzijds voelde ik me heel leeg, bijna afgevlakt. Anderzijds was ik blij dat dat kindje eindelijk uit mijn lichaam was. En nu? Nu voelt dat bitterzoet. Want ik ben wél twee keer zwanger geweest, kon twee kindjes hebben. Zie ik een vijfjarig kindje, of een alleenstaande moeder van twee, dan pikt dat al eens.”

“Het is een drempel, maar gelukkig kunnen vrouwen zoals ik terecht in Nederland. Wel jammer dat we eigenlijk iets illegaals moeten doen. Ik sta nog steeds achter mijn beslissing, maar had gewild dat ik er langer over gesproken had met familie, vrienden, of mensen uit de hulpverlening. Zodat mijn keuze weloverwogen was. Daarom vind ik het wetsvoorstel ook zo dubbel. Baas over eigen buik kunnen zijn, is positief. Zodat niemand nog moet vluchten. Maar we mogen niet te laks omspringen met abortus, alsof het iets van niets is. Want dit draag ik mijn hele leven mee. Maar ik kan mezelf niet met de vinger blijven wijzen. Wie weet wil ik met mijn volgende partner wél nog een kindje.” (CMA)

*Iris is een fictieve naam