Exclusief voor abonnees

XL frustratie in het pashokje: waarom kledingmaten zelden kloppen

Illustratiebeeld
Getty Images Illustratiebeeld
Of je nu M, V, X, XS, S of XL bent: het ­vinden van perfect zittende kleding blijkt vaak een ware strijd. Hoe komt dat, en waarom wordt daar geen mouw aan gepast? “In de ene winkel heb ik maat 36, in de andere maat 42.”

Ik knipper met mijn ogen tegen het onvergefelijke licht dat de vele bleke centimeters waaruit mijn middenrif bestaat verblindend weerkaatst in de spiegel. Een groentje zou zich laten afschrikken, maar ik weet dat dit slechts het begin van de lijdensweg is. The only way is up. Ik negeer de vervaarlijk pulserende ader op mijn kuit en hijs de broek die aan mijn enkels ligt richting mijn pelvis. Mijn knie knalt tegen het ongelukkig geplaatste krukje en er knakt iets in mijn schouder.

Er is geen enkele sportclub die je voorbereidt op de micro­limbo die je moet uitvoeren om in een kledingstuk te passen, maar op de een of andere manier heeft iedereen met een lichaam hem onder de knie. Of in mijn geval: boven de knie. Overwinning! Wanneer ik het kledingstuk met gewriemel waar Shakira jaloers op zou zijn toch over mijn kont gehesen heb gekregen, bekijk ik het resultaat in de spiegel. Hips don’t lie, maar ik weiger ze toch te geloven. Dit is normaal toch mijn maat? Ik hap naar adem en steek mijn rode hoofd van achter het dunne gordijntje dat mijn halfnaakte strubbelingen van de wachtrij afschermt. “Moet ik misschien een M gaan halen?”, vraagt de verkoopster met een meewarige grijns.

Eén op twintig

Bovenstaande alinea is geen narcistische ik-journalistiek en helaas ook geen proza. Het is de vermoeiende realiteit waar iedere M/V/X die op regelmatige basis gaat shoppen mee geconfronteerd wordt. Een probleem dat vorige week nog eens extra in de verf gezet werd toen Linde Merckpoel voor haar vlog inging op het probleem van een StuBru-luisteraar. Margo, zonder T, kon niet één broek vinden die lekker zat. Merckpoel en Margo gingen op missie, en haalden in enkele bekende ketens standaard jeansbroeken in ‘hun’ maat: een 38 voor Linde, en de grootst beschikbare maat voor Margo – wat blijkbaar voor veel winkels amper een 42 betekende.

Jezelf voor de camera in denim persen, valt voor mij in dezelfde categorie als tijdens je bevalling iemand met een handycam tussen je benen plaats laten nemen, maar Merckpoel en Margo bleken moediger dan ikzelf en hesen de ondingen voor het sardonisch knipperende lampje en de ogen van meer dan 20.000 kijkers manhaftig verticaal. Of deden alvast een poging. Want wat bleek? Geen enkele jeansbroek ging even vlot of moeizaam over de billen, ook al hadden ze steeds dezelfde maat meegenomen. Sommige broeken waren te groot, anderen bleken te klein, en slechts één keer waren beide dames tevreden van de fit, dat terwijl ze twintig aankopen hadden gedaan.

Wat aanvankelijk begon als een filmpje dat de discriminatie van de beperkte plussizemarkt in de schijnwerpers leek te zetten, evolueerde al snel in een veelbekeken visueel werkstuk dat het probleem van de héle kledingindustrie over alle lichaamstypes heen belichtte: waarom is het zo ontzettend moeilijk om kleding te vinden die gewoon pást?

“Shopping is like a box of chocolates, you never know what you’re gonna get”, lacht Kelly (34). “In elke winkel lijk ik wel een andere maat te hebben. Ik heb van maat 36 tot en met 42 in mijn kast hangen, terwijl mijn lichaam en gewicht niet zodanig schommelen.”

Hoe komt het dat we anno 2020, wanneer je iPhone beter weet dan jezelf of je nood hebt aan zwangerschapstesten of een nieuw stel sneakers, nog steeds niet kunnen vertrouwen op het cijfertje of het lettertje in onze tailleband of neklijn?

Van custom naar ready-made

Om te begrijpen hoe het komt dat maten niet onze maten zijn, is het belangrijk om te weten hoe die kledingmaten tot stand zijn gekomen. Vroeger werden kledingstukken immers op het lichaam gemaakt: wie rijk was, huurde een kleermaakster in, wie dat niet kon betalen naaide zijn eigen stuks. Akkoord, je had niet zovéél kleren, en allicht liep je dagen te stinken in dezelfde japon als waarmee je zestien uur op een aardappelveld had staan schoffelen, maar ze pasten wél perfect. Zelfs wanneer deze kledingstukken werden doorgegeven van de oudste op de jongste zus vond moeder het belangrijk om extra steekjes in de taille te zetten of er een zoom uit te laten zodat het kledingstuk aangenaam zou zitten.

Dat ging lekker zo, tot aan de coalitieoorlogen in het begin van de 19de eeuw, toen er massaal uniformen voor soldaten geproduceerd moesten worden en er een elementair matensysteem in het leven werd geroepen dat gebaseerd was op de borstomtrek. Tegelijkertijd zorgde de industriële verbetering ervoor dat fabrieken kleding – ook voor vrouwen – in grote oplages konden produceren en zogeheten ready-made clothing de norm werd. Omdat de borstomtrek toch geen betrouwbare methode bleek om de rest van het lichaam in te schatten, begon men in te zetten op een beter uitgebalanceerd matensysteem.

In de Verenigde Staten financierde de overheid in 1939 statistici om het gewicht en 58 verschillende maten van 15.000 vrouwen te verzamelen om zo lichaamsprofielen uit te tekenen waarop zo’n systeem gebaseerd kon worden. Dat was niet bepaald betrouwbaar, want de statistici gebruikten enkel de maten van witte, arme vrouwen (omdat de proefpersonen hier geld voor kregen), waardoor de steekproef allesbehalve representatief was. Bovendien, zo viel het de onderzoekers op, hadden vrouwen niet veel zin om al deze maten te delen, waardoor men moest terugvallen op een arbitrair meetsysteem, zoals schoenmaten.

Na de Tweede Wereldoorlog werd er een commerciële standaard vastgesteld voor kleding, maar in de jaren 80 werd deze ingetrokken omdat bedrijven merkten dat de ijdelheid van hun klanten de verkoop een boost gaf. Men ging aan vanity sizing doen, waarbij de omvang van kledingmaten steeds groter werd. Waar een maat 36 in de jaren 60 correspondeerde met een lichaam met omtrek 78 - 61 - 83, zijn daar vandaag zeker al 15 centimeter bijgekomen, waardoor er tegelijk ruimte vrijkwam voor maatjes 34, 32 of in Amerika zelfs de befaamde size zero (of double zero!) Daarom dat je bij het vintage­shoppen een 36 van een jaren­veertig­jurkje moeilijk dicht geritst krijgt, terwijl een 36 van een hedendaagse keten misschien makkelijk over je vormen glijdt.

Bodyscans

“Daar zit nog steeds een deel van het probleem”, weet Alexandra De Raeve, vakgroepvoorzitter Mode- en Textiel­technologie aan de HOGENT. “Kledingmaten zijn wel gebaseerd op lichaamsmaten, maar het is te veralgemeend.” Ze legt uit dat ieder kledingstuk gebaseerd is op een primaire maat: voor een onderstuk is dat de heupomtrek aangevuld met de taille, voor een bovenstuk de borstomtrek en eventueel de heup- of tailleomtrek. Die eendimensionale maten baseren zich op een aantal centimeters die bij niemand evenredig verdeeld zijn over het volume. Een maat zegt doorgaans niets over je lichaamsbouw – net zoals je BMI dat bijvoorbeeld ook niet doet.

De Raeve: “Vandaag heeft zowat ieder land een grote bodyscancampagne achter de rug – wij hebben die in 2014 uitgevoerd voor België – waarop de meest recente standaard­maten­tabel en lichaamsvormencategorieën gebaseerd worden. De laatste data dateerden van 1990, toen zo’n 5.000 Belgen met de lintmeter opgemeten werden en er dus geen rekening met lichaamsvormen gehouden werd. In die 25 jaar zijn we doorgaans groter en breder geworden, en ook onze taille is rechter geworden. Dat heeft niet (enkel) te maken met gewichtstoename, maar ook met de globalisering.”

Daarom dat er ook geen wereldwijde consensus bereikt kan worden over wat een ‘maat small’ of ‘maat 38’ nu exact inhoudt: een universeel matensysteem is een utopie omdat er geen standaard lichaam is. De Raeve: “Lichaamsbouw verschilt afhankelijk van je afkomst, zelfs binnen Europa – zo zal een Nederlander doorgaans groter zijn dan een Spanjaard – maar ook bijvoorbeeld van je leeftijd. Je kan je hele leven op ongeveer hetzelfde gewicht blijven, maar op je 55ste niet meer in de maat 38 passen die je op je 25ste droeg. Bij vrouwen zien we dat de lichaamsronding van hun achterste naar hun buik verschuift, terwijl mannen een meer voorovergebogen taille krijgen.”

Merken houden rekening met die verschillen naargelang de doelgroep die ze voor ogen hebben. Een Japans label dat zich voornamelijk op tieners richt, zal andere patronen uittekenen dan een Italiaans modehuis dat op veertigers mikt. De borstomtrek en heupomtrek per maat en de verhouding tussen de taille- en de heupomtrek verschilt dus per merk anders. Logisch, maar dat maakt het er niet gemakkelijker op.

Economische uitdaging

Een goed voorbeeld is H&M, een modeketen met wereldwijd succes die binnen haar gamma verschillende conceptcollecties heeft. “Hoewel voor ieder concept met dezelfde lichaamsafmetingen wordt gewerkt, kan het natuurlijk wel zijn dat de verschillende pasvormen, maar ook het type stof, ervoor zorgen dat de maten anders aanvoelen”, legt woordvoerster Marianne Nerinckx uit. Een loose fit versus een tight fit, een lage taille versus een hoge taille: die ontwerpen kunnen per afdeling wel verschillen afhankelijk wat de trend van het moment is. “Voor sommige buitenlandse markten bieden we ook een special sizing aan, zoals een Asian fit of petite fit, maar dit staat dan ook duidelijk vermeld in de kledij zelf.”

Nerinckx legt ook uit dat H&M haar maten niet gewoon gradueel vergroot. Het designteam in Zweden werkt met paspoppen in allerlei maten die ook van lichaamsvorm verschillen. Dat is belangrijk voor een keten die graag inzet op diversiteit. “Een maat 44 is niet zomaar een grotere versie van een 36. Die pop heeft andere vormen waarop die kleding aangepast wordt.”

Dat leverde H&M pluimen op: de jeansbroeken die Linde en Margo van de Zweedse keten testten voor de vlog, waren de enige exemplaren die daadwerkelijk lekker zaten en true to size voelden. Al kan het natuurlijk ook gewoon zijn dat de proefpersonen regelmatig bij H&M shoppen, waardoor de 38 en de 42 van H&M aanvoelden als hún 38 en 42, terwijl die van jou toch nog een tikje anders zit.

“In theorie zou men kunnen evolueren naar een systeem van pictogrammen, zoals dat bij veiligheidskleding het geval is. Daar staat dan op ieder kledingstuk een pictogram met de omtrek van borst, taille en/of heup in centimeter vermeld”, zegt De Raeve. “Shops zullen dan misschien wel acht tot tien maten in huis halen, maar als je voor iedereen een beetje in de buurt wil komen, ga je minstens dertig maten moeten ontwikkelen en stockeren. Ons huidig economisch model laat dit niet toe.”

Basic Fit

Het ligt dus niet aan jou. Het ligt aan alle andere mensen. Al is dat een magere troost wanneer je voor de zoveelste keer zachtjes de Macarena moet neuriën terwijl je worstelt met een jumpsuit in een arena van een luttele vierkante meter om je slangendans alsnog wat ritme te geven. Winkels zouden zogezegd steeds meer inzetten op ‘experience’, maar voor een work-out ga ik wel naar Basic Fit. Ik wil gewoon, welja, een basic fit. Is dat zoveel gevraagd?

“Als je kijkt naar reclames voor winkelstraten zie je steeds lachende mensen met winkeltassen, en ook in tv-series wordt shoppen als iets gezelligs voorgesteld”, zegt Eva (29). “Ik vind er echter niks leuks aan. Ik krijg telkens het gevoel alsof er iets mis is met mijn lichaam, dus ik koop tegenwoordig alles online. Niet dat ik dan altijd raak scoor, maar dan kan ik tenminste janken in de privacy van mijn slaapkamer.”

De sector is er wel degelijk mee bezig, weet Ann Claes, senior projectmanager fashion bij Flanders DC. “Het is ook voor hen veel belangrijker geworden dat mensen kleding kunnen kopen die hen goed past. Niet alleen om aan klantenbinding te doen, maar ook omdat het retourssysteem handenvol geld kost.”

Want waar je vroeger je vege lijf nog de deur uit moest slepen om met een beduimeld kassabonnetje aan te schuiven en vervolgens schoorvoetend toe te geven “dat je misschien toch…” “Excuseer?” “TOCH EEN MAAT GROTER NODIG” hebt, kan je vandaag met één simpele klik een hele rits kleding return to sender sturen en bij het commentaar nog gewoon ‘Je moeder!!’ invullen ook. De meeste mensen noteren echter de echte reden van retour en dat blijkt in 60 procent van de gevallen de verkeerde maat te zijn. Dat is kostbaar, zowel voor het bedrijf dat gratis terugsturen aanbiedt, als voor het milieu, dat die letterlijke karrenvracht van heen-en-weertjes in uitlaatgassen te slikken krijgt. Bovendien willen veel retailers niet de tijd of manschappen investeren om jouw fonkelnieuwe afdankertjes te herstockeren, waardoor ze linea recta op de vuilnisbelt belanden. Nope, gewoon een kledingstuk in meerdere maten bestellen en terugsturen wat niet past, is dus ook niet de oplossing.

“Reken maar dat bedrijven het belangrijk vinden dat hun kleding accuraat is. Achter de schermen wordt daar hard aan gewerkt, al is dat voor de eindconsument nog niet altijd duidelijk”, zegt Claes.

Toch beginnen de eerste sporen van de retail­revolutie zichtbaar te worden. Online multimerkenboetiek ASOS toont voor heel wat kledingstukken 3D-avatars van modellen met verschillende maten en lichaamsvormen die het kledingstuk dragen. Ook Amazon is bezig met een Body Labs-project, waarbij ze vouchers van 25 dollar aanbieden aan klanten die zin hebben om in hun 3D-lichaamsscanner plaats te nemen zodat ze een beter zicht hebben op de vormen van hun cliënteel. Denim­label Levi’s introduceerde in 2010 al de ID-curve jeans, die de standaard heup- en lengtematen combineert met verschillende taillematen, en eveneens gebaseerd is op 3D-bodyscans.

Die scans zijn goed voor het ontwerpproces, maar een toekomst waarin iedereen zijn gepersonaliseerde avatar heeft die vervolgens kan gaan ‘rondshoppen’, zoals lange tijd werd voorspeld, lijkt niet realistisch. Alessandra Vecchi, verbonden aan het London College of Fashion en hoofdonderzoekster van het e-Size project, zegt dat haar team heeft vastgesteld dat een online shopping-avatar, gebaseerd op een weergave van het eigen lichaam van de klant, mensen net ontmoedigt om een aankoop aan te gaan, omdat ze té goed kunnen zien hoe alles zit.

Shavatar

“De toekomst ligt volgens mij in fit recommendation-systemen”, aldus Vecchi. In de werkwijze van TrueFit bijvoorbeeld, een Amerikaanse start-up die de matentabellen van meer dan 10.000 merken verzameld heeft. Klanten die gebruik willen maken van het algoritme, creëren eerst voor zichzelf een soort kledinggenoom door de maat en het label van hun best passende schoen, jurk, blazer en zo verder in te voeren. Op basis daarvan kan TrueFit je producten in de juiste maat aanraden.

Met andere woorden: als jij zegt dat je jurk van Uniqlo met maat S je naadloos past, kan True­Fit je adviseren om bij Calvin Klein een jurk in maat M te nemen. Hoe meer data je aan TrueFit geeft, hoe betere matches het kan aanbevelen – een beetje zoals de Discover Weekly van Spotify.

In België zijn er dan weer heel wat ogen gericht op Shavatar, een nieuwe tool ontwikkeld als een spin-off van Universiteit Antwerpen en IMEC, die met een beperkt aantal parameters zoals lengte, gewicht, geslacht en leeftijd je 3D-lichaamsvorm kan inschatten zonder dat je in je ondergoed in een scanner moet gaan staan of foto’s van jezelf moet opsturen.

“Het is de bedoeling dat de tool geïntegreerd kan worden in webshops”, aldus Geert Mertens en Femke Danckaers van Shavatar. “Als je online een kledingstuk wil kopen, kan je via de Shavatar-tool jouw parameters ingeven, en vervolgens geeft de tool jou advies over welke maat het beste bij jouw lichaamstype past. Dat maakt het winkelen aangenamer en accurater. Voor de retailers en modemerken is Shavatar dan bovendien extra interessant omdat ze zo een beter inzicht krijgen in de verschillende lichaamstypes van hun doelgroep, zodat ze op basis daarvan de fit van hun collecties nog kunnen verbeteren.”

Het wordt tijd dat we hogere eisen stellen aan de mode-industrie. Waar het lange tijd gold dat zij ons een broek voorschotelden waar wij ons lichaam maar in moesten zien te wurmen, moeten we de rollen omkeren.

Hier is mijn lichaam. Wat ga je ermee aanvangen?




Reacties

Alle reacties zijn welkom zolang ze voldoen aan de do's en don'ts die je hier kan terugvinden: gedragsregels. Elke dag ontvangen wij duizenden reacties, het kan enkele uren duren voor jouw reactie wordt geplaatst. Wordt jouw reactie afgekeurd dan werd er geoordeeld dat deze onze gedragsregels schendt.