Exclusief voor abonnees

Lang leve de Belgische mode! Deze 3 iconische modemerken vieren feest

Van links naar rechts (boven) Karen Hendrix, Katrin Wouters, Edouard Vermeulen en vooraan Inge Onsea
Domen / Van De Velde Van links naar rechts (boven) Karen Hendrix, Katrin Wouters, Edouard Vermeulen en vooraan Inge Onsea
Ze zijn gepokt en gemazeld in het vak. Al een eeuwigheid omzeilen ze alle obstakels in woelige modewaters. Inge Onsea van Essentiel Antwerp, juwelenontwerpers Wouters & Hendrix en Edouard Vermeulen van Natan vieren in 2019 een heel speciale verjaardag van hun merk. Tijd om terug te blikken én vooruit te kijken. “We doen het nog elke dag met evenveel plezier.”

20 jaar Essentiel Antwerp

Inge Onsea treft het op onze shoot. Edouard Vermeulen van Natan is er ook en voor haar 49ste verjaardag laat ze hem een roze jurk op maat maken. En dus maakt ze van de gelegenheid gebruik om zich te laten opmeten. Maar niet alleen in haar privéleven heeft de flamboyante creative director wat te vieren. Ook Essentiel Antwerp, het populaire merk dat ze met haar man Esfan Eghtessadi oprichtte in 1999, valt dit jaar in de bloemetjes.

Inge, proficiat met twintig jaar Essentiel Antwerp. Welk gevoel domineert?

“Een enorme fierheid, maar ook verwondering dat we na al die tijd nog bestaan en alles overleefd hebben. Ik koester ook dat ik nog elke dag met ongelooflijk veel plezier over die drempel van dat bureau stap. Ik besef dat ik een van de weinige gelukkigen ben die met volle goesting gaan werken. Dat ik dat na al die jaren nog niet kotsbeu ben, vind ik fantastisch.”

Je had het succes nooit verwacht?

“Absoluut niet. Ik ben iemand die ook nooit plant. Esfan en ik zijn er ingetuimeld als toeristen zonder plan en zonder nadenken. Lang was dat de leidraad van ons verhaal en voor een groot deel ons succes, maar bijna ook onze ondergang. We waren té spontaan, té ongestructureerd. De grote val kwam er in 2006. Plots nam onze omzet een gigantische duik. We waren het slachtoffer van ons eigen succes. Na acht jaar zaten we plots met achttien agenten die onze kleren verdeelden, lagen we in meer dan 1.500 multimerkenboetieks over de hele wereld en telden onze collecties achthonderd stuks. Wij hadden geen DNA meer, geen soul. Esfan dacht toen dat we failliet zouden gaan. Pas toen we iemand aangenomen hadden om er structuur in te brengen, zijn we opnieuw geboomd.”

Essentiel Antwerp is waanzinnig succesvol, ook in het buitenland. Is dat geen verpletterende verantwoordelijkheid?

“Ik denk daar niet over na, daarvoor ben ik te onbezonnen. Esfan heeft nachten dat hij niet slaapt omdat hij intussen wel meer met de zakelijke kant betrokken is en die druk voelt. Ik denk vaak: het is maar mode en we maken maar een collectie. Bovendien ligt er elke twee maanden een andere in de rekken. Natuurlijk heb ik mijn plicht; we hebben vijftig winkels te vullen. Niet alleen met mooie dingen, maar het moet ook verkopen. Ontwerpen is een heel emotioneel proces, maar daarna heb ik geen moeite om vijftig stuks eruit te gooien. Ik ben echt een kampioene in annuleren. (lacht)”

Het merk staat bekend voor zijn vrolijke kleuren en prints.

(knipoogt) “Ik ben dan ook een heel passionele persoon. Niet dat ik me nooit eens durf kwaad te maken of triestig ben. Ik kan ook heel hard bleiten, de volle vijf minuten, met snottebellen en al, maar daarna is dat over. De collecties zijn een weerspiegeling van mijn karakter.”

Als je één hoogtepunt uit je modecarrière mocht noemen, welk zou dat dan zijn?

“Onze eerste buitenlandse beurs in Parijs, en het besef dat iedereen onze kleren mooi vond. Esfan was tien jaar verkoper geweest in de showroom van Mer du Nord, en ik was lang model bij Max Mara en Mugler. Zeker in het begin hadden we het gevoel dat de winkels in België onze T-shirts kochten uit een zekere compassie. En dan ga je naar Parijs en besef je dat wat je maakt een groot succes is. Wij zijn net op het juiste moment gestart in de jaren negentig. De mode was superstrak, heel simpel, zwart en wit, en dan kwamen wij met onze onderrokken in verschillende kleuren tule. (lacht)”

Hoe is de wereld sindsdien geëvolueerd?

“De wereld is een dorp geworden. In de jaren negentig kochten Belgische winkels bijna alleen Belgische merken.
Als ze er nu al twee hebben, zal dat veel zijn. Door social media kijken we verder. En dan is er nog duurzaamheid.
Ook wij zijn ons daar bewust van. Vroeger gebeurde de meerderheid van de productie in Azië, maar we werken gaandeweg aan een uitbreiding van de productie in Europa. Maar om vanaf nu te zeggen dat we een honderd procent duurzaam merk zijn? Nog niet.”

Werk je nu harder dan vroeger?

“Ik moet me met meer dingen bezighouden dan vroeger: Instagram, fotoshoots ... Daar kruipt veel tijd in. Maar
eerlijk? De eerste twaalf jaar heb ik veel harder gewerkt. Ik legde de kinderen ’s avonds in bed en ging terug naar
kantoor, tot één of twee uur ’s nachts. En dan ’s morgens er weer uit voor de kinderen. Dat waren heel zware jaren. Ik was toen wel jonger, dat ging makkelijker. (lacht) Gisteren heb ik nog tot tien uur gewerkt, maar dat is zeldzaam.”

Heb je ergens spijt van?

“Dat ik de tijd van 1999 tot 2006 niet méér gekoesterd heb. Wat we toen deden, die ongelooflijke groei, was een mirakel. En verder, dat ik nu in de gangen mensen tegenkom die ik niet ken. Intussen werkt er 270 man bij ons, en ik mis dat familiegevoel van in de beginjaren.”

En samenwerken met Esfan lukt na al die tijd nog?

“We hebben totaal andere karakters, zoals zwart en wit. Er zijn al ramen en deuren uit de omlijstingen gesprongen, omdat we zulke ruzie hadden. Maar we kunnen niet zonder elkaar. Aan stoppen hebben we nooit gedacht. Zelfs niet toen de kinderen vijftien maanden na elkaar ter wereld kwamen en ik vier dagen na de bevalling van Ishan en tien dagen na die van Azar al weer op kantoor zat. Ik denk dat ik toen een burn-out had, maar ik had geen tijd om dat binnen te laten. Het was een gevecht. En tegelijk de beste leerschool.”

Je zou nu kunnen rentenieren.

“Nee, dat zegt me niets. Ik loop al verloren als mijn agenda een paar dagen leeg is. En op vakantie begint het na twee weken ook al te kriebelen.”

Eigenlijk een vorm van ADHD?

“Een vorm? Ik denk dat ik ADHD in de hoogste graad heb. (schatert het uit) Mijn oudste zoon heeft dat, en toen ik
daarover begon te lezen, kwam ik gewoon mezelf tegen. Azar, de jongste, is net heel gefocust. Hij is dertien en wil het merk zo groot maken als Louis Vuitton. (lacht)”

De opvolging is verzekerd.

“Ze zullen eerst wel ergens anders moeten werken. Ik kom zelf uit een gewone familie. We waren niet arm, maar we woonden in een rijhuis. Mijn ouders waren gescheiden, mijn mama moest haar auto verkopen en alles moesten we met de fiets doen. Als we kleren kochten, was dat in tweedehandswinkels. Ik heb ervoor moeten vechten en ik wil ook niet dat mijn kinderen zomaar alles in de schoot geworpen krijgen.”

Je bent ook een kat met negen levens. Achtergrondzangeres bij The Dinky Toys, in India gewoond met een schatrijke Bollywoodster als lief, ooit model, en nu Essentiel Antwerp …

”Dat is een vol leven, hè. Mijn motto is: work hard, play hard. Ik blijf niet thuis hangen (lacht). Ik zet graag een stapje in de wereld. Vóór tien uur ’s morgens moet je me niet op kantoor verwachten. Van zeven tot tien ben ik niet aangenaam. En elke dag kom ik nog te laat ook.”

Dat mag Inge. Jij bent de baas!

(lees verder onder de foto)

Inge Onsea van Essentiel Antwerp
Domen / Van De Velde Inge Onsea van Essentiel Antwerp

35 jaar Natan

Natan is een waar succesverhaal. Wat was voor jou het hoogtepunt van de afgelopen 35 jaar?

“Toch wel het huwelijk van koningin Mathilde, in 1999, omdat het de internationale pers haalde en – ik zeg dit zonder pretentie – iedereen toen wist wie we waren. Vier couturehuizen waren in de running om de bruidsjurk te maken. Ik wist meteen dat het iets groots zou betekenen voor ons. Al hebben we er geen trouwjurk extra door verkocht. Commercieel heeft dat niets gedaan, maar ons imago kreeg er een enorme boost door.”

Er zijn nog couturiers in de wereld, waarom ben net jij zo in trek bij de Europese royals?

“Ik ben discreet, en daar hechten de koningshuizen erg aan. Ook denk ik dat mijn type kleding – vrouwelijk, tijdloos, minimalistisch en mee met de trends – op een zekere manier perfect past bij het leven van de koningshuizen. Mocht ik nu echt fantasiestukken of sportswear maken, dan zou dat minder in de smaak vallen.”

Zeg je dan tegen een koningin Máxima dat een jurk haar niet staat?

“Ja, je moet altijd eerlijk zijn, op een vriendelijke manier. Die mensen komen naar mij voor mijn expertise en raad, en die geef ik hen ook in alle objectiviteit. Op het einde kunnen ze dan nog beslissen. Ik werk al 25 jaar met de koningshuizen. Er moet een goede dialoog zijn. Ik doe niets liever dan verkopen, maar als iets niet staat, staat het niet.”

Draagt onze kroonprinses Elisabeth ook jouw ontwerpen?

“Ze leent dingen uit de kleerkast van onze koningin. Topjes en broekjes. Ik heb dat al gezien. Hetzelfde fenomeen merken we ook in onze winkels. Vroeger kwamen er bij ons drie generaties – de oma, de dochter en de kleindochter – over de vloer die zich totaal anders kleedden, nu hebben we maar één klant. Iedereen wil er jong uitzien en draagt tegenwoordig hetzelfde. We hebben ons daar echt moeten aan aanpassen.”

Door te ontwerpen voor de koningshuizen leeft vaak de perceptie dat Natan elitair en ontoegankelijk is.

“Dat is inderdaad een voordeel en een nadeel. Ik ben een grote royalist en heb veel bewondering voor onze koninklijke familie, maar ik ontwerp niet alleen voor hen. Het imago van Natan is gesofisticeerd en chic, maar dat wil niet zeggen dat het niet bereikbaar is. Kwaliteit heeft zijn prijs, en we maken ook pret-à-porter met jurkjes van 400 euro, of knitwear dat heel makkelijk draagbaar is. Het zijn niet allemaal parels, pluimen en sluiers.”

Het is eigenlijk puur toeval dat je mode maakt, je bent van opleiding binnenhuisarchitect.

“Mijn allereerste collectie was zeker niet bewust. Op de benedenverdieping van het modehuis Jacqueline Léonard, het vroegere Maison Paul Natan, huurde ik het achterste gedeelte en verkocht ik er meubelen en woonobjecten. Toen zij ermee stopte, nam ik de zaak over. Mensen kwamen binnen en vroegen waar de mode gebleven was. Dat gebeurde één keer, twee keer, en na de derde keer dacht ik: waarom maak ik geen kleine collectie? Dat werden vijftien stuks en de verkoop ging goed. Op een gegeven moment kwam er een vrouw 
binnen die vroeg of ik de nieuwe couturier was. ‘Ja, een beginneling’, blufte ik, als 25-jarige. Of ik niet een klein defilé wilde doen voor een goed doel? Prinses Paola zou er zijn als erevoorzitster. Ik heb die veertig stuks gemaakt met twee naaisters en zes maanden later was de show. Achteraf kreeg ik veel vraag, en een halfjaar later zei ik: we gaan de zetels houden, om erin te zitten, maar vanaf nu gaan we alleen kleding doen. Het jaar na dat defilé opende ik een eerste winkel, in Knokke. Mijn logica? Iedereen kwam toch ooit eens naar de zee. En ik kon niet met mijn vingers zitten draaien tot de klanten naar mij toe kwamen.”

Straf. Je was pas 25, en al zo’n ondernemingszin.

“Dat is een beetje typisch aan een West-Vlaming, hè. Misschien waren het ook makkelijkere tijden toen. En als je jong bent, heb je minder angst, omdat je van niets begint. Noem het gerust l’insouciance van de jeugd. (lacht) Als ik nu een beslissing neem, heb ik zestig man onder me voor wie ik verantwoordelijk ben.”

Heeft het huis ook moeilijke jaren gekend?

“In 2008 hadden we de crisis, en dat was even schrikken. Maar voor mij was de eindbalans toch positief. Stijgen is
altijd goed, maar uit een tegenslag leer je veel meer. Eens stampen om alles weer plat te zetten, geeft je motivatie. Al was het dat jaar financieel eventjes moeilijk. Ik heb nog nooit gevreesd om te moeten stoppen, hout vasthouden.”

Je hebt me ooit gezegd: ‘Zolang ik nog met plezier opsta en naar het werk ga, doe ik verder.’

“Mensen vragen me dat vaak: ‘Hoelang wil je jezelf dit nog aandoen en waarom ga je niet wat meer reizen?’ Maar ik doe het nog enorm graag en ik ben 61. Die nieuwsgierigheid van toen ik begon, is nooit weggegaan. Al is het ook niet alle dagen peace en love, hè. (kruist vingers in V-vorm, red.) Mijn team zegt ook dat ik nog wat langer moet blijven. Het huis Natan en ik zijn toch een beetje aan elkaar gelinkt. Ik ben een beetje de papa van de boîte.”

Met andere woorden, je kan de controle niet loslaten.

“Ik heb nog te veel de touwtjes in handen, dat klopt. Straks ga ik naar de showroom, en ik doe ook nog altijd de toer van de etalages. Soms denk ik: laat het nu. Maar ’s anderdaags ben ik dan toch weer bezig. Niet dat ik het beter weet of doe, het is meer uit een soort angstreflex. Zal het wel gedaan worden? Zal het goed zijn?”

Heb je privé dingen opgegeven voor je carrière?

“Waarschijnlijk. Ongetwijfeld. Ik heb veel bewondering voor mensen die alles kunnen combineren. Dat is het nadeel van mijn leven. De zaak heeft altijd mijn voltallige tijd in beslag genomen, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Misschien heb ik te weinig plaats gelaten voor iets anders. Is dat goed of slecht? De tijd zal het zeggen.”

Hoe zie je de toekomst van het huis?

“Meer dan ooit zullen we moeten inzetten op service en kwaliteit. Als je merk iets duurder is, moeten mensen kunnen zeggen: het is het waard. Ook de couture heeft een toekomst, omdat het maatwerk is en er altijd mensen zullen zijn die voor een speciale gelegenheid iets unieks willen hebben. En als ik mag dromen: ooit zou ik nog graag een winkel in het buitenland hebben. We hebben er nu een in Amsterdam, en die draait goed. En misschien doen we nog eens een show op de coutureweek van Parijs. Dat zou goed zijn voor de Belgische mode. We zien wel.”

Hoe gaan jullie de 35 jaar vieren?

“Zeker niet uitbundig. We hebben net ons tweede atelier in Brussel opengedaan, waar je de naaisters ziet zitten.
Zo willen we ons puur Belgische vakmanschap letterlijk in de kijker zetten. Ach, misschien geven we wel een groot feest als we veertig zijn.”

Wordt het dan een discoparty? Want voor die muziek heb je toch een zwak, hè?

“Lach maar! Ik weet dat ik gelijk heb. Zet op om het even welk feestje ‘You’re the First, the Last, My Everything’ van Barry White op en niemand, ook van jouw generatie, zal blijven zitten.”

We wachten op de uitnodiging, meneer Vermeulen. Bedankt!

(lees verder onder de foto)

Edouard Vermeulen van Natan
Domen / Van De Velde Edouard Vermeulen van Natan

35 jaar Wouters & Hendrix 

Al 35 jaar zijn jullie een tandem. Dat is gezellig, maar het risico dat er sneller een wiel afrolt, is groter.

Karen: “Toen we begonnen, waarschuwde iedereen ons. Een merk oprichten met iemand anders? Gekkenwerk. Negen op de tien keer loopt dat fout af, en eindigt het in ruzie. Maar kijk, wij hebben iedereen lik op stuk gegeven. Ik kan me niet inbeelden dat ik het zonder Katrin zou doen. Het is zoals in een relatie: je groeit naar elkaar toe, en na een tijdje gaat het beter dan in het begin. Katrin en ik kennen elkaar al langer dan we onze mannen kennen.”

Katrin: “En we zien elkaar zeker ook een pak meer. (lacht) Vooral in onze opstart, toen we altijd samenwerkten.”

Neem ons even mee naar dat begin.

Katrin: “We kwamen recht van de academie. Karen en ik wisten al lang dat we voor ons eigen merk zouden gaan. Op dat moment had je niets gelijkaardigs in België. Ofwel had je van die heel klassieke juwelen, ofwel van die oorbellen met rode bolletjes. Daartussenin was er niets.”

Karen: “Ik denk daar nog vaak aan terug, zeker nu ik op een leeftijd ben waarop onze kinderen voor dezelfde keuze staan. Hoe onbezonnen we daaraan begonnen zijn dat eerste jaar, met een soort idealisme en onvermoeibaarheid. En een ongelooflijke drive om het te maken. Katrin zat een jaar lager dan ik. Om de tijd te doden en op haar te wachten, heb ik eerst nog een halfjaar in Parijs gewerkt bij iemand die fantasiejuwelen maakte. Maar daarna zijn we erin gevlogen. We zagen het ook meteen groots. Antwerpen was niet goed genoeg. Onze eerste klanten zaten in Parijs. We kenden daar twee goede winkels, gingen binnen zonder afspraak en
vroegen of we onze collectie mochten tonen.”

Katrin: “Het was meteen goed. ‘Neem jullie bestelbon maar.’ Excuseer? We hadden een hele display en foto’s van
de juwelen gemaakt, maar het belangrijkste van al – een bestelbon – waren we vergeten. (lacht)”

Niet veel mensen weten dit, maar jullie hebben een link met de Antwerpse Zes.

Karen: “Die hele kliek kenden we van op school. In maart 1986 gingen we samen met hen naar de beurs in Londen, via de boot vanuit Oostende, met een vrachtwagen vol kleren. Op de beurs zelf deelden we dezelfde gang.”

Katrin: “Het was fantastisch om te zien. Walter Van Beirendonck stond daar met zijn sprookjesachtige inrichting en een grote paddenstoel. Dirk Bikkembergs had een boerderij nagebouwd. De Belgen onderscheidden zich van
de rest met hun totaalconcept. Iedereen sprak daarvan.”

Karen: “Wij hebben daar ook van kunnen profiteren. Aangezien wij de enigen waren die modejuwelen deden, werd ook over ons veel geschreven. In die periode begon ook de campagne van ‘Mode, dit is Belgisch’. Mensen begonnen daar meer voor open te staan.”

Wanneer begonnen de vette jaren?

Karen: “Bij buitenlandse klanten voelde je dat ze even de kat uit de boom wilden kijken, maar na vier à vijf jaar begon die bal dan toch te rollen. Zo zijn we tamelijk groot in Japan.”

Hebben jullie ook zwarte sneeuw gezien?

Katrin: “In 1995 was het, denk ik, dat er gewoonweg geen juwelen meer gedragen werden, zelfs niet in modeproducties. Het was heel minimal. We kwamen net uit de jaren tachtig, met de grote oorbellen en flashy stuks, en plots werd alles veel fijner. Dat ging niet meer met onze productiemethode. We kwamen terug van de beurs in Parijs en we hadden niet verkocht. Toen zaten we even met de handen in het haar. Tot we de beslissing namen om over te stappen naar subtieler zilver. Met een bang hartje. Zouden de klanten wel volgen?”

Karen: “Dat hebben we toen wel geleerd. Je mag nooit op je lauweren rusten of je op de borst kloppen dat je
goed bezig bent.”

Jullie hebben vorig jaar in Amsterdam jullie eerste en enige buitenlandse winkel geopend. Dat is niet veel.

Katrin: “Een eigen winkel wilden we principieel nooit, maar stilaan begon dat toch te knagen. In 2001 kwam die van Antwerpen en dan waren we toch al zeventien jaar bezig. Dan kwam het pand ernaast vrij, en hebben we ook dat gekocht. En daarna kwamen Brussel, Knokke en Amsterdam. Waarom niet meer winkels? We zijn controlefreaks. We willen alles goed doen en kiezen er bewust voor om traag te groeien.”

Ik was verbaasd dat ook veel celebrity’s zoals Nicole Kidman en Alicia Keys jullie creaties dragen.

Karen: “Vaak weten we dat zelf niet eens en horen we dat achteraf van een of andere klant. Die sterren kopen dat niet bij ons, maar in een van de winkels waar Wouters & Hendrix ligt. Uiteraard vinden we dat heel fijn, maar we pakken daar zelf niet mee uit. Op kantoor zeggen ze vaak dat we te bescheiden zijn. Dat is misschien wel waar, dat zit niet in onze aard. Maar we zijn wél trots op wat we doen, hè.”

Alles is ook handgemaakt in Antwerpen.

Katrin: “We hebben dat altijd heel streng bewaakt. Details en het onvolmaakte vinden wij belangrijk en we houden ervan dat het handwerk dat ook uitstraalt. Misschien zouden we profijtelijker alles ver weg kunnen laten produceren, maar we willen die dingen onder controle houden. Met een eigen atelier dicht bij ons kan dat.”

Wat brengt de toekomst?

Katrin: “Ik vraag me af hoe die evolutie van duurzaamheid zich zal doorzetten. Stilaan zoek je daar ook meer je weg in, in plaats van altijd maar als een locomotief door te razen. Voor ons bestaat het duurzame erin dat onze juwelen geen wegwerpproduct of fast fashion zijn. Mensen kopen een sieraad voor een speciale gelegenheid, als een herinnering. Het wordt een leven lang gekoesterd.”

Jullie waren in het begin geen vriendinnen. Nu wel?

Karen: “Absoluut! We hebben wel ieder ons leven. In het weekend spreken we niet af met elkaar. Dat zou erover zijn.”

Katrin: “Als je al een hele week samenzit en alles al weet over de kinderen en elkaar, heb je die behoefte niet meer.”

Hebben jullie in al die tijd nog nooit gezegd: foert, ik ben weg?

Karen: “Hand op het hart: nee. Wel dat een van de twee het wat minder zag zitten, maar dan ben je er voor elkaar.”

Katrin: “Dat is dan weer het voordeel: als de ene het al eens moeilijker heeft, loopt die motor gewoon verder, en voor je het weet, word je er al weer door gesleurd. Het is spijtig dat zoveel creatieve koppels het niet uithouden met elkaar, want wij vinden het alvast super om samen te werken.”

Heeft het werk ooit jullie privéleven overschaduwd?

Katrin: “We hebben allebei drie kinderen. Zeker in de beginperiode is Wouters & Hendrix toch vaak een druk
geweest op ons gezinsleven.”

Karen: “Mijn dochter zei het onlangs nog: ‘Dan stopte je ons in bed en ging je terug naar kantoor.’ Dat hebben we vele jaren aan één stuk gedaan. We hebben altijd van negen tot vijf gewerkt om samen met de kinderen te eten, maar zodra ze sliepen, gingen we weer aan het werk, tot elf, halftwaalf. Je wil ook moeder zijn. Waarom heb je anders een gezinsleven? We hebben altijd gezegd dat ons privéleven voor moest gaan op onze zaken. Ik ga niet beweren dat dat altijd gelukt is, maar het zeggen is toch ook al iets. (lacht)”

Laatste vraag: waarom is het Wouters & Hendrix geworden? En niet andersom, in alfabetische volgorde?

Karen: “We hebben erom getost en ik heb verloren. Maar mijn vrienden zeggen altijd Hendrix & Wouters, hoor.” (lacht)

(lees verder onder de foto)

Karen Hendrix en Katrin Wouters van Wouters & Hendrix
Domen / Van De Velde Karen Hendrix en Katrin Wouters van Wouters & Hendrix

Met dank aan hotel De Gulde Schoen (Melkmarkt 37-39, Antwerpen, deguldeschoen.be) voor de locatie.

Lees ook binnen HLN+ :

Deze vrouwen knokten zich naar de top: “Wij moeten altijd respect afdwingen”

Vrouwen die meer verdienen? Leuk, maar niet voor hun relatiegeluk. Hoe kan dat?

De topdesigner die eigenlijk geen enkel iconisch stuk creëerde: zijn bekendste ontwerp was hijzelf




Reacties

Alle reacties zijn welkom zolang ze voldoen aan de do's en don'ts die je hier kan terugvinden: gedragsregels. Elke dag ontvangen wij duizenden reacties, het kan enkele uren duren voor jouw reactie wordt geplaatst. Wordt jouw reactie afgekeurd dan werd er geoordeeld dat deze onze gedragsregels schendt.