Columniste Femke: “Note to self: koopzondagen zijn kut. En koop een broek die zonder vaseline over uw dijen gaat”

Illustratie
NINA Illustratie
Femke is 32 en een rasecht, ongefilterd Kempenkind. Ze is getrouwd met Mathias, die ze ontmoette op het dak van haar moeder - lang verhaal - en mama van Amedee, een rock ’n roll kleuter van anderhalf. Ze verkoopt bier om de kost te verdienen, waarmee ze vooral het eten van haar (pleeg)katten en konijnen betaalt. Om van de vogels, kippen en vissen nog maar te zwijgen. Ze is een 40’s & 50′s lover (hallo, opvallende lippenstift), is zot van eten en nog zotter van mooie woorden. Op NINA.be schrijft ze iedere week haar gedachten van zich af.

Mijn lief en ik hanteren al jaren dezelfde strategie als het op onze kerstinkopen aankomt. Omdat al onze twintig tenen krullen van de eindejaarsdrukte in winkels, bewaren we elk jaar een van onze vakantiedagen voor een winkelmoment ergens begin december. We pushen onze familieleden om ruim op tijd hun wensenlijstjes door te sturen, en van zodra de eerste kerstlichtjes in het decor verschijnen, spenderen wij een maandag of een dinsdag in het dichtstbijzijnde winkelcentrum. 

We nemen nog net de tijd voor een ontbijtje, schieten uit de startblokken en rijden met wat geluk kort na de middag met een volgestouwde auto de parking weer af. Snel, efficiënt en vooral: zonder stress. Kerstshoppen in een weekend met vijf miljoen andere mensen? Ons zouden ze niet liggen hebben. Zo deden we het ook dit jaar. Maar ik zou natuurlijk geen echte vrouw zijn, mocht ik tussen het cadeautjes shoppen door, ook niet nog snel iets voor mezelf mee te graaien. Dit keer viel mijn oog op een prachtige geruite broek die - gezien het aantal advertenties dat door m’n strot werd geduwd - volgens Facebook perfect bij mij zou passen. Dat ik er hier in het winkelcentrum nu knal op liep, betekende vast dat we een match made in heaven waren. Ik nam m’n maat uit het rek en liep zonder te passen naar de kassa. Ik ken toch immers m’n maat wel.

Althans. Ik kende mijn maat toen ik nog geen kind gemaakt had. Want hoewel die oempa loempa’s in je buik bivakkeren, begin ik ze er van te verdenken dat ze, zoals het slechte huurders betaamt, ook behoorlijk wat restafval achterlaten in je billen. Toen ik eenmaal thuis toch snel even met m’n nieuwe aanwinst een pirouette wilde draaien voor de spiegel, schreeuwde ze halverwege m’n dijen “Dat wordt sla met tomaten vanavond, moeder!”

Heel de wereld in het winkelcentrum

Bon. Ik had dus enkele opties. Ofwel smeerde ik m’n billen in met vaseline, wat het risico aanzienlijk vergrootte dat mijn kont er op kerstavond als een soort van glimmend stempelkussen zou uitzien. Ofwel zou ik de broek gaan ruilen voor een maatje groter. Enfin, of twee. 

En toen werd het zondag. Er stond een strakke wind, het regende pijpenstelen en terwijl onze koter de chocoladestukjes uit z’n koffiekoek opereerde, vroegen mijn lief en ik ons af wat we zouden gaan doen vandaag.

“Moest jij die broek niet gaan verwisselen?” vroeg hij.

“Ja.” zei ik. “Maar ‘t is de laatste zondag voor kerst én ‘t is hondenweer, dus heel de wereld gaat waarschijnlijk vandaag naar een winkelcentrum.”

Helaas verscheen er enkel testbeeld in onze kop toen we op zoek gingen naar alternatieven. “Misschien valt het nog wel mee als we zorgen dat we daar zijn tegen openingstijd.”

We stoven van onze stoelen, gooiden ons brood en het beleg van ver in de ijskast, trokken snel wat acceptabele outfits aan en hup, wij naar ‘t winkelcentrum. Maar zo’n anderhalve kilometer voor de ingang van de parking vertraagde het verkeer plots. “Zou dat allemaal voor daar zijn?” vroeg mijn lief, lichtjes in paniek.

“Yép.”

We sloten ons aan bij de karavaan rode remlichten die tegen een slakkentempo richting winkelcentrum tufte. Gelukkig hadden we genoeg proviand in de auto liggen om de zoektocht naar een parkeerplaats te overbruggen. Eenmaal binnen sloegen we alle gezellige kersttaferelen over en haastten we ons naar de winkel van m’n broek. Onze kleine werd al snel kierewiet van al die drukte en dus stuurde ik mijn twee mannen naar het speelhoekje aan het einde van de gang. Ik zocht een andere broek uit, schoof nog een dag of twee aan aan de kassa en toen ik richting speelhoek wilde benen botste ik aan de uitgang op mijn man en onze zoon die ondersteboven in z’n kinderwagen hing. De speelhoek zat zelfs op dit vroege uur klaarblijkelijk zo vol dat de kinderen in stapeltjes van drie de glijbaan af kwamen.

We keken elkaar aan en waren ons meteen keihard bewust van onze idiote beslissing. We plukten onze hyperkinetische kleine, die ondertussen tot aan z’n ellebogen in zo’n indoorvijver zat, uit het decor en slalomden tussen de zondagsshoppers terug naar onze auto. Terug thuis trok m’n man onze zoon z’n laarsjes en z’n regenjas aan om samen te gaan ploeteren in de wei. Die regen droogt wel weer op. En ik? Ik had nog een column te schrijven, met m’n voeten voor de kachel.

Note to self: Koopzondagen zijn kut. En koop een broek die zonder vaseline over uw dijen gaat.




3 reacties

Alle reacties zijn welkom zolang ze voldoen aan de do's en don'ts die je hier kan terugvinden: gedragsregels. Elke dag ontvangen wij duizenden reacties, het kan enkele uren duren voor jouw reactie wordt geplaatst. Wordt jouw reactie afgekeurd dan werd er geoordeeld dat deze onze gedragsregels schendt.


  • Lucien Mertens

    Heel herkenbaar op een luchtige manier verwoord...

  • Huub Lemmens

    Denkt ook dat ze thuis de slimste is.

  • Willy De Gieter

    Of gewoon eens passen zodat je achteraf niet moet zagen tegen de mensen....