4 x Belgisch modetalent: “De modewereld is bikkelhard”

Nora Gharib
Klaartje Lambrechts Nora Gharib
Ze breken potten in de modewereld. Elk op hun eigen mooie manier. Als bekend tv-gezicht met een oog voor diversiteit, ontwerpster van slow fashion, topfotograaf voor Vogue of styliste van de hiphopsterren. Passie is wat hen drijft, maar het is niet alleen glitter en glam. Een burn-out ligt altijd op de loer. 

Celeb Nora Gharib (26) lanceert Collab: “Ik ben blij dat ik geen model geworden ben”

Nora Gharib is de zoveelste BV die uitpakt met een eigen collectie. Wat maakt die van haar zo speciaal? “Bij mij is er heel duidelijk een link. Ik ben een fashionista pur sang, en ben er trots op. Dat heb ik van mijn mama. Zij heeft gestudeerd voor ontwerpster. Bij ons thuis stond er altijd een naaimachine. Nu werkt ze voor Zebra Fashion, een boetiek in Antwerpen, en is ze verkoopster en retoucheuse. Zelf heb ik na mijn studies als schoonheidsspecialiste ook gewerkt als verkoopster. Mocht K3 zoekt K3 (Nora deed mee aan de finale, red.) niet gekomen zijn, dan was ik nu ongetwijfeld nog verkoopster. Bovendien heb ik een tante die bij Louis Vuitton in Parijs werkt voor de VIC’s, de very important customers. Ik ben dus blij dat ik deze collab met CKS kon doen. Ik mocht volledig mijn ding doen. Gelukkig, want ik ben heel koppig.”

Je schreef een boek, Heavy shit, over mentale problemen bij jongeren. Hoe hard hakt het beeld dat door de mode opgedrongen wordt erin bij onze jeugd, volgens jou?

“Heel hard. Iedereen kijkt op naar mensen in de modewereld en iedereen wil zich goed in zijn vel voelen. Als er dan een beeld is dat constant getoond wordt, heeft dat zo’n grote impact. Daarom zei ik vanaf het begin heel duidelijk tegen CKS dat ik kleding wil maken voor gelijk welke maat, gelijk welke huidskleur, gelijk welk type. Zelf ben ik heel klein en voor kleine meisjes is de modewereld een plek waar ze niet welkom zijn. Toen ik dertien was, wou ik heel graag model worden en volgde ik catwalklessen. Daar kreeg ik te horen dat ik, om echt mannequin te worden, nog moest groeien. Zelf wist ik dat dat er niet meer in zat, want ik was toen al groter dan mijn mama.”

Heb je daar nu nog complexen over?

“Nee, ik ben nu zo blij met mijn lengte. Ik hoef nooit te passen, ik neem altijd de kleinste maat. Ik ben ook blij dat ik geen model geworden ben. Ik heb nog achter de schermen gewerkt als visagiste en het is een bikkelharde wereld.”

De tv-wereld lijkt me niet minder hard.

“Dat is waar, maar als model heb je minder zelf te bepalen. Nu kan ik zelf kiezen wat ik wil aantrekken en wat ik wil doen. Neem het programma Merci voor de muziek (nu te zien op één, red.), dat is me op het lijf geschreven. Het gaat over emoties, en ik ben heel empathisch, tot op het absurde af.”

Je hebt Marokkaanse roots. Werd jouw gemeenschap lang genegeerd door de modewereld?

“Ik denk dat er al langer rekening mee gehouden wordt, zeker in plekken als Dubai waar modieuze moslima’s leven. Mijn mama had ook altijd Marokkaanse modebladen, dus ik wist dat het bestond. Hier in het Westen sijpelt het nu ook echt door, gelukkig. Twee jaar geleden zag je kaftans hangen in Zara, en je ziet ze ook op straat. Ook die campagnes van Primark en Dolce & Gabbana met gehoofddoekte moslima’s vond ik een grote stap vooruit. Uiteindelijk is mode van iedereen. Of je dat nu wil met die hoofddoek of niet, het is leuk dat die optie er is, dan sluit je tenminste niemand uit.”

Spendeer jij veel geld aan kleding?

“Als ik me niet goed voel of zelfs niets te doen heb, ga ik shoppen. Voor mijn looks is dat heel goed, voor mijn portemonnee veel minder. Maar wat ga ik anders doen met mijn geld? Ze zeggen dat materiële dingen niet gelukkig maken, maar mij wel. Mijn man is daarin nog erger. Hij is procesoperator in de chemie, maar obsessief bezig met mode. Hij draagt alleen maar merken. Als wij shoppen, heeft hij een slechte invloed op mij. Als ik een tasje van Gucci zie en twijfel omdat het toch wel duur is, spoort hij me aan om dat toch te kopen. Soms denk ik: maar doe nu eens kalm. (lacht) Ik mix graag een rok van 30 euro met een riem van 400 euro. Het is fijn dat ik dat nu kan. Ik ben heel vroeg alleen gaan wonen, en heb alles zelf moeten betalen. Er waren tijden dat ik zelfs een T-shirt uit H&M van 35 euro te duur vond of alleen iets kon kopen in de solden. Nu zelf een eigen collectie hebben voelt dus aan als een grote verwezenlijking.”

Modeontwerpster Sarah De Saint Hubert (38): “Ik ben geen fashionista. De mode boeit me niet, mijn visie is eerder poëtisch”

Sarah De Saint Hubert
Klaartje Lambrechts Sarah De Saint Hubert

Sarahs gelijknamige merk bestaat nu twee seizoenen. Waarom is ze ermee begonnen? “Het klonk ineens heel juist om het te doen. Dit project zat al heel lang onbewust in mij te broeden. Ik werkte toen anderhalf jaar bij A.F.Vandevorst als hun assistent. Een heel leuke en interessante job, maar ik wilde niet meer voor andere namen werken. Ik was 37. Als ik zelf iets wou doen, was dit het moment.”

Was je niet bang?

“In mijn leven heb ik al geleerd dat angst een slechte raadgever is. Ik ben net heel blij, goed wetende dat het een grote stap is en het een heel moeilijke branche is vol uitdagingen. Het begint al met het financiële plaatje. Je moet veel geld investeren op voorhand zonder dat je zeker weet dat je er iets van zal terugzien. Daar slaap ik soms niet goed van. Het tempo is ook immens snel en druk. Ik doe het alleen en het werk dat ik soms moet verzetten op een korte tijd, is verpletterend. En nog een uitdaging: ik moet als klein merkje zien op te boksen tegen monsters als Zara en LVMH (luxeconcern achter o.a. Louis Vuitton, red.).”

Hoe doe je dat?

“Dat ben ik nog volop aan het uitzoeken. Mijn sterkte is wie ik ben en wat ik doe. Mijn motto in het leven is ‘follow your wild love’. Ik heb een passie voor mode maar ook voor muziek. Ik heb mijn man dertien jaar geleden leren kennen toen ik gitaarlessen bij hem ging volgen. Twee lessen later waren we verliefd. (lacht) Door hem ben ik beginnen te zingen en nu hebben we een groepje. We hebben net een ep gemaakt. Dat is niet mijn grootste project, simpelweg omdat het niet genoeg geld opbrengt, maar het rock-’n-roll- en het grungeaspect komen wel terug in mijn ontwerpen. Er zitten ook couture- en sportinvloeden in. Mijn oma was een chique Parisienne met een groot modegevoel en mijn papa was in zijn jonge tijd een racekampioen. Mijn merk is één grote synthese van mij. De mode op zich interesseert me niet. Ik ben geen fashionista. Meestal draag ik een jeans en een tanktop. Mijn visie is meer poëtisch en esthetisch. Dat klinkt mooi, maar er is natuurlijk ook de economische realiteit. Ik moet ook verkopen om dit te kunnen blijven doen.”

Je eerste collectie lag al meteen bij STIJL in Brussel. Dat doen niet veel merken je na.

“Ik heb een lucky star of engeltjes die boven mij hangen. (lacht) STIJL is een mode-instituut, de eigenares Sonja Noël heeft in de tijd van de Antwerpse Zes de Belgische mode mee op de kaart gezet. Ze vond mijn collectie mooi. ‘Dat meisje heeft precies wel iets te vertellen.’ Sindsdien is het een mooie samenwerking. We zitten op dezelfde golflengte. Ik wil geen solden op mijn producten, en zij ook niet. Alles heeft zijn prijs, mijn knowhow en de knowhow van de fabrikant, en voor mij is dat allemaal liefde. Ik wil ook geen megaproductie. Ik laat niets maken in Bangladesh of China, alles komt uit een klein ateliertje in Portugal. Het menselijke is voor mij heel belangrijk. Ik hou het ook betaalbaar. Ik kan zelf geen jas van tweeduizend euro kopen. Waarom zou ik dat dan wel aanbieden aan anderen?”

Verkoop je ook in het buitenland?

“Ik ga nu voor de eerste keer volgende week tijdens de modeweek van Parijs een showroom organiseren waar internationale kopers op afkomen. Dat is superduur, dus ga ik dat combineren met een pop-up waar toevallige passanten ook welkom zijn, in de hoop zo een paar T-shirts te verkopen.”

Je hebt nog in Parijs gewoond. Was dat geen match?

“Ik aardde er totaal niet. De modesector is er veel oppervlakkiger dan hier, toch vijftien jaar geleden toen ik er stage deed bij Givenchy. Ik kwam net van de academie van Antwerpen als 21-jarig meisje, en dat was een cultuurschok. Bovendien bleek Parijs te druk voor mij. Ik heb rust nodig. Nu wonen we in het groen in Sint-Pieters-Woluwe. Mijn atelier heb ik op de eerste verdieping van het automobielbedrijf van mijn vader en mijn twee broers. Daar heb ik meer plaats voor mijn stock. Bovendien zou ik ook nooit thuis kunnen werken, ik zou alleen maar de was en de plas doen. (lacht)”

Je hebt ook twee kinderen. Hoe lukt dat?

“Mijn dochtertje is vijf, mijn zoon tien. Ze zijn niet meer zo jong, dat maakt het haalbaarder. Ik ben nu ook mijn eigen baas. Ik kan mijn uren kiezen. Al blijft het een uitdaging om mijn energie op een bepaald niveau te houden en niet te crashen. De laatste tijd heb ik gevoeld dat ik moet opletten, want het is heel zwaar. Dat is ook eigen aan die modewereld. Ik heb ooit vier jaar gewerkt als assistente van Ann Demeulemeester. Na die job wilde ik echt stoppen met mode, want ik wist het niet meer. Ik had er genoeg van. Toen heb ik negen maanden een adempauze genomen. Ik hoop dat me dat niet meer overkomt, want nu zit ik op mijn plaats. Ik voel het in alles.”

Internationale modefotografen Giel Domen (32) en Kenneth Van de Velde (29): “Vogue opende tienduizenden deuren voor ons”

Klaartje Lambrechts

Het creatieve koppel werkt voor de grootste modebladen en merken zoals Vogue, Harper’s Bazaar, Chanel, Dior, Dolce & Gabbana ... Wat is het geheim van hun succes?

Kenneth: “We zijn heel streng voor onszelf. We streven altijd naar de hoogste afwerking en zijn heel selectief. Soms is dat het lastigste, omdat je jezelf constant afbreekt, maar daardoor blijf je ook evolueren.”

Giel: “We hebben ook altijd heel hard geknokt om onze eigen stijl te bewaren en hebben nooit geluisterd naar mensen die zeiden dat we onze stijl moesten veranderen. Hoe ik die zou omschrijven? We houden van groots, dramatisch, rijkelijk, iconisch, tijdloos, vrouwelijk en conceptueel. Hoe vaak we in het begin niet gehoord
hebben dat we niet commercieel genoeg waren? Maar zodra je bij Vogue terechtkomt en die titel hebt, opent dat gelijk tienduizenden deuren.”

Wat is het zotste wat jullie gedaan hebben?

Giel: “Voor Vogue Arabia hebben we al de exclusieve collectie van Dolce & Gabbana geshoot in de woestijn van Dubai. We hebben toen van de ontwerpers ook een portret gemaakt. De locaties waar je komt, zijn het mafst. Onlangs hadden we een coutureshoot in een kasteel, en normaal lopen daar honderden toeristen rond, maar op zo’n set sta je er moederziel alleen en hoor je een speld vallen. Voor onze eerste Vogue-covershoot logeerden we in een poepchique hotelkamer van 120 vierkante meter. Dan sta je daar als twee Belgische jongens. (lacht) Ook is een van onze foto’s ooit geprojecteerd op de Burj Khalifa in Dubai, het hoogste gebouw ter wereld. Dat vond ik best achieving. We beseffen dat niet iedereen dat meemaakt.”

Kenneth: “De schaal waarop we werken is ook veranderd. Toen we begonnen, waren we met zijn vijven; Giel, ik, een stylist, een make-upartiest en het model. Nu komen we op sets van dertig man.”

Hoe blijven jullie daar nuchter bij?

Kenneth: “We blijven altijd onszelf, dat is onze kracht. Mensen kunnen ons weinig van slag brengen. We zullen niet doodnerveus zijn als we een bekende persoon voor onze lens krijgen. We zijn allemaal mensen en iedereen wil zijn werk goed doen.”

Giel: “Een Vogueshoot klinkt heel chic, en dat is het ook, en er hangen bepaalde verwachtingen aan vast, maar ook dat zijn shoots waar eens iets misloopt. In het begin zat ik snel op mijn paard voor de kleinste dingen, nu kan ik dat beter relativeren. Dat komt met de leeftijd en de ervaring die je opbouwt.”

Kenneth: “De modewereld is ook beenhard. Iedereen is er voortdurend veeleisend en alles draait om het imago. Het gaat er soms oppervlakkig aan toe, en als je gevoelig of emotioneel bent, kan dat je heel snel kraken.”

Giel: “Ik voel dat ook op een ander vlak. Vroeger was ik model, maar ik heb helaas die modellenmaten niet meer. Ik weet hoe extreem belangrijk het is om er goed uit te zien in deze sector. Ondanks de moeilijke uren proberen we een gezonde levensstijl te hanteren.”

Hebben jullie tijd voor een sociaal leven?

Kenneth: “We werken bijna dag en nacht. Zelf merken we dat minder, maar soms kunnen onze stagiaires ons tempo niet aan. Voor ons is dat dan een wake-upcall dat we het misschien iets rustiger aan moeten doen.”

Giel: “Dat is heel dubbel, want ik kom net tot rust door mijn werk. Die grens vinden is moeilijk. We hebben onszelf eens een dag verplichte rust gegeven, en dat duurt dan twee uur. We moeten ons altijd op iets storten. Is het niet met de fotografie, dan zijn we wel aan het verbouwen of een appartement aan het bezichtigen. De weinige tijd die we hebben, maken we ook graag vrij voor onze vrienden.”

Jullie zijn een koppel en werken voor magazines in onder meer China, de Verenigde Arabische Emiraten en Rusland. Niet meteen landen die bekendstaan voor hun holebirechten.

Giel: “Veel mensen die daar in de modewereld werken, komen uit het buitenland om die magazines op te richten. Het gaat er best westers aan toe. Bovendien zijn we heel professioneel en gaan we elkaar niet staan aflikken op een set. We lopen er niet mee te koop.”

Hoe ver reiken jullie ambities nog?

Giel: “Heel ver. Onze dromen stoppen nooit. Vogue Paris, Vogue USA … Al zijn de budgetten van magazines niet heel groot. Commercieel zijn campagnes en advertorials voor merken interessanter en dat is ook een van onze doelen. Al is geld absoluut niet onze drijfveer. In eerste instantie willen we heel mooi werk maken, of dat nu voor een bekend of minder bekend merk is. De ambitie is om een bepaalde erkenning te krijgen.”

Kenneth: “We hoeven er niet rijk van te worden. Zodra je gaat focussen op geld, ga je dingen doen die je liever niet wil en raak je verbitterd en gefrustreerd.”

Giel: “We hebben al een paar heel ambitieuze mensen zien vallen. Ze proeven een beetje van het geld en ze veranderen. Wij proberen ons daarvoor te behoeden. Het leuke is dat ik Kenneth ontmoet heb vóór onze carrière. Hij was toen zoekende, ik een beginnende fotograaf. We hebben elkaar als mens leren kennen.”

Kenneth: “Giel en ik zijn er voor elkaar. Dat is onze allergrootste kracht.”




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.