Zeven mythes en feiten over borstvoeding

thinkstock
Iedereen wil haar kleine spruit de best mogelijke start in het leven geven. Daarom kiezen heel wat ouders voor borstvoeding: een onderwerp waar meer en meer over gesproken kan worden. Toch bestaan er nog steeds enkele mythes over borstvoeding. Neem hier een kijkje om te weten te komen of jij feiten en fabels goed scheidt.

Mythe: Jonge moeders maken niet genoeg melk aan
Kersverse mama's maken zich vaak zorgen wanneer ze na de geboorte van hun kleintje amper melk produceren en er enkel een erg dikke papachtige substantie uit hun tepels ontsnapt. Toch blijkt dat de normale gang van de natuur: pasgeboren baby's hebben in de eerste paar dagen van hun leven niet meer dan twee koffielepels melk per keer nodig.

Mythe: Borstvoeding geven is beter voor IQ en het gewicht van de baby
Over de voordelen van borstvoeding doen heel wat verhalen de ronde: zo zou de melk ervoor zorgen dat je baby sneller aandikt en zou het een positief effect hebben op de hersenen. Ook dit blijkt een mythe te zijn: uit een grootschalige studie die werd uitgevoerd in 2014 blijkt dat er nauwelijks een verschil is qua lichaamsgewicht tussen kinderen die borstvoeding of flessenvoeding krijgen. Wel heeft moedermelk een ander voordeel: het bevat meer antistoffen die de baby beschermen tegen besmetting.

Feit: Moeders verliezen sneller hun zwangerschapskilo's door borstvoeding te geven
Mama's die hun kind aan de borst leggen verbranden per dag 300 tot 500 calorieën meer dan moeders die kiezen voor flessenvoeding. Het zou er bovendien ook voor zorgen dat de baarmoeder sneller inkrimpt tot de originele grootte van voor de bevalling dankzij hormonen die vrijkomen tijdens de borstvoedingssessie.

Feit: Het is normaal om moeilijkheden te ondervinden
Uit onderzoek blijkt dat 90 procent van de moeders die borstvoeding geven, regelmatig moeilijkheden ondervinden. Er komt dan ook heel wat kijken bij het voeden van je kleintje: je moet (zoals hierboven vermeld) melk produceren maar ook je kindje moet een zuigreflex hebben en je borsten moeten de productie en pijn aankunnen. Algemeen wordt aangeraden om over je ervaringen te praten met een dokter of vroedvrouw.

thinkstock

Mythe: Na een borstoperatie kan je niet meer kiezen voor borstvoeding
Vrouwen die voor hun bevalling gekozen hebben voor borstimplantaten, kunnen meestal hun kind nog aan de borst leggen. Borstvergrotingen of andere operaties worden vaak aan de onderzijde van de borst uitgevoerd, waardoor de melkproductie niet in het gedrang komt. Borstverkleiningen kunnen dan weer wat problemen opleveren omdat de zenuwen rond de tepel meestal ingekort worden. Ook dan wordt er nog steeds aangeraden om borstvoeding zeker te proberen.

Mythe: Het maakt je borsten slap
Een reden waarom veel vrouwen geen borstvoeding geven (of eerder stoppen dan gepland) is omdat ze denken dat het het uiterlijk van hun borsten zal veranderen. Toch blijkt vooral het aantal zwangerschappen een invloed te hebben op het borstweefsel en niet zozeer borstvoeding. Bovendien is het een natuurlijk fenomeen dat borsten bij het ouder worden wat slapper en minder stevig worden.

Feit: Het is belangrijk om genoeg te drinken
Niet genoeg water drinken kan zeker invloed hebben op de hoeveelheid melk die je aanmaakt, dat is waarom het belangrijk is om gehydrateerd te blijven. Drink genoeg water, maar overdrijf ook niet. Beoordeel daarvoor je hydratatieniveau door je urinekleur: lichtgeel betekent dat je genoeg drinkt, donker betekent dat je meer moet consumeren.