Vijf procent Belgen slachtoffer van huiselijk geweld

Wellicht ligt het aantal gevallen van huiselijk geweld nog veel hoger.
THINKSTOCK Wellicht ligt het aantal gevallen van huiselijk geweld nog veel hoger.
Vijf procent van de Belgen was al het slachtoffer van huiselijk geweld. Dat blijkt uit de Gezondheidsenquête 2013 van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV). Uit diezelfde rondvraag blijkt dat we minder roken in huis maar dat onze kennis over de overdracht van hiv en aids erop achteruitgaat. Het WIV heeft vandaag het rapport "leefomgeving" en "preventie", het vierde en vijfde luik, gepubliceerd.

Het WIV peilde op vraag van de federale en gewestelijke Gezondheidsministers in 2013 naar de gezondheidsbevindingen bij 11.000 burgers.

Het vierde rapport onderzocht de gevolgen van de leefomgeving op de lichamelijke en geestelijk gezondheid. Een kwart van de mensen gaf aan dat ze met minstens een ernstig probleem in hun woonomgeving kampen. Het gaat dan meestal om geur-, lawaai- of verkeershinder. Niet verwonderlijk zijn het vooral mensen in stedelijk gebied die meer over deze problemen klagen dan in halfstedelijk of landelijk gebied.

Een meer direct gevolg op de gezondheid is huiselijk geweld. Vijf procent van de ondervraagden was hier reeds het slachtoffer van. Dit cijfer ligt hoger dan de drie procent in 2004. Volgens Stefaan Demarest, projectleider van de Gezondheidsenquête, is het cijfer meer dan waarschijnlijk een onderschatting, omdat niet iedereen huiselijk geweld meldt, al is het thema meer bespreekbaar geworden. "De oorzaak voor de stijging van het huiselijk geweld is tweeërlei: of er zijn effectief meer daden van huiselijk geweld, of mensen communiceren er meer over omdat ze mondiger zijn geworden door de vele sensibiliseringscampagnes", zegt Demarest.

Met het rookgedrag van de Belg is het beter gesteld. In 23 procent van de huishoudens wordt nog binnen gerookt, maar dat ligt al een pak lager dan 31 procent in 2004 en 27 procent in 2008.

"Normalisering van hiv"

De Gezondheidsenquête peilde ook naar gezondheidspreventie. Opvallend: onze kennis over hiv en aids gaat erop achteruit, en dan vooral bij de ondervraagden jonger dan 40. Meer dan zes op de tien (63 procent) heeft minstens één verkeerd idee over hiv-overdracht. Zo denkt 44 procent dat bloedgeven tot hiv-besmetting kan leiden. Meer dan de helft (52 procent) denkt dat als de partner gezond lijkt, dit beschermt tegen hiv.

Demarest ziet een "normalisering van hiv". Iets minder dan acht op de tien (78 procent) weet dat hiv een ernstige ziekte is. In 2004 lag dit nog op 83 procent. "Er is tegenwoordig minder aandacht voor de ziekte. Bovendien berichten de media regelmatig over geruststellende medicijnen waardoor de aandacht voor hiv vermindert."

De Gezondheidsenquête 2013 leert Demarest dat sociale ongelijkheid in de gezondheidszorg nog verre van weggewerkt is. "De sociale gradiënt komt altijd terug". Zowel in de leefomgeving als in de gezondheidspreventie is het verschil tussen hoger- en lageropgeleiden significant, besluit Demarest.