Exclusief voor abonnees

Marnix Peeters eert zijn vrouw: “Zij is mijn bestemming en ik tot mijn verbazing de hare”

Nieuwe column: Elle ma belle

Kristof Ghyselinck, Getty Images, NINA
Elke week eert een bekende man een vrouw, of meer dan één als hij dat wil. Deze keer is het de beurt aan schrijver en columnist Marnix Peeters. 

Toen ik mijn vrouw leerde kennen was zij een beetje een juffer. Ze had een salariswagen met twee deuren, ze at elke avond op restaurant en ze had lange, gelakte nagels. Toen zij voor het eerst naar de Oostkantons kwam, waar ik toen al woonde, was ze langs de A.S. Adventure gereden en had daar allerlei dingen gekocht waar zij van dacht dat ze bij de wilde natuur hoorden: thermische kousen, een berenmuts, warmtepads voor in je handschoenen en van die kolossale, met vals bont afgezette sneeuwlaarzen waar ze in de Oostkantons van zeggen: daar, weer zo’n juffer uit de stad.

Ik herinner het me niet echt scherp, maar ik vermoed dat ik toen dacht: dit wordt niks.

In die eerste week, het was in januari, werd het min negentien. Het huis kraakte en buiten zag alles lichtblauw. Wij zaten in de kleine keuken omdat het in alle andere kamers vroor. We konden het voortreffelijk met elkaar vinden, maar wellicht vroeg ik me nu en dan toch af wat ik daar met zo’n vrouw met lange gelakte nagels zat te doen. Ik herinner het me niet echt scherp, maar ik ken mezelf.

Zij was al geruime tijd niet meer in een bos geweest. Dat verbaasde mij – ik kan me niet voorstellen dat iemand een bosloos leven leidt. In een bos kom je namelijk van alles tegen, in de eerste plaats jezelf. Je hebt er, los van nu en dan een vos, of een ree, geen afleiding, en dat is goed voor de ziel. Er kijkt ook nooit iemand naar wat je draagt of hoe je bent – een bos is zo’n beetje het tegengestelde van een salariswagen met twee deuren. En van met vals bont afgezette sneeuwlaarzen, die zij niettemin met veel zwier en bekoorlijkheid droeg.

Ik dacht nog vaak dat het niks zou worden, althans: dat vermoed ik. Bijzaken hoeven niet per se herinnerd te worden.

Enkele maanden later trouwden we. Tegen mijn vrienden zei ik dat het weleens tijd werd – ik was 49 – maar dat had er niets mee te maken. Het was gewoon heel snel duidelijk geworden dat zij mijn bestemming was, en ik tot mijn verbazing de hare, en dat elk verder gepalaver overbodig zou zijn.

Pas écht leerde ik haar kennen toen anderhalf jaar geleden mijn moeder de trappen naar de dood begon af te gaan, zij had alzheimer en haar tijd was op. In de twee maanden die zij langzaam krimpend in het ziekenhuis doorbracht, zette mijn vrouw haar werk op pauze en ging zij elke keer met mij mee. De verpleegsters vonden dat
opmerkelijk – ‘Ge ziet zelden zó’n band’, zeiden ze – maar voor ons was dat intussen een evidentie geworden, een onaanvechtbare realiteit.

Die zit ’m in nog een duizendtal andere dingen, die onopsombaar zijn, maar die altijd met toewijding, geduld, slimheid, overgave, oprechtheid, nuchterheid en liefde te maken hebben.

Ik hoop altijd maar dat ik voor haar een even goede man ben.




Reacties

Alle reacties zijn welkom zolang ze voldoen aan de do's en don'ts die je hier kan terugvinden: gedragsregels. Elke dag ontvangen wij duizenden reacties, het kan enkele uren duren voor jouw reactie wordt geplaatst. Wordt jouw reactie afgekeurd dan werd er geoordeeld dat deze onze gedragsregels schendt.