"Gaydar" om holebi's te identificeren bestaat niet

thinkstock
De zogenaamde "gaydar", een intuïtief gevoel waarmee sommigen zouden kunnen aanvoelen of iemand al dan niet homoseksueel is, bestaat niet. Een studie uit 2008 beweert dat je seksuele geaardheid van anderen kan voorspellen op basis van hun voorkomen. Een nieuw onderzoek spreek dit tegen. Wetenschappers noemen de "gaydar" stereotyperend, en vrezen dat de term tot verkeerde beeldvorming kan leiden.

Mensen die beweren over een "gaydar" ("gay" + "radar") te beschikken, zouden intuïtief kunnen aanvoelen of een bepaald persoon hetero- of homoseksueel is, enkel door een foto van die man of vrouw te bekijken. De term "gaydar" werd ingevoerd door een studie uit 2008 die concludeerde dat sommige mensen uit een reeks foto's makkelijker de homo's en lesbiennies kunnen uitpikken. De term is intussen ook in de volksmond geïntroduceerd.

Wetenschappers wijzen dat onderzoek uit 2008 nu met de vinger, en assistent-professor psychologie William Cox van de Amerikaanse universiteit van Wisconsin-Madison nam de studie uit 2008 opnieuw onder de loep. Hij ontdekte in de eerste plaats een kwaliteitsverschil in de foto's die voor het onderzoek gebruikt werden, wat het resultaat van de studie beïnvloed zou kunnen hebben.

Het cliché van roze t-shirten
Cox argumenteert daarnaast dat het percentage holebi's in verhouding nog altijd lager ligt dan het aantal heteroseksuelen. Hierdoor zullen mensen met een zogenaamde "gaydar" er toch nog vaak naast zitten. "Stel je even puur hypothetisch voor dat 100% van de homomannen altijd een roze t-shirt draagt, en 10% van de heteromannen ook," legt Cox uit. "In verhouding dragen er dan nog altijd meer heteromannen een roze t-shirt. Wie pakweg een roze t-shirt als maatstaf gebruikt om een homoseksuele man eruit te pikken, zal er 60% van de tijd er nog altijd naast zitten."

De "gaydar" en stereotypen
Cox onderzocht verder hoe het concept "gaydar" stereotyperend kan werken door een groep testpersonen op te delen in drie groepen. Aan groep 1 vertelde hij dat de "gaydar" echt bestaat, groep 2 vertelde hij dat de "gaydar" stereotyperend werkt, en in groep 3 liet hij helemaal niet vallen over de "gaydar". "De groep die we deden geloven dat de "gaydar" echt bestaat, dacht veel meer in stereotypen dan de andere twee groepen. Ze gingen ervan uit dat je holebi's kan identificeren op basis van stereotypen zoals 'hij houdt van winkelen'. Als je mensen zegt dat ze een "gaydar" hebben, geef je hen een vrijgeleide om in stereotypes te denken," zegt Cox.

Hij hoopt met dit experiment de mythe van de gaydar de wereld uit te helpen, en zegt dat het concept meer schade aanricht dan mensen beseffen. "Herkennen wanneer je in stereotypes denkt is een eerste stap om ervan af te geraken," besluit Cox.

Als je mensen zegt dat ze een "gaydar" hebben, geef je hen een vrijgeleide om in stereotypes te denken

assistent-professor psychologie William Cox