Exclusief voor abonnees

“Dankzij de muziek heb ik altijd mooiere vrouwen gehad dan ik verdien”, Ertebrekers, Tourist LeMC en Eefje de Visser nu in NINA

Ertebrekers
Alexander Popelier Ertebrekers
Of het nu in exotisch West-Vlaams, met Antwerpse of Nederlandse tongval is: de liefde wordt volop bezongen, in onze moedertaal. Luister maar naar Ertebrekers, Tourist LeMC en Eefje de Visser. Deze nieuwe barden vallen in de smaak. Hun ziel ligt in hun muziek. Hun hart op de tong.

Tourist LeMC (35): “Ik denk dat mijn Antwerps overal goed verstaanbaar is, toch? Of is dat Antwerpse arrogantie?”

Alexander Popelier

We kennen Johannes Faes als Tourist LeMC. De Antwerpse stadstroubadour over l’amour: “Verliefdheid? Heel leuk. Maar het is een crisissituatie.”

Als prille tiener schreef ik nummers in het Engels en Frans. Maar ik moest al gauw toegeven dat mijn vocabulaire te ontoereikend was om mooie volwaardige teksten te maken. Vrij snel stapte ik over op het Nederlands, of meer bepaald: op mijn eigen taal. Een ‘zoveelste generatie Antwerps’. Dat is niet meer het Antwerps van mijn grootmoeder, zelfs niet van mijn ouders. Hoe ik spreek? Zo zet ik het op papier. Ik denk dat mijn Antwerps overal goed verstaanbaar is, toch? Of is dat Antwerpse arrogantie? (lachje)”

Je vult grote concertzalen, je zetelt dit jaar voor het eerst in de jury van The Voice: je carrière boomt. Hoe heeft het jou veranderd?

“Als mens? Weinig. Ik denk gewoon dat ik op het goede moment met de juiste muziek naar buiten gekomen ben. Er zijn véél goede artiesten, maar opgepikt worden door de radio en omarmd worden door de Vlaming? Daar heb je chance voor nodig. En die heb ik gehad. Zelf luisterde ik altijd al naar Nederlandstalige muziek. Raymond van het Groenewoud, John Lundström, Herman van Veen. In je eigen taal gebruik je woorden – een ‘tierlantijn’ bijvoorbeeld – die herkenbaar zijn. En vaak nostalgie opwekken.”

Maar is het de beste taal om de liefde te bezingen? Het Frans lijkt mij een stevige concurrent.

“Ik snap wat je bedoelt. Je moet daar als songwriter je eigen weg in vinden. Want je kan onmogelijk in het Vlaams wat zo mooi in de Franse taal kan. En het Engels? Die taal heeft een patent op de grootste liefdessongs, hè. Dat niveau kan je nooit halen in onze eigen taal. Dus als ik rap over de liefde, probeer ik het vooral op mijn eigen manier – lees: het moet er allemaal niet te dik op liggen – over te brengen.”

Heb je een ultiem liefdeslied?

“Er zijn er zoveel. Ik heb net nog in de auto Rihanna’s Love on the Brain gehoord. Heel intens en krachtig. For Your Precious Love van Otis Redding was dan weer de openingsdans op mijn huwelijk.”

Je bent getrouwd met je buurmeisje Marta. Vertel eens.

“Als twintiger woonde ik een tijdje bij mijn grootmoeder in de wijk Seefhoek. Marta woonde twee huizen verder. Mijn grootmoeder zong toen altijd zo’n oud Antwerps volkslieke voor ons. As ge wilt vrijen en zij staat u aan, lot oe ni verleiden of ge hangt eraan. En trouwde zo’n maske zegt nooit z’is van mij, of het moet er een schoontje van ’t kantje zijn. Als in: ‘Zoek het niet te ver, joenge.’ (lacht)”

Verliefdheid lijkt me een dankbare emotie voor een songwriter. Juist?

“Verliefdheid staat naar mijn gevoel los van liefde. In mijn opleiding – ik ben hulpverlener – kreeg ik altijd te horen dat verliefdheid een soort ‘crisismoment’ is, waar je best zo snel mogelijk van af bent. Pas op, dat is heel leuk om te voelen, hè. Maar je kan niet meer eten. Niet meer slapen. Niet meer denken. Een ‘crisismoment’ dus. (lacht) Als je die fase voorbij bent, beland je in een liefdevolle relatie – met veel respect voor elkaar. En dat heb ik met Marta voor de eerste keer in mijn leven. Die verliefdheid blijft ergens hangen, maar op een dieper niveau. Dát is de liefde waarover ik graag zing. Evengoed zing ik over de diepste, meest onvoorwaardelijke liefde die er is: die tussen vader of moeder en kind.”

Je bent papa van twee zoontjes – van vier en anderhalf jaar. Overstijgt het alle liefde die je tot dan toe kende?

“Dat is inderdaad van een andere dimensie. Liefde voor je kinderen: dat overkomt je. Voor je partner kies je: dat is een liefde uit keuze. En die kan heel sterk zijn. Maar met een kind? Die liefdesband ís er. Heel primair. En supermooi om mee te maken.”

Zitten er persoonlijke pijntjes in je nummers? In We begrijpen mekaar gaat het over iemand die je voor altijd kwijt bent.

“Het moet altijd wel érgens vandaan komen. Anders is het naar mijn gevoel te oppervlakkig. Ik moet een stukje van mijn ziel in elk nummer steken. Daarom schrijf ik geen liekes aan de lopende band. Anders eindig ik nog als een zielloze, lege mens. Maar inspiratie is iets ongrijpbaars. Ik probeer het te forceren, te creëren. Maar de momenten dat het echt zo borrelt? Die kom ik niet elke dag tegen.”

Is Marta een klankbord?

“Zeker en vast. Als zij een nummer meteen écht goed vindt, ben ik gerust. Als ze zegt ‘Ja, ça va, het is wel oké’, weet ik dat er nog werk aan is. (lachje) Ze verwacht niet heel nadrukkelijk dat ik over haar schrijf, maar ik verwijs in mijn teksten toch regelmatig naar haar, hoor. Zoals in Liefde liefde en Muziek van het hart.”

Waarom is zij de vrouw van je leven?

“Het was toch een beetje op het eerste gezicht. Zodra ik haar zag, begon er iets te branden in mij. We hebben
elkaar op het gemak leren kennen. Het was bij haar de eerste keer dat ik voelde: ah, oké, dit kan serieus worden, ik kan zo echt eens een relatie beginnen, of zo. (grijnst) Ze is heel integer, heel intelligent en mijn tegenpool op veel vlakken.”

Geloof jij in ‘voor eeuwig en altijd’?

“Erin geloven is een groot woord, maar ik wil er zeker voor vechten. En er moeite voor doen. Ik besef dat je in bepaalde periodes extra energie in je relatie moet steken. En ik ben alleszins niet van plan om het níét als oneindig te zien. (denkt na) Ik denk dat mensen er soms nogal vrijblijvend mee omgaan. Of het te gemakkelijk opgeven. We zitten nu eenmaal in een consumptiemaatschappij. Je hebt een winkel met vijftig zakken chips en je kan elke dag een andere proeven als je wil. Dat heb je tegenwoordig ook in de liefde. Je hebt Tinder en al de rest online – er is keuze zat. Je wordt zot gemaakt. Als je je in deze tijd niet durft te focussen, als je je niet durft te engageren voor één iemand? Dan blijf je openstaan voor andere opties. En dan geef je eeuwige liefde zelfs geen kans.”

Amen to that. Merci, Johannes.

Eefje de Visser (34): “Ik vind het belangrijk dat er ook geschreven wordt over de ingewikkelde kant van de liefde. In elke relatie kom je moeilijke jaren tegen”

Alexander Popelier

Nachtegaal uit Nederland, verhuisde naar een warm nest in Gent – in the name of love. “Mijn liefdesleven is mijn inspiratie.”

Ik hoor het graag, als mensen zeggen dat ze niet elk woord verstaan, als ik zing. Zo heb ik het ook bedoeld. In eerste instantie moet het een muzikale beleving zijn. Ik wil dat je meegevoerd wordt door de sound. Dat dát jou eerst lokt, en dat die extra dimensie met taal pas daarna komt. Bij Nederlandstalige muziek is het vaak andersom: het draait rond je tekst, je moet een boodschap hebben. En ar-ti-cu-le-ren. (lachje) Voor mij mag het allemaal wat abstracter. Zoals Engelstalige teksten kunnen binnenkomen – zonder dat het er vingerdik op ligt. Op zich hóéf je de taal niet te verstaan. Ik voel heel goed waarover Laura Pausini het heeft, bijvoorbeeld. Ik versta geen letter Italiaans, maar het is duidelijk dat haar hart gebroken is. Er zit zóveel emotie en magie in de melodie. Alles ontstaat bij mij vanuit muziek. Nooit vanuit tekst.”

Waarom kies je dan per se voor het Nederlands?

“Ik wilde aanvankelijk in het Engels liedjes schrijven, maar ik vond mezelf te beperkt. Ik vond mezelf geen goede tekstschrijver. Voor een afstudeerproject van een vriendin schreef ik op een bepaald moment enkele nummers in het Nederlands en ik voelde meteen dat ik daar een soort fantasie in kwijt kon. Dat ik beeldend kon schrijven op een manier die niet lukte in het Engels. Ik heb er daarna nog lang over gedaan om een Nederlands te
vinden dat bij me past.”

En dat is?

“Nou, het mag vooral niet te ‘tuttig’ zijn. (lachje)”

Je woont al enkele jaren in Gent. Hoe komt dat?

“Door Pieterjan, mijn Belgische lief. (lacht) Ik heb hem vijf jaar geleden leren kennen. Hij zit ook in de muziekwereld – hij is producer, mixer en geluidsman – en mijn laatste plaat hebben we samen gemaakt. We hebben thuis een studio. Ik woon graag in Vlaanderen. Ik heb de indruk dat jullie iets socialer zijn. Jullie genieten samen van lekker eten, van aperitieven. Dat is nieuw voor me. Natuurlijk hou ik ook nog van Nederland. Maar ik ben hier toch iets rustiger geworden, en dat vind ik wel fijn.”

Intussen zijn jullie getrouwd …

“Ja! Hij heeft me ten huwelijk gevraagd op de Gentse Feesten. ’s Nachts. Ergens backstage, na een optreden. We waren allebei een beetje dronken. (lacht) In eerste instantie heb ik zelfs nee gezegd. Of iets als ‘vraag het nog maar eens als je nuchter bent’. Ik dacht dat hij een grapje maakte. Maar de volgende dag vroeg hij het dus opnieuw. Nou dan, waarom niet? Ik vind trouwen wel cool.”

Er wordt ook weer vaker getrouwd, denk ik.

“Ja, omdat jongeren weer het gevoel hebben dat ze er helemaal zélf voor kiezen. En niet omdat ‘het moet’, vanuit de traditie. De romantiek is terug, los van alles wat de familie mogelijk verwacht.”

Welk nummer hebben jullie als openingsdans gekozen?

“Right Down the Line van Gerry Rafferty. Een van de eerste keren dat ik bij Pieterjan was, legde hij die plaat op. Ik vroeg al bij de eerste tonen: ‘Oh, wat is dit? Superprachtig.’ Het is niet zo bekend, maar we zijn er allebei wég van.”

Heb je nog een ander favoriet liefdeslied?

“Te veel om op te noemen. Maar Into My Arms van Nick Cave vind ik prachtig. En ook Running Up That Hill van Kate Bush. Dat nummer gaat over het idee dat ze een deal met God wil sluiten: als een man en vrouw van gedaante konden wisselen, zouden ze elkaar beter begrijpen. Omdat we zo totaal andere wezens zijn, is het moeilijk om relaties vol te houden. Als we ons in elkaar konden verplaatsen, zouden we de liefde beter aankunnen. Ik vind het belangrijk dat er ook geschreven wordt over de ingewikkelde kant van de liefde. In elke relatie kom je moeilijke jaren tegen: dat moet ook bezongen worden. Omdat het erbij hoort.”

Werkt muziek voor jou als therapie tegen hartzeer?

“(knikt) Absoluut. Ik heb muziek zo hard nodig om de dingen een plek te geven. Luisteren naar muziek – en vooral ook het maken van muziek – doet me ordenen wat er in me omgaat. In tijden dat ik echt héél verdrietig ben, na een misgelopen relatie, zet ik eerst vrolijke muziek op. Om niet nog dieper weg te zakken. (zingt) ‘Take your mama out all night’ van the Scissor Sisters, ken je dat? Of de Bee Gees, zo lekker luchtig. (lacht) In een volgende fase, als het verdriet iets minder hard snijdt, ga ik op een mooie manier naar verdrietige muziek luisteren.”

In je nieuwste single Oh zing je: ‘Oh, maar m’n hart bloedt, schatje. Ik beweeg naar je toe. Maar je blijft waar je bent.’ Autobiografisch?

“Zeker. In een relatie heb je nu eenmaal behoefte aan alleenzijn én aan samenzijn. Er zijn ook momenten waarop je elkaar even kwijt bent, dat je eenzaamheid in je relatie ervaart. Oh is geschreven tijdens zo’n momentopname. Het wil niet zeggen dat ik me in het algemeen eenzaam voel in mijn relatie met Pieterjan. Integendeel. Gelukkig maar. (lachje)”

Is je liefdesleven een rode draad door elke plaat?

“Het is alleszins een hele grote bron van inspiratie. In Staan zing ik bijvoorbeeld: ‘Waar zijn we beland, ik wilde dat je het vroeg, of laat maar, misschien is het inmiddels te laat.’ Dat nummer gaat over het moment waarop ik een oude relatie wil afsluiten. Het is die tussenfase, waarin je nog twijfels hebt: herbeginnen we, of niet? Die hele plaat – Nachtlicht – heb ik geschreven toen ik vrijgezel was en op date ging. Ook de eerste ontmoeting met Pieterjan staat op dat album. De single Bitterzoet, op mijn nieuwe album, schreef ik toen Pieterjan en ik elkaar nét leerden kennen. Als alles nog nieuw is. En spannend. Waardoor je ook een soort dreiging voelt. Je zit samen op een roze wolk, maar er hangt ook angst in de lucht. Je houdt je hart al vast. Omdat je weet, van vorige relaties, hoe kwetsbaar je je weer moet opstellen. En hoe je door de roes van verliefdheid een onrealistisch beeld kan hebben van de toekomst.”

En Pieterjan weet dan: dat gaat hier over mij.

“Hij reageert er grappig genoeg nooit op. (lacht) Maar het is nooit negatief, hè. Soms zit er een randje van verdriet aan, soms zing ik over het gerommel in mijn hoofd, maar Pieterjan hoort toch vooral veel toewijding – hoop ik. Want eigenlijk zeg ik telkens opnieuw: ik wil gewoon héél erg graag verbonden zijn met je.”

En dat doe je heel mooi. Dank, Eefje.

Flip Kowlier (43), Jeffrey Jefferson (34) & Peter Lesage (45) vormen samen Ertebrekers. “Of wij zelf hartenbrekers zijn? Allang niet meer.”

Alexander Popelier

De charme van zingen in het Nederlands? De directheid. Als je je kan uitdrukken in je eigen taal, kom je er het snelst. Toen ik jong was, schreef ik in het Engels. Zodra ik in mijn moedertaal begon, had ik zoveel meer te vertellen.”

Jeffrey: “Dat herken ik, Flip. Je kan in het Nederlands makkelijker je eigen persoonlijkheid in een nummer leggen.”

Peter: “En je maakt sneller een connectie met je publiek. Omdat de mensen herkennen wat je vertelt. Al is dat in het West-Vlaams niet altijd eenvoudig, hè?”

Je haalt me de woorden uit de mond. Al hoef ik niet elke zin te verstaan om het nummer te begrijpen.

Flip: “Ooit traden we op in het cultureel centrum van Blankenberge. Dat zat natuurlijk vol Antwerpenaars. Na het eerste nummer hoorde ik een vrouw in het publiek zeggen: ‘Doar hemmek na ’ns niks van verstaon, sé.’ (lacht) Ik vind ons dialect de nummers net dat randje geven. Qua klank vind ik het dankbaarder dan clean Nederlands. Het West-Vlaams heeft iets exotisch. We creëren voor de West-Vlamingen ook een soort eenheidsgevoel. Want wij voelen ons toch altijd een klein beetje achteruitgestoken, hè. (grijnst)”

Wie van jullie drieën is de grootste ertebreker?

Peter: “In een vorig leven heb ik wel wat harten gebroken, vrees ik, maar dat is toch al meer dan dertien jaar geleden.”

Flip: “Ik heb harten gebroken – niet zoveel, hoor – maar mijn hart is evengoed serieus gebroken geweest.”

Jeffrey: “Ik denk dat we ons stoerder voordoen dan we zijn. De naam ‘Ertebrekers’ is toevallig ontstaan.”

Peter: “We hadden een van onze eerste nummers geschreven – een tearjerker – en wilden een Nederlandse titel. Flip zei: ‘Ertebreker?’ Schoon woord, vonden we. En daar was de groepsnaam.”

In geval van liefdesverdriet: heeft muziek schrijven dan een helende werking?

Jeffrey: “Als ik me slecht voel, vind ik het moeilijk om muziek te schrijven. Ik leg dan eerder een plaat van
iemand anders op – zoals Hedonism van Skunk Anansie. Dat draai ik dan dertig keer op één dag.”

Flip: “Ik vind ook troost in andermans muziek. Soms kan dat uplifting zijn. Soms zet ik opzettelijk nummers op die me naar beneden halen. Om me nog eens extra te wentelen.”

Jeffrey: “En te genieten van het ‘drama’.”

Jullie album Otel telt met Verliefd, Ik loate los en In theorie wel wat liefdesnummers. Zijn die allemaal persoonlijk?

Peter: “Die nummers worden door ieder van ons apart geïnterpreteerd. Maar héél persoonlijk? Dat zijn ze niet. Tenzij een van jullie ooit écht Eva Mendes ontmoet heeft en wilde versieren?”

Jeffrey: “Helaas niet. (lachje) Maar Ik loate los is wel een nummer over mijn ex-lief. Flip heeft daar toen een rap bijgeschreven en die ging over een gelijkaardige situatie uit zijn leven.”

Wat is jullie favoriete liefdeslied?

Jeffrey: “Ik heb er wel eentje. Maar ik wilde het geheimhouden tot op mijn trouw. (twijfelt) I Have Nothing van Whitney Houston. Uit de film The Bodyguard. (neuriet het refrein) Zó goed. Ik denk niet dat er veel mannen dit durven te kiezen.”

Peter: “Voor mij is het Let’s Stay Together van Al Green. Dat is je liefde verklaren voor de rest van je leven. Vind ik heel mooi.”

Flip: “Ik kom altijd uit bij van die foute hardrocknummers uit mijn jeugd. Zoals Still Loving You van de Scorpions. Ik hou wel van dat bombastische, overdreven drama.”

Hoe rock-’n-roll is jullie leven?

Peter: “Allesbehalve. (lacht) We hebben heel saaie riders – met fruit, gezonde drankjes, rauwe groenten en nootjes. Flip en ik hebben vroeger een andere, wildere tijd meegemaakt. Maar vandaag hebben we allebei een gezin. En zijn we bang dat onze kinders zo zullen worden zoals wij. (lacht) Ik ben vooral minder zoekend. Ik heb rust in mijn hoofd. Ook in de liefde. Als je een vaste relatie hebt en die gaat goed? Dan ga je niet zeggen: kom, ik ga nog eens jagen.”

Flip: “Na een optreden denk ik: ‘Dat was tof, laten we nu naar huis gaan. Misschien kan ik nog wat Netflix kijken.’ In rook en lawaai gaan staan achteraf? Dat interesseert me niet meer. Hoe zeg je dat? De joy of missing out? Dat gaat over mij.”

Jeffrey: “Vier jaar geleden, bij het begin van Ertebrekers, kwam ik vaak op repetities aan met een kater, terwijl zij
tweetjes er fris uitzagen. Onder invloed van deze ‘oudere’
mannen ben ik me beter gaan gedragen. (lachje)”

Werkt een podium erotiserend?

Peter: “Dat zou je eigenlijk aan de meisjes moeten vragen.”

Flip: “Of aan mij. (lacht) Natuurlijk! Ik heb altijd mooiere vrouwen gehad dan ik verdien. Echt. Ik heb het gevoel dat ik boven mijn league gespeeld heb sedert ik muziek maak. Maar oneerbare voorstellen? Die kan ik op één hand tellen. Je merkt het aan andere dingen. De blikken van bepaalde vrouwen in het publiek laten weinig aan
de verbeelding over. Soms denk ik zelfs: madam, uwe vent staat naast u, hè.”

Wie haalde ooit zijn gitaar tevoorschijn om een meisjeshart te veroveren? 

Jeffrey: “Mijn huidige lief kende mijn
muziek totaal niet, maar zodra ze naar onze optredens kwam, was ze verkocht. Maar voor haar alleen zingen? Ik zou in de lach schieten. Niet in haar ogen durven te kijken. Ik heb recent een liedje voor haar geschreven. ‘Ik zal het eens doorsturen’, beloofde ik. Ik heb het nog altijd niet gedaan.”

Wanneer waren jullie voor het eerst verliefd?

Flip: “In de kleuterschool. Op Barbara. Een andere jongen was ook verliefd op haar. We hebben om haar gevochten, ik heb verloren. Het zit ver in mijn hegeuhen (geheugen, red.) maar ik ben het nooit vergeten.”

Peter: “Ik was verliefd op een meisje in de notenleer. Op een dag gingen we een musical spelen: zij kreeg de rol van koningin, ik was de koning. Dat versterkte mijn gevoel enórm. In die musical waren we een ‘koppel’, in het echt was er natuurlijk niks. Heel verwarrend voor een jongen van tien. (lacht)” 

Jeffrey: “Ik herinner me mijn eerste kus. Dat was op voorhand afgesproken: ‘Volgende week, woensdagmiddag, in de struiken langs het kanaal in Izegem.’ Ik vond vooral dat het te lang duurde. Tien minuten, zeg. Terwijl ik bezig was, dacht ik: shit, wanneer mag ik stoppen? Ik durfde ook niet meteen zó te doen achteraf. (veegt ostentatief zijn mond af) Dat kussen is evenwel verbeterd met de jaren.”

Schrijf daar vooral een nummer over. Bedankt, Ertebrekers. 




Reacties

Alle reacties zijn welkom zolang ze voldoen aan de do's en don'ts die je hier kan terugvinden: gedragsregels. Elke dag ontvangen wij duizenden reacties, het kan enkele uren duren voor jouw reactie wordt geplaatst. Wordt jouw reactie afgekeurd dan werd er geoordeeld dat deze onze gedragsregels schendt.