Word je doodsbang van een onbekend telefoonnummer? Je bent niet alleen

Thinkstock
Woody Allen heeft er last van. Helen Mirren heeft er last van. Wat zeggen we, 94% van de kantoormedewerkers heeft er last van: telefoonangst. Dat schrijft Knack. Hoe komt dit toch, zijn we onzeker? Zijn we het verleerd met alle nieuwe communicatiemiddelen? En nog belangrijker: wat kunnen we ertegen doen?

Een Brits onderzoek uit 2013 bij 2500 kantoormedewerkers toonde aan dat 94 procent van hen liever via e-mail communiceert. Ruim een kwart wordt effectief zenuwachtig van een telefoongesprek.

Gedragstherapeute Valérie Everaerts is gespecialiseerd in mensen met angststoornissen. In haar praktijk valt het woord 'telefoonangst' geregeld: "Meestal zijn het mensen met sociale angst of faalangst, en komt de angst om te telefoneren pas na een tijdje ter sprake. De basis is dezelfde: mensen zijn bang om beoordeeld of afgewezen te worden door anderen. Bovendien krijg je tijdens het telefoneren geen visuele informatie binnen. Je ziet niet of je gesprekspartner de wenkbrauwen fronst, grijnst of net aandachtig luistert. Dat maakt mensen extra onzeker."

De oorzaak lijkt voor de hand te liggen: dankzij de nieuwe technologie - e-mails, sms, sociale media - wordt bellen veel minder noodzakelijk, waardoor we het een beetje 'verleren'.

De vraag is natuurlijk: hoe kom je van je telefoonangst af? Everaerts: "Ga de confrontatie met je angst aan, en bel zonder voorbereiding. Dan zul je merken dat het allemaal best meevalt. Je verwachtingen worden niet bevestigd. Mensen met angst moeten risico leren nemen. Ja, het kan eens misgaan. Maar wat is het ergste dat er kan gebeuren? Dat de persoon aan de andere kant van de lijn je verkeerd begrijpt? Of dat je nog eens moet terugbellen? Door veel te oefenen leer je relativeren."