Week tegen Pesten: “Ze bleef rondkijken of niemand haar met mij zou zien. Pijnlijk, die angst”

Getty Images/Image Source
Vorig jaar ontving IDEWE, de grootste externe dienst voor preventie en bescherming op het werk, 2.789 meldingen van psychosociale risico’s. Dit waren er maar liefst 23% meer als in 2017. Met stip op nummer 1: conflicten op het werk (42,6%), gevolgd door ‘stress en burn-out’ door een te hoge werkdruk (22,7%) en pesten (15,6%). Omdat het deze week de Week tegen Pesten is, delen we op NINA.be een week lang verhalen van onze lezers.

“Ik werd voor het eerst gepest toen ik 54 was. Ik was al 14 jaar de gelukkige directeur van een basisschool en alles liep er best goed. M’n bazen kregen nooit klachten en het welbevinden van team en ouders was zeer, zeer hoog, aldus die bazen. Er werd me plots gevraagd om naar een andere school te gaan, waar mijn roots liggen. De vraag ontroerde me, omdat ik dan ook vaker m’n dementerende moeder zou kunnen ondersteunen. Maar ik wilde ook niemands job innemen.”

“Al gauw bleek dat mijn oversten de tijdelijke directeur daar zonder dralen weg wilden, maar ook dat het team die zeer geliefde directeur koste wat het kost wilde behouden. Ouders en kinderen werden zelfs gemobiliseerd. Voor iemand wist dat ik zou aangesteld worden, heb ik nog twee keer de boot afgehouden, maar ze drongen aan dat ik zou beginnen. Met zoveel jaren ervaring in m’n rugzak dacht ik dat ik dit wel op een menselijke en correcte manier zou kunnen aanpakken. Ik voelde van bij de start dat een groot deel van het team meewilde. Een kleinere groep stelde echter  alles in het werk om mij op alle vlakken in diskrediet te plaatsen en volop leugens te verspreiden. Zo eiste men dat ik altijd de deur van m’n bureau zou openlaten, ook als het buiten en in de gang heel koud was. Na schooltijd was mijn foto aan de inkom steevast verstopt achter een grote magneet. Elk woord dat ik zei werd verdraaid en tegen mij gebruikt. Collega’s die na schooltijd met mij wilden praten, deden dat zeer voorzichtig. Men was bang met mij gezien te worden. Ik herinnerde me dat ik de secretaresse – we hadden elkaar graag – buiten de school een drankje aanbood. Ze bleef rondkijken of niemand haar met mij zou zien. Pijnlijk, die angst.”

“Die ‘tegen-mij-groep’ maakte er een gewoonte van om op geregelde basis z’n beklag te doen bij de voorzitter van de schoolraad. Die man luisterde, maar kon ook niet eeuwig tijd blijven maken om klankbord te blijven. Hij probeerde zelfs constructief te zijn. Ondertussen had ik ontdekt dat m’n voorganger een zeer slecht financieel beleid gevoerd had de voorbije twee jaar. Er werd meer geld uitgegeven aan de lonen van werkvrouwen, kok, chauffeur, werkman, … dan dat er jaarlijks aan dotaties binnenkwam. Mijn prioriteiten zijn de kinderen: boeken, leermiddelen, verwarming, elektriciteit, goed meubilair, … Daar was echter geen geld voor. Op twee jaar tijd had mijn voorganger de spaarpot van de school, zo’n 120.000 euro, zo goed als helemaal opgebruikt. Hij stak dat niet in z’n zakken; dat was gewoon gebrek aan inzicht. Van de secretaresse vernam ik dat m’n voorganger van z’n vrouw zelfs geen bankkaart kreeg, omdat hij ook thuis niet met geld overweg kon. Toch vond ik hem een goede gast met veel andere talenten en had ik graag met hem willen samenwerken. Verder waren er vier of vijf zwarte kassen in de brandkast. De zwemleerkracht werd in het zwart betaald met de 50 cent per leerling die elke week te veel werd gevraagd aan de ouders. Het brak mijn hart toen ik een werkvrouw moest ontslaan om de financiële put enigszins te beperken. Ik kon ook mijn hoofd in het zand steken, maar dan moesten andere scholen en andere collega’s hier mee voor opdraaien en dat wilde ik niet.”

“Midden maart, toen een collega zei dat ze vond dat 4/5 van het team ‘mee was’, barstte de bom. M’n baas kreeg een telefoon van de vakbond dat men – velen wisten van niets – zou staken. Ik geloofde m’n oren niet. Ik had nog nooit problemen gehad met een vakbond en zocht zelf de secretaris op. Hij liet een pamflet zien dat men op de stakingsdag aan alle ouders zou uitdelen. Hij dreigde dat mij hetzelfde kon overkomen als directeur X en Y die in de krant waren gekomen, dankzij de tussenkomst van zijn vakbond. Mijn bazen stonden erop dat ik bleef werken. ‘Laat ze maar staken!’ Ze hadden zelfs al leerkrachten uit andere scholen gemobiliseerd en ze hadden een antwoord klaar voor de krant. Maar ze voelden niet wat ik voelde. Dat zou geen zin hebben. Mocht ik een antwoord geven op elk punt op het pamflet, dan verdwenen er op slag 100 tot 150 kinderen en waren er veel leerkrachten hun job kwijt, want dan moest ik de interne keuken op straat gooien. Ik hield te veel van de school en van het pedagogisch project. En de meeste leerkrachten in deze school zijn prima krachten, sommigen werden gewoon meegesleurd in een golf van onwetendheid of frustraties. Ik besliste om thuis te blijven. Dit tot groot jolijt van het groepje: daar werd op gevierd en op gedronken! Anderen werden ‘gedwongen’, want ‘samen 1 team’ om mee te vieren. Niet iedereen ging mee.”

“Mijn arts raadde me na de staking ten stelligste af om nog opnieuw te starten. Hij doorzag de situatie helemaal. Er werd een uitgebreid intern onderzoek gestart. M’n grote baas gaf uitleg bij het verslag. Mij trof geen schuld. Er waren vier belangrijke punten:

1. Ik kreeg geen eerlijke kans;

2. Niemand zou een eerlijke kans gekregen hebben of geslaagd zijn in het opzet;

3. Het team speelt hier al jaren de baas, hun directies haast wurgend om onwettige dingen te doen, en dat moet veranderen;

4. Mijn oversten hadden dit anders moeten aanpakken.”

“Nu ben ik bijna 2 jaar voor m’n tijd op pensioen gesteld en geniet onder een parasol van het zonnetje. Ik voel geen haat. Ik vergaf iedereen die me zo onrechtvaardig gepest heeft en heb te doen met alle collega’s die in de val liepen of wiens dapperheid beknot werd. M’n opvolgster in die school heeft het misschien wel honderd keer erger te verduren gehad dan ik. Zij hield het twee jaar vol, maar haar gezondheid heeft er zeer onder geleden. Terwijl het schoolteam met de kinderen in de eetzaal de wave tegen pesten deed, werd er op sociale media bedisseld wat men de volgende dag zou doen om haar het leven zuur te maken en haar buiten te kunnen krijgen.” 




4 reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • Norbert Bauwens

    Elkaar doodpesten maar wel betogen voor propere lucht. ????? Zielig.....

  • COTTENS DOMINIEK

    Waarom denk je dat ikzelf na al die jaren mijn bedenkingen heb bij de week tegen pesten ? Een maand zonder alcohol ? De Warmste week ? Ik heb ook genoeg meegemaakt en volg de "kudde" niet zomaar, wat dan ook opmerkingen geeft, maar soit. Sterkte !!

  • Kinya Kalina

    Zo zie je maar dat leerkrachten meestal nog de grootste kinderen zijn, verschrikkelijk... en zo dom of iets. Deze directeur had beter de vuile was open en bloot op straat gegooid. Ik hoop dat die leerkachten dit lezen en weten dat het over hen gaat. En dat ze beseffen dat ze de verkeerde job gekozen hebben.

  • Rita De Vos

    En dan zeggen ze altijd een kind dat pest ziet dat thuis !!!!!! je zou schrik hebben om een kind geestelijk bloot te stellen aan zo een kleinzielige mensen ,want als ze met volwassenen al zo doen wat doen ze onschuldige kinderen dan aan. .Onderwijzend personeel ! respect voor deze die hun Job ter harte nemen in deze moeilijke tijd en de rest zou beter een andere job zoeken .