Week tegen Pesten: “Ik durfde de trappen niet meer nemen, ik ben zeker dat ze me geduwd zou hebben”

Getty Images
Vorig jaar ontving IDEWE, de grootste externe dienst voor preventie en bescherming op het werk, 2.789 meldingen van psychosociale risico’s. Dit waren er maar liefst 23% meer als in 2017. Met stip op nummer 1: conflicten op het werk (42,6%), gevolgd door ‘stress en burn-out’ door een te hoge werkdruk (22,7%) en pesten (15,6%). Omdat het deze week de Week tegen Pesten is, delen we op NINA.be een week lang verhalen van onze lezers.

“Een tiental jaar geleden kwam ik bij een firma terecht als interim. Dat was om een dame te vervangen die zelf de beslissing had genomen om op brugpensioen te gaan. Zij was daarnaast ook ‘hoofd van de administratieve medewerkers’. Zij en mijn collega, Edith, waren ‘soulmates’. Tof, dat gun ik iedereen. Maar je moet realistisch blijven: dat gebeurt niet zo dikwijls. Mijn toenmalige baas had snel door dat ik goed met een computer kon werken. Ik ging er van uit dat iedereen dat eigenlijk wel kan, maar dat was niet het geval in die firma. Toen hij me vroeg om een vergadering vast te leggen tussen hem en 3 managers, had ik uit automatisme een uitnodiging gestuurd via Outlook. Maar één voor één kwamen ze mij vragen wat dat was. Ik vond dat ‘vreemd’ maar heb elke manager apart uitgelegd dat ze outlook ook als agenda konden gebruiken en wat voor luxe dat programma was.”

“Toen ik de job overnam, heb ik alles een beetje naar mijn hand gezet: Excel-files aangepast, mailmarges gemaakt, enzovoort. Ik heb daar totaal geen reclame over gemaakt, aan niemand uitgelegd, maar mijn collega, Edith, had dat gemerkt en was daar kwaad over geworden. Ik snapte het niet goed: in de Excel-file had ik enkel automatische sommen geplaatst want de dames op de dienst werkten nog met een rekenmachine. Een telefoonlijst had ik gewoon een ‘logischere’ lay-out gegeven (alle vertegenwoordigers per district manager gezet, i.p.v. alfabetisch, alle districten door mekaar). Mij leek dat logischer. Maar Edith had daar een andere mening over: “Weet jij wel dat je nu méér gaat moeten werken omdat ze weten wat je kan? Hoe belachelijk ben jij?” Ik was er een beetje ‘het hart van in’. Ja, ik werkte sneller, maar vond me nu niet bepaald belachelijk.”

“Na een tijdje (ik zat er ondertussen bijna 3 maanden), merkte ik dat mijn collega’s -de anderen op de dienst- me niet eens meer goedendag zeiden. Ze praatten niet meer met mij. Edith paradeerde als een pauw op het bureau en deelde taken uit. Faxen werden me, als het echt niet anders kon, in het aangezicht gegooid. Niet op mijn bureau gelegd, maar echt naar mijn gezicht gegooid. Maar meestal vond ik ze in de vuilbak naast de faxmachine. Documenten die ze uitdeelde aan iedereen, vond ik steevast verscheurd of verfrommeld terug op mijn bureau ... Mijn baas, die wel merkte dat er iets scheelde want de ambiance was ijzig, vroeg me wat er gaande was. Ik heb gevraagd of Edith nu tóch baas was geworden van de dienst. Zijn reactie? ‘Neen, absoluut niet, Edith heeft daarvoor de capaciteiten niet. En verder wil ik er geen woorden aan verspillen.’ Ik kwam wel goed overeen met hem, dus voor mij was de kous dan ook af. Echter niet voor Edith: zij had het ergens in haar hoofd gestoken dat ze baas was. Onze baas werd ook altijd door iedereen met ‘mijnheer Y’ aangesproken. Mij had hij gezegd dat ik hem gerust Jules mocht noemen. Dus deed ik dat ook. Ja, ik werkte rechtstreeks voor hém en hij zei zelf dat ik het mocht doen, dus waarom niet. Maar Edith vond dat totaal onaanvaardbaar. ‘Wie denk jij eigenlijk wel dat je bent, schijtkut? Madam die alles kan en alles weet en nu mijnheer Y zo oneerbiedig behandelen? Ge moest u schamen, gij stomme trut.’ Ja, ik kreeg wel wat scheldwoordjes naar mijn kop. Wat me choqueerde, want ik was zo niet opgevoed. En Edith was zelfs nog wat ouder dan ik. Maar in mijn hoofd had ik al beslist om te vertrekken. Dat zij onbeschoft was, dat was niet echt oké. Maar dat de andere collega’s mij niet aanspraken, dat was helemaal niet fijn. En ik ging écht niet in zulke omstandigheden blijven werken. Goed overeenkomen met mijn baas of niet. Er was ook geen haar op mijn hoofd dat er aan dacht om het er met Jules over te hebben. Edith had jaren ervaring in de firma; ik was interim; voor mij was het een uitgemaakte zaak. En daarnaast hou ik niet van gedoe.”

“Nog geen week later werden zowel Edith als ikzelf bij Jules geroepen, in bijzijn van de personeelsdirecteur. Laat me wel héél duidelijk melden dat beide directieleden volledig correct tegenover mij zijn geweest. Van begin tot eind. Ze wilden die situatie begrijpen en veranderen. Edith heeft me echt bijna lichamelijk aangevallen; ik ben zelfs uit mijn stoel gevlucht! Haar haat droop van haar gezicht. In zo’n mate dat ik echt bang van haar had. Ik durfde ook de trappen niet meer nemen als ze achter me liep. Want ja, ik ben zeker dat ze me geduwd zou hebben. Ondertussen lachte ik heimelijk in mezelf, want ach, ik ging toch vertrekken. Dan, een 2-tal weken later, kwam Jules bij me en vroeg of ik die vrijdag iets langer kon blijven want hij wou me dringend spreken. Het toeval wou dat ik die namiddag een afspraak had voor een andere job, dus heb ik hem gemeld dat het me echt niet uitkwam. Ik dacht: “Als ik mijn ontslag krijg, dan kan het evengoed maandagochtend.” Want ja, ik dacht dat ik mijn ontslag zou krijgen.”

“Maandagochtend, eerste uur, bureau Jules. ‘Mara, Edith is op staande voet ontslagen geweest vrijdag.’ Jules had van haar een schrijven ontvangen dat hem onmiddellijk heeft doen beslissen om Edith te laten vertrekken, op staande voet, na 7 jaar trouwe dienst. Ik heb nooit geweten wat er in die brief stond, maar het moet héél erg zijn geweest. Hij heeft me ook gezegd dat hij Edith zo nooit heeft gezien. Maar dat hij hier en daar van alles is gaan vragen, om te begrijpen wat er gebeurde. En om toch te weten te komen of IK niet de schuldige was. Gelukkig hebben enkele mensen duidelijk gemaakt dat ik eigenlijk slachtoffer van de situatie was. Dat ik daar heel kalmpjes op mezelf mijn werk zat te doen. Maar dat mijn andere collega’s mij niet meer mochten aanspreken, geen goedendag mochten zeggen en me al helemaal niet mochten helpen als ik hun hulp nodig had.”

“Haar ontslag was met Pasen. Met kerst heeft Jules een kaartje ontvangen, in een dichtgeplakt envelopje, waarop stond ‘persoonlijk en vertrouwelijk’. In Ediths handschrift. Jules heeft het me laten lezen. Er stond op: “Ik wens u voor het komende jaar hetzelfde toe als u me heeft aangedaan”. Ze heeft uiteindelijk gekregen wat ze wou: Jules werd zelf ook op staande voet ontslagen, toen onze firma een andere firma heeft overgenomen ... Ik heb snel ander werk gevonden en ben vertrokken. Iets later ben ik via-via te weten gekomen dat Edith een hersentumor had. Was het het feit dat én haar soulmate vertrok, én haar 2 dochters het huis zijn uitgegaan, én haar man die in het buitenland is gaan werken dat haar stoppen heeft doen doorslaan? Of was het die tumor die haar toen zo heeft doen reageren? Ik zal het nooit weten.”




5 reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • Sophie DeWolf

    Dit is gewoon typisch gedrag van Vlamingen hoor.

  • Jan De Smet

    Ja, ik herken dat. Triestig het Vlaamse conservatieve werklandschap !

  • Maria Scheuts

    De ergsten zijn diegenen die te laf waren om tegen de pester in te gaan, door samen met de pestster niet meer te spreken met die bekwame collega. Als de pester geen medestanders vindt, houdt het pestgedrag vanzelf op.

  • Christina Peeters

    Amai wat een verhaal. Jaloezie en afgunst kunnen veel kwaad berokkenen. Of iemand die niet “past” in de groep en wordt weggepest. Komt denk ik meer voor waar meerendeel vrouwen werken. Ik spreek uit ondervinding.

  • Dirk De Winter

    Wat het ook was, vanuit dit verhaal heb je zeker geen fout gemaakt, proficiat,er zijn wenige dat talent gegeven.

Video