Exclusief voor abonnees

Rode Neuzen Dag: bekende gezichten praten met jongeren over hun psychische problemen

Weg met het taboe

Stephen Mattues
De mentale gezondheid van jongeren op school: dat is dit jaar de inzet van de Rode Neuzen Dag-actie. De slotshow kan je op 30 november zien op VTM. In NINA praat Birgit Van Mol met Jelle (11). Evi Hanssen en Heidi Van Tielen spreken op hun beurt met Anse (24) en Dorian (17). Drie dappere gesprekken over donkere dagen. “Erover kunnen praten lucht echt op.”

 Jelle, je hebt een Rode Neuzen Dag-probleem. Vertel eens.

“Wel, ik ben een bijzondere jongen. Je kan het niet aan mij zien, maar toch ben ik een beetje anders dan andere kinderen. Op mijn achtste is gebleken dat ik autisme heb. Autisme is een psychisch probleem. Dat is vastgesteld na heel veel lange gesprekken en testjes bij de kinderpsychiater.”

Had je zelf iets in de gaten eigenlijk?

“Thuis was er niets aan de hand, maar ik had veel problemen op school. Ik kon niet tegen drukte en lawaai, vond speeltijden helemaal niet leuk, en ik had moeite met sociale omgang. Dat is nog altijd een beetje zo, hoor. De meeste kinderen begrijpen me niet.”

Hoe kunnen we jou beter leren begrijpen?

“Door bijvoorbeeld informatie op te zoeken over autisme. Ik heb niet echt een handleiding. Maar ik heb het bijvoorbeeld wel graag dat mensen duidelijk tegen me zijn. Dat ze geen zaken zeggen die ze niet menen of waar ze niet hónderd procent zeker van zijn. Zeg liever niet ‘straks’, als die ‘straks’ niet komt, snap je? Want dat is voor mij een probleem. Dan word ik stil en boos. Dan ben ik verdrietig. Ik krijg ook spierpijnen. Soms kan ik niet meer stappen van de pijn, omdat heel mijn lijf vastzit. Ik moet stress vermijden. Ik heb veel structuur nodig. Ook thuis.”

Wij zagen elkaar twee jaar geleden al eens, voor het Rode Neuzen Dag-nieuws. Daarom vond je het wel oké om met mij op foto te gaan, weet ik. Maar vind je het moeilijk dat hier vandaag weer nieuwe mensen zijn?

“Eigenlijk wel. Dat is een beetje stresserend, omdat ik niet weet wat er allemaal gaat gebeuren. Iemand aankijken tijdens een gesprek vind ik ook best moeilijk.”

Leg jij aan kinderen in de klas zelf uit dat je een beetje anders bent?

“Ik zeg meestal: ik ben bijzonder anders. Ook al wil ik eigenlijk niet ánders zijn dan de rest. (haalt schouders op) Door hier te praten, zullen velen het dus al wel weten.”

Ik kan me voorstellen dat je je soms een buitenbeentje voelt.

“Soms wel, maar niet altijd. Ik voel me vooral sneller geviseerd. Ik denk al rap dat iemand me wil pesten, terwijl die persoon misschien gewoon een mopje maakte. En eigenlijk praat ik er ook niet zo graag over. Ik ben op mijn best als het rustig is en stil. Ik heb ook een tijdlang gezwommen – zo alleen in het water liggen beviel me, maar de wedstrijden vond ik dan weer moeilijk. En op zaterdag volg ik gitaarlessen. Daar zing ik ook wat bij. Rustig. Dat voelt goed.”

Birgit: Trui - CKS 
Oorbellen 
Wouters & Hendrix 
Jelle: Trui - CKS 
Ketting - van Jelle
Stephen Mattues Birgit: Trui - CKS Oorbellen Wouters & Hendrix Jelle: Trui - CKS Ketting - van Jelle

Wanneer hoorde je voor het eerst iets van Rode Neuzen Dag?

“Dat was twee jaar geleden, op de radio. Net op dat moment had ik op school vernomen dat mijn gonbegeleiding (extra begeleiding voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, red.) niet langer voorhanden was. Dankzij de gonbegeleiding had ik op school één vaste contactpersoon. Dat hielp me enorm, maar na twee jaar waren de centen op en viel de begeleiding dus weg.”

Wat dacht je toen?

“Dat het jammer was dat ik geen begeleiding meer kreeg. Daarom besliste ik om zelf geld in te zamelen voor Rode Neuzen Dag. Ik verkocht Playmobil, zelfgemaakte mottenverdrijvers van cederhout, en wafels. Met mijn eerste actie verzamelde ik 1.117 euro. Ik haalde er zelfs de voorpagina van de krant mee.”

Je bent me toen meteen opgevallen: een 9-jarig jongetje dat zijn Playmobil verkoopt? Daar wou ik álles van weten.

(lachje) “In het tweede jaar bezocht ik burgemeesters, winkels en bedrijven om sponsors te vinden. Ik ging naar Open Bedrijvendag om grote bazen aan te spreken: want op zo’n dag zijn ze aanwezig én hebben ze tijd. Ik ging ook langs een bank, want ik dacht: daar zit veel geld. Maar dat geld is helaas niet van hen. (lachje) In Bobbejaanland – het pretpark was toen de laatste week open – heb ik gevraagd wat er gebeurde met alle overgebleven snoep. Zo kreeg ik maar liefst vijftig kilo snoep mee. Die heb ik allemaal verkocht. In totaal haalde ik 1.600 euro bijeen. Dit jaar is het mijn doel om 2.000 euro in te zamelen.”

Hoe ga je dat doen?

“Ik ga opnieuw snoepzakken verkopen. Snoepzakken vullen is leuk, omdat ik dan zelf de kwaliteitscontrole mag doen. (lacht) En het zijn weer lékkere snoepjes! Verkopen wat je zelf lekker vindt, gaat altijd iets beter, vind ik. Ik roep alle Belgen dus op om dit jaar te snoepen voor tien! En ik ga ook weer op zoek naar rijke mensen. Ik zou graag het telefoonnummer van Marc Coucke willen, want ja, die heeft veel centjes. Dat staat toch altijd zo in de krant.”

Wat is jouw vraag voor meneer Coucke, als hij dit leest?

“Wel, hij mag me contacteren, en dan zal ik hem vragen om het bedrag dat ik bij elkaar krijg, te verdubbelen.”

Je mag hier van mij nog een laatste oproepje doen.

“Elke cent die ik bijeenkrijg is er eentje, want ieder kind met een psychisch probleempje heeft ondersteuning en begeleiding nodig, en daar zijn veel centjes voor nodig.”

Evi Hanssen (39) & Anse Eysermans (24)

Evi: Trui - CKS
Oorbellen - & Other stories
Anse: Trui - CKS
Jurk van Anse zelf
Armband - H&M
Stephen Mattues Evi: Trui - CKS Oorbellen - & Other stories Anse: Trui - CKS Jurk van Anse zelf Armband - H&M

Evi is VTM-presentatrice en Rode Neuzen Dag-ambassadrice. Anse wordt kleuterjuf in het buitengewoon onderwijs na een verleden van pesterijen. 

Anse, jij zat op jouw jonge leeftijd al twee keer in de psychiatrie. Dat was vast niet omdat je je een dagje slecht voelde.

“Vanaf het zesde leerjaar werd ik zwaar gepest. Door kinderen van wie ik dacht dat het mijn beste vrienden waren. Dat begon met een domme ruzie. Wat duwen en trekken. Ik werd buitengesloten. Mijn boeken werden beklad. Ik werd van de trap geduwd. Zulke dingen.”

Heb je dat aan iemand kunnen vertellen?

“Ik heb dat heel lang verzwegen, op school en thuis. Maar toen kwam er ook cyberpesten bij: iemand stuurde in mijn naam haatdragende e-cards naar mijn klasgenoten. Ik had er niks mee te maken, maar als twaalfjarig ukje sta je machteloos. Uiteindelijk is mijn mama met de directie gaan praten. Maar die heeft er nooit oren naar gehad.”

En toen dacht jij allicht: oef, naar het eerste middelbaar.

“Niet helemaal. Ik had een vertrouwensprobleem. Ik ben in het middelbaar als een bang muisje in een hoekje gekropen, denkend ‘laat me maar gewoon doen, allemaal’. Een heel eenzaam jaar.”

Bovendien ben je zo ook een vogel voor de kat, als je je zo afzijdig opstelt, hè?

“Je bent zo’n beetje ‘de rare’, dat is waar. Maar ik wilde niemand in mijn buurt. Ik wilde dat niet nog eens meemaken. De eerste jaren verliepen verder oké. Ik studeerde heel graag economie, waardoor ik officieel ‘de seut’ werd. Ook daar word je dan weer op afgerekend, onder tieners. Ik had geen vrienden in de klas. Ik praatte tegen niemand.”

Wat moet dát gedaan hebben met je zelfbeeld, zeg.

“Dat viel nog best mee, in feite. Het laatste jaar was veel zwaarder. Ik werd opnieuw het slachtoffer van pesten. Elke speeltijd sloot ik me op in het toilet. Men wachtte me zelfs op na school. Ik wachtte gewoon, in de toiletten, tot ze vertrokken waren. Dat was echt heel creepy.”

En níémand op school merkte dat op?

“Mogelijk wel. Maar echt ingrijpen deden ze niet. Ik schreef mijn gevoelens wel eens op, in een brief aan mijn klastitularis. Via haar kwam ik zo bij een psycholoog terecht. Het laatste jaar viel me steeds zwaarder. Ik hield het niet meer vol. Voor mijn eigen veiligheid ben ik toen opgenomen in de jeugdpsychiatrie. Daar heb ik mijn schooljaar afgewerkt. Ik zag mijn klasgenoten nog één keer: op de proclamatie. Ik ben met opgeheven hoofd mijn diploma gaan halen.”

Daarna volgde een nieuwe depressie. Hoe kwam dat dan?

“Kleuterjuf worden was mijn droom. Maar het studeren, de stages, mijn verleden én mijn lage zelfbeeld? Het was zwaar. Negatieve feedback van een stagementor? Ik kon dat niet aan. Het was zo’n grote chaos in mijn hoofd dat ik stopte met studeren. Ik ging een heel jaar in dagtherapie om ook die depressie aan te pakken. Daarna hervatte ik mijn studies. Sinds juni heb ik mijn diploma.”

Je studeert buitengewoon onderwijs. Waarom?

“Ik denk dat ik veel voeling heb met de meer kwetsbare kinderen. Door wat mij overkomen is, heb ik mogelijk een extra zintuig: ik merk het snel op als iemand uitgesloten wordt. In mijn klasje hoor ik al eens: ‘Ik wil niet naast jou zitten.’ Zoiets laat ik niet zomaar passeren. Ik grijp in.”

Wat vind je van een actie als Rode Neuzen Dag, Anse?

“Het is geweldig dat psychische problemen bespreekbaar gemaakt worden. Ik praat daar nu zelf ook over. Ik ben de fase voorbij dat ik me schaamde omdat ik in de psychiatrie gezeten heb. Maar ik zwijg niet langer. Ik draag mijn depressies mee. Ze zijn déél van mij. Ik wil dat het zo gewoon wordt als praten over het weer.”

Of dat praten over een depressie even normaal wordt als zeggen dat je hoofdpijn hebt, toch?

“Zeker. Bovendien hoop ik mensen ertoe aan te zetten om ook over hun problemen te praten.”

Wat meer is: die pestkoppen van vroeger zullen dit lezen.

“Vaak krijg ik de vraag: voel je geen haat tegenover die mensen? Maar ik heb dat in al die jaren nooit gevoeld. Héél af en toe, als ik een van hen toevallig tegenkom, voel ik me weer dat gepeste meisje. Maar haat? Nee.”

Je bent zelfs niet boos, zie ik.

“Ik ben vooral verdrietig geweest. Ik ben heel snel volwassen moeten worden. Het stukje tiener- en pubertijd? Dat heb ik overgeslagen. Dat heb ik moeten missen in mijn leven. Maar ach. Ik ben nu wie ik ben. En ik ben daar best tevreden mee.”

En terecht. Ik vind je vooral heel moedig.

“Als één iemand denkt ‘daar héb ik nu eens iets aan’, Dan is mijn doel bereikt. En als er ook één pestkop eens nadenkt: oei, dát richt ik dus aan in iemands leven. Vaak beseffen pesters zelf niet wat ze aan het doen zijn.”

Hoe kijk je naar de toekomst: kan je alweer mensen vertrouwen om nieuwe vriendschappen mee op te bouwen?

“Het vertrouwen is er ondertussen wel, maar zeker niet naar alle mensen toe. Ik baseer me vooral op mijn gevoel. Bij sommige mensen ervaar ik vrij snel een klik, en komt dat vertrouwen bijna weer vanzelf. In een nieuwe groep ben ik nog wat afwachtend. Maar dat vind ik zelf wel oké.”

Heidi Van Tielen (33) & Dorian Blondiau (17)

Heidi: Trui - CKS
Rok - van Heidi
ENKELLAARSJE - Carmi
Dorian: Trui - CKS 
Broek en hemd - C&A
Stephen Mattues Heidi: Trui - CKS Rok - van Heidi ENKELLAARSJE - Carmi Dorian: Trui - CKS Broek en hemd - C&A

Heidi is radio-dj bij Qmusic en de ontwerpster van de Rode Neuzen Dag-sweater. Dorian had een desastreuze relatie die hem kraakte. 

Je bent enorm goedlachs, Dorian. Maar ik weet dat je door een heel donkere periode gegaan bent.

“Dat is zo. Ik lach graag. Maar er zijn nog altijd momenten dat het weer even slecht gaat. Dan sluit ik me op in mijn kamer en is het gedaan. Ik word nog altijd gestalkt door mijn ex. Een paar keer per week staat ze voor mijn deur te roepen dat ze me mist, en me terug wil. Na tal van klachten is er nu een contactverbod.”

Je ex-vriendin is degene door wie alles begonnen is. Reconstrueer je verhaal eens voor me.

“Ik kreeg op mijn vijftiende een vriendschapsverzoek via Facebook. Van een meisje dat bij me op school zat. Ik had toen een enorme gameverslaving en had niet echt contact met meisjes. Dat maakte dat ik heel blij was dat er een meisje aandacht voor me had. We praatten via chat en het werd steeds persoonlijker. Ik had nog nooit gekust. Toen we elkaar voor het eerst zagen, heeft zij mij gekust. Op dat moment was ik echt ... nu ja, gelukkig.”

Het klinkt als een leuk liefdesverhaal.

“De eerste twee weken was het dat ook. Tot ik telefoon kreeg via haar Facebookaccount. Ik was dolblij ‘want mijn lief belde’. (glimlacht) Maar ik werd uitgescholden door een jongen. Dat hij mijn deur zou instampen en me iets zou aandoen. Zo kreeg ik mijn eerste paniekaanval. Mijn lief zei achteraf dat het gewoon iemand was die verliefd was op haar. Ik geloofde haar. Liefde maakt blind, zeker? Vanaf dan is alles fout gelopen. Ze sloeg me. Ze krabde me. Met haar nagels. Tot bloedens toe. Ik stopte dat weg voor iedereen: ik droeg lange mouwen, opdat niemand de wonden, blauwe plekken of littekens zou zien.”

Waarom deed ze zulke dingen?

“Geen idee. Via via heb ik gehoord dat ze intussen in behandeling is bij een psycholoog.”

Hoelang heeft dat allemaal geduurd?

“Elf maanden. Het was mijn eerste relatie, ik wou daarin blijven geloven. Ik zei dan: ‘Nu is ze veranderd.’ Maar dan bedroog ze me voor de zoveelste keer met iemand anders. Iedereen zei dat ik haar moest verlaten. Ik wou dat niet. Maar op een bepaald moment kon ik het niet meer aan. Ik ben beginnen te vechten op de speelplaats, omdat ze me weer aan het bedriegen was. De leerkrachten schrokken: Dorian, vechten? Ik bén zo niet. Als ik een slechte toets heb, begin ik al te wenen. (lacht) Ik ben na dat voorval zeven maanden van school weggebleven en ondernam bijna maandelijks een zelfmoordpoging. Ik probeerde mijn polsen over te snijden. Ik wandelde naar het station om voor een trein te springen. Ik nam expres veel medicatie. Ze hebben me telkens op tijd gevonden of tegengehouden.”

Kwam er ook hulp van school op dat moment?

“Absoluut. Men heeft leerlingenbegeleiding opgestart, en via school kwam ik bij een psycholoog terecht. Elke dag van de week kreeg ik hulp. Maar het was een zéér moeilijke periode. Mijn zelfbeeld is nog altijd enorm laag. Over de spiegels in mijn slaapkamer hangen doeken – omdat ik mezelf niet wil zien.”

Was dat vroeger anders?

“Eigenlijk wel. Ik heb nochtans geen eenvoudige kindertijd gehad: ik kon tot mijn zes jaar niet stappen omdat ik reuzengroei heb, en ging jarenlang naar een ziekenhuisschool. Toch was ik dus die goedlachse jongen.”

Dat was ook mijn eerste indruk. En ga je nu weer gewoon naar school, Dorian?

“Ja. Dat is weer even wennen. Maar ik praat nog wekelijks met een psychologe, om aan mijn zelfbeeld te werken. Ik neem ook nog medicatie. Ik heb gelukkig de klik gemaakt: énkel mijn studies tellen. Ik studeer nu voor zorgkundige, en wil hierna psychologie doen. Om mensen te helpen.”

Je bent al goed bezig, gewoon al door hier te getuigen.

“Ik wens werkelijk niemand toe wat mij overkomen is. Maar ik ken geen boosheid. Ik wens mijn ex het beste toe.”

Wie is je steun en toeverlaat geweest in heel die periode?

“Mijn familie, sowieso. Maar ook school. Er waren leerkrachten die me wekelijks een bericht stuurden om te vragen hoe het ging. Ik weet zeker dat er nog leerlingen worstelen met psychische problemen. Je kan dat niet altijd zien aan de buitenkant, maar als je het zélf meegemaakt hebt, voel je dat aan.”

Zo gevoelig en kwetsbaar zijn zoals jij: dat is geen zwakte, dat is net een kracht, Dorian. Wat mag ik je toewensen? Een goed lief?

“Even geen lief, dank je wel. Die zal thuis trouwens toch eerst langs een héél strenge jury moeten passeren. (lacht) Mijn grootste wens is om andere jongeren die gelijkaardige problemen kennen zoals ik, erover te doen praten. Ik hoop dat ze stappen zetten om hulp te zoeken. Dat zou me gelukkig maken.”

Haal die doeken thuis maar gauw van de spiegel. En onthoud ook dit: vrouwen vallen op grote mannen.

(lacht luid) “Dat zal ik nooit meer vergeten, Heidi.” 

Alles over Rode Neuzen Dag vind je op rodeneuzendag.be. Wie vragen heeft over zelfdoding, kan anoniem contact opnemen met de Zelfmoordlijn op het gratis nummer 1813 of via www.zelfmoord1813.be.




1 reactie

Alle reacties zijn welkom zolang ze voldoen aan de do's en don'ts die je hier kan terugvinden: gedragsregels. Elke dag ontvangen wij duizenden reacties, het kan enkele uren duren voor jouw reactie wordt geplaatst. Wordt jouw reactie afgekeurd dan werd er geoordeeld dat deze onze gedragsregels schendt.


  • Rudi De Groof

    Iedere jongere heeft zijn eigen psychische problemen. Eens het een naam heeft, wordt nu aan iedereen gevraagd zich aan te passen. Een kind tussen 10 en 16 jaar is als een psychische en emotionele rollercoaster. Het is een verplicht ritje in het leven.