Exclusief voor abonnees

Nu Albert II vaderschap van Delphine Boël toegeeft: waarom we smachten naar erkenning van onze ouders

EPA
Een jarenlange juridische strijd ging eraan vooraf, maar gisteren werd het geheim dat er eigenlijk geen was eindelijk officieel onthuld: Albert II is de biologische vader van Delphine Boël. “Ik stel me de vraag niet meer of Albert van me houdt”, klinkt het cynisch bij die laatste. Maar waarom dan die nood aan officiële bevestiging? Wij vroegen het aan psychologe Marie Rondou.

Het is een universele waarheid dat we ons als mens vooral geliefd willen voelen. Door onze omgeving, vrienden en collega’s, maar het meest van al toch door onze ouders. Als dat om één of andere reden niet kan, slaat dat diepe wonden. Niet alleen bij wie in de spotlights staat zoals Delphine Boël, maar ook bij jij en ik.

“Onze ouders zijn in veel gevallen een belangrijke spiegel, maar in de praktijk kan deze betekenisvolle plaats in ons leven evengoed door een andere zorgfiguur worden ingenomen, waar we geen genetische verwantschap mee delen”, steekt psychologe Marie Rondou van wal. “Dat neemt echter niet weg dat het biologische aspect in onze cultuur ook een grote plaats inneemt. Geen wonder dus dat de biologische roots voor vele mensen toch belangrijk blijven. We spreken hier over een existentiële loyaliteit: de onbreekbare band die ontstaat doordat biologische ouders letterlijk het leven gaven aan hun kind.”

Waarom we erkend willen worden door onze ouders, zowel in de letterlijke als de figuurlijke betekenis van het woord, is voor iedereen anders. “We kunnen er in het geval van Delphine assumpties over maken”, zegt Rondou, “maar waarom het voor haar zo belangrijk is weet alleen zijzelf. Het kan gaan over een soort van bestaansrecht verwerven, maar evengoed over meer verbinding met je eigen roots krijgen.”

Diverse maatschappij, diverse problemen

“Er bestaan uiteenlopende ideeën over wat een ouder nu precies tot een ouder maakt. Voor velen is de bloedband en de genetische verwantschap een belangrijke factor”, gaat Rondou verder. “Sowieso leven we in een samenleving met meer en meer nieuw samengestelde gezinnen, of holebikoppels bij wie de biologische verwantschap voor minstens één van de partners ook al geen gegeven meer is. Het is iets waar veel mensen mee worstelen bij het maken van beslissingen. Ik hoor van cliënten die bijvoorbeeld voor ivf met donorschap in aanraking komen, dat er toch best veel knopen door te hakken zijn rond bijvoorbeeld de anonimiteit van de donor.” 

“Het is daarnaast voor een kind ook een heftig gegeven, te weten dat je biologische ouders je zelf niet konden of wilden grootbrengen. Antwoorden krijgen kan belangrijk zijn in het maken van je eigen verhaal rond wie je bent en waar je vandaan komt. Iedereen wordt immers geboren met de behoefte om graag gezien te worden. In de psychologie spreken we hierover in termen van hechting. Hechting gaat over een soort basisvertrouwen in de ander, en wordt gevormd op basis van ervaringen met de anderen rondom je, in het bijzonder je vroege zorgfiguren. Het gaat over geborgenheid en weten dat er onvoorwaardelijk van je gehouden wordt. Ook al kom je als kind in een geweldig (opvang)gezin terecht, het blijft soms zwaar om te weten dat je op de een of andere manier in de steek gelaten werd of ongewenst was door je biologische ouders. Die complexe materie en hoe je daarmee omgaat, is een combinatie van verschillende factoren en vooral heel erg persoonlijk.”

Helend netwerk

Wil het ontbreken van een innige band met je biologische ouders dan meteen zeggen dat je voor de rest van je leven getekend bent? “Uiteraard spelen ouders een bijzondere en grote rol in iemands leven”, beaamt Rondou, “maar het is niet onmogelijk om dat juk van een ongelukkige jeugd, of heftige trauma’s rond biologische ouders, af te werpen. Naast ouders zijn er gelukkig ook nog andere figuren, zoals de ruimere familie, vrienden, partners … die een helende werking kunnen hebben. Zij kunnen ervoor zorgen dat iemand, zelfs na een moeilijke start, een evenwichtig en gelukkig leven uitbouwt. Natuurlijk is niet erkend worden zwaar en dragen de meeste mensen zoiets met zich mee, maar onze identiteit wordt niet lineair gevormd enkel op basis van onze band met onze ouders. Het is een complex geheel van eindeloze beïnvloeding waar we zelf ook andere keuzes kunnen leren maken. En dat vind ik altijd een heel geruststellende gedachte.”