Exclusief voor abonnees

NINA praat met CD&V-politica Hilde Crevits (53): “Oma zijn is een heerlijke nieuwe rol”

“Tijd is het grootste cadeau dat je me kan geven. Tijd om niks te doen. In mijn luiheid ontstaat fantasie.”
Tine Claerhout “Tijd is het grootste cadeau dat je me kan geven. Tijd om niks te doen. In mijn luiheid ontstaat fantasie.”
Naast Vlaams minister van vele zaken is Hilde Crevits (53) mama van Bram (27) en Soetkin (25). Kersverse oma van Estée (zes maanden). Echtgenote van Kris Devolder. Dochter en schoondochter. In al haar rollen één rode draad: “Ik probeer de beste te zijn in datgene wat ik doe.” We leggen haar de vragenlijst voor die ervoor zou zorgen dat twee mensen voor elkaar vallen en ontdekken zo waarom velen – los van politiek – voor haar kiezen.

Je mag eender wie ter wereld kiezen. Met wie ga jij uit eten?

“Met mijn echtgenoot Kris. Als ik mag kiezen, liefst in een visrestaurant. We bestellen een grote schaal zeevruchten: dat kan je samen eten, het duurt lang en je wordt amper gestoord door obers. Als we een koppel mogen meevragen? Graag de Obama’s. Zulke charismatische mensen. Michelle stáát er, als persoonlijkheid, net als haar man. Ik hou van hun evenwichtige relatie, waarin de één verschrikkelijk trots is op de ander en tegelijk zijn of haar eigen ding doet. Hun respect voor anderen en hun visie op diversiteit staan héél dichtbij mijn kijk op de samenleving. Ze zijn welkom om bij ons thuis te komen eten. Kris kookt graag.”

Wilde jij graag beroemd zijn?

“Nee. Alhoewel. Als kind deed ik atletiek. In het voorprogramma van de Memorial Van Damme mocht ik meedoen aan de 300 meter hordelopen. Ik stond in het Heizelstadion, keek rond en dacht: ooit wil ik een speech geven in een bomvol stadion. Ik héb zo’n soort moment gehad. Bij de laatste verkiezingen was ik boegbeeld voor CD&V. Voor de allereerste keer moest ik de startspeech geven voor de campagne en een publiek begeesteren. Ik had waanzinnig veel plankenkoorts, maar heel snel gleed alle stress van me af. Ik voelde: dit is waar ik als klein meisje van gedroomd heb. Liever nog dan speechen zou ik op een podium zingen. Mijn zangtalent is beperkt. Anders was ik graag een beroemde rockzangeres.” (lachje)

Ik ben nu 53, mijn lichaam verandert continu, als in een soort tweede puberteit. Dat is best verwarrend, maar ik moet dat aanvaarden

Hilde Crevits

Hoe ziet een perfecte dag eruit voor jou?

“Toen ik net minister was, ben ik geopereerd aan een acute hernia en lag ik een paar weken plat. De anesthesist, een vriend des huizes, zei: ‘Hilde, ge gaat u kapot werken. Je moet af en toe een pyjamadag inbouwen.’ Sindsdien doe ik dat. Ik sta op en maak koffie en lees de kranten in bed terwijl Kris nog ligt te slapen. Na een rustig ontbijt, maken we een lange tocht met de koersfiets. ’s Avonds eten we thuis mosselen, met een goede fles wijn. Tijd is het grootste cadeau dat je me kan geven. Tijd om niks te doen. In mijn luiheid ontstaat fantasie. Als ik mijn dagen volprop, lukt al mijn werk, maar heb ik nul creativiteit. Niks doen schept orde in de chaos.” 

“Ook joggen helpt me daarbij. Ik keer met een helder hoofd terug. Als ik niet kan sporten, word ik humeurig. Ik ga vaak tijdens de lunch lopen in Brussel. En hier op mijn kabinet heb ik een roeimachine staan. Met ouder worden moet ik ook wat aan mijn armspieren werken, anders wordt het allemaal pap. (lacht) Op zo’n lazy day zijn mijn ouders en schoonouders welkom: zij wonen beneden in onze kangoeroewoning, het is één trap naar boven. Ook onze kinderen mogen altijd binnenvallen.”

Heb je een bepaald voorgevoel over hoe je zal sterven?

“Ik zou niet graag plots uit het leven weggerukt worden. Dat moet afschuwelijk zijn voor mijn omgeving. Ik wil ook niet sterven zonder te beseffen dat ik nog leef. Dat is één van mijn grootste angsten. Mijn mama is zwaar ziek, maar ze is verstandelijk heel helder. Ze zei vorige week nog: ‘Ik háng aan het leven’. Fysiek komt ze amper nog buiten, maar in haar hoofd is alles op orde. En dat is mooi. Als ik mag kiezen, neem ik bewust afscheid, met de wetenschap dat ik er alles heb uitgehaald. Zachtjes weggaan, zonder afzien.” 

“Ik ben nu 53, mijn lichaam verandert continu, als in een soort tweede puberteit. Dat is best verwarrend, maar ik moet dat aanvaarden. Ik heb altijd alles gekund qua sport en ik stel vast dat dat niet meer zo is. Ik kan trainen voor iets, en toch achteruitgaan. Vroeger vond ik 12 kilometer per uur lopen iets voor mietjes, nu ben ik blij als ik 10 per uur haal. Ik vind dat erg, ja. Dat de lichamelijke piek achter me ligt. Ik las laatst een interview met schrijver Wim Kayzer. Die zit in de laatste jaren van zijn leven, zijn hart gaat kapot. Hij zei: ‘Het moment dat je weet dat je gaat sterven, wordt alles wat waardeloos leek plots waardevol.’ De kunst van het leven is om die waarde te herkennen, ook als je nog gezond bent. Ik hoop dat ik op een dag, ver weg van nu, mag sterven bij vol verstand. En dat ik niet alleen ben op het einde.”

Mijn man Kris en ik zijn allebei Genieters met grote G. We zijn na al die jaren niet uitgepraat

Hilde Crevits

Noem drie zaken die jij en je partner gemeen hebben.

“We zijn allebei Genieters met grote G. Kris is de zorgzame van ons beide. Hij zorgt voor het eten en ik ben … de eter! (lacht) We vullen elkaar aan. Yin en yang. Ooit zei hij, toen ik ’s avonds thuiskwam en zat te eten wat hij had
gemaakt: ‘Weet je dat ik een ganse dag verlangd heb naar dit moment?’ Ik vond dat een fantastisch compliment.
Als je twintig jaar getrouwd bent, en je komt om 10 uur ’s avonds thuis, en je man heeft op dát moment gewacht? Dat is toch de max? Ik vertrek voor hij uit bed is en kom pas laat thuis. Nooit heeft hij daar één keer over gezaagd. Ik moet hem wel beloven dat ik niet onmiddellijk ga slapen. Die hang naar gezelligheid verbindt ons. We zijn na al die jaren niet uitgepraat. Verder zijn we allebei onrustige types: ik ben professioneel zenuwachtig, hij is heel begaan met de hele familie. We verschillen ook: hij fietst voor de gezelligheid, ik voor de sport. Hij is altijd kwaad, de laatste tien kilometer: ‘Dat zijn er wéér tien te veel’!” (lacht)

Wat is je minst leuke herinnering?

“De ziekte van onze zoon Bram. Een knobbeltje in zijn hals bleek lymfeklierkanker. Toen het verdict viel (in 2017, toen Bram 24 was, red.) kon ik niet meer helder denken. Hier kan je je onmogelijk op voorbereiden. Hij werd behandeld en is gelukkig hersteld. Zijn ziekte heeft ons gezin veel hechter gemaakt. We hebben in die periode ook veel gelachen. Als de donkerte aanwezig is in je gezin, moet je ervoor zorgen dat er licht komt. We hadden verdriet, maar we hebben nooit eerder zoveel gepraat. Na zijn chemotherapie was hij een week slecht, maar de week erna voelde hij zich goed. Ik ben nog nooit zo vaak op restaurant geweest met hem als toen. Dingen waar ik jaren geen tijd voor had gemaakt, lukten nu wel.” 

“Je ziet in je gezin ook veerkracht ontstaan: kom, wij kúnnen dit. (denkt na) Ik had nooit gedacht dat dit op ons pad zou komen. Zo jong geconfronteerd worden met de vraag of je zal overleven? Men zei wel dat het ‘goed behandelbaar’ was. Maar toch. Er is altijd die angst. Hij is sindsdien heel erg begaan met zijn gezondheid. En het leven schonk hem en zijn vrouw intussen een cadeau: zijn dochter Estée. In die paar jaar liggen ongeluk en geluk dichtbij elkaar. Maar de nonchalance over het leven is weg. Voorgoed. Mijn ouders en schoonouders hebben allemaal al kanker gehad. Dat is erg. Maar niks is erger dan je eigen kind dat kanker heeft.”

“Ik ben enig kind en ik had graag een broer of zus gehad. Ik zie hoeveel mijn kinderen aan elkaar hebben. Als er iets is met mijn ouders, is er niemand om het leed mee te delen”
Tine Claerhout “Ik ben enig kind en ik had graag een broer of zus gehad. Ik zie hoeveel mijn kinderen aan elkaar hebben. Als er iets is met mijn ouders, is er niemand om het leed mee te delen”

Voor wat in het leven ben je het meest dankbaar?

“Het schoonste in het leven is het leven doorgeven. Kinderen hebben is fantastisch, maar mijn kinderen die zelf het leven doorgeven? Dat is wonderbaarlijk. Ik ben jong ‘oma’ geworden. Ik was ook relatief jong mama – op mijn vijfentwintigste. En Bram is er ook vroeg aan begonnen. Oma zijn is een heerlijke nieuwe rol. Tijdens de coronacrisis hebben Bram, zijn vrouw Eveline en Estée een aantal weken noodgedwongen terug bij ons gewoond. Ik heb nog niet alleen voor haar kunnen zorgen. Dat komt nog wel. Ze kan trouwens al rechtop zitten.” (glimlacht)

Als je iets kon veranderen aan de manier waarop je bent opgevoed, wat zou dat dan zijn?

“Ik ben enig kind en ik had graag een broer of zus gehad. Ik zie hoeveel mijn kinderen aan elkaar hebben. Als er iets is met mijn ouders, is er niemand om het leed mee te delen. Mijn mama wilde een groot gezin maar ze kreeg miskramen na mij. Dus het is bij ééntje gebleven. Het voordeel is dat onze deur altijd wagenwijd openstond voor vriendinnetjes, later ook voor vriendjes. (lachje) En als ik één zaak aan mijn opvoeding mag veranderen? Ik heb niet leren skiën, mijn ouders vonden dat te gevaarlijk. Op mijn zestiende mocht ik met de Christelijke Mutualiteiten op skireis. In de paasvakantie. Er lag géén sneeuw. Geen vlok! Ook mijn man wilde nooit gaan skiën. Pas rond mijn veertigste heb ik het eens geprobeerd en stelde ik vast: ik ben niet meer zo soepel. Het wordt al snel belachelijk, als kindjes op de oefenpiste het beter kunnen.” (lacht)

Met haar man Kris. “De hang naar gezelligheid verbindt ons.”
Jan Aelberts Met haar man Kris. “De hang naar gezelligheid verbindt ons.”

Welke herinnering koester je het meest?

“De grote kantelmomenten van het leven. Mijn trouw. De geboorte van Bram en Soetkin. Het huwelijk van Bram en Eveline. Mijn eerste kleinkind. En professioneel was mijn ministerschap de grootste breuklijn. Plots werd ik weggerukt van onder de kerktoren. Ik was advocaat in Torhout en Brugge en zat twee jaar in het parlement toen ik werd overgeplant naar Brussel. Ik koester de herinnering, ook omdat mijn grootouders er waren bij mijn eedaflegging. Mijn opa heeft toen een interview mogen geven aan de radio. Heel schattig. (lachje) Ook de diplomering van de kinderen: dat is het schoonste geschenk dat zij ons konden geven. Je kinderen op de rails zien staan, klaar voor het leven: dat geeft rust. Zeker omdat de puberteit zo heftig is. Dat is een fase die ik niet kan romantiseren. Je kan pubers niet taxeren. Je moet hen laten doen. Loslaten en hopen dat het goed afloopt. Je moet hun vrijheid kaderen. Maar verder bestaat er geen handleiding om pubers op te voeden. Blij dat we er voorbij zijn.”

Als je morgen mag wakker worden met een extra eigenschap, welke zou dat zijn?

“Ik zou in het hoofd van anderen willen kruipen, met een soort telepathische gave. Ik zit vaak in een discussie waarin mensen diametraal tegenover elkaar staan. Hoe komt dat? Jouw hoofd zit vol gedachten en je wil iets zeggen maar hetgeen je zegt kan helemaal verkeerd overkomen en totaal anders bedoeld zijn. Zo’n verbinding – een onzichtbaar kabeltje tussen mensenhoofden – zou veel ruzies uit de wereld helpen.”

“Toen ik nog schepen was van openbare werken heeft een oude man me ooit uitgescholden over de verkeerde kleur bloemen in de bloembakken voor zijn deur. Ik zei: ‘Hier is een kop koffie. Vertel eens wat er echt aan de hand is?’ Hij begon te huilen. Zijn vrouw was terminaal ziek en ze zag graag paarse viooltjes. En geen gele.
Zijn verbale agressie had dus een oorzaak. Het vraagt empathie om dat aan te voelen. Daarom zou zo’n
kabeltje handiger zijn.”

“Ik ben door mijn ouders opgevoed met de boodschap: ‘Laat je nooit aanpraten dat je iets níét kan omdat je een meisje bent’.”
Tine Claerhout “Ik ben door mijn ouders opgevoed met de boodschap: ‘Laat je nooit aanpraten dat je iets níét kan omdat je een meisje bent’.”

Wat is je gevoel bij de relatie met je moeder?

“Ik ben door mijn ouders opgevoed met de boodschap: ‘Laat je nooit aanpraten dat je iets níét kan omdat je een meisje bent’. Ze hebben mijn persoonlijkheid mee vorm gegeven. ‘Alle taken die je als vrouw, als mama, maatschappelijk opgedragen krijgt? Laat ze jou nooit afremmen. Zoek evenwicht. Maar voel je niet schuldig. En wees de beste in datgene wat je doet.’ Ik ben met Kris op een partner gevallen die daar net zo over denkt: wij hebben elkaar nooit versmacht in wederzijdse eisen.”

“De laatste jaren is mijn rol in de relatie met mijn mama vooral zorgend geworden. Ze heeft twee borstamputaties gehad. Vorig jaar heeft een borstkankercel zich vastgezet op haar heup. Ze kan niet meer genezen, ze volgt een hormoontherapie en maakt er het beste van. Zij is een piekeraar, ik probeer dat niet te zijn. Angst om zelf ziek te worden? Heb ik niet. Kanker kan iedereen treffen. Het is een slecht lotje van de loterij. Kijk maar naar Bram.” 

Voor dit interview baseerden we ons op een gerenommeerde studie van hoogleraar psychologie Arthur Aron. Hij onderzocht of de intimiteit tussen twee vreemden kan versneld worden door hen een specifieke reeks van 36 vragen voor te schotelen. De volledige vragenlijst vind je hier.

Lees ook:

NINA praat met Kristien Laeveren, ofwel mevrouw Karel Van Eetvelt: “Vrouw van, excuseer? Ik heb óók een fulltime job en ambitie” (+)




1 reactie

Alle reacties zijn welkom zolang ze voldoen aan de do's en don'ts die je hier kan terugvinden: gedragsregels. Elke dag ontvangen wij duizenden reacties, het kan enkele uren duren voor jouw reactie wordt geplaatst. Wordt jouw reactie afgekeurd dan werd er geoordeeld dat deze onze gedragsregels schendt.


  • Beatrix De Smet

    Grote wijze dame die alle respect verdient en haar collega's in de schaduw plaatst. Door haar krijg je hoop als kiezer dat het toch niet helemaal hopeloos is.