Exclusief voor abonnees

Muzikanten met een hart: “Wij hebben zoveel gekregen, het is normaal om af en toe iets terug te geven”

Alex Calier, Luka Cruysberghs en Raymond Geerts van Hooverphonic.
Johannes Van De Voorde Alex Calier, Luka Cruysberghs en Raymond Geerts van Hooverphonic.
Op een podium het beste van jezelf geven en de opbrengst aan een goed doel schenken. Hooverphonic, Goose, Tom Helsen en Buurman zijn muzikanten met het hart op de juiste plek. “Blij dat we iets kunnen teruggeven aan de mensen.”

HOOVERPHONIC STAAT IN HET SPORTPALEIS VOOR RODE NEUZEN XL

Op 30 november treedt Hooverphonic op voor Rode Neuzen Dag XL, in het Sportpaleis. “Wij hebben zoveel gekregen van de maatschappij: het is normaal om af en toe iets terug te geven”, vinden Alex Callier (46), Raymond Geerts (59) en zangeres Luka Cruysberghs (17). 

Optreden voor een goed doel: waarom is dat belangrijk?

Alex: “Dat is simpel: we hebben een ‘koninklijk leven’, en dat kan alleen omdat zoveel mensen ons steunen. Elk jaar doen we minstens drie shows voor het goede doel. Soms iets kleins voor de lokale Rotaryclub. Twee jaar geleden hebben we een Ancienne Belgique uitverkocht voor Vivacité: dat heeft 50.000 euro opgebracht. Een andere keer verloten we een huiskamerconcert en is er iemand gek genoeg om er 15.000 euro voor neer te tellen.”

Waarom kiezen jullie ditmaal voor Rode Neuzen Dag?

Alex: “Het gebeurt niet vaak dat je de mentale gezondheid van jongeren kan steunen. De problemen van de millennials zijn niet min. Het is zwaar om in de huidige maatschappij op te groeien. We zitten hier met drie generaties. Tegen Raymond zeiden ze destijds: ‘Makker, zoek gewoon een job, jij hebt geen talent.’ In mijn periode zeiden ze: ‘Trek je plan, probeer maar.’ Mijn ouders kwamen bijvoorbeeld zelden kijken. En dan heb je de huidige generatie van Luka, waarbij een groot deel van de ouders hun kind te veel ophemelen en zeggen: ‘Je bent anders, en speciaal.’ Spijtig genoeg is dat niet altijd het geval en kan het leven een koude douche zijn. Men creëert zoveel verwachtingen dat er onvermijdelijk teleurstellingen volgen. Uiteraard is Luka wel anders en speciaal.”

Luka: “Mijn ouders zeiden inderdaad dat ik talent had, maar ik ben van mezelf vrij nuchter. Ik hoopte wel om later zangeres te worden en zou er alles aan doen. Maar ik hield er rekening mee dat dat mogelijk niet zou lukken.”

Luka, ken jij leeftijdsgenoten die geconfronteerd worden met mentale problemen?

Luka: “Ik heb vrienden die het in periodes moeilijk hebben, ja. De druk van sociale media is niet min. Alles lijkt fantastisch, terwijl het leven dat niet altijd is. Ik ben vooral opgelucht dat ze het niet volledig laten hangen en zich telkens weten te herpakken.”

Hoe is jouw leven sinds je zingt bij Hooverphonic?

Luka: “Het is heel druk maar ook heel speciaal. (lachje) Ik combineer Hooverphonic met mijn laatste jaar sportwetenschappen. Dat is best pittig, maar het moet lukken. Ik wil mijn diploma halen. Ik probeer beide werelden te scheiden: op school gaat het over school, bij Hooverphonic gaat het over muziek. Maar als ik aan Alex of Raymond zou vragen om eens een les te overhoren, zouden ze dat wel doen, hoor.”

Alex: “Met plezier. Onlangs zaten we in de camionette na een promodag en viel er een schoolopdracht uit de bus. Dan heb ik haar met plezier even geholpen. Omgekeerd helpt Luka óns weer te waarderen wat we hebben. Soms word je de dingen gewoon. Dankzij het jeugdige enthousiasme van Luka zien wij alles weer iets helderder. Raymond en ik vinden sommige zaken ‘normaal’. Wij stappen in een limousine alsof we de bus pakken, snap je? Maar Luka is onder de indruk. Zij vindt dat cool. En dan zeggen wij: ‘Inderdaad, ja, dat ís best cool.’”

Raymond: “Luka geeft gigantisch veel nieuwe energie. Ze trekt bovendien de gemiddelde leeftijd serieus naar beneden, dus ik doe veel profijt.” (lacht)

Alex: “Op zich is het leeftijdsverschil niet zo speciaal. In the end is muziek de verbindende factor, en staan we gewoon allemaal graag op een podium. Ik voel me trouwens geen 46, hoor. Ik heb nog altijd verdomd veel energie. Sommige jonge assistenten in de studio zitten al te geeuwen terwijl we nog maar negen uur bezig zijn. Dan zeg ik: ‘Als ik jullie leeftijd had, werkte ik van tien uur ’s morgens tot drie uur ’s nachts, en dat veertien dagen na elkaar.’ Ze bekijken me dan eens raar.”

Moeten jullie je ontfermen over Luka?

Alex: “Ze wordt goed omringd. Maar ze is zelf ook goed georganiseerd. Kijk waar ze in korte tijd al staat. Het klinkt cru, maar als ik Luka vergelijk met Geike (Arnaert, red) en Noémie (Wolfs, red.) gaat ze sneller vooruit. Geike is een keigoeie zangeres, maar het heeft lang geduurd om haar op dat niveau te krijgen. En bij Noémie duurde het ook een jaar voordat het tóp was. Luka staat er nu al, na zes maanden. Dat kom je niet vaak tegen.” 

En dan te weten dat Hooverphonic al bestond voordat ze geboren was. 

Luka: (lacht) “Dat is zo. Ik ben ermee opgegroeid. Ik heb nooit geluisterd naar de muziek van mijn ouders, behalve naar Hooverphonic. Nooit had ik gedacht hun zangeres te zijn, natuurlijk. Alex en Raymond zijn geweldig.”

Luka, wat zijn de plannen na dit schooljaar?

Luka: “Volle focus op Hooverphonic. Mijn ouders hebben me dat zelf laten beslissen. Want heel even twijfelde ik: Zal ik dat wel kunnen? Zal ik niet te snel volwassen moeten zijn? Maar nu weet ik: wat een kans! Die moet ik grijpen. Het is een zot avontuur, als een rollercoaster. Ik wil na mijn zesde jaar middelbaar onderwijs inderdaad talen studeren maar ook gitaar en piano. Ik heb nooit één vaste studierichting in gedachten gehad. Ik hoopte dat zingen wel zou lukken. Ik had geen plan B.”

Wanneer wist jij dat je kon zingen?

Luka: “Ik vond altijd al dat er een verdienstelijk amateur in mezelf zat, maar ik zong nooit voor mensen. Mijn ouders hoorden me alleen onder de douche zingen. Op een familiefeest ben ik op een instrumentaal nummer beginnen te zingen, met een muziekinstallatie in de garage. Niemand kon me zien, maar toen ze ontdekten dat ik het was, kreeg ik zoveel positieve reacties. Wat was ik opgelucht, dat andere mensen het óók hoorden. Ik startte meteen met zanglessen. Vandaag ben ik wel nog telkens zenuwachtig als ik dat podium op moet.”

Alex: “We zeggen vaak tegen Luka: geniet ervan. Nu is ze nog veel aan het nadenken. Eenmaal er meer routine is, komt dat genieten vanzelf. Ik kan het niet genoeg herhalen: er is maar één reden om op zo’n podium te gaan staan. Omdat je het graag doet.”

Luka, je weet wat gedaan: genieten. Bedankt, alle drie.



Frontman Mickael Karkousse, met rode trui, geflankeerd door gitarist en toetsenist Dave Martijn, bassist en toetsenist Tom Coghe en drummer Bert Libeert.
Johannes Van De Voorde Frontman Mickael Karkousse, met rode trui, geflankeerd door gitarist en toetsenist Dave Martijn, bassist en toetsenist Tom Coghe en drummer Bert Libeert.

ELEKTROROCKBAND GOOSE ZAMELT 80.000 EURO IN VOOR ARTSEN ZONDER GRENSZEN

Met hun concert voor De Warmste Week zamelde Goose al 80.000 euro in voor Artsen Zonder Grenzen. “Als je ouder wordt, denk je niet meer alleen aan jezelf”, zegt frontman Mickael Karkousse (38). 

80.000 euro inzamelen in je eigen stad: hoe voelt dat?

“Fantastisch. Toen we onze nieuwe studio kochten, werd ernaast een plein aangelegd. De stad Kortrijk vroeg ons om het in te huldigen. Wij wilden het graag koppelen aan iets groters: zo kreeg het meer waarde dan een optreden in eigen stad. Het plein kreeg de naam Nelson Mandelaplein en de link naar Artsen Zonder Grenzen was snel gelegd.”

Worden jullie vaak gevraagd voor goede doelen?

“Zeker. Soms gaat het om persoonlijke verhalen, die je ziel raken. Helaas kunnen we niet op alles ja zeggen. Met deze 80.000 euro helpen we in één keer veel mensen.”

Voelt zo’n optreden anders?

“Je staat weer even stil bij het feit dat wij de luxe hebben om te lachen en te feesten. Drank, eten, luide muziek, een lichtshow: best decadent. Dat is zoveel andere mensen niet gegund. Vijftien jaar geleden stond ik daar niet bij stil. Als je jong bent, denk je vooral aan jezelf. Door het vaderschap – ik heb een dochter die zeven wordt en een zoontje van drie – weet ik: het draait niet om mij. Het draait om de kinderen en om de toekomst die we hen willen geven.”

Hoe is Goose ontstaan?

“Wij zijn vier jeugdvrienden. In 2002 wonnen we Humo’s Rock Rally. Onze carrière is gestart in Engeland, waar we onze eerste platendeal tekenden. We hebben veel van de wereld gezien, we hebben in veel clubs gespeeld, waar we geboekt werden tussen dj’s en livebands. Wij traden op voor vier blikken lauw bier en we waren content. (lacht) We zijn onder aan de ladder begonnen en dat waren de beste omstandigheden om het vak te leren. We hebben van 2006 tot nu vier platen uitgebracht. Ons nieuw album ‘Goose Nonstop’ is online te koop en komt met kerst op vinyl uit.”

Waarom kozen jullie voor dit genre?

“We wilden muziek maken waar mensen op konden bewegen. Wij wilden net als een dj beginnen aan een set en iedereen meteen doen dansen. Maar we zijn wel een rockband qua formatie en we schrijven echte songs. Goose brengt dus liedjes verpakt in een dansbaar gegeven.”

Op welke muziek ging je zelf graag uit?

“Wij zijn opgegroeid in een rockcafé. Daar zijn we ondergedompeld in de muziek van de jaren zestig, zeventig, tachtig. Hoe ouder we werden, hoe vaker wíj de muziek in dat café introduceerden: Daft Punk, Zoot Woman en veel Franse muziek. Thuis werd niet zoveel muziek gedraaid. Mijn bagage komt van MTV: ik kwam van school en ik zette de tv op. Dankzij mijn oudere zus ontdekte ik ook filmmuziek van ‘Grease’ en ‘Footloose’.”

Hoe rock-’n-roll is je leven vandaag?

“Euh ... gedoseerd? (lacht) Elke keer als we op een mainstage staan, zoals in Werchter, is de ontlading groot. En daar móét ik iets mee doen. Ofwel ga ik tien kilometer lopen, ofwel ga ik een avondje stappen. Er is iets schoons aan dat nachtleven: het heeft een tristesse, een esthetiek. De kleuren, de mensen: ik vind dat interessant om naar te kijken. Ik kan genieten van een zwaar nachtje en er de dag daarna nog slecht van zijn. Maar evengoed hou ik van de rust die mijn huis me geeft. Vroeger wilde ik niet thuis zijn, dat was saai. Door de jaren creëer je een thuis waar je heel graag bent. Waar je je veilig voelt.”

Weten je kinderen dat hun papa beroemd is?

“Als mensen me een foto vragen, zegt mijn dochtertje: ‘Tof, hè, papa, dat die mensen je muziek leuk vinden?’ Ze vindt dat normaal. Heel soms komt ze mee naar een optreden. Deze zomer is ze tijdens een try-out halverwege het optreden weg gewandeld. Om maar te zeggen: die vindt dat allemaal niet bijzonder of zo. (lachje) Ze vindt de job van haar mama minstens even leuk – mijn vrouw is interieur- en kleurenexpert. We zijn allebei heel creatief. We zijn al heel lang samen en we hebben elkaar gevormd. Ik heb mijn artistieke visie deels aan haar te danken.”

Mis je het thuisfront als je een tijd in het buitenland bent?

“Dat valt mee. Want ik weet dat ik terugkom. Soms is het gewoon goed om even weg te zijn. Om ervaringen mee te brengen. Mijn vrouw vindt dat zelfs tof, dat ik wegga. Want zij ziet dat ik opgeladen terugkeer, met frisse ideeën. Dat verrijkt ons leven enorm. In periodes waarin we weinig spelen, ben ik niet wie ik moet zijn. Ik ben dan ‘papa’, ‘de man die in Kortrijk woont’ en ‘boodschappen doet’. Natuurlijk ben ik óók al die dingen, en graag. Maar ik zit met verlangens, zaken die ik wil doen en bereiken.”

Kan je een minpuntje bedenken?

“Muziek maken is niet de meest lucratieve business. Je moet hard werken om ervan te blijven leven. Vroeger kon je vier jaar doen tussen twee platen. Nu heb je die tijd niet meer. Het moet veel sneller, de druk ligt hoger. Anderzijds geeft dat positieve energie. Want te veel tijd wiegt je soms in slaap. Nu ga je meer op je instinct af. Dat is nooit slecht.”

Lang leve het buikgevoel.

(knikt) “We hebben een gemeenschappelijk buikgevoel: als één iemand niet helemaal mee is, weten we dat er iets aan schort. Je moet Goose echt zien als één persoon.”

Hoelang ga je, als 38-jarige man, nog voort?

“Correctie: 38-jarige jongen. (lachje) Wel, ik zie daar geen einde aan komen. Het is een gevoel. De behoefte om dingen te creëren zal er altijd zijn. Het is mijn manier om te communiceren met mensen. Dat lijkt me onmisbaar.”

Geert Verdickt en Tom Helsen.
Johannes Van De Voorde Geert Verdickt en Tom Helsen.

BUURMAN (38) & TOM HELSEN (42) SCHRIJVEN HET CAMPAGNELIED VOOR TE GEK!?

Niets is wat het lijkt’, zo heet het campagnelied dat Geert Verdickt – Buurman – en Tom Helsen samen schreven voor Te Gek!?, dat psychische problemen bespreekbaar maakt. “Ik heb heel diep gezeten. Pas anderhalf jaar geleden is het leven echt begonnen”, aldus Tom Helsen.

Hoe kennen jullie elkaar?

Tom: “Twintig jaar geleden zat er een briefje in mijn brievenbus: ‘Hallo, ik ben Buurman en ik zou graag in jouw voorprogramma spelen.’ Toen ik daarna in Het Depot in Leuven moest optreden, heeft hij mijn voorprogramma gedaan.”

Geert: “Met knikkende knieën, mijn muzikale dromen stonden nog nergens. Maar Tom was al vertrokken, na Humo’s Rock Rally. Ik keek een beetje naar hem op, ja.”

Tom: “Nu is dat totaal niet meer zo. Nu moet ík pintjes gaan halen voor Geert.” (grijnst) 

Geert: “Onze vriendschap is iets van de jongste jaren. Toen Tom telefoon kreeg van Te Gek!? wilde hij met iemand een Nederlandstalig nummer schrijven, en zo is ‘Niets is wat het lijkt’ ontstaan.”

Smaakt het naar nog meer samenwerking?

Tom: “Ik wil ooit een monsterhit voor Buurman schrijven. Ik ga dat proberen. We praten er al weken over.”

Geert: “We hebben het over zo’n all-overhit. Waar ik in één keer Holland mee verover. Wat zeg ik? Tot in Griekenland! Moskou! En alles in het Nederlands.” (lacht)

Tom: “Stromae heeft ook in het Frans Madison Square Garden in New York uitverkocht!”

Muzikale hoop doet leven. 

Tom: “Wat mij vooral intrigeert, is hoe muziek je leven kan veranderen. Door één woord of één zinnetje. Je loopt over straat en zingt: ‘Havana, ooh na-na.’ (neuriet hit van Camila Cabello, red.) Dat is één klein melodietje. Maar je verovert er de wereld mee, je verdient er miljoenen mee. Of denk aan die ene kerel die ’s morgens nog zat opstaat en kreunt: ‘Euh-heu-eu-heu’(neuriet ‘Connected’ van Stereo MCs, red.). Dat nummer ontstaat dáár, hè.”

Geert: “Dat is de magie van de muziek. Muziek trekt je in een soort artistieke modus: je kijkt rond, naar mensen, je raakt geïnspireerd, je voelt een resonantie. Ik vind dat heel mooi om je leven mee te vullen. Wat een contrast met mensen die dagelijks in de file naar hun werk rijden, naar een bureaujob. Chapeau voor hen, ik zou het niet kunnen.”

Tom: “Wij doen wat we graag doen. Wij hebben geen last van werkrelaties, van collega’s, van lastige bazen. Wat niet wil zeggen dat we luieren. Een huiskamerconcert kost me ‘maar’ twee uur tijd. Maar die twee uur sta ik in het middelpunt van de belangstelling. Mensen slorpen je leeg. Na een volledig concert ben ik compleet kapot.”

Geert: “Ik kan dan ook alleen nog maar neerploffen. Compleet voldaan. Maar het fijne aan ons leven is inderdaad de onvoorspelbaarheid. Ik heb drukke periodes, want ik maak naast muziek ook films. Maar er zijn weken dat ik alle dagen thuis ben. Ik geniet dan van de dagelijkse dingen: boterhammetjes maken, de kindjes van school halen met mijn tractor en door de velden naar huis rijden.”

Te Gek!? focust onder meer op hoogsensitiviteit. Jij, Tom, bent ervaringsdeskundige. Vertel eens. 

Tom: “Er zijn wel honderd kenmerken, maar in het algemeen vertrekken wij dus heel erg van ons gevoel. Dat is moeilijk in onze maatschappij, waar alles met het hoofd gebeurt. Vandaag is mijn hoogsensitiviteit de reden waarom ik wéét dat ik met muziek de wereld zal veroveren. Voor mij is mijn hoogsensitiviteit nu de grootste kracht die ik kan hebben. Maar ik weet dat veel mensen die klik niet kunnen maken. Die zitten vast en die zijn aan het spartelen. Dat spartelen is gewoon de hel.”

Jij raakte er zelf ook van in een depressie.  

Tom: (knikt) “Ik was mezelf helemaal kwijt. Depressie houdt geen rekening met liefde of met je gezinssituatie. (Tom heeft vier kinderen, red.). Voor depressie is iedereen gelijk voor de wet. Geluk vind je niet buiten jezelf. Als je denkt dat je gelukkig bent wegens je job of je geld, blíjf je zoeken. Gelukkig zijn met wie je bent. Jezelf graag zien is het begin. Ik heb geleerd hoe belangrijk dat is. Ik zag het totaalbeeld niet meer. Alle kleine details kwamen binnen, maar ik had geen zicht meer op the bigger picture. Als je alleen nog maar bezig bent met kleinigheden, word je zot van het geruis in je kop. De kalmte en de stilte die daaronder zitten: daar moet je naar op zoek. Ik heb hard gewerkt aan inzichten die me uit mijn depressie gesleurd hebben. Sinds anderhalf jaar is het leven pas echt begonnen. Ik  heb het gevoel dat alles nog moet beginnen.”

Heb jij die verandering bij Tom gezien, Geert?

Geert: “Toen Tom depressief was, kenden we elkaar niet goed genoeg. Ik kwam hem vaak tegen op feestjes, waar hij heel heftig en luid was, full on! Nu pas snap ik dat het voor Tom euforische momenten waren, waarop hij zijn depressie kon vergeten. Nu merk ik meer rust bij hem.”

Tom: “Op feestjes amuseerde ik me te pletter, maar de seconde dat ik in mijn auto zat, nam de depressie het weer over. Ik ging ongelukkig slapen en werd ongelukkig wakker. Elke ochtend was er meteen stress: die heeft dat gezegd, die heeft dat gevraagd. Als ik nu ’s morgens wakker word, denk ik: tiens, hoor ik daar nu een vogeltje fluiten? (lachje) Ik ben blij met wat ik heb, en dankbaar. Dat ben ik twintig jaar lang niet geweest. En ik heb vertrouwen in de toekomst. Je kan me niet meer uit balans brengen. Maar dat kan alleen maar als je, zoals ik, eerst ‘rockbottom’ gaat. Mijn lichaam schrééuwde het uit: nu moet er iets gebeuren, het is erop of eronder. Ik ben tot de essentie van mijn wezen gegaan. Ik kan in principe niet meer hervallen. Ik kan niet meer ongelukkig worden.”

Herken jij wat Tom vertelt, Geert?

Geert: “Absoluut. Naast Tom heb ik twee mensen in mijn nabije omgeving die hoogsensitief zijn. Die heel hard worstelen. Tom houdt de goeie kant van hoogsensitiviteit over. Waardoor hij heel snel associaties maakt. Zeg iets en hij heeft metéén een antwoord, veelal hilarisch. Dat is een kwaliteit. Hij loopt niet meer weg van ‘dat spook’, maar hij dóét er iets mee. Dat vind ik knap van hem.” 

Ik hoop, mannen, dat er nog nummers volgen.

Geert: “Ah ja, we gaan voor die megahit.” (lacht)

Tom: “En ik ga ooit een Nederlandstalige plaat maken ook. Binnen tien jaar of zo.”

Lap, Geert. Je krijgt concurrentie.

Geert: “Be my guest. Hoe meer bands in het Nederlands zingen en hoe meer succes die hebben, hoe beter voor ons allemaal. Dat trekt elkaar mee.”

Tom: “Ik heb mijn groepsnaam al: Buurvrouw.” (lacht luid)




Reacties

Alle reacties zijn welkom zolang ze voldoen aan de do's en don'ts die je hier kan terugvinden: gedragsregels. Elke dag ontvangen wij duizenden reacties, het kan enkele uren duren voor jouw reactie wordt geplaatst. Wordt jouw reactie afgekeurd dan werd er geoordeeld dat deze onze gedragsregels schendt.