Lore praat openlijk over haar zelfmoordpoging: “Ik heb lessen getrokken uit die periode en kan nu anderen helpen”

Getty Images
Elke dag proberen zo’n 28 Vlamingen om zich van het leven te beroven. 3 mensen zouden er ook in slagen. Bedroevende cijfers, die we dringend naar beneden moeten krijgen. Naar aanleiding van de Werelddag Suïcidepreventie praten we met de directrice van de Zelfmoordlijn én iemand die de dood in de ogen keek. “Het is nooit te laat om iemand te helpen. Tot de laatste seconde twijfelt iedereen tussen leven of dood.”

Exact negen jaar geleden zat Lore Vonck zo diep in de put dat ze een zelfmoordpoging ondernam. “Op jonge leeftijd heb ik mensen verloren, ben ik het slachtoffer geweest van misbruik en heb ik een angststoornis ontwikkeld. Hierdoor voelde ik me als kind al een vreemde eend in de bijt. Tijdens mijn puberjaren is dat gevoel er niet op verbeterd, integendeel. Ik zat slecht in mijn vel en had heel weinig zelfvertrouwen. Niet dat ik er met iemand over praatte. Dat durfde ik niet. ‘Negeren, opkroppen, doen alsof alles goed gaat en doorgaan’, dat leek wel mijn motto. Tot het allemaal te veel werd en mijn emmertje langzaam maar zeker volliep”, vertelt ze ons. 

“In 2010 verloor ik opnieuw iemand die ik vertrouwde. Mijn toenmalige vriend zette na twee jaar een punt achter onze relatie. Niet eens face to face, maar via een sms. Dat was een van de laatste druppels die mijn emmer deed overstromen. Moest mijn poging gelukt zijn, hadden mensen misschien met de vinger naar hem gewezen. Onterecht natuurlijk. De breuk speelde een rol, maar het is maar één van de vele factoren die ervoor zorgden dat ik met zelfmoordgedachten worstelde.”

Tunnelvisie

Zodra Lore depressief en suïcidaal was, draaide haar gedrag ook 180 graden. In plaats van haar gevoelens te verstoppen, sprak de Oost-Vlaamse die luidop uit. ‘Ik wil dood’ of ‘Ik wil er niet meer zijn’, zei ze tegen haar ouders en de huisarts. En dat méénde ze ook. “Ik was er van overtuigd dat de wereld beter zou zijn zonder mij. Mijn ouders zouden in het begin triestig zijn, maar op de langere termijn zouden ze er alleen maar de vruchten van plukken dat ik - de grote lastpost - was weggevallen. Dat was mijn redenering. Zo diep was ik verzonken in die tunnelvisie. En ik zag geen licht op het einde van die tunnel. Voor mij was er geen enkele andere uitweg meer dan zelfmoord.”

“De dokter schreef me antidepressiva voor, maar pas na twee weken zou ik daar effect van voelen. Twee weken! Tijdens die periode leek dat een eeuwigheid. Nog zó lang wachten eer ik me anders voelde? Dat hou ik niet vol, dacht ik. Ondertussen kreeg ik adviezen van mijn ouders, familieleden en vrienden. ‘Zo erg is het toch niet’, zeiden ze. Of ook: ‘Besef je niet wat jij je ouders aandoet?’. Allemaal goedbedoeld, maar die opmerkingen duwden me nog dieper in de put. Ik voelde me al enorm schuldig omdat ik zag wat een enorme impact mijn depressieve gedachten hadden op mijn vader en moeder.”

“Het enige wat ik wou, was in mijn bed liggen. Maar mijn omgeving dwong me naar buiten. Zo heeft mijn mama op een bepaald moment een uitstapje georganiseerd naar Brussel. De hele dag liep ik daar rond met één gedachte die door mijn hoofd spookte: ik wil hier niet zijn. Het was nog maar eens een bevestiging dat ik ongelukkig was. En ik begreep niet waarom, want vroeger had ik zo’n tête-à-tête best leuk gevonden. Daardoor voelde ik me nóg slechter.”

Gedwongen opname

“Ik had rock-bottom bereikt, voelde me zwak en gefaald. Niet veel later heb ik een poging ondernomen. Achteraf maakten mijn ouders een afspraak met een psychiater in een ziekenhuis, die voorstelde dat ik me even liet opnemen. Dat heb ik resoluut geweigerd. Ik wilde naar huis. Mijn eigen bed in. Maar de psychiater besloot dat ik een gevaar was voor mezelf. In samenspraak met mijn ouders en een vrederechter volgde een gedwongen opname. Dat wil zeggen dat ik door een ambulance en politie-agenten werd opgehaald. Zij dropten me af bij een psychiatrisch centrum. Het eerste wat ik daar zag, was metershoge prikkeldraad. Kan je je dat inbeelden? Op dat moment voelde ik me een halve crimineel. Het laatste beetje zelfvertrouwen dat ik nog had, was ik volledig kwijt.”

“Ik ben ervan overtuigd dat een gedwongen opname sommige mensen vooruit kan helpen. Maar in mijn geval deed het meer kwaad dan goed. Het enige positieve aan die opname was dat ik in contact kwam met een psychiater waar ik een goede klik mee had. Hij was streng, zei de juiste dingen en liet me nadenken over hoe ik de situatie kon aanpakken.”

Passie

Ook toen Lore weer thuis was, bleef ze op bezoek gaan bij die psychiater. Stapje voor stapje erkende ze dat ze in een diepe put zat, maar dat ze er óók weer kon uitklimmen. “Op den duur besefte ik dat ik een nieuw sociaal netwerk nodig had. Omdat ik in het zesde middelbaar een politiek debat had georganiseerd, besloot ik naar de politieke jongerenorganisatie Animo te stappen. Beste beslissing ooit. Daar heb ik mijn beste vrienden en mijn partner leren kennen, waar ik ondertussen zelfs mee in het huwelijksbootje ben gestapt. Diezelfde periode ging ik ook op zoek naar een nieuw doel in mijn leven, want dat was ik volledig kwijtgeraakt. Lang moest ik niet zoeken. Mijn gedwongen opname zat nog vers in mijn achterhoofd. Ik wou dat niemand zich ooit nog zo slecht zou voelen als ik. Die passie drijft me nog steeds. Toegegeven: die is niet meer zo ideologisch als in het begin. Ik weet dat ik me niet over iedereen kan ontfermen, maar af en toe kan ik wel een helpende hand uitreiken.”  

Tijdens haar studies sociale agogiek aan de VUB begon Lore als medewerker bij Werkgroep Verder, een organisatie voor nabestaanden na zelfdoding. Ondertussen klom ze zelfs op tot coördinator-voorzitter. “Ik ben erin geslaagd om van mijn passie mijn werk te maken. Het is mijn job om te luisteren naar nabestaanden en hen eventueel door te verwijzen naar een professional of een rouwtherapeut. Het mooie is dat ik mijn zwartgallige periode niet vergeet, maar dat ik mijn lessen eruit getrokken heb. Dankzij die lessen kan ik nu anderen helpen.”

Wat kunnen anderen doen? 

Lore: “Eerst en vooral is het belangrijk dat je signalen herkent. Zelf sprak ik open over mijn suïcidale gedachten. Sommigen zetten een masker op: ze willen niemand tot last zijn en doen alsof alles fantastisch gaat.” 

Dat bevestigt ook Kirsten Pauwels, directrice van de Zelfmoordlijn en het Centrum ter Preventie van Zelfdoding. “Mensen geven signalen als ze zich niet goed in hun vel voelen. Het lastige is dat je die niet altijd makkelijk kunt herkennen. Enerzijds zijn er verbale signalen. Dan worden gevoelens en gedachten effectief uitgesproken. ‘Ik zie het niet meer zitten’, ‘Het hoeft niet meer voor mij’ of ‘Het zou beter zijn als ik er niet meer was’. Daar kunnen non-verbale signalen mee gepaard gedaan. Denk aan mensen die zich terugtrekken, zich plots anders gedragen, slecht slapen, minder eten of zichzelf slecht verzorgen.”

Vang je zulke signalen op bij een vriend, broer, zus of collega? En heb je het gevoel dat er iets niet pluis is? Dan moet je je mond open trekken. “Knoop een gesprek aan en merk op dat je bezorgd bent”, stelt de directrice. “Som eventueel enkele zaken op die je verontrusten. Vraag dan of je gesprekspartner ook aan zelfmoord denkt. Dat is lastig, maar je moet het woord expliciet in de mond nemen. Als iemand zelfmoord wil plegen, denkt die alleen nog maar aan de dood. Door het woord op tafel te leggen, sleur je iemand uit z’n isolement.”

Lore: “Veel mensen durven het woord zelfmoord niet uitspreken, terwijl dat heel bevrijdend kan zijn. Suïcidale gedachten zijn zo’n groot taboe. De drempels om erover te praten - laat staan om hulp te zoeken - zijn torenhoog. De vraag ‘Denk je aan zelfmoord?’ kan die drempels doorbreken.”  Vind je het moeilijk om de stoute schoenen aan te trekken en hierover te praten? Gewoon doen, luidt het advies van de Oost-Vlaamse. “Het is nooit te laat om iemand te helpen. Tot de laatste seconde twijfelt iedereen tussen leven of dood.”

Wat je niet mag doen? Minimaliseren, goedbedoeld advies geven, beoordelen. “Zit iemand in de put? Dan willen mensen automatisch hem of haar eruit trekken. Dat werkt niet. Eigenlijk moet je mee in de put zitten en luisteren. Zeg niet dat je de pijn begrijpt, maar toon dat je er bent”, verklaart Lore.

Geeft je vriendin, zoon of collega toe dat ‘ie suïcidaal is? Schiet dan niet in paniek, waarschuwt Kirsten. “Hou het gesprek rustig. Stel vragen als: ‘Wat denk je precies? Hoe zien je gedachten eruit? Zijn die er constant of af en toe? Erover babbelen voelt al aan als een opluchting.”

Een volgende stap is kijken hoe iemand geholpen kan worden. “Je kan je voorbereiden en informatie over hulpverlening verzamelen”, stelt de directrice. “Er zijn verschillende opties. Je kan bellen met de zelfmoordlijn of langsgaan bij een huisarts, een psycholoog of een psychiater. Het belangrijkste is dat je de andere zelf de hulpverlening laat uitkiezen. Doe je dat niet? Dan voelt die zich niet langer veilig.” Daar kan Lore over meespreken. “Tijdens mijn gedwongen opname was ik in alle staten. Al besef ik dat mijn ouders gewoon hun best deden en me wilden beschermen. Ik heb hen dat nooit kwalijk genomen. Integendeel: ik voelde me lange tijd schuldig over de impact die mijn situatie had op hun leven. Op mijn achttiende ben ik daarom alleen gaan wonen, zodat de rust thuis kon terugkeren.”

Tegelijk is het belangrijk dat je zelf niet in de rol van hulpverlener kruipt. “Beloof niet dat je het gesprek zult geheimhouden. Je kan die last niet alleen dragen. Dan bestaat de kans dat je er zelf onderdoor gaat. Vraag welke andere mensen erbij betrokken mogen worden. Bij wie voelt de persoon in kwestie zich veilig? Mogen de ouders, broer of zus, of een leerkracht ingelicht worden?”

Nog een laatste tip: blijf achteraf contact houden. Lore: “Stel niet voor dat de andere belt als die zich slecht in z’n vel voelt. Als die zichzelf beschouwt als een last, is de kans net miniem dat die effectief zal bellen. Pak zelf geregeld je smartphone vast en check hoe het gaat.”

Wat als je zelf met gitzwarte gedachten worstelt?

Mensen met zelfmoordgedachten moeten eerlijk zijn, tegenover anderen én zichzelf. “Probeer er niet van weg te vluchten. Dat werkt niet”, zegt Lore. “Ga op zoek naar een luisterend oor. Is er niemand in je omgeving die je vertrouwt of durf je er niet over te praten? Dan kan je bellen of chatten met de zelfmoordlijn. Er bestaan zelfs apps die je kunnen helpen. Ik begrijp maar al te goed dat je vastzit in een tunnelvisie, maar weet dat er hoop is en licht aan het einde van de tunnel. Probeer aan te kloppen bij een hulpverlener. Geef niet meteen op, want wat voor de ene werkt, heeft bij de andere een averechts effect. Ga met verschillende mensen praten. Uiteindelijk kom je wel iemand tegen waar je een klik mee hebt.”

Wie met vragen zit rond zelfdoding, kan terecht op de Zelfmoordlijn via het gratis nummer 1813 of op www.zelfmoord1813.be.