Kwart meer oproepen voor Zelfmoordlijn in 2012

kos
De vrijwilligers van de Zelfmoordlijn hebben vorig jaar een recordaantal van 11.395 oproepen beantwoord. Dat is bijna een kwart meer dan in 2011, zo meldt het Centrum ter Preventie van Zelfdoding (CPZ).

Het centrum ziet als mogelijke verkaringen voor de stijging "het veelvuldig vermelden van het nummer in de media en extra bezetting van de lijn". De Zelfmoordlijn zoekt overigens nog vrijwilligers.
    
Relationele problemen en problemen met de omgeving worden in twee op de drie gevallen genoemd door de oproeper. Bij jongeren komt pesten vaak voor, terwijl ouderen vaak financiële problemen vermelden, zo staat in het jaarverslag van CPZ.
    
De gemiddelde beller is ouder (41 jaar) dan diegenen die zich tot de chat wenden (22 jaar). Zowel bij de chat als via de telefoon zijn het meestal vrouwen die contact opnemen (respectievelijk 78,3 procent en 62,4 procent). Bij de chat voert bijna 94 procent van de oproepers het gesprek voor zichzelf, bij de telefoonlijn heeft ongeveer 68 procent van de bellers zelf zelfmoordgedachten, de rest belt dus voor iemand anders.
    
Poging
Ongeveer dertig procent van de mensen die zich tot de Zelfmoordlijn wenden, heeft al een zelfdodingspoging achter de rug. Bij de mensen die voor zichzelf de hulplijn contacteren, is bij telefoon en chat respectievelijk 2,7 en 2,5 procent een zelfdodingspoging aan de gang.
    
Volgens een studie onder leiding van gezondheidseconoom Lieven Annemans (Ugent en VUB) wordt 35 procent van de zelfdodingen en pogingen bij de suïcidale oproepers van de lijn vermeden.
    
De Zelfmoordlijn is te bereiken via zelfmoordlijn.be en 02/649 95 55. Negentig procent van de oproepen gebeurt telefonisch, 10 procent via de chat. Dit jaar wil het CPZ e-mail uitbouwen als een volwaardig medium naast telefoon en chat.