Exclusief voor abonnees

Joke (36) pleegde op haar 18e een abortus: “Had het me gezegd”, zei mijn papa weken later. “Je had het kunnen houden”

Foto ter illustratie.
Getty Images/iStockphoto Foto ter illustratie.
Geheimen. Iedereen heeft er één. Diep weggestoken, nooit verteld, altijd verborgen gehouden. Desnoods nemen we het onze doodskist mee in. Redactrice Sabine Vermeiren luisterde naar Vlamingen die wél praten. Eén keer vertellen. En dan nooit meer. Vandaag: Joke pleegde op haar 18e een abortus. “Pas vier jaar later, toen ik in de verloskamer lag en voor het eerst mama werd, kwamen de tranen. Wat had ik toch gedaan?” 

Elk jaar, als wereldwijd nine eleven wordt herdacht, zet Joke in haar hoofd een denkbeeldig streepje. Alweer een jaar erbij. Achttien zijn het er nu al - over minder dan twee weken negentien. Had ze haar kindje wél geboren laten worden, het had nu de leeftijd gehad waarop Joke de meest drastische beslissing van haar leven nam. Een abortus. 

"Beetje verdikt in de vakantie, Joke?' Het schooljaar was net gestart en de woorden van haar klasgenoot beukten er die ochtend tussen twee lesuren hard in. Ja, ze was wat verdikt. Dat had ze zelf ook al gemerkt. Haar altijd zo strakke buik stond wat boller de laatste tijd. Maar so what? Kon gebeuren? Toch?

We schrijven 2001. Joke is dan achttien, zit in haar zesde middelbaar, heeft een vaste relatie met een jongen van haar leeftijd en is net als haar vriendinnen. Niet bezig met de toekomst. En de focus niet verder dan de volgende fuif. Vandaag is Joke een getrouwde vrouw en moeder van twee tienerzonen. Ze werkt als administratief bediende in de petrochemie en klust bij als taartenbakster. Een mooie, verzorgde vrouw met lange, donkere haren die ze voor dit gesprek in een knotje heeft gedraaid. Grote reebruine ogen, waar een zorgvuldig streepje eyeliner boven is getrokken. Een open, opgewekt gezicht. Geen spoor van trauma of verdriet. Maar de dingen zijn niet altijd wat ze lijken. Want ergens knaagt er iets. Elke dag.

"Ik was die zomer niet ongesteld geweest, maar op zich vond ik dat niet eens zo raar. Ik was altijd al onregelmatig en het zou nu niet anders zijn. M'n maandstonden zouden wel komen, dacht ik. Já, ik had seks gehad met mijn vriend. We waren per slot van rekening al een jaar samen. Maar een zwangerschap, daar dacht ik geen moment aan. Ik pakte de pil, toch? Ik was die weleens vergeten, maar dat was ervoor ook al gebeurd. Het zou wel goed komen."

Abortus moest snel

"Die opmerking van m'n vriendin zette me natuurlijk aan het denken. Ik ben vrijwel meteen een zwangerschapstest gaan kopen. Ik ben naar de GB gegaan en ben thuis, op het toilet, de test gaan doen. Positief. Ik herinner me van dat moment alleen nog de paniek. Een baby?! Dat kon toch helemaal niet? Ik ging nog naar school. Mijn vriend zou gek worden. Mijn ouders zouden razend zijn. En zelf voelde ik me nu ook niet bepaald klaar voor het moederschap, al weet ik niet of ik daar op dat moment wel echt bij stilgestaan heb. Bij de dokter bleek dat ik al elf weken ver was. Ik wist niet veel van kinderen en van zwangerschappen, maar ik wist wel: wilde ik een abortus, dan moest ik snel schakelen. Dan had ik exact één week de tijd om in een abortuskliniek te geraken. Abortus mag maar tot twaalf weken. Dus wat ik ook deed, het moest snel."

"In mijn onmiddellijke omgeving durfde ik er met niemand over te praten. Maar ik moest iéts doen en dus zocht ik via mijn school contact met, eerst, een maatschappelijk werkster, daarna een verpleegster. Ik zie me daar nog zitten. Ze legde de opties uit, maar ik raakte er niet uit en maakte alvast een afspraak met de psycholoog van de abortuskliniek, omdat intussen natuurlijk de klok tikte. Ging ik ook echt doorgaan met die abortus? Dat wist ik toen nog niet. Thuis bleef ik zwijgen. Misschien nog vooral omdat ik m'n ouders er niet mee wilde belasten. Mama had kort ervoor haar ontslag gekregen en dat had thuis voor financiële problemen gezorgd. Er was al eens een deurwaarder geweest. Mijn ouders hadden het al moeilijk genoeg, ook zonder een zwangerschap van hun dochter, oordeelde ik."

"Als ik effectief voor een abortus ging kiezen, dan had ik daar 250 euro voor nodig. Die had ik niet: net ervoor was ik op vakantie geweest en alles wat ik had verdiend met m'n studentenjob, was daar opgegaan. Ten einde raad ben ik naar een vriendin gestapt. Ik wist dat ze weleens op date ging met sugardaddy's en vroeg haar of ze iets voor me kon fiksen. Al direct die week koppelde ze me aan een ondernemer uit Oost-Vlaanderen. Hij heeft me mee uitgenomen naar het soort van club waar een meisje als ik normaal niet komt. Chic eten. Champagne. Een vipbar. Ik had zulke dingen nooit van dichtbij gezien. Ik weet nog hoe doodsbenauwd ik was. Wat als hij seks wou? Of niet te vertrouwen was? Ik moet enorm gespannen zijn geweest, want hij vroeg wat er scheelde. Ik heb gewoon eerlijk geantwoord. Dat ik zwanger was en geld nodig had. Ik kan over die man geen slecht woord zeggen: er is die avond niks seksueels gebeurd, hij heeft me 250 euro betaald en hij heeft me netjes thuis afgezet. Ik ben respectvol behandeld én had wat ik moest hebben. Genoeg geld voor een abortus, als dat tenminste was waar ik de komende vierentwintig uur voor zou kiezen."

Gewelddadige reactie

"Pas toen heb ik mijn vriend ingelicht. Had hij goed gereageerd, ik had het kindje waarschijnlijk wel gehouden. Ik had weinig nodig om overtuigd te worden. Maar hij reageerde exact zoals ik had verwacht: gewelddadig. Erger nog. Hij bedreigde me. Hij zou z'n baseballbat weleens gaan halen, zei hij. Je moet weten: die jongen kwam uit een - hoe zeg ik dat nu het best? - 'zwaar' gezin. Zijn broers hadden al in de gevangenis gezeten en als wij uitgingen, kwamen daar altijd vechtpartijen van. Hij waarschuwde me. Als ik het kindje hield, zou hij m'n jongere broertje verrot slaan. Eerlijk gezegd was ik bang dat hij ook míj te lijf ging gaan. Kloppen, tot het vruchtje eruit was. Dat gesprek, toen, was ineens het laatste echte contact dat ik met hem had. De week erna had hij iemand anders."

"Op de ochtend van 11 september ben ik eerst naar de dokter gegaan. Dat had de verpleegster zo geregeld voor me. Hij liet me een pil innemen. Toen ik dat deed, heb ik heel duidelijk beseft: 'Oké, nú gebeurt het, nú sterft het kindje, dit is de eigenlijke abortus.' Erna zijn we samen naar de abortuskliniek gereden, niet zo ver van mijn school. Ik weet niet of ze het op voorhand zo gepland had, maar de verpleegster is de hele tijd bij me gebleven. Misschien wou ze niet dat ik alleen was."

"Die hele ochtend is in mijn hoofd één grote waas. Zeggen dat ik verdoofd was, is misschien overdreven. Maar toch. Ik voelde weinig tot niets. Ik kéék wel naar die echo waar intussen geen hartje meer op klopte. Maar of ik het echt zag, weet ik niet. Ik weet wel nog dat het pijnlijk was. Als de pijn van je maandstonden. Maar dan tien keer erger. Ik heb mijn verstand op nul gezet en mijn gevoel uitgeschakeld. Ik dacht aan mijn broertje, dat gevaar liep als ik dit niet liet doen. Ik denk dat ik me in die kliniek, achteraf bekeken, meer zorgen maakte om de verpleegster die bij me was dan om mezelf. Ze vertelde dat haar zoontje was gestorven. We hebben daar lang over gepraat. Ik zag dat ze witte plekken kreeg in haar gezicht. Ergens had ik weleens gelezen dat je witte plekken krijgt van stress. Ik had te doen met haar."

"Met de bus ben ik na afloop naar huis gereden. Vergeleken met een gewone schooldag kwam ik te vroeg thuis. Mijn ouders zaten in de woonkamer. Ik zei dat ik me niet zo goed voelde, maar ze keken amper op. Toen ik me omdraaide en naar de televisie keek, begreep ik waarom: ik zag live een vliegtuig in de WTC-torens vliegen. Ik ben nog even blijven kijken, maar werd helemaal draaierig. Ik had veel bloed verloren in de kliniek. Toen ben ik naar boven gegaan en viel ik in slaap."

Apathisch

"In de dagen en weken erna begon papa iets te vermoeden. Mijn vriend liet niks meer horen en ik kon geen goeie uitleg geven over hoe dat kwam. Papa moet het aan me hebben gezien dat er iets niet klopte en begon vragen te stellen. Op de lange duur heb ik het dan maar gezegd. 'Maar Joke toch', zei hij. 'Had het me gezegd, we zouden een oplossing hebben gevonden. Je had het kunnen houden, we zouden er wel mee voor gezorgd hebben.' Mama zei niet veel. Maar zo is mama: eerder apathisch. Ze is niet zo'n warme persoonlijkheid. Ik zag dat papa gekwetst was. Hij huilde. Het deed hem pijn dat ik hem niet in vertrouwen had genomen. Na die ene keer hebben we er nooit nog over gesproken."

"Twee jaar later heb ik mijn huidige man leren kennen. Ik wou hem eerst niet vertellen over de abortus. Ik schaamde me. Wat ging hij wel niet denken van me? Maar toen we na twee jaar zwanger werden, heb ik het hem gezegd. De zwangerschap was ongepland. Ik gebruikte de NuvaRing (anticonceptiemiddel, red.) - want nooit nog de pil voor mij - maar was één van die vrouwen die desondanks toch nog in verwachting raakte. Ik heb mijn vriend gezegd: 'Ik héb dit al eens meegemaakt. Als jij dit kindje niet wil, dan gaan we uiteen.' We zijn daar achteraf nooit op teruggekomen. Ik denk dat hij het wel begrepen had."

"Ik heb die zwangerschap toen niet als moeilijk of raar ervaren. Wel heb ik me op m'n twaalf weken gerealiseerd: dit was het moment waarop ik m'n eerste kindje geaborteerd heb. De emoties zijn er pas uitgekomen toen ik moest bevallen. Ze hebben mijn zoontje na de geboorte op m'n buik gelegd. We zijn daar zeker twintig minuten zo blijven liggen, want ik doneerde navelstrengbloed en dat duurt een tijdje. Pas toen heb ik mijn eerste tranen gehuild om die abortus. Alles begon ineens te spelen in mijn hoofd. Al die herinneringen. Het besef dat ik een kindje gehad kon hebben van vier jaar. Maar ook de blijdschap om m'n zoontje. Ik kon alleen nog maar wenen."

Spijt?

"Mijn man en ik zijn nu zestien jaar samen en hebben twee tienerzonen. Hij is een geweldige vader en ik denk dat we een goed koppel zijn. Toch denk ik nog vaak aan die abortus. Het is nu bijna achttien jaar geleden en ik heb er, na die ene keer met mijn man, nooit nog met iemand over gepraat. Diep vanbinnen voel ik dat het een meisje zou zijn geweest. Daar ben ik altijd van overtuigd geweest. Ik vraag me weleens af wat voor iemand ze geweest zou zijn. Op momenten kan het me overvallen: 'Ze zou nu acht zijn geweest'. 'Ze zou nu twaalf zijn geweest.' Tien jaar na de abortus heb ik mijn ex van toen nog eens een berichtje gestuurd. Ik liet hem weten hoeveel pijn het me nog doet. Maar hij heeft nooit gereageerd. Ik heb hem nooit nog gezien, maar hoorde zeggen dat hij nu zelf ook een gezin en kinderen heeft."

"Heb ik spijt? 'Spijt' is niet het juiste woord. Ik was jong, ik was in paniek, kreeg er nog die bedreiging bovenop en zag op dat moment geen andere mogelijkheid. Ik maakte een keuze en met de omstandigheden van toen geloof ik graag dat dat de juiste was. Maar zou ik het opnieuw doen? Nee. Nu ik ouder ben, zie ik dat er wél andere keuzes waren. Ik had die bedreiging niet de doorslag moeten laten geven. Ik had papa in vertrouwen moeten nemen. Hij had gelijk. We hadden dat kunnen oplossen."

"Elk jaar, in september, zet ik me al schrap. Dan weet ik dat er weer herdenkingen komen voor nine eleven en dan komt alles terug. September is een rotmaand voor me. De pijn, op die elfde september, blijft elk jaar even groot. In zekere zin vind ik dat goed. Die abortus is deel van mijn leven. Ik heb het nodig om af en toe dat verdriet en die schaamte nog te voelen. Het boetekleed aantrekken, of zo. Wat ik nu zeg, klinkt misschien raar. Maar dat ongeboren kindje verdient dat."

"Ik zie mensen in mijn omgeving heel hard sukkelen om zwanger te geraken. Dan kan ik wel door de grond zakken. Zij kunnen geen kind krijgen. En ik deed het mijne wég? Mochten mijn collega's of vrienden dit weten, ik ben zeker dat er een aantal zijn die zouden breken met me. Misschien vertel ik het ooit aan mijn zonen. Ik weet het nog niet. Als ik het gevoel zou hebben dat ik hen daar op dat moment in hun leven mee help, zal ik dat zeker doen. Maar tot dan doe ik wat ik nu al achttien jaar doe. Zwijgen. Beter zo.”

Lees hier nog meer verhalen uit de reeks Mijn geheim.Rudy ging 1.200 keer op prostitueebezoek: “Voor elke keer gemiddeld 100 euro. Reken maar uit” (+)

Marie doneerde in het geheim een eicel aan haar collega: “Ik durfde het alleen per sms voorstellen. ‘Hey Greet. Wat als ik je nu eens een eicel zou geven?’” (+)