Exclusief voor abonnees

Ingrid De Jonghe helpt jongeren uit de psychische nood: “Kinderen mogen vandaag geen kind meer zijn”

Ingrid De Jonghe: ‘Als advocaat was ik heel hevig; als therapeut ben ik mild. Al ben ik geen softie, maar eerder een ijzeren hand in een fluwelen handschoen.’
Thomas Sweertvaegher Ingrid De Jonghe: ‘Als advocaat was ik heel hevig; als therapeut ben ik mild. Al ben ik geen softie, maar eerder een ijzeren hand in een fluwelen handschoen.’
Als jeugdadvocaat kon Ingrid De Jonghe (64) het niet langer aanzien dat jongeren met psychische problemen nergens terechtkonden. Dus richtte ze negen jaar geleden TEJO (therapeuten voor jongeren) op. Vanavond wordt ze voor haar werk bekroond met de prestigieuze tweejaarlijkse opvoedingsprijs Filson Steers Mariman. “Sommige verhalen van jongeren slaan ons met verstomming.”

Vanavond ontvangt Ingrid De Jonghe in Het Paleis in Antwerpen de Prijs Filson Steers Mariman voor haar ‘inzet voor de opvoeding van kinderen of jongeren’. De tweejaarlijkse prijs is 60.000 euro waard. Geld dat jeugdadvocaat en -therapeut integraal wil investeren in TEJO. Op 13 maart 2010 opende in Antwerpen het eerste TEJO-huis zonder subsidies zijn deuren. Jongens en meisjes van 10 tot 20 konden er terecht voor kosteloze psychische hulp. Vandaag zijn er verspreid over Vlaanderen 14 zelfbedruipende huizen. Sinds de start klopten ruim 9.500 jonge mensen aan. Ze werden geholpen door 450 vrijwilligers, onder wie 220 therapeuten.

Ingrid De Jonghe: “Er loopt iets grondig fout in onze samenleving. In onze TEJO-huizen komen jonge mensen binnen met verhalen die ons soms met verstomming slaan. Een tijd geleden kreeg ik op een zaterdag een mail van een prille twintiger. ‘Ik krijg volgende week euthanasie’, schreef hij. ‘Ik zou graag hebben dat mijn nabestaanden ter nagedachtenis aan mij geld doneren aan TEJO. Want als ik jullie vroeger had gekend, hadden jullie me misschien kunnen helpen. Nu is het te laat.’ Ik nodigde hem uit voor een gesprek. ’s Maandags zat hij hier. Hij vertelde me een vreselijk verhaal over misbruik en pesterij. Hij had daar nooit iets over gezegd, tot het ontplofte. De volgende dagen heb ik alles uit de kast gehaald om hem te redden. Maar hij kon niet meer; hij was zowel lichamelijk als psychisch totaal uitgeput. Na een reeks van intensieve gesprekken werd me duidelijk dat ik niets meer kon doen. Een tijd later eindigde zijn leven. Terwijl zoiets eigenlijk niet mag gebeuren. Nooit.”

Waarom ging u negen jaar geleden met TEJO van start?

“Ik werkte als advocaat aan de balie en was vrijwillig afgevaardigde bij de sociale dienst van de Antwerpse jeugdrechtbank. Ik volgde een aantal jonge mensen in moeilijke thuissituaties en voerde wekelijks gesprekken met hen. Ik zag hoe jongeren die met ernstige psychische problemen kampten, geen therapie konden krijgen omdat er onvoldoende aanbod was. Ik maakte daar op een dag tegen de jeugdrechter een opmerking over en hij zei: ‘Pak de telefoon en regel het zelf. Ik vind geen plaats.’ Hij had gelijk: alle voorzieningen waren continu volzet.”

“Het idee groeide om zelf iets op te richten, maar ik wou dat eerst goed voorbereiden. Dus ging ik met toenmalig minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) en met verschillende directeurs van Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG) praten over de ellenlange wachtlijsten voor jongeren in psychische nood. Iedereen zei: ‘O, maar dat is al veertig jaar zo. Je moet dat gewoon aanvaarden.’”

Tijdens verkiezingscampagnes beloven politici toch telkens weer dat ze die wachtlijsten zullen opkuisen?

“Vandeurzen heeft veel goeds gedaan, alleen niet voor mijn sector. De mensen van de CGG’s werken hard, maar er is jammer genoeg ook heel wat bureaucratie met een overvloed aan administratie en vergaderingen. Als een jongere te horen krijgt dat hij op een wachtlijst belandt, haakt hij af. Voor veel jonge mensen is het zo al moeilijk genoeg om de stap naar de hulpverlening te zetten. Met TEJO gingen we daar lijnrecht tegenin. Jongens en meisjes tussen 10 en 20 mogen hier binnenstappen zonder afspraak. We krijgen soms kinderen van 8 over de vloer, of jongeren van 22. We zijn niet rigide. Bij een CGG moeten jongeren toestemming hebben van hun ouders en volgt er een uitgebreid intakegesprek; hier blijven ze anoniem en hebben ze geen ouderlijke toestemming nodig. In principe hebben ze recht op tien therapeutische sessies, wekelijks of tweewekelijks; soms volgen we ze langer.”

Ingrid De Jonghe: ‘Als een jongere te horen krijgt dat hij op een wachtlijst belandt, haakt hij af. Voor veel jonge mensen is het zo al moeilijk genoeg om de stap naar de hulpverlening te zetten.’
Thomas Sweertvaegher Ingrid De Jonghe: ‘Als een jongere te horen krijgt dat hij op een wachtlijst belandt, haakt hij af. Voor veel jonge mensen is het zo al moeilijk genoeg om de stap naar de hulpverlening te zetten.’

De TEJO-therapeuten zijn vrijwilligers. Zijn het allemaal professionals?

“Zeker. De kwaliteit ligt zeer hoog. Het zijn ervaren therapeuten met een uitstekende basisopleiding die zich voortdurend bijscholen. Wij willen preventief werken en proberen zo vroeg mogelijk in te grijpen. Zo willen we vermijden dat psychische problemen escaleren en jongeren in de psychiatrie terecht komen. Die zit trouwens ook overvol.”

“Na mijn rechtenstudie volgde ik nog opleidingen criminologie, pedagogie, psychologie en gedragstherapie. Ik ben dus zelf ook therapeut. Als advocaat was ik heel hevig; als therapeut ben ik mild. Al ben ik geen softie, maar eerder een ijzeren hand in een fluwelen handschoen. Ik heb hier in het Antwerpse TEJO-huis regelmatig dienst. Die jongen of dat meisje zit dan voor mij en we hebben een fijn gesprek over wat er voor hem of haar toe doet. Ze voelen dat ik hen graag zie, dat ik deskundig ben en écht kan helpen.”

Waar worstelen jullie bezoekers het meest mee?

“Ernstige relatieproblemen staan tien jaar op rij op nummer 1 én heel serieuze conflicten thuis of op school. Veel jongeren komen uit gebroken gezinnen en geloven niet meer in duurzame relaties. Op de tweede plaats staat depressie. Dat gevoel van het niet meer zien zitten, is vaak gelinkt aan de gejaagdheid van het leven, aan een ingrijpende gebeurtenis maar ook soms aan drugsgebruik. Op de derde plaats staat een negatief zelfbeeld. ‘Ik kan niets en ben niets waard.’ Ze zijn verloren. Dat gevoel wordt vaak aangezwengeld door sociale media. Er is ook zeer veel stress waardoor jongeren geplaagd worden door angstaanvallen. De laatste jaren komt daar zelfverminking bij: jonge mensen die zichzelf snijden omdat ze zich slecht voelen. En dan is er nog suïcide met veel zelfmoordgedachten en -pogingen. Dat vind ik zeer beangstigend omdat jongeren toegang hebben tot middelen om zichzelf van het leven te beroven. Er is niet altijd een dichte vriend die ze in vertrouwen kunnen nemen. Het positieve is dat wij jonge mensen met suïcidale gedachten kunnen helpen.”

Laten ouders het afweten?

“Vaak wel, en soms ook leerkrachten. Iedereen laat het afweten, de jongeren zelf ook. Ze laten elkaar in de steek. Er wordt veel gepest en er is veel geweld. We geven graphic novels uit met tekeningen van Marc Legendre en Mila Van Goethem. Rode draad in die strips is het belang van een goede vriend of vriendin. Ze liggen op alle scholen in Vlaanderen en verwijzen door naar TEJO. Ze zijn bedoeld voor kinderen van 15 en 16; net de leeftijd die het vaakst in onze statistieken voorkomt.”

Konden ouders vroeger beter opvoeden, of viel de ellende toen minder op?

“Ik denk echt dat er nu veel meer problemen zijn. Er woedt geen oorlog en toch leven we in een angstige, gespannen samenleving. Veel volwassenen hebben het ook moeilijk. Jongeren worden daarmee geconfronteerd op een moment waarop zij eigenlijk zorgeloos in het leven zouden moeten staan. Mijn ouders waren ondernemers en hadden flink wat kopzorgen. Ik heb daar als kind nooit iets van gemerkt. Zij zorgden emotioneel en materieel heel goed voor mij en mijn twee zussen. Wij mochten nog kind zijn.”

Veel kinderen mogen dat nu niet meer?

“Nee. Kinderen zijn ook altijd ongelooflijk loyaal ten opzichte van hun ouders. Dat voel ik telkens weer. Zo was er dat meisje dat geplaagd werd door angstaanvallen. Haar ouders waren gescheiden. ‘Ze maakten zwaar ruzie’, vertelde ze. Ze beschermde haar jongere broertje en deed enorm haar best om die ouders samen te houden. Dat lukte niet en ook na de scheiding bleven ze elkaar de duvel aandoen. Ik nodigde haar mama ook uit op een sessie. Zij weende. ‘Ik heb nooit beseft dat ik zoveel druk op je schouders legde’, zei ze tegen haar dochter. ‘Ik zal het proberen goedmaken.’ Dat meisje zei: ‘Maar het is wel gebeurd.’”

“Ouders vergeten dat een kind niet normaal kan ontwikkelen als ze een last moeten torsen. Soms vraag ik aan zo’n jongen of meisje: ‘Waarom heb je thuis nooit verteld wat je nu tegen mij zegt?’ Het antwoord is steevast: ‘Mijn ouders hebben het al moeilijk genoeg.’ Of: ‘Mama of papa sukkelen met een burn-out. Ze kunnen dit er niet bij hebben.’ Terwijl ouders dat er net wél bij moeten hebben. Want dat hoort nu eenmaal ook bij het ouderschap.”

Ingrid De Jonghe: ‘Ik denk echt dat er nu veel meer problemen zijn. Er woedt geen oorlog en toch leven we in een angstige, gespannen samenleving.’
Thomas Sweertvaegher Ingrid De Jonghe: ‘Ik denk echt dat er nu veel meer problemen zijn. Er woedt geen oorlog en toch leven we in een angstige, gespannen samenleving.’

Waar komt uw engagement vandaan?

“Ik was zeventien toen ik tijdens de vakantie als vrijwilliger aan de slag ging in een buurthuis in het noorden van Antwerpen. Ik trok er samen met kansarme jongeren op uit; een ingrijpende ervaring die me nooit meer heeft losgelaten. Op mijn achttiende droomde ik van een job bij de radio en ik deed mee aan een talentenjacht. Guy Depré won en ik was tweede. Onze prijs was dat we allebei voor de radio mochten beginnen te werken. Guy heeft dat ook gedaan, maar ik mocht niet van mijn ouders. Ze wilden dat ik ging studeren.”

“Op een bepaald moment zag ik op het mededelingenbord van de universiteit een aankondiging van een studentenvereniging voor een vergadering over buurtwerk rond de Antwerpse Ossenmarkt. In die tijd was dat een wijk met veel armoede. Dat intrigeerde me, dus trok ik naar buurthuis Centrum Kauwenberg. De vergadering werd voorgezeten door een jongeman die later mijn man zou worden. (lacht) Ik begon me er in te zetten als vrijwilliger in de jongerenwerking en voelde al snel dat dit was wat ik wou. Ik studeerde dan wel rechten, eerst en vooral wou ik het échte leven ontdekken. Sindsdien breng ik wijlen Stéphane Hessels beroemde essay Neem het niet! in de praktijk. Als ik iets zie dat niet oké is, probeer ik daar wat aan te doen, zoals nu met TEJO.”

Wie met vragen zit over zelfdoding kan terecht bij de Zelfmoordlijn op het gratis nummer 1813 en op zelfmoord1813.be.




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.