Exclusief voor abonnees

Arthur (18) stapte uit het leven. Zijn familie vertelt hoe ze elk op hun manier omgaan met het verdriet

De familie Vallina Griera op het domein van de Abdij van Vlierbeek. Aan de Chirolokalen werd een boom voor Arthur geplant. Hier kunnen familie en vrienden herinneringen ophalen en een (nieuw) polsbandje met zijn naam op meenemen.
Greetje Van Buggenhout De familie Vallina Griera op het domein van de Abdij van Vlierbeek. Aan de Chirolokalen werd een boom voor Arthur geplant. Hier kunnen familie en vrienden herinneringen ophalen en een (nieuw) polsbandje met zijn naam op meenemen.
Maandag, 7 januari 2019. Op de eerste dag na de kerstvakantie staat rond 5 uur een politieagente voor de deur. Het lichaam van Arthur is gevonden aan de spoorweg. Zelfdoding, denken ze. Ouders Annelies en Christophe, broers Cobe en Felix en zus Lola vertellen op de internationale dag ter preventie van zelfdoding hoe ze elk op hun manier omgaan met het verlies. “Laat hem alsjeblieft met zijn zatte botten iets mispeuterd hebben, daar hoop je op als de politie in alle vroegte voor de deur staat.” 

Annelies (47), de mama van Arthur: “Laat hem alsjeblieft met zijn zatte botten iets mispeuterd hebben, daar hoop je op als de politie in alle vroegte voor de deur staat. IJdele hoop, want als moeder voel je instinctief: mijn kind is er niet meer. Wat doe je dan? Niets. Alles. Je kan het niet vatten. Je weet niet wat te doen of waar je moet beginnen. Boven lagen Lola en Felix, toen 11 en 10 jaar, rustig te slapen. Iemand moest hen wakker maken, hen vertellen dat hun grote broer dood was, wetende dat ook hun wereld nooit meer dezelfde zou zijn. Dat is zo hard. Christophe, die is meteen naar het ‘kot’ van Cobe en Arthur gelopen, verderop in de straat, om te kijken of Arthur niet gewoon in zijn bed lag. Het moest een vergissing zijn: ‘niet ons kind’. Niet veel later stormde Cobe hier binnen. In mijn dromen hoor ik hem soms nog schreeuwen. Een dierlijk, hartverscheurend geluid. Tot vandaag kan ik er niet tegen wanneer iemand zijn stem verheft. Het geschreeuw van Cobe, dat ging door merg en been.”

Een verkeersongeval, een ongelukkige val, dat waren scenario’s die wij als ouders ergens konden plaatsen, maar zelfmoord?

Annelies, mama van Arthur

“De eerste dagen en weken heb ik in een soort van waas doorgebracht, ver weg van de realiteit. En ­hoewel mijn beste vriendinnen, de schatten, hier een hele week het huishouden overgenomen hebben, zijn we als gezin professioneel slecht opgevangen. Achteraf ­vertelde een vriendin me dat er een uur nadat er bij haar thuis ingebroken was, iemand van Slachtofferhulp tot haar beschikking stond, om haar bij te staan. Mijn zoon had zich voor een trein gegooid, maar er kwam niemand. Personeelstekort. Onbegrijpelijk.”

Graag gezien

“Een verkeersongeval, een ongelukkige val, dat waren scenario’s die wij als ouders ergens konden plaatsen, maar zelfmoord? Arthur zat in de Chiro, speelde in een muziekgroepje, deed aan sport. Hij was empathisch, eigenwijs en altijd in voor een grapje. Hij was graag gezien. Hij was close met zijn broer Cobe, die anderhalf jaar ouder was. Samen hebben ze hier ‘op den buiten’ een zorgeloze jeugd gekend. Arthur was een doorsnee tiener, die zijn grenzen opzocht. Hij vond het moeilijk een studiekeuze te maken en hij was bang om op kot te gaan. ‘Dat loopt fout’, zei hij soms. Ik dacht dat hij bang was om niet genoeg discipline te hebben om naar de les te gaan. Of voor te veel vrijheid. Uiteindelijk koos hij voor geschiedenis in Leuven, hier vlakbij, en mocht hij samen met Cobe het leegstaande huis van mijn grootouders hier verderop in de straat gebruiken. Zo zat hij een béétje op kot.”

Tot morgen...

“De avond van Arthurs dood was een avond zoals vele. Arthur heeft hier gegeten, er was een akkefietje aan tafel over de ketchup, hij heeft geholpen met de afwas en PlayStation gespeeld met zijn broertje. Er is gelachen. Na het eten is hij naar zijn vrienden vertrokken. Hij heeft daar blijkbaar nog ‘tot morgen’ geroepen toen hij vertrok.”

Ik zal altijd blijven zoeken naar een verklaring of een afscheidswoord. Elk verfrommeld papiertje dat ik tussen een boek zie steken, doet mijn hart overslaan

Annelies, mama van Arthur

“Nee, er waren geen signalen, er zijn alleen vragen. Was het de stress van de examens? Leek de wereld te groot? Worstelde hij met zichzelf? Was hij op het verkeerde pad beland? Ik vermoed dat het een opeenstapeling van factoren was, een emmer die plots was volgelopen. Het is een vreselijke gedachte dat Arthur met problemen worstelde waarvan hij dacht dat hij er bij ons niet mee terechtkon. Op je achttiende lijken dingen groter dan ze zijn. Het is zo belangrijk dat jongeren weten dat hun ouders onvoorwaardelijk van hen houden, dat ze met elk probleem bij hen kunnen aankloppen en dat ze met vrienden en hulpverleners kunnen praten. Er is áltijd een oplossing.”

Cannabis

“Bij Arthurs lichaam zijn twee zakjes cannabis gevonden. Ik geloof dat die softdrug zijn emoties versterkt heeft. Cannabis is niet ongevaarlijk, het doet iets met je brein. Had ik geweten dat Arthur joints rookte, dan leefde mijn kind vandaag misschien nog.”

“Voor zijn vrienden liet Arthur op zijn kot platen na, met telkens een kartonnetje op, met daarop een naam en een dankjewel. Voor ons lag er niets. Ik zal wellicht mijn hele leven lang zoeken naar een verklaring en een afscheidswoord. Elk verfrommeld papiertje dat ik tussen een boek of een plaat zie steken of ergens in een hoekje zie, doet mijn hart overslaan. Niet weten waarom is het ergste, daar sta je mee op en daar ga je mee slapen.”

Wanneer ik voel dat ik wat meer energie heb, dan weet Christophe dat hij zich minder sterk hoeft te houden. Een goede dag hebben we zelden samen

Annelies, mama van Arthur

Geluk weer toelaten

“De maatschappelijke druk om het leven weer op te nemen is groot. ‘Ben je al terug aan de slag?’, vroegen mensen me kort na Arthurs dood. Terwijl ik die eerste maanden amper kon ademen en me nergens op kon concentreren. Ik heb het geprobeerd, weer gaan werken, als administratief bediende bij de KU Leuven. Maar ik heb nog altijd geen volledige controle over mijn geest en lichaam. Simpele dingen zoals eten klaarmaken zijn een opgave en soms krijg ik een angstaanval op de fiets. Soms wil ik verdwijnen in een hoekje. Maar ik heb nog kinderen die me nodig hebben. Ik moet opstaan.”

“We proberen met een positieve blik naar de toekomst te kijken. Beetje bij beetje durven we het kleine geluk weer toe te laten. Ik heb steeds vaker goede dagen. Wanneer ik voel dat ik wat meer energie heb, dan weet Christophe dat hij zich even minder sterk hoeft te houden. Een goede dag hebben we zelden samen. Rouwen is een eenzaam proces. Niemand kan het voor jou doen. Je raakt er vrienden door kwijt. Veel mensen weten niet wat zeggen, zijn bang voor de confrontatie met verdriet. Terwijl niets zo louterend werkt als samen huilen en terwijl ik niets liever doe dan over Arthur te praten. Alleen zo blijft hij in leven.”

(Lees verder onder de foto).

Greetje Van Buggenhout

Christophe (49), papa van Arthur: “Ongeloof. Dat gevoel overheerst nog. Ik ben een rationeel, nuchter mens. Zolang er vragen zijn, zal ik zoeken naar antwoorden, een logische verklaring. Annelies heeft voor zichzelf een verhaal gemaakt van wat er vermoedelijk met Arthur gebeurd is, om het draaglijk te maken. Begrijpelijk, maar mij lukt dat niet. Ik heb bewijzen nodig. Het verhaal is niet af. Dus ga ik op onderzoek uit. Sinds Arthurs dood begon ik een eigen dossier. Lijstjes, een tijdschema, feiten en vragen. Wie zag hij nog? Wie kan hij gezien hebben? Waarom had hij zijn koptelefoon niet op? Je zou denken dat een tiener met een passie voor muziek op zo’n moment zijn favoriete nummer opzet. Kan iemand hem geduwd hebben? Waar is zijn portefeuille? Wat deed hij aan die spoorweg?”

Ik ben militair en zoals het een goede soldaat betaamt, heb ik mezelf meteen in waakmodus gezet

Christophe, papa van Arthur

“Of Arthur heeft nooit iemand een teken gegeven dat hij doodongelukkig was, of we hebben een signaal gemist. Dan voel ik me gefaald als ouder. Of het was geen zelfmoord. In die laatste theorie sta ik alleen. 80 procent van de mensen gelooft dat Arthur zichzelf iets aangedaan heeft. Maar er is geen zekerheid. Niet weten wat er met je kind is gebeurd, is het allermoeilijkste, al die vragen spoken dag en nacht door mijn hoofd. Loslaten kan ik niet. Ik probeer wel, voor het welzijn van mijn familie. En omdat ik weet dat een tekort aan slaap een mens gek maakt. Als je wil herstellen en veerkrachtig wil zijn, dan moet je slapen.”

Het fort rechthouden

“Ik ben militair en zoals het een goede soldaat betaamt, heb ik mezelf meteen in waakmodus gezet. De eerste zes à acht weken heb ik dag en nacht gewaakt over Annelies en de kinderen. We sliepen met vijf in een kamer. Iedereen was kapot en ik moest hen weer ‘maken’. Ik zorgde dat zij sliepen en aten. Overleefden. Mijn gevoelens schoof ik aan de kant. Dat wreekt zich, natuurlijk. Na twee maanden was ik op. Iedereen heelt op een andere manier. Annelies wil praten, ik wil begrijpen. Ik moet het fort rechthouden. Ik huil alleen wanneer niemand het ziet. Ik behoed me voor valkuilen zoals alcohol, medicatie of agressie maar ik ben nog altijd op zoek naar de juiste tools om met die verstikkende emoties om te gaan. Voorlopig helpt het om me te focussen op iets anders. Niets repetitiefs zoals de haag scheren, maar dingen die mijn hersens prikkelen zoals grafische tekeningen op millimeterpapier. Niemand die nog met mij wil tv-kijken. Geen enkel programma houdt mijn concentratie langer dan vijf minuten vast.”

“Het eerste jaar zonder Arthur was het moeilijkst. De eerste Vaderdag, de eerste verjaardag, de eerste zomer, de eerste Kerstmis. Daar moet je door. Het gemis van een kind voelt als een amputatie van één van je ledematen. De pijn is ondraaglijk. Ja, je kan leren leven zonder dat lichaamsdeel, maar je wordt continu geconfronteerd met het gemis.”

Soms voelt het verdriet zo zwaar in huis dat het alles overheerst

Cobe, oudere broer van Arthur

Cobe (21), oudere broer van Arthur: “Ik heb me lang erg schuldig gevoeld. Arthur was mijn broer, mijn kameraad. Ik kende hem door en door. Hoe kon het dat ik geen flauw benul had van wat er in zijn hoofd omging? Hij moet kort voor zijn dood op ons kot geweest zijn. Rond tien uur, toen hij van bij vrienden kwam. Ik ben élke avond rond tien uur op ons kot. Behalve die avond, toen ik op de Chiro bleef plakken. Was ik er geweest, leefde Arthur dan nog? Had ik kunnen helpen? Met onszelf te pijnigen krijgen we ­Arthur niet terug, natuurlijk niet. Maar we hebben op kot muren en vloeren uitgebroken, op zoek naar een antwoord. Intussen heb ik me erbij neergelegd dat we het nooit zullen weten.”

Drie stappen terug

“De eerste weken na Arthurs dood leefde ik op adrenaline. Ik probeerde me sterk te houden voor mama en de kleintjes. Ik ging kijken aan de spoorweg, om me een beeld te vormen van zijn laatste minuten. Ik heb zijn lichaam gegroet toen hij er nog uitzag als zichzelf, zoals ik me hem wilde herinneren. ‘Dag broer,’ fluisterde ik, ‘dit is de laatste keer dat ik je zie.’ Tegenwoordig heb ik goede dagen en dagen waarop ik gek word. De ‘triggers’ kan ik nooit voorspellen. Onlangs zat ik te wachten op de trein toen enkele jongeren plagerig deden alsof ze elkaar op de sporen gingen gooien. Dan sla ik tilt. Verdriet kan mensen dichter bij elkaar brengen, maar soms voelt het verdriet zo zwaar in huis dat het alles overheerst. Het maakt veel indruk wanneer je je ouders intens verdrietig ziet, wanneer ze de pedalen verliezen, moe zijn, boos zijn op de wereld.”

“Wanneer ik bij mijn vriendin ben of moet studeren, ben ik afgeleid. Als ik daarna thuiskom, kan de zwaarte me overvallen, alsof ik drie stappen terugzet in mijn rouwproces. Op kot is Arthur erg aanwezig. Slapen doe ik er niet meer. Met elk geluid, elke kraak in de oude vloer, hoor ik mijn broer weer. Die confrontatie is hard.”

Op de begrafenis van Arthur werden er festivalbandjes uitgedeeld met zijn naam op. Door het bandje van Arthur rond mijn pols te dragen, heb ik hem altijd dicht bij mij

Lola, jonger zusje van Arthur

Felix (12) en Lola (13), broer en zus van Arthur:“Arthur speelde soms PlayStation met mij”, zegt Felix. “Hij maakte me altijd aan het ­lachen. Mama zei dat Arthur de ‘pipi-kaka’-­mopjes nooit echt ­ontgroeid was. Het leek alsof hij nooit ongelukkig was.”

Lola: “Het was altijd feest wanneer Arthur op ons moest passen. Dan konden we laat opblijven en films kijken en mocht ik in zijn hand knijpen als ik bang was.”

Felix: “Hij hielp me met huiswerk. Hij was goed in taal.”

Lola: “En hij leerde me vlechtjes maken, dat kon hij goed.” (lacht)

Felix: “Ik herinner me weinig van de dag dat Arthur gestorven is. Alleen dat het nog heel vroeg was, dat er een vreemde mevrouw in de living zat en dat papa en mama ontzettend verdrietig waren. Dat was eng. Ik laat het niet altijd zien, maar ik mis Arthur heel erg.”

Lola: “We weten niet waarom Arthur niet meer wilde leven. Hij had zoveel vrienden en familie. We zullen het ons blijven afvragen. Misschien dat iemand het ons ooit komt vertellen, daar hopen we op. Op de begrafenis van Arthur werden er festivalbandjes uitgedeeld met zijn naam op. Door het bandje van Arthur rond mijn pols te dragen, heb ik hem altijd dicht bij mij. Dat geeft troost.”

KIJK UIT VOOR SIGNALEN

Vandaag is de internationale dag ter voorkoming van zelfdoding. Vooral jongeren zijn erg kwetsbaar voor suïcidale gedachten. Dit komt deels door de groei van de hersenen. Bepaalde stukken in de hersenen zijn bij jongeren niet volgroeid waardoor ze vaker impulsief zijn, de gevolgen van hun daden minder goed ­kunnen inschatten, een beperkter beeld van de toekomst hebben, vaak grotere risico’s nemen en hun gedrag minder goed kunnen controleren. Daardoor kunnen jongeren moeilijker met emoties omgaan of emoties begrijpen en relativeren. Zelfdoding is de belangrijkste doodsoorzaak bij ­jongeren tussen 15 en 19 jaar.

Omdat veel gedrag gezien wordt als typisch pubergedrag, zijn jongeren met suïcidale gedachten moeilijk te spotten. Let op:

1. Veranderingen in emoties (plotse huilbuien, woede-uitbarstingen of somberheid) en gedrag (plotse verandering in uiterlijk, alcohol- of drugsgebruik, onverantwoorde risico’s).

2. Niet meer deelnemen aan activiteiten, zich afzonderen van familie en vrienden, afscheid nemen van belangrijke personen of plaatsen of weggeven van persoonlijke spullen.

3. Als een jongere zegt dat het niet goed gaat: neem een schreeuw om hulp áltijd serieus.

Maak zelfdoding bespreekbaar. Durf te vragen: ‘Denk je aan zelfmoord?’. Je zal er een jongere heus niet mee choqueren of aanmoedigen. Laat weten dat je openstaat voor een gesprek. Maak tijd, luister en toon begrip. Zoek dan samen naar hulp. (Bron: zelfmoord1813.be)

Vragen over zelfdoding? Bel 1813 of surf naar zelfmoord1813.be.