Exclusief voor abonnees

3 verliefde BV’s klappen uit de biecht: “Ik vind een creatieve mens zo aantrekkelijk”

Charlie De Keersmaecker
Ze inspireren én irriteren elkaar. Ze zijn elkaars voornaamste klankbord én strengste criticus. Ze bewonderen en verwonderen. Ze combineren hun passie met een huishouden en kinderen. Ze houden zielsveel van hun vak. Maar vooral van elkaar. Drie koppels over hun creatieve liefde.

Tine Reymer & Peter Van den Begin:

Charlie De Keersmaecker

Hij is telkens ontroerd als zij op het podium staat te zingen. Zij is nog vaak weggeblazen door de rollen die hij vertolkt. Al drieëntwintig jaar gelukkig met elkaar.

Twee creatieve zielen samen: makkelijk of moeilijk?

Tine: “Het makkelijke is dat we elkaar begrijpen. We weten wat het met zich meebrengt: een première, lange uren, de stress. Maar als je allebei in een drukke periode zit – ik kom met een nieuw album uit en Peter staat voor de première van een immens toneelstuk (Angels in America, red.) – is het veel moeilijker. Dan is het bijna ieder voor zich. Niet dat we elkaar kwijtspelen, maar we praten dan veel minder dan anders. Ons leven telt ook rustige periodes. Die vrijheid kan dan weer omslaan in chaos, omdat er geen routine is. Voor onze dochters Thelma (11) en Charlie (14) is het altijd aanpassen. Zouden ze daar last van hebben?”

Peter: “Ik hoop van niet. De structuur is er misschien niet, maar anderzijds zijn we er langere periodes vaak wél, en hoeven ze amper in de naschoolse opvang te blijven. Al is er niks mis met die opvang, hè. (lachje)”

Tine: “Wij werken soms avonden en weekends. Terwijl andere ouders na de werkweek leuke dingen doen met hun kinderen, zijn de onze soms op zichzelf aangewezen.”

Peter: “Ik zit soms voor lange tijd in het buitenland. Het is fijn om mijn horizon te verleggen, en de goesting om dat te doen is vaak zo groot. Is dat evident voor Tine, die er dan thuis alleen voor staat? Zeker niet. Ik merk ook dat ik nu, in de laatste weken voor de première, in een soort tunnel terechtkom. Dat gaat niet anders. Bij Tine is dat net zo als ze bezig is aan een nieuwe plaat. Dan verdwijnt zij ook.”

Tine: “Ik ben een one-woman company: ik heb mijn eigen label en doe de productie. Slechts tien procent van mijn tijd gaat naar het creatieve. En dan kan ik weleens gestrest rondlopen omdat ik amper toekom aan muziek maken en songs schrijven.”

Muziek is en blijft jouw grootste liefde?

Tine: “(knikt) Absoluut. Naast optreden hou ik ook enorm van de flow waarin je raakt tijdens het schrijven, opnemen, repeteren ...”

Peter: “En vermits Tine een kléín beetje perfectionistisch is ...”

Tine: “... slaat dat soms door in totaal tunnelzicht. Peter voelt mijn stress aan, net zoals ik de zijne aanvoel.”

Hoe belangrijk is Peter als klankbord?

Tine: “Heel belangrijk. Hij hoort meestal als eerste een nieuwe song. Tien versies later krijgt hij dan de eindmix te horen. Altijd merkt hij nog dingetjes op die ik zelf al lang niet meer hoor. Zou je het zeggen als je iets echt niet goed vindt?”

Peter: “Ik denk van wel. Maar ik vind alles altijd goed. (lachje)”

En omgekeerd?

Tine: “Ik heb Peter al in zoveel gedaantes gezien, maar ik kan nog altijd van mijn sokken geblazen worden. Wat hij deed in Studio Tarara, als Jean Van Hoof? Dat vind ik zó straf. Ik zag een totaal andere mens. Iemand van wie ik haast dacht: wie is die vieze man? Om dan te constateren: oh, dat is de mijne. (lacht)”

Peter: “Ik heb die rol thuis wel aangekondigd en uitgelegd, ook naar de meisjes toe.”

Tine: “Tijdens de draaidagen heb je een paar keer subtiel gezegd: ‘Amai, schatteke, die rol? Dat zal heftig zijn als dat op tv komt.’ Pas toen ik Jean op tv zag, snapte ik wat je bedoelde.”

Vind jij de mening van Tine belangrijk?

Peter: “Uiteraard. Ze is eerlijk. Ze kan het niet verstoppen.”

Tine: “Ik ben niet zo subtiel. Als ik iets goed vind, zal ik dat duidelijk zeggen. Vind ik iets niet zo bijzonder? Dan zwijg ik.”

Peter: “Jij, zwijgen?”

Tine: “In het beste geval, ja. Ik ben nogal snel met feedback. Soms zegt Peter expliciet: ‘Niet direct na de première commentaar komen geven.’ Ik probeer dan een halfuur op mijn tong te bijten. Maar dan moet het eruit. Maar altijd vanuit een enthousiasme om iets beter te maken, hè.”

Peter: “Jaja. (grijnst)”

Jullie hebben één keer samengewerkt, en ik citeer Tine uit een vorig NINA-interview: “Eén keer en nooit meer.”

Tine: “Dat gaat over 22 jaar geleden. Dat was een eenmalig project. Daar kwam nogal wat stress bij kijken en we hebben inderdaad gezegd: dit nooit meer. Maar de laatste jaren spuien we weleens wat ideeën: een roadmovie of een toneelstuk? Onlangs hebben we voor het eerst samen op een set gestaan: Peter speelde een crimineel en ik was zijn advocaat.”

Peter: “Tine krijgt regelmatig rollen aangeboden en ze doet dat echt goed. Maar haar passie ligt bij de muziek. Terwijl andere actrices hun sacoche zouden geven voor een rol, gaan bij haar de schouders even omhoog.”

Charlie De Keersmaecker

Raden jullie het artiestenbestaan aan, aan jullie dochters?

Peter: “Ik ben door mijn ouders altijd gesteund geweest. Zij zagen ook dat ik goed wist wat ik wilde. Maar evident is het niet.”

Tine: “Ik wil dat ze doen wat ze graag doen, maar intussen kennen wij ook de downsides. Er is geen zekerheid. De muziekbusiness is al helemaal moeilijk. De cd-verkoop is ingestort, muziek is gratis voor de consument, maar niet voor de maker. Hoe kan je daar je kost mee verdienen? Als acteur word je tenminste betaald voor een draaidag. Al zijn er niet veel acteurs in Vlaanderen zo bevoorrecht qua rollen als Peter. Charlie of Thelma mogen zich daar dus niet al te zeer aan spiegelen.”

Peter: “Meisjes, het wordt boekhouding, economie, rechten of pol en soc, oké? (lacht)”

Peter, wat voel jij als Tine op het podium staat te zingen?

Peter: “Ik ben altijd ontroerd. En trots. Ik vind het bijzonder dat Tine dat allemaal zelf creëert, bedenkt en uitvoert.”

Is het belangrijk dat Peter in het publiek zit, Tine?

Tine: “Ja, al heb ik de vervelende neiging om hem erbij te betrekken in mijn bindteksten. Hij haat dat.”

Peter: “Dat is grappig voor één of twee keer, maar jij zit eigenlijk elke keer op mijn kap. Niet tof.”

Tine: “Dat is allemaal vergelding omdat jij tijdens mijn try-out van de vorige plaat keihard door het café riep: ‘Tetten bloot!’”

Peter: “Dat is waar, maar dat gaan we toch niet in het interview zetten, hè? (grijnst)”

Het album Rebel Heart van Tine komt uit op 8 november. Op 11 november treedt ze op in De Roma, op 17 december in de AB. Angels in America gaat op 7 november in première in Toneelhuis.

Bent Van Looy & Martena Duss

Charlie De Keersmaecker

Ze passen wondermooi samen. Als de ene praat, vult de andere aan. Een heerlijk koppel, in blijde verwachting.

Hoelang zijn jullie samen?

Martena: “(snel) Achttien jaar.”

Bent: “Als Martena achttien zegt, is het zestien of zeventien. In 2003 hebben we elkaar leren kennen. Zestien jaar, dus.”

Martena: “Ik was twintig, en nu 37. Ik zeg zeventien jaar. (lacht)”

Bent: “We weten wél wanneer we getrouwd zijn. Die datum staat namelijk in een boekje.”

Jij bracht in 2003 The Human Thing uit met Das Pop. Martena, jij kwam uit Zwitserland, een leven opbouwen in Gent.

Martena: “Klopt. Ik had een kleine studio, er was niet eens een matras. Ik ging die eerste dag in Gent op zoek naar een matras én naar een job. Ik stapte een cafeetje binnen en daar kwam Bent de trap af: hij had zijn studio boven het café.”

Bent: “We zijn eerst een jaar gewoon vrienden geweest.”

Martena: “In Gent volgde ik grime in avondschool, maar na twee jaar besliste ik om naar Parijs te verhuizen om een professionele opleiding in visagie en grime te volgen.”

En jij bent haar meteen gevolgd?

Bent: “Ik was eerst een beetje bang. ‘Oh nee, mijn lief gaat naar Parijs. Dat kan nooit goed aflopen.’ Maar Gent was al langer te klein voor me. Het was het perfecte excuus om andere oorden op te zoeken. Een van de belangrijkste dingen die ik in mijn leven gedaan heb, was Martena volgen naar Parijs.”

Martena: “Jij bent echt ín die stad gedoken, hè. In twee weken tijd heb jij héél Parijs leren kennen. Al wandelend.”

Heeft Parijs je nieuwe inspiratie geschonken?

Bent: “Absoluut. Zelfs al speelde ik nog bij Das Pop, ik ben daar beginnen schrijven aan wat later mijn drie soloalbums geworden zijn. Parijs is voor mij, als schrijfstad, essentieel. Nog altijd trouwens: als het even niet loopt, ga ik tien dagen naar Parijs en kom ik terug met vijf songs. Het is een broedplaats voor ideeën.”

Was je van in het begin fan van zijn muziek, Martena?

Martena: “Ja, super. Ik ging in het begin ook mee op tournee, verkocht hun merchandising. Ik ben acht jaar jonger, dus …”

Bent: “Zes. (lachje) Zoals ik zei: als Martena een getal zegt, kan je beter min twee doen.”

Martena: “Ik ben in de war. Dat komt door de zwangerschap. (lacht luid) Maar wat ik wilde zeggen: toen wij elkaar leerden kennen, was ik een zoekende student. Maar ik ben niet op Bent gevallen door zijn muziek.”

Bent: “Maar toevallig vond je mijn muziek ook wel goed? (lachje)”

Martena: “Dat is zo. Al hebben we een totaalandere smaak. Ik bewonder hem en hou van alles wat ie doet. Maar soms zijn er nuances die ik ánders zou doen. Wat oké is.”

Is de bewondering wederzijds, Bent?

Bent: “Natuurlijk. Martena heeft haar eigen wereld opgebouwd. Naast succesvol visagiste maakt ze ook boeken, is ze soms curator en verzint ze allerlei dingen. Wat ze ook doet, het ligt altijd dicht bij haar. Het is altijd ‘Martena’. Zij wordt erbij gehaald om dingen vorm en inhoud te geven en ze creëert haar universum.”

Twee creatieve beroepen onder één dak. Is dat in de praktijk altijd zo handig?

Bent: “Ik ben dit jaar vooral aan het schilderen en dat zijn ideale uren voor het vaderschap. Ik breng Harper ’s morgens naar school, ik ga schilderen in mijn atelier en om vier uur ga ik Harper weer halen. Als ik bezig ben met muziek, ben ik vaker onderweg, en daar geniet ik ook wel van. Maar ik was blij om dit jaar eens zo aanwezig te zijn thuis.”

Martena: “Ook ik heb een iets rustiger jaar gehad. Daar kies ik zelf voor: ik ben mijn eigen baas.”

Bent: “Het is een voordeel om je eigen tijd te mogen indelen, maar het geeft ook wel wat druk: soms moet je streng zijn en zeggen: ‘Vandaag blijft Harper in de naschoolse opvang, want ik moet mijn werk afmaken.’”

Martena: “Jij kan nochtans veel beter stoppen met werken. Als ik iets aan het maken ben, kan ik 24 uur doorgaan.”

Bent: “Wij kunnen absoluut níét samen thuiswerken. Zelfs al zitten we op andere verdiepingen: dat gaat écht niet.”

Martena: “We hebben allebei héél veel ruimte nodig. Als de andere in huis is, voelen we dat te veel, of zo.”

Bent: “Dan ga je toch ook makkelijker al eens een vraag stellen als ‘Hoe laat moeten we morgen daar zijn?’ Lastig.”

Martena: “Ik ben heel gevoelig voor prikkels. Ik werk echt het allerbest als ik helemaal alleen ben. En dan nog kan het me storen als Bent en Harper thuiskomen of te luid zijn als ik nog volop bezig ben. (lachje)”

En binnenkort nog een baby erbij.

Martena: “Het is er iets sneller dan we dachten, maar heel welkom. Harper zal vijf zijn als ons baby’tje geboren wordt in december. Ach, een beetje chaos in huis, dat is goed voor ons: daarin functioneren we goed.”

In hoeverre zijn jullie elkaars inspiratie?

Bent: “Bij mij is dat soms letterlijk. Ik schrijf nummers over mijn leven.”

Martena: “Ik luister altijd goed naar zijn teksten: zit hier een boodschap in voor mij? Er is één nummer over onze verhuis naar Antwerpen, Wrong Before. En dat raakt me nog altijd. Parijs was ons op een bepaald moment wat te gewoon geworden. Het was ook moeilijk: twee freelancers met een dochtertje, zonder familie in de buurt. We kozen voor Antwerpen. Maar dat nieuwe avontuur hebben we onderschat ...”

Bent: “Dat was een harde landing. Je kan niet het ene leven op een andere plaats transporteren. We liepen al snel vast. Daar hebben we een tijdje last van gehad.”

Is Bent jouw klankbord, Martena?

Martena: “Zeker. Zijn mening is belangrijk. Voor mij geldt: better is the enemy of good. Bent daarentegen is eerder zwart-wit. Ondanks onze andere manier van werken doen we af en toe projecten samen – we hebben een paar tentoonstellingen gecureerd – en dat loopt heel goed.”

Bent: “Maar ik denk niet dat we samen een plaat moeten maken, Martena.”

Martena: “Nee! Ik ben niet muzikaal en ik zou gek worden: ik vind jou te dominant op werkvlak.”

Bent: “Samenwerken lukt alleen als het iets is dat voor ons allebei vreemd terrein is. Zoals een tentoonstelling maken.”

Martena: “Of een kindje maken, dat kunnen we ook. (lachje)”

Charlie De Keersmaecker

Pedro Elias (44) en Evelien Broekaert (36)

Charlie De Keersmaecker

Toen hij haar zag op Woestijnvis, was het van boem patat. Verwoestende verliefdheid. Ook zij wist meteen: “Wij gaan ooit iets samen maken.” Waarop hij zegt: “En niet alléén kindjes, hè.”

Jullie schrijven samen een fictiereeks. Hoe is dat idee ontstaan?

Evelien: “We kwamen vijf jaar geleden samen op de redactie van Woestijnvis te zitten. Al snel merkte ik: wauw, ik heb een zielsverwant gevonden. Ik heb een eigen theatergezelschap (Compagnie Barbarie, red.), maar wilde al langer een scenario schrijven. Alleen miste ik een soulmate. Pedro was alles wat ik zocht.”

Pedro: “De dierlijke aantrekkingskracht werd nóg interessanter omdat ik voelde dat zij – op creatief vlak – alles invulde wat ik niet kon. Maar we hebben dus éérst kinderen gemaakt (Rover (3) en Bonnie (2), Pedro heeft nog een zoon, Mateo (13), red.), alvorens aan de reeks te beginnen.”

Waarover gaat de reeks?

Evelien: “Het is een roadtrip tussen twee zussen. De basis is een kortverhaal van Pedro. Hij schreef het toen hij een paar dagen alleen in Rome was. Wij hebben een hectisch leven en af en toe is er nood om even weg te zijn. Zonder elkaar, zonder kinderen. Toen hij thuiskwam met zijn kortverhaal, was ik meteen verkocht: hier zit een serie in.”

Pedro: “Dit verder uitschrijven is nu onze fulltimejob. We werken samen met scenaristen Youri Boone en Tom Baetens – twee kleppers in hun vak – en dat geeft wel wat stress: we kunnen niet meer terug. We hebben zitten toeteren dat we dit kunnen. Nu moet het ook echt gebeuren.”

Evelien: “Het is altijd veiliger om te dromen dan dat iets écht realiteit wordt. Soms denk ik: oh fuck, kunnen wij dit wel waarmaken?”

Botsen jullie al eens in dat creatieve proces?

Evelien: “Natuurlijk. Ik zeg altijd heel duidelijk: dit of dat vind ik niet goed. Of zo ‘praat’ dat personage niet. Ik ben open en kritisch: ik zeg alles tegen Pedro.”

Pedro: “Je vernedert me regelmatig, bedoel je? (lachje) Nee, het verhaal is er. Ons doel is er. We verdelen scènes, en herschrijven ze van elkaar. Zo komen we tot iets dat ‘van ons’ is.  Wij zien elkaar graag én we zijn verliefd op deze reeks. Wat wil je nog meer?

Evelien: “We zijn echt 24 uur op 24, zeven dagen op zeven samen. Mocht je mij dat zes jaar geleden gezegd hebben? Ik zou luid ‘Nooit van mijn leven!’ geroepen hebben.”

Pedro: “Maar het gaat vanzelf omdat ik zo gemakkelijk ben, toch? (grijnst) Al vindt Evelien dat we elkaar niet mogen ‘oppeuzelen’. We hebben die afspraak om af en toe apart te vertrekken.”

Evelien: “We hebben twee kleine kindjes en een puber in huis. Ik ben moeder en ik ben jouw lief. Als ik daar niet af en toe uit mag stappen, verlies ik mezelf.”

Wat bewonderen jullie aan elkaar?

Evelien: “Hoe ánders Pedro naar de wereld kijkt. Hij geeft dat ook aan onze kinderen door. Als hij een auto tekent voor Rover, draait hij dat blad om en blijkt het een kikker te zijn, snap je? Dat is zo verfrissend.”

Pedro: “Ik bewonder vooral de mate waarin Evelien mij bewondert. (lacht) Zij heeft een enorme góésting om iets te maken. Haar scheppingsdrang is aanstekelijk. Ze heeft een enorme werkethiek. Ik ben iets euh … lakser.”

Evelien: “Ik heb gewoon meer discipline. (lachje) Jij tempert me soms, want je wordt daar zenuwachtig van. En ik word op mijn beurt zenuwachtig van jouw gelummel. Maar als we ons samen neerzetten, gebeurt er wel iets.”

Zijn er ook nadelen aan samenwerken?

Evelien: “Ik mis collega’s. Ook de vraag ‘Hoe was jouw dag?’ hoeven we niet te stellen. Ik weet hoe je dag was, ik zat erbij.”

Pedro: “Weet je wat géén nadeel is? Als we samen teksten nalezen, komt Evelien uit enthousiasme ook lichamelijk dichterbij.”

Evelien: “Ik vind een creatieve mens zó aantrekkelijk. Echt supersexy. En ja, dan kruip ik graag dichterbij. Maar soms gebeurt dat niet. ‘Ben je híér twee uur aan bezig geweest? Ik was helemaal opgewonden, dus dit is een afknapper.’” (lacht)

Jullie schrijven deze reeks in de zwaarste periode uit jullie leven: jullie zoontje Rover is ernstig ziek.

Pedro: “We zouden fatalistisch kunnen omgaan met wat ons overkomt (Rover is in behandeling tegen leukemie, red.), maar dankzij Evelien pakken we het positief aan. Ik was in het begin vooral bang dat hij zou sterven. Evelien totaal niet, en ik ben meegegaan in haar verhaal. Door zijn ziekte heb ik nog méér zin om iets moois te maken. Ik heb zelfs zin om nog een kind te maken, als reactie op het universum. Ah zo, jij wil ons kind afnemen? Dan maken wij er eentje bij! Om technische redenen is dat niet hetgeen waar Evelien op zit te wachten. Maar ik kan onze fictiereeks wel ‘als kind’ beschouwen. We máken samen iets, in de moeilijkste tijden.”

Evelien: “We hadden dat ook nodig, denk ik. Als een houvast.”

Pedro: “We zijn gevlucht in iets dat we allebei zo graag doen.”

Evelien: “In heel die shit denk ik dat veel ouders alléén nog bij hun kind willen zijn. En ik snap dat. Maar wij waren net blij dat we – als afleiding – óók nog met ons werk bezig konden zijn. Met ons scenario. Dat gaf me net energie, om al de rest aan te kunnen.”

Pedro: “Rover lag vaak in de zetel te slapen thuis, terwijl Evelien en ik verder schreven. Ook in de kliniek, waar je toch heel wat uren naast zijn bedje zit te wachten, werkten wij verder.”

Evelien: “Ik denk dat het pas op de première van onze eerste aflevering zal doorsijpelen: wát hebben wij juist gedaan en overleefd?”

Jullie doen dat ontroerend goed. Samen.

Evelien: “Dit is onze manier, we kennen er geen andere. Ik ben ook heel hard geneigd om mijn eigen situatie te relativeren door te kijken naar mensen in een nog sléchtere situatie.”

Pedro: “Voor Rover zit het zwaarste deel van de chemotherapie erop. Hij gaat opnieuw naar school en moet nog meer dan een jaar medicatie nemen. Zijn vorm van kanker is gelukkig heel behandelbaar. Maar dat maakt het niet minder erg of zwaar. Ik wilde dit echt niet meemaken, maar ik heb door de kanker actief van mijn kind leren houden. Ik ruik aan hem, ik bijt in zijn nek en ik besef dat alles eindig is. Als we dan toch een slecht lotje moesten trekken, dan wil ik hier iets uit leren: actief lief zijn in het nu, voor al onze kinderen.”

Evelien: “Waardoor ik vooral moet opvoeden. (lachje)”

Pedro: “Wees jij maar de strenge, zal ik wel de toffe zijn. (knipoogt) Evelien en ik proberen, op dezelfde manier als we werken, ook met zijn ziekte om te gaan. Als we gaan kamperen, kleden we ons autobusje aan, met lampions en zijn favoriete hertenlampje. Als hij naar de kliniek moet, zetten we heldenmaskers op.”

Evelien: “We lachen ook veel. Onlangs had Pedro een kater en moest hij met Rover naar het ziekenhuis: ‘Ik vraag ook beter een zakje chemo’, zei hij. Voor ons kan dat soort humor. Het helpt.”

Pedro: “Elke keer als Rover onder narcose moet, hebben wij het moeilijk. Ik maak er een sport van om het telkens even ongemakkelijk te maken voor alle dokters en verplegers. Laatst had Rover een popje bij zich dat met zijn poep kon schudden. Ik zei: ‘Rover, misschien kunnen alle dokters hier ook even met hun poep schudden’? En dan zie je dus zeven mensen in die operatiekamer met hun poep schudden. Ik wéét dat Evelien zich dan ergert aan me, maar daardoor is ze even niet bezig met haar verdriet rond ons kind dat wéér in slaap moet. (kijkt naar Evelien) Laten we het zo volhouden, we zijn goed bezig. En Rover nog het best van ons allemaal.” 

Een paar dagen na ons interview overleed de papa van Pedro.
De NINA-redactie wenst hem veel sterkte met dit verlies.




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.