1 op de 10 jongeren heeft psychisch probleem: “Hun leven is complexer geworden”

Getty Images
Hormonen die door je lijf gieren, vervelende vriendenkliekjes en stress om te presteren. Jawel, de puberteit is een heftige periode. En die moeilijke jaren zijn voor jongeren met psychische problemen nóg iets lastiger. Volgens nieuwe cijfers geldt dat voor 1 op de 10 tieners. Hoe ga je daar als ouder het best mee om? Wij legden ons oor te luisteren bij kinder- en jeugdpsychiater Leen Van Compernolle. 

Voor het nieuwste rapport van het federale onderzoeksinstituut Sciensano werden voor het eerst ook jongeren en kinderen bevraagd. Die waren allemaal tussen 2 en 18 jaar oud. Daaruit blijkt dat 1 op de 10 worstelt met een psychisch of gedragsprobleem dat professionele ondersteuning vereist. Het gaat dan vooral om relatiestoornissen, emotionele stoornissen, gedragsstoornissen, ADHD-stoornissen en prosociale gedragsstoornissen. 

In werkelijkheid kan dat aantal zelfs nog hoger liggen. Andere onderzoeken - zoals die van de actie Rode Neuzen Dag - hebben eerder al vastgesteld dat 1 op de 5 Vlaamse jongeren met psychische problemen kampt .

Dat zijn natuurlijk alarmerende cijfers. Omdat de jongeren bovendien voor het eerst werden ondervraagd, kunnen de onderzoekers niet vaststellen of er sprake is van een stijging. Volgens Leen Van Compernolle, die in 1983 aan de wieg van de Jeugdkliniek stond en nu verantwoordelijk is voor de eenheid Jeugdbehandeling in de Sint-Jozefskliniek in Pittem, moeten we daar niet vanuit gaan. 

“We kunnen niet met zekerheid zeggen of er een toename is”, vertelt ze ons. “Wel is het zo dat ouders sneller aan de alarmbel trekken en structurele hulp zoeken. Er is minder schroom rond psychische problemen dan 20 à 30 jaar geleden. De drempel om naar de hulpverlening te stappen is ook lager geworden. Dat is positief. Aan de andere kant heb ik soms wel het gevoel dat we nu te veel met een vergrootglas op onze kinderen zitten. Dat er al van in de kleuterklas opvolging is, is goed. Maar er worden misschien te snel diagnoses gesteld en labels gekleefd.”

Wel ziet Compernolle een verandering in de aard van de problemen bij kinderen. “Voor veel jongeren is het leven complexer geworden. Er zijn heel wat maatschappelijke veranderingen, we leven in een destabiliserende wereld, de snelheid waarmee alles evolueert is amper bij te houden en de sociale media hebben een grote invloed. Maar wat opmerkelijk is, is het feit dat jongeren het vandaag vooral geen evidentie meer vinden dat hun ouders nog samen zijn. Tijdens de eerste week van hun verblijf in de jeugdkliniek maken ze een collage rond vier thema’s. Het eerste daarvan is hun gezin. We horen jongeren vaak expliciet zeggen: ‘Mijn ouders zijn nog samen.’ Voor veel jongeren zijn hun grond en veiligheid vandaag sterk in het gedrang gekomen door de veranderende gezinssituaties.”

Gouden tips

Als ouder weet je natuurlijk dat er altijd ups en downs zijn. En toch wil je niets liever dan dat je kind met een gelukkige tred door het leven gaat. Hoe je dat doet? Compernolle: “Het voornaamste voor een kind is erkend worden en zich gewaardeerd voelen. Als het kind weet dat het belangrijk is voor zijn ouders, dan is dat een sterke basis. Een kind dat het gevoel heeft niet te bestaan voor een of beide ouders kan daar zijn hele leven de gevolgen van dragen.”

Een tweede gouden tips is dat ouders moeten durven om grenzen op te stellen. “Ouders denken vaak dat ze hun kind alles moeten kunnen geven. Vroeger moesten ouders niet begrenzen, want er was minder om nee tegen te zeggen. Vandaag is voor veel jongeren alles wat binnen de onmiddellijke behoeftebevrediging ligt normaal geworden. Ze hoeven niet meer naar iets te verlangen of zich in te spannen om iets te realiseren. Dat trekt zich soms door in de studies, waarbij blijkt dat ze er bijvoorbeeld niet in slagen om een goeie studieplanning op te maken. Bovendien horen we steeds vaker jongeren zeggen dat shoppen hun hobby is. Maar shoppen is geen hobby. Er is niets sociaals of creatiefs aan. Terwijl er zoveel mogelijkheden voor leuke hobby’s zijn! Naast grenzen stellen, is het dus belangrijk dat ouders hun kinderen meer gaan sturen.”

“De psychiatrie is niet het einde”

En wat als het toch misloopt en er geen andere oplossing is dan een opname in de psychiatrie? Het is niet makkelijk, stelt de expert, maar probeer het van de positieve kant te bekijken. “Mensen denken vaak: ‘Help, mijn kind zit in de psychiatrie. Dit is het einde.’ Maar dan is mijn antwoord: ‘Dit is niet het einde, dit is een nieuw begin’.”

In de psychiatrie krijgen jongeren immers de kans om hun problemen op te lossen en weer in contact te komen met zichzelf. “Er is een intensieve begeleiding door psychologen en psychiaters, tijdens de gezinsbegeleiding leren ouders en kinderen op een andere manier met elkaar praten en omgaan. Meestal zien we hun band daardoor aanzienlijk verbeteren. Vaak zien we ook dat jongeren hier pas voor het eerst zichzelf durven te zijn in een groep. Opeens krijgt de jongere het gevoel: ‘Ik tel mee, mag er zijn zoals ik ben en ben evenveel waard als een ander.’ Sommigen hebben dat gevoel nooit gehad of zijn het kwijtgespeeld. We leren de jongeren om met zichzelf en elkaar de dag door te komen op een positieve manier. Zodra we voelen dat ze weer klaar zijn om het leven buiten de muren van de kliniek op te nemen, bouwen we alles stapsgewijs op. Maar zolang de nood of behoefte er is, volgen we hen op en blijven we volop beschikbaar. Zowel voor hen als voor hun ouders.”