Een lepeltje in je fles cava, helpt dat echt om bubbels te behouden?

thinkstock
De kans is groot dat er vanavond een flesje cava of champagne gekraakt wordt. Of twee, of drie. En dan kan het gebeuren dat er al eens een halve fles blijft staan. Wil je die graag met Nieuwjaar opnieuw op tafel zetten? Dan komt één van je gasten meestal met de oplossing: doe gewoon een lepeltje in de flesopening.

Een simpel trucje dat we aan de Fransen te danken hebben. Enkele honderden jaren geleden geloofden ze immers dat het zilver waaruit de lepel gemaakt was ervoor zorgde dat het koolzuur in de fles bleef omdat ze de bubbels afketsten voor ze de fles konden verlaten. Een andere en modernere theorie, is dat zo'n' lepeltje de flessenhals koel houdt. En in een koude omgeving hebben de koolzuurmoleculen het minder makkelijk om hun snelheid op te drijven om zo te ontsnappen.

Twee theorieën waar je makkelijk een paar uur over kan discussiëren. Zeker na zo'n flesje cava. Maar wat zegt de wetenschap nu eigenlijk? Een groep Duitse wetenschappers ging enkele jaren geleden de uitdaging aan. Ze sloegen heel wat dozen champagne in en probeerden alle mogelijke variaties: korte lepels, lange lepels, geen lepels ... Vervolgens bepaalden ze hoeveel koolzuurgas er in elke fles aanwezig was. En wat bleek? De lepels hebben geen enkel effect. De bubbels zijn even snel verdwenen, en ook de temperatuur daalt aan hetzelfde tempo.

Hoe hou je die fles dan wél lang goed? Een goede stop erop die de fles afsluit (maar niét vacuüm trekt) en zo snel mogelijk in de koelkast. En dan nog blijft de regel: hoe minder champagne er in de fles zit, hoe sneller de bubbels verdwijnen. Eigenlijk is de boodschap dus: gewoon helemaal opdrinken. Schol!