Exclusief voor abonnees

Hollandse softie tussen Belgische supermoeders

unsplash
Marijke de Vries woont in Brussel, waar ze werkt als België-correspondent. Na de geboorte van haar dochter ziet ze Brusselse moeders na hun verlof schijnbaar moeiteloos weer fulltime aan de slag gaan. Is zij met haar drie crèchedagen een slappeling?

Ze kijkt me onderzoekend aan als ik vraag hoe ze het na haar zwangerschapsverlof gaat doen met werk en crèche. Mijn vriendin en ik drinken koffie in een borstvoedingsvriendelijke Brusselse koffiebar, haar zeven weken oude dochter slaapt in de draagzak. Blijft ze fulltime werken als programmamaakster? “Uh… ja?!” zegt ze met een opgetrokken wenkbrauw.

Of nou ja, ze denkt eraan om komend jaar één dag per week onbetaald ouderschapsverlof op te nemen... Om bij haar dochter te zijn, opper ik? Nee. Zodat ze zich wat meer kan richten op de freelance schrijfklussen die ze tot nu toe altijd tussen de bedrijven door deed. “Misschien kan ik zo mijn eigen onderneming uitbouwen.”

Voltijds werken wordt in België gezien als vanzelfsprekend teken van emancipatie

Dus gaat haar dochter, zoals veel Vlaamse baby’s, straks voltijds naar de crèche. Heeft ze niet overwogen om één dag in de week thuis te blijven bij haar kind? “Niet echt eigenlijk”, zegt ze. “Ik weet niet anders dan dat mijn moeder ook altijd voltijds werkte.”

Een paar dagen later zit ik bij een andere vriendin op de bank. Die vertrouwt me toe dat ze er stiekem al behoorlijk naar uitkijkt om weer aan de slag te gaan. Voltijds inderdaad. Ze is zelfstandig marktonderzoeker. Haar zoon van twee maanden ligt in zijn box te slapen, mijn dochter van een half jaar steekt zijn speelgoed in haar mond. Ze denkt even na over mijn vragen en zegt dan: “Voltijds werken wordt hier gezien als vanzelfsprekend teken van emancipatie. Men redeneert: hoezo kan een vrouw niet fulltime blijven werken als ze kinderen krijgt? Het zal toch niet zo zijn dat de vrouw weer voor de zorg moet opdraaien, zeker?”

Nederlandse ideeën

Daar sta ik dan met mijn Nederlandse ideeën, en een kleine deuk in mijn geëmancipeerde ego. Ik werk sinds de geboorte van onze dochter afgelopen zomer ongeveer drie, soms vier dagen per week. Terwijl mijn man wel vijf dagen werkt (en dat gaat voorlopig ook niet veranderen aangezien we een paar jaar geleden voor zijn baan naar België zijn verhuisd). Daarmee blijk ik het prototype van de Nederlandse deeltijdwerkende dertiger met kind, lees ik in een onlangs verschenen rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Cijfers vergelijken is lastig, toch zijn een paar statistieken veelzeggend: gemiddeld werken Nederlandse vrouwen 28 uur per week, Belgische 34 uur. Van de vrouwen met jonge kinderen werkt in Nederland 85 procent in deeltijd, in België maar 40 procent.

Sommige Belgische crèches willen alleen kinderen inschrijven die fulltime komen

Hoe hoger het opleidingsniveau, hoe meer uren vrouwen werken in beide landen, maar ook dan blijven de verschillen groot. In België werkt 74 procent van de hoogopgeleide vrouwen tot 35 jaar voltijds. In Nederland 42 procent (hoger beroepsonderwijs) en 56 procent (wetenschappelijk onderwijs).

Tussen al die hardwerkende Vlaamse moeders vraag ik mij opeens af waarom ik niet fulltime werk? Ik vond altijd dat ik geen kind kreeg om het vervolgens de hele week amper te zien, of alleen in slapende toestand. Drie dagen crèche leek ons intensief genoeg voor onze babydochter. En aangezien mijn man nu geen uren kan inleveren, blijf ik inderdaad twee dagen thuis na mijn verlof.

Onmogelijk

Zo’n driedaagse crècheweek is in Nederland volstrekt gangbaar. In België ligt dat anders. Sommige crèches willen zelfs alleen kinderen inschrijven die fulltime komen. Gelukkig vinden we een crèche in de buurt waar ze niet moeilijk doen. Een fijne plek bovendien met lieve verzorgers en kinderen uit alle windstreken, waar onze dochter zich ’s ochtends lachend in de armen van de leidster gooit en niet meer naar ons omkijkt.

Ideaal. Behalve dat ik mijn werk onmogelijk in drie dagen af krijg. De andere dagen kruis ik ’s ochtends mijn vingers: vandaag geen groot nieuws, please.

Het Nederlandse stemmetje in mijn hoofd vindt intussen dat ik meer moet genieten van deze tijd met mijn dochter. Moet ik niet meer profiteren van mijn vrijheid als freelancer?

Tegenover de Belgische supermoeders voel ik me dan een softie. Hoezo heb ik het druk? Ik kan mijn tijd grotendeels zelf indelen en mails beantwoorden in bed. Op de meeste werkdagen zit ik niet voor 10 uur fatsoenlijk gewassen en gestreken achter mijn laptop. En dan nog denk ik boven mijn eerste kop koffie regelmatig iets dat lijkt op: pfff… hoe doen anderen dit?

Ik ben dan ook licht geïntimideerd als ik bij mijn sportles een vrouw tegenkom die net als ik vorige zomer moeder is geworden. Ze blijkt de lessen al maanden te volgen, werkt fulltime bij een bank, geeft nog borstvoeding en ze heeft een nieuwtje: ze heeft promotie gemaakt! Tuurlijk, best vermoeiend allemaal - ze heeft net als ik wallen onder haar ogen - maar daar kun je op je werk ook niet de hele tijd mee aankomen, lacht ze.

Misschien heeft ze gewoon gelijk.

Zonder al te veel overleg met mijn man hak ik daarom de knoop door: we nemen een extra crèchedag.

Belgische vrouwen zijn zich er meer van bewust dat minder werken minder promotiekansen betekent

Ongelukkig, boos en verdrietig

Juist dán lees ik dat Nederlandse crèches het aantal vaste verzorgers per baby terugschroeven zodat ze minder verschillende gezichten zien. Ik google hoe dat in België zit en dan blijken er in Nederland veel meer begeleiders op een groep te zitten: één verzorger op vier baby’s. In België is dat één op acht. Opeens begrijp ik waarom de opvang hier zoveel goedkoper is. Uitgerekend die dag haal ik mijn dochter en staat in het dagverslag dat ze de hele dag ongelukkig, boos en verdrietig was… slik.

Hebben Belgische moeders hier geen last van? “Ik denk dat Belgische moeders ook wel wat innerlijke strijd hebben als ze hun kind naar de opvang brengen”, zegt Ann Coenen, arbeidsmarktanalist bij het Belgische ministerie van werkgelegenheid. “Maar maatschappelijk gezien worden ze veel minder met een scheve blik bekeken.” Coenen werkte drie jaar in Nederland en het werd haar door collega’s naar eigen zeggen ‘enigszins kwalijk genomen’ dat haar kinderen vijf dagen naar de crèche gingen.

Volgens Coenen zijn Belgische vrouwen zich er meer van bewust dat minder werken minder promotiekansen betekent. Haar eigen kinderen zijn inmiddels zes en drie, en ze werkt nog steeds fulltime. “Ik denk wel eens dat het fijn zou zijn om op woensdag thuis te zijn, maar ik doe mijn werk ook graag.” Bovendien, zegt ze, als je vier dagen gaat werken wordt er eigenlijk verwacht dat je evenveel blijft doen. “Dan heb je dus uiteindelijk meer stress en minder loon.” Nog los van de extra zorgtaken die op je neer komen.

Belgisch arbeidsmoraal

Ik plaats een oproepje op een lokale Facebook-groep voor ouders en dan worden de scherpe randjes van de Belgische arbeidsmoraal pas echt zichtbaar. In een mum van tijd krijg ik een stortvloed aan reacties. Zo gewoon en ongecompliceerd blijkt de combinatie van een voltijdse werkweek met vijf dagen kinderopvang dan toch niet.

Het gros brengt zijn kinderen vijf dagen naar de crèche, omdat ze geen andere keus hebben

Een handvol moeders vond het heerlijk om weer aan het werk te gaan en voelt zich daar totaal niet schuldig over: de crèche is niet zielig, ze doen hun werk graag, iedereen blij. Ze drukken mij met de neus op de feiten: in Nederland is het toch nog vaak de vrouw die carrière en salaris inlevert om te gaan zorgen. Hallo rolpatronen!

Maar veruit de meeste Belgische moeders (en ook een enkele vader) blijken er minder ontspannen in te staan. Sommigen nemen een tijdje ouderschapsverlof of laten grootouders een deel van de opvang doen, maar het gros brengt zijn kinderen vijf dagen naar de crèche omdat ze geen andere keus hebben dan voltijds te werken. Vanwege een hoge hypotheek, omdat ze anders weinig pensioen opbouwen (België kent geen AOW), omdat hun collega’s minder werken not done vinden, of omdat de baas laat weten dat ze anders verdere promotie wel kunnen schudden.

Machomaffia

Vrouwen die vier dagen gingen werken schrijven dat ze nu hetzelfde werk in minder tijd moeten doen. Een vader schrijft over collega’s die geen ouderschapsverlof durven op te nemen, soms zelfs de tien dagen kraamverlof niet volmaken. Wie voor een ‘papadag’ kiest krijgt complimenten van vrouwelijke collega’s, maar stuit op onbegrip bij veel mannen: “Geen moedermaffia maar machomaffia zeker?”

Waar het volgens het SCP in Nederland in steeds meer sectoren normaal is om vier dagen te werken en carrière te maken, ook voor mannen, geldt in België op veel plaatsen: slikken of stikken. “We proberen het hoofd boven water te houden”, schrijft een architecte. Zij en haar man werken fulltime, dochter gaat naar de crèche, zoon naar school en opvang. Als haar man om acht uur de kinderen naar bed brengt, klapt zij haar laptop weer open tot elf uur. “Houdbaar? Waarschijnlijk niet. Fijn? Verre van. Schuldgevoel? Hopen. Maar ik hou erg veel van mijn huidige job en als ik me niet inzet, staan er wel vijftig jongere, kinderloze kandidaten te wachten om mijn plaats in te nemen. Dus ik probeer er het beste van te maken. Tussen zes en acht uur ’s avonds probeer ik alleen met de kinderen bezig te zijn.”

En zo krijg ik nog tientallen berichten. Als ik het lees krijg ik het al Spaans benauwd. Al deze fulltime werkende moeders hebben inderdaad betere carrièrekansen dan hun Nederlandse ‘collega’s’. Maar ze hebben ook bitter weinig keus, bevestigt arbeidsmarktonderzoeker Deborah De Moortel van de Vrije Universiteit Brussel. “Vrouwen die in deeltijd werken ondervinden vooral nadelen: minder inkomen, minder pensioen, minder tegemoetkoming bij ziekte, minder waardering omdat zorgtaken als minderwaardig worden gezien, soms een minderwaardigheidscomplex naar zichzelf. Er zijn onderzoeken waaruit blijkt dat hun mentale gesteldheid helemaal niet beter, maar juist slechter is dan die van voltijds werkende moeders.”

Ze heeft geaccepteerd dat minder werken en minder verdienen beter voor haar is

Na een klus zit ik met een Vlaamse docente in de trein. Ik vraag haar of ze voltijds werkt. Niet meer, zegt ze. Daar waren twee kinderen, ruim twee uur per dag pendelen en een keiharde burn-out voor nodig, vertelt ze. “Al mijn vrienden, mannen én vrouwen, hebben al thuis gezeten.”

Ik vertel haar over mijn ontzag voor de Belgische supermoeders. “Dacht jij dat al die vrouwen iets konden wat jij niet kunt? Maar kom zeg.” Ze moet een beetje om mij lachen.

Dominante voltijdsnorm

Ze heeft geaccepteerd dat minder werken en minder verdienen beter voor haar is, zegt ze. Maar niet iedereen in haar omgeving steunt die keuze: “Laatst zei mijn moeder dat ze toch wel wat teleurgesteld is: ze vindt dat wij vrouwen weer aan de haard gaan zitten en de emancipatiestrijd verspillen.”

Ik benijd ze niet, de Belgische moeders. Ik heb wel ontzag voor ze. Maar de vrijheid om los te komen van die al te dominante voltijdsnorm zou ik ze ook gunnen. Vrouwen én mannen, al is het maar omdat ik vermoed dat er pas daadwerkelijk schot in de zaak komt als jonge vaders beginnen te muiten. (Kom op, mannen!)

Zelf vind ik vier dagen werk en crèche voorlopig een mooie middenweg. Als de grootouders af en toe een maandag op onze dochter passen vraagt mijn man wel enigszins bezorgd: gaat ze nu de rest van de week naar de opvang? Wellicht. Maar misschien spijbelen dochter en ik komende vrijdag wel.




1 reactie

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • wim rooyakkers

    Moeders fulltime aan de slag .en de kinderen bij opa en oma of bij de kinderopvang. In het weekeinde moeten de kinderen koest zijn want dan zijn pa en ma moe en worden voor de tv geplakt