Het motto van Kobe Ilsen: “Probeer het”

Greetje Van Buggenhout
In de human-interestreeks Op één (Eén) plaatst Kobe Ilsen de grootste bekommernissen uit eigen land opnieuw in een breder wereldperspectief. In NINA vertelt de presentator wat hem drijft in het leven.

“Ik heb veel bewondering voor mensen die ergens voor durven te gaan en ambitie vertonen. Zonder ambitie was de mensheid nooit tot op de maan geraakt. Waren er geen elektrische wagens geweest. Of antibiotica. Het is de motor van de vooruitgang. Wij, Vlamingen, mogen best wel iets ambitieuzer zijn. Onze focus ligt nog veel te vaak op voorzichtigheid. Ik heb best wat mogen slikken toen ik zelfstandige werd. Zou je dat wel doen? Wat met je pensioen? Probeer het gewoon. Als iets lukt, overheerst blijdschap. Als iets tegenvalt, leer je er een belangrijke les uit.”

“Als je een idee hebt, doe er dan iets mee. Mijn laatste tv-programma, Op één, hebben we tussen pot en pint verzonnen. Aan de toog. Op dat moment moet je durven doorzetten. Anders is het einde verhaal. Dan sta je enkele jaren later niet te filmen in Mexico, Japan en Moldavië. Uiteraard steek je hiermee je nek uit, daar zijn risico’s aan verbonden. In primetime op je bek gaan, dat is ongelooflijk pijnlijk. Dat wil je niet. Met die onzekerheid heb ik leren omgaan. Ik wil mezelf smijten. Volle gas gaan. De tijd van verkrampen is voorbij. Wat niet wegneemt dat er af en toe twijfels zijn. Twijfels zijn een essentiële raadgever, maar ze mogen je niet verlammen.”

“Mijn motto werd me voorgeleefd door mijn adoptievader Lode, die rond mijn tiende in mijn leven kwam. Voordien moesten mijn moeder, mijn broer en ik het onder ons drietjes zien te rooien. De komst van Lode, een ondernemer met een eigen bedrijf, gaf ons heel wat meer comfort. Ik begon te beseffen dat hard werken en risico’s durven pakken echt deuren kan openen. Als prille twintiger heb ik jarenlang de ochtenden en weekenden bij Studio Brussel gepresenteerd. Dat zijn vrije momenten die veel leeftijdsgenoten liever anders invullen. Die inspanningen hebben geloond. Zonder enige voorsprong in het leven werk ik nu toch mooi voor de grootste zender van het land.”

“Ik verbaas me telkens over koppels die samen zijn sinds ze elkaar op hun zestiende ontmoetten. Wow, respect! Hoe doe je dat? Ik ben een hele andere man dan drie jaar terug. Laat staan twintig jaar geleden. Hoe evolueer je samen tijdens zo’n lange, bepalende periode? Aan alle vrouwen in mijn leven denk ik met veel warmte terug. Ze hebben me allemaal iets bijgebracht, ik kan ze allen nog bellen. Ik heb niemand bedrogen en heb, denk ik, mijn fouten erkend.”

“Met de jaren is er wat meer rust op mijn liefdesparcours gekomen. Maar als ik een vrouw leuk vind, vind ik het nog altijd mijn plicht dat te zeggen. Wat kan er gebeuren? Een afwijzing schept helderheid. Voor hetzelfde geld heb je prijs. Ik ben niet bang om een blauwtje te lopen. Ook al levert mij dit het imago van vrouwenversierder op, dat maakt me niet uit. Continu op de rem moeten staan, zo zou ik niet kunnen leven. Misschien eindig ik eenzaam en alleen, maar ik heb het tenminste geprobeerd.”

“Uit mislukkingen valt veel te leren. Vroeger wilde ik te hard roepen. Meer dan tien jaar geleden, bij de start van Volt, heb ik me keihard aangesteld als gast in De laatste show. Ik wilde zo hard de plezante uithangen en met iedereen mee babbelen, dat het één grote kijk naar mij!-vertoning werd. Ook een aflevering van De laatste week, waarin ik de vlotte talkshowhost wilde uithangen door Gert Verhulst en Wout Bru te confronteren met hun woelige liefdesleven, is helemaal in mijn gezicht ontploft. Een draak van een uitzending. Met veel gezeik achteraf, niemand vond het tof. Ondertussen besef ik dat je als host je gasten altijd op de voorgrond moet zetten. Het was een les in nederigheid.”

“Papa worden, dat is nog een van mijn grootste ambities. Op dat vlak wil ik absoluut niet op mijn bek gaan. Mijn eigen vader heb ik amper gekend. Vlak na mijn geboorte liet hij ons in de steek. Mijn adoptievader heeft me fantastisch opgevangen, maar de afwezigheid van zo’n voorbeeldfiguur met wie je een bloedband deelt, heeft impact. Dat gemis leeft nog altijd. Je pa is toch de eerste die je als jonge kerel wil bellen, als het misloopt met je lief? Die je iets bijleert over liefde en relaties? Bij mij verliep dat hele proces trager.”

“In de ideale wereld ben ik zo’n stoere vader met twee klein mannen op mijn armen. Een jongen en een meisje. Ik koester zo’n romantisch ideaalbeeld. Als mijn zoon of dochter valt met de fiets of bang is in het donker, zal papa wel troosten. Die onvoorwaardelijke vaderliefde voelen moet geweldig zijn. Misschien kan ik alvast beginnen te oefenen met een hond. Ik ben gek op labradoodles. Zo’n hond in huis vergt toch ook een zeker engagement.”