Wie in de zorg werkt, maakt zich meeste zorgen

ONDERZOEK

thinkstock
Kwaliteit van de zorgsector? Grote onderscheiding. Het zorgpersoneel? Felicitaties van de jury. Toch ligt de Vlaming wakker van de traditionele pijnpunten: liefst 2 op 3 denken op hun oude dag geen zorg te kunnen betalen - vooral wie zelf in de zorg werkt.

Eerst het goede nieuws. Met een gemiddelde score van 7,6 op 10 loopt de Vlaming behoorlijk hoog op met de zorgsector, zo blijkt uit een enquête dat onderzoeksbureau iVox uitvoerde bij 1.000 Vlamingen in het kader van Dag van de Zorg op 19 maart. Die tevredenheid wordt al langer bewezen door internationaal vergelijkend onderzoek.


Het minder goede nieuws: het immer aanzwengelend personeelstekort maakt de Vlaming ongerust. Vorige week nog werd de nood aan extra zorgpersoneel door de vergrijzing en een grote uitstroom duidelijk: jaarlijks komt er een tekort van 3.500 verpleegkundigen in de Vlaamse zorgsector bij. Voor de patiënt heeft dat gevolgen, want een groot deel van de bevraagden vindt dat er te weinig tijd voor hen kan vrijgemaakt worden. "Het verbaast me dan ook niet dat woonzorgcentra het laagst scoren in tevredenheid", zegt professor Anja Declercq (KULeuven), gespecialiseerd in zorgonderzoek. "Daar is het personeelstekort het meest nijpend. In de woonzorgcentra zijn er té veel patiënten per personeelslid, terwijl iederéén er veel zorg nodig heeft. Omdat de werkdruk zo hoog ligt, is er dus weinig tijd voor een babbeltje."


Het personeelstekort kan opgelost door het werk anders op te delen, klinkt het bij koepelorganisatie Zorgnet-Icuro. "Professionele zorg zal altijd blijven bestaan voor patiënten die die écht nodig hebben. Daar zijn veel opgeleiden voor nodig. Maar steeds meer moet worden ingezet op thuiszorg, waarin ook de buurt en familie een rol spelen."

Hetzelfde budget

"Zo kan je de controle meer in handen leggen van de mensen zélf, om hiaten in de zorg op te vullen", aldus Declercq. "Denk aan de persoonsgebonden budgetten voor mensen met een handicap, een stap in de goede richting. Ook volgende generaties zullen op latere leeftijd zelf willen bepalen wie hen wanneer thuis komt verzorgen. Daarvoor is een multi- en interdisciplinaire aanpak nodig, met bijvoorbeeld ergotherapeuten, kinesisten of psychologen aan huis. Als maatschappij moeten we daarin durven te investeren - het is niet logisch dat we het jaar na jaar met hetzelfde budget moeten doen. Dat is de paradox van de gezondheidszorg: hoe beter ze wordt, hoe ouder we worden. En hoe meer we ze nodig hebben."

Doolhof

Vooral verouderen brengt heel wat financiële onzekerheid mee. De overgrote meerderheid is dan ook bezorgd of hij het wel zal trekken in de toekomst. Opvallend: wie in de zorg werkt, ligt daarvan het meest wakker. "Je moet al genoeg spaargeld hebben of je huis verkopen om die laatste, dure jaren van zorg te kunnen betalen", aldus Declercq. "Zo niet, kan dat grote gevolgen hebben: veel mensen stellen doktersbezoeken uit of wachten lang voor een opname in een woonzorgcentrum - uit angst het niet te kunnen betalen. Dat maakt de kost niet alleen voor de patiënt hoger, maar ook voor de maatschappij."


Ook niet verbazingwekkend: 21% geeft aan de bomen door het bos niet meer te zien op vlak van zorg. "Ons gezondheidssysteem en de financiering is zo gefragmenteerd en versnipperd dat we onze weg niet meer vinden. Zo verliezen we veel middelen, terwijl we in dat doolhof met dezelfde middelen méér zouden kunnen doen als er samengewerkt en geïntegreerd wordt. Denk aan een betere informatiedeling tussen verschillende diensten waardoor patiënten niet altijd hun volledige verhaal opnieuw moeten doen."

rv