Waarom sterk het nieuwe slank is

Een afgetraind lichaam als statussymbool

Debora Lauwers
Extreem sporten is in. Denk maar aan de vijfduizend (!) inschrijvingen voor Kamp Waes, het tv-programma waarin de deelnemers loodzware, fysieke proeven moesten doorstaan. ‘Ook al zitten we de hele dag achter een computer, we willen eruitzien alsof we olympische atleten zijn.’  

David is salesmanager, maar doet in zijn vrije tijd al eens een ironman. Dat is net geen 4 kilometer zwemmen, 180 kilometer fietsen en 42 kilometer hardlopen. Xander vult zijn dagen als projectleider, maar eindigde ook in de top vijftig van de Marathon des Sables. Je weet wel, 250 kilometer lopen. In de woestijn. Debbie en Maarten hebben dan weer een buik waar een gezin van vijf de was op kan doen en jongleren vrolijk met gewichten die ­makkelijk twintig kilo wegen. David, Xander, Debbie en Maarten namen deel aan Kamp Waes, maar ze zijn lang niet de enigen die van sporten houden – extreem sporten, ­welteverstaan. Marathons zijn uitverkocht maanden vóór het startschot gegeven wordt. Tegenwoordig telt zelfs het kleinste dorp een crossfitclub, en nooit ­eerder gingen er zoveel racefietsen over de toonbank. En dat vertaalt zich in het huidige schoonheidsideaal. Terwijl we vroeger droomden van ranke schouders, een slanke taille en een dijkloof, (wanneer je met je voeten tegen elkaar staat, mogen je dijen elkaar niet raken, red.) willen we nu stalen armen, ­afgetrainde abs en forse billen. Maar vanwaar komt al die kracht en praal ineens?

Giselinde Kuipers, hoogleraar ­cultuursociologie aan de KU Leuven.
Giselinde Kuipers, hoogleraar ­cultuursociologie aan de KU Leuven.

JE LICHAAM ALS CV

De meest logische verklaring lijkt de huidige gezondheidscultus. Gezonde voeding en beweging krijgen meer aandacht, en dat is nodig. Zeker als je weet hoeveel ­Belgen er overgewicht hebben. Al is er meer aan de hand, vermoedt Giselinde Kuipers, hoogleraar ­cultuursociologie aan de KU Leuven. Het klopt dat de focus op gezondheid een belangrijke rol speelt, vertelt Kuipers, die onder meer de ­sociologie van schoonheid ­onderzoekt. “Maar daarnaast hebben we het idee dat je dat aan het lichaam moet kunnen zien. En dan gaat het niet om een gewoon, normaal lichaam, maar het ­uiterlijk van een topsporter. Zelfs voor ons, gewone mensen met een bureaujob. Ook al zitten we de hele dag achter een computer, dan nog willen we er liefst uitzien alsof we binnenkort deelnemen aan de Olympische Spelen.” Enerzijds heeft dat ongetwijfeld te maken met de enorm hoge status van sport in onze maatschappij. Kijk naar voetbal. De enige mensen die er – alle politici ten spijt – in slagen om Vlaanderen en Wallonië weer dichter bij elkaar te brengen, zijn Dries Mertens, Eden Hazard en co. Qua internationale uitstraling zijn topsporters evengoed het ideale visitekaartje. Dankzij sterren als Nafi Thiam, Nina Derwael en de broers Borlée kan zelfs een klein landje als België wedijveren met de grootmachten in de wereld. “Sporters zijn een soort van statussymbool voor een land, en op de een of andere manier is het uiterlijk van zo’n sporter dat ook geworden”, aldus ­Kuipers. 

Anderzijds ­vereist een sixpack à la Cristiano Ronaldo behoorlijk wat ­toewijding. Want voor een ­atletisch lichaam moet je niet alleen de nodig spiermassa hebben, die moet ook zíchtbaar zijn. Dat wil zeggen: een strikt sportregime, gezonde voeding en een stevige portie doorzettingsvermogen. ­Giselinde Kuipers: “Dat een goed lichaam een nieuw ­statussymbool werd, is niet zo gek. Het heeft namelijk als extra voordeel dat het altijd zichtbaar is. Die dure auto? Die staat het grootste deel van de tijd op de parking. Je ­lichaam heb je daarentegen altijd bij je. Bovendien is het een teken van ambitie. Neem nu een doorsnee bedrijf. ­Tegenwoordig doen alle topmannen en -vrouwen in hun vrije tijd een triatlon of gaan ze op fietsweekend. Een marathon lopen of om vijf uur opstaan om nog tien kilometer te rennen voor je naar je werk vertrekt, is een soort van moreel equivalent geworden van succes. Het laat zien dat je ambitieus bent, en gedisciplineerd. Kortom: het is een bewijs van heel veel verschillende dingen die we in de maatschappij van vandaag erg waarderen.”

Peter Hespel, hoogleraar inspannings­fysiologie aan de KU Leuven.
Peter Hespel, hoogleraar inspannings­fysiologie aan de KU Leuven.

PERMANENT WERKEN

Maar is dat nieuwe, gespierde lichaam ook echt beter voor ons? Puur voor je gezondheid wel, vertelt Peter Hespel, hoogleraar inspannings­fysiologie aan de KU Leuven. “Het graatmagere schoonheidsideaal van vroeger is allesbehalve productief voor de gezondheid. Spieren hebben we nódig, op alle leeftijden. Voor een goed energiemetabolisme, op middelbare leeftijd ter preventie van lage rugpijn en knieblessures, en voor ouderen is het doorslaggevend om autonoom te kunnen blijven leven en zo weinig mogelijk kwetsuren of breuken op te lopen. Maar zodra het gaat om spieren waarmee je kan pronken, wordt het een ander verhaal. Dat gaat namelijk verder dan gezondheid alleen.” Een goed lichaam is een extreem hoog ideaal, beaamt Giselinde Kuipers. “Het is een heel ander statussymbool dan die dure auto. Die koop je, en dan heb je hem ook. Een mooi ­lichaam is een ander verhaal. Het is permanent werken: je moet het blijven onderhouden en je bent nooit klaar. Je moet altijd blijven trainen, ­blijven opletten. Het stopt nooit.” En precies daar knelt het sportschoentje. Zelfs al lijkt dat atletische ideaal ­lichamelijk ­gezien gezonder voor ons – want we hebben allemaal een zekere spiermassa nodig om te kunnen functioneren – het is nog maar de vraag of het je ook mentaal goed doet. ­Kuipers: “Sporten is zo geen uitlaatklep meer, maar een extra druk. Natuurlijk hangt het af van wat je precies doet, maar vaak zijn het juist de mensen die al een druk leven hebben die er nog iets gedisciplineerds bij gaan doen. Op zaterdag met je vrienden gaan voetballen en vervolgens op café nog wat napraten, is veel meer een uitlaatklep dan door de week in het donker nog tien kilometer te gaan rennen. Sporten is een manier geworden om te laten zien dat je aan jezelf werkt en hoort bij het pakket van een levensstijl die ontzettend veeleisend is.”

Wie sterk is, is knap: dat geldt vandaag niet alleen meer voor hem. “Het schoonheidsideaal voor mannen en vrouwen begint steeds sterker op elkaar te lijken”, zegt de ­sociologe. “Dat heeft te maken met modebewegingen – zo is androgynie tegenwoordig erg in de mode – maar ook met ­bredere maatschappelijke ontwikkelingen. Terwijl de werelden van mannen en vrouwen lange tijd gescheiden waren, lopen ze vandaag steeds meer door elkaar. Logisch dus dat de schoonheidsidealen naar elkaar toe groeien.”

Krijgen we dan een kloof tussen hen die sporten en hen die niet sporten? “Het wordt alleszins een manier om een ­onderscheid te maken in de verschillende lagen van de maatschappij. Uit onderzoek blijkt dat lager ­opgeleiden veel meer moeite hebben om aan de hype mee te doen, net omdat het zo veel discipline vergt. Discipline is een erg ­ongelijk ­verdeelde vaardigheid. Zo wordt ons uiterlijk iets wat te maken heeft met sociale status, terwijl het ­misschien gewoon niet voor iedereen weggelegd is.” 

ZELFS MISS USA KRIJGT SPIEREN

Dat het schoonheidsideaal veranderd is, bleek vorig jaar nog uit Amerikaans ­onderzoek. Jonge vrouwen moesten foto’s ­beoordelen van dames die tussen 1999 en 2013 de titel van Miss USA in de wacht sleepten. Niet alleen wonnen de missen naast het kroontje heel wat spiermassa in de loop van de jaren, de ­gespierde foto’s werden bovendien beduidend mooier ­gevonden. Volgens onderzoekster en ­klinisch psychologe Frances Bozsik kunnen we besluiten dat het ideaalbeeld ­duidelijk verschuift van slank naar gespierd.