Vergroot de pil of een vliegtuig het risico? 6 vragen over trombose beantwoord

Vrouw draagt steunkousen om zich te beschermen tegen trombose.
Shutterstock Vrouw draagt steunkousen om zich te beschermen tegen trombose.
Elk jaar worden er in België ruim 15.500 nieuwe patiënten getroffen door een diepe veneuze trombose. En dat is niet zonder gevaar. 1 op de 4 overlijdens zijn immers ten gevolge van een trombose. En toch zijn er nog heel wat mensen die niet weten wat het juist is. Naar aanleiding van Wereld Trombosedag, die vandaag plaatsvindt, stelden we enkele vragen aan vaatchirurg Marc Vuylsteke, die net het boek Alles over spataders en trombose heeft geschreven. 

1. Wat is een trombose juist?

“Een trombose is een algemeen begrip dat vele ladingen dekt. In feite is het een stolsel dat zich vormt in een bloedvat. Dat kan in een belangrijke slagader zijn, maar ook in een kleine onderhuidse ader. Bij het eerste spreken we van een arteriële trombose. Bij het tweede van een oppervlakkige veneuze trombose. Zit je met een klonter in een kransslagader? Dan spreken we van een hartinfarct. Eentje in een ader in je been veroorzaakt dan weer een dik been (dan spreken we over een diep veneuze trombose). Twee totaal verschillende dingen, dus.”

2. Zijn er factoren die een trombose uitlokken?

“Bij veneuze tromboses spelen een aantal factoren een rol. Grosso modo is immobiliteit de belangrijkste. Het gaat over mensen die zich niet kunnen bewegen, omdat ze geopereerd zijn en in een ziekenhuisbed liggen bijvoorbeeld, of omdat iemand met zijn been in een gipsverband zit. Als we stil liggen, stroomt het bloed niet waardoor het gemakkelijker stolt. Moeten mensen met een kantoorjob zich ook zorgen maken? Neen hoor, want zij strekken nog af en toe de benen of staan eens recht.”

“Sommigen hebben afwijkingen in de bloedstolling. Dat wil zeggen dat bij de ene het bloed makkelijker stolt dan bij de andere. Soms zijn die afwijkingen erfelijk bepaald, soms worden ze veroorzaakt door het gebruik van bepaalde medicatie. Ook rokers, mensen met overgewicht of patiënten met een hogere leeftijd hebben een verhoogd risico.”

3. Klopt het dat het risico op bloedklonters vergroot wanneer je in een vliegtuig zit?

“Absoluut, toch als je een halve dag of langer vliegt. Ook hier is het gebrek aan beweging een grote boosdoener. In economy class heb je weinig beenruimte en blijven mensen vaak op hun stoel zitten. Daarbovenop komt nog eens dat de lucht in het vliegtuig redelijk droog is, waardoor reizigers sneller uitgedroogd zijn. Op de kop toe zijn mensen ook vermoeid. Tel die factoren bij elkaar op, en je zal zien dat het bloed gemakkelijker zal stollen.”

4. Kun je het zomaar uit het niets krijgen, of zijn er symptomen?

“Dat hangt af van de trombose. Wie er eentje heeft in een ledemaat zal last hebben van een acute pijnlijke zwelling. Soms is er zelfs sprake van een verkleuring. Maar dat is niet altijd het geval. Situeert het probleem zich in een kleine ader? Dan kan het zijn dat je het niet voelt. In het bekken heb je grote aders: als die dichtslippen, zal de patiënt een belangrijke zwelling van het been ontwikkelen. Maar soms kan er in een zijtak van die grote aders een bloedklonter ontstaan. Dan kan het gebeuren dat er geen symptomen zijn. Maar je mag zeker niet veralgemenen. In feite is het slechts een kleine minderheid van de patiënten met een veneuze trombose die geen duidelijke symptomen ontwikkelt. ”

5. Vergroot de pil het risico op een trombose?

“Ja inderdaad. Bepaalde hormonen hebben een invloed op de stolling van het bloed, voornamelijk oestrogenen. Maar dat probleem treedt eerder uitzonderlijk op. Wel in combinatie met andere risicofactoren zoals een recente operatie, gipsimmobilisatie, roken, overgewicht,… Het is dus niet zo dat alle vrouwen moeten stoppen met de pil te slikken! Het gaat om beperkte aantallen en een beperkte risicoverhoging.”

6. Hoe kan je een trombose behandelen?

“Preventie is de belangrijkste behandeling. Check of de risicofactoren zoals overgewicht, voorgeschiedenis van een trombose, recente hospitalisatie, rookgedrag, infectieziekten of tumoren, hogere leeftijd, erfelijke factoren enzovoort bij jou van toepassing zijn en hou er rekening mee. Als iemand met een hoog risicoprofiel z’n been breekt, moet die het best preventief bloedverdunners nemen. Mensen die een lange, transcontinentale vlucht nemen hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van een veneuze trombose. Zeker ouderen kunnen dan het best een spuitje met bloedverdunners krijgen. Er bestaan Apps die je risico op het ontwikkelen van trombose kunnen inschatten, zoals ‘Caprini DVT risk score’ en andere.”

“Zit je met de gebakken peren? Dan bestaan er tal van behandelingsmogelijkheden. In eerst instantie moet er altijd gestart worden met bloedverdunners zodat de bloedklonter niet verder zou uitbreiden. Andere eventueel bijkomende behandelingen zijn afhankelijk van: waar zit de klonter, hoe groot is hij en hoe oud?  Iemand met een verse klonter in de onderbuik, kan die laten oplossen door er bepaalde medicatie in te spuiten. Een patiënt die al weken rondloopt met een klonter in z’n been zal bloedverdunners moeten nemen en steunkousen dragen. Het is altijd belangrijk om zo veel mogelijk te blijven bewegen. Bij ieder vermoeden van een eventuele trombose moet je sowieso zo snel mogelijk een arts te contacteren.”




1 reactie

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • Bernd Vaes

    Het gevaar voor tromboses bij lange-afstands-vluchten is relatief. Een passagier in de economy class kan altijd en altijd zittend zijn benen bewegen...