Vanaf 2016 kwaliteitsmetingen in de geestelijke gezondheidszorg

THINKSTOCK
Vanaf 2016 zal de kwaliteit van de zorg in de sector van de geestelijke gezondheidszorg op een uniforme manier gemeten worden. Via het project VIP²-GGZ moeten voorzieningen een beter zicht krijgen op hun eigen kwaliteit en de mogelijke verbeterpunten. De metingen starten in 2016, de eerste resultaten zijn beschikbaar in 2017.

Er bestaan al langer kwaliteitsmetingen in de Vlaamse woonzorgcentra en in de algemene ziekenhuizen (VIP²). Nu komt daar dus ook een meting in de geestelijke gezondheidszorg bij: het VIP²-GGZ of volledig het 'Vlaams indicatorenproject voor professionelen en patiënten - geestelijke gezondheidszorg'. Het project is ontwikkeld door een samenwerkingsverband van een hele reeks betrokken actoren in de geestelijke gezondheidszorg, gaande van de Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie tot het Vlaams Patiëntenplatform en het Agentschap Zorg en Gezondheid.

Het project heeft als doel de kwaliteit in de geestelijke gezondheidszorg in kaart te brengen en voorzieningen te tonen op welke vlakken het misschien beter kan. De metingen starten in 2016. Voorzieningen kiezen zelf of ze deelnemen. De eerste indicatoren worden vandaag voorgesteld op een studiedag in Brussel.

Vier indicatoren

Bedoeling is te starten met vier indicatoren. Zo wordt bijvoorbeeld gekeken naar het aandeel patiënten dat na ontslag uit een psychiatrische instelling binnen de 30 dagen gezien wordt door een huisarts, psychiater of psycholoog. Die vervolgzorg bevordert namelijk het herstel en verkleint de kans op herval. Verder wordt gekeken naar de geneesmiddelenvoorschriften, de aanwezigheid van een suïcidepreventiebeleid en de mate waarin ervaringsdeskundigen worden ingezet. Elk van die elementen kan een rol spelen in de bescherming en/of het herstel van de patiënten.

Voor die eerste vier indicatoren worden de eerste resultaten in 2017 verwacht. Later volgen nog drie andere indicatoren.

Betere zorg

Professor Geert Dom, voorzitter van het project VIP²-GGZ: "In de geestelijke gezondheidszorg werken we met kwetsbare mensen. Iedereen is er zich van bewust dat de kwaliteit van de zorg uitermate belangrijk is. Ik hoop vandaag dat we veel voorzieningen warm kunnen maken om deel te nemen". Volgens Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) past de oefening, naar het voorbeeld van de ziekenhuizen en woonzorgcentra, in "een dynamiek die moet resulteren in een betere kwaliteit van zorg".

Ook het Vlaams Patiëntenplatform (VPP) is enthousiast. "Kwaliteit van zorg is belangrijk en het informeren van de 'gebruiker' hierover is daarbij cruciaal", zegt Sabine Van Houdt van het Vlaams Patiëntenplatform. Net zoals eerder bij de ziekenhuizen, wil het VPP ook voor de geestelijke gezondheidszorg een peiling voor de patiënten ontwikkelen om zo de patiënttevredenheid te meten. "We willen hiermee in het najaar van 2016 aan de slag gaan", aldus Van Houdt.

Sp.a: "Vlaamse regering moet ook investeren"

Vlaams parlementslid Freya Van den Bossche (sp.a) vindt het een goede zaak dat de voorzieningen voor geestelijke gezondheidszorg in Vlaanderen de kwaliteit van hun dienstverlening beter gaan meten. "Maar de Vlaamse regering moet op haar beurt de middelen vrijmaken om hen toe te laten die kwaliteit te leveren", zegt ze.

"Hoewel minister Vandeurzen in 2011 beloofd heeft dat iedereen die aanklopt bij een centrum voor geestelijke gezondheidszorg binnen drie tot vijf dagen een intakegesprek zou krijgen, loopt die wachttijd vandaag op tot liefst 87 dagen. Hoog tijd om te investeren dus", zegt Van den Bossche.

Eén op de drie mensen in Vlaanderen zal in zijn leven kampen met een ernstige psychische stoornis. Eén op drie mensen die langdurig werkonbekwaam zijn, zitten thuis omwille van psychische problemen. "Amper 5% van de Belgen zoekt echter hulp bij psychische problemen. En hoe lager de socio-economische klasse, hoe slechter de cijfers", zegt de socialiste.

"Zelfs voor mensen met een hoger inkomen is een bezoek aan een psycholoog een hap uit het gezinsbudget. Voor mensen met een laag inkomen, is het soms simpelweg onbetaalbaar. Er zijn gelukkig heel wat psychologen die spontaan een aangepast tarief hanteren, om te vermijden dat mensen met een hulpvraag van hulp verstoken blijven", zegt Van den Bossche.

Het sp.a-parlementslid vindt het hoog tijd dat de federale regering werk maakt van de terugbetaling van psychologen. "Jo Vandeurzen hoeft ondertussen niet bij de pakken te blijven zitten: door opnieuw te investeren in centra voor geestelijke gezondheidszorg kan hij de wachttijden daar fors terugdringen, en een pak meer mensen de psychologische ondersteuning geven waar zij nood aan en recht op hebben", zegt ze nog.