Start to marathon: “Ik heb gewoon een marathon gelopen (en eigenlijk niet eens hard afgezien)”

NINA-redactrice Sophie (28) trainde voor de marathon van Rotterdam. Dit is haar raceverslag.

#medalmonday
NINA #medalmonday
7 april, de dag van de marathon. Hier heb ik 9 maanden naartoe geleefd. En met 1.672 trainingskilometers in de benen is het ondertussen hoog tijd voor dat laatste ererondje. Eentje van 42,195 kilometer om precies te zijn.

Om 6 uur gaat mijn wekker. Vroeger dan een doorsnee zondag, maar aangezien deze zenuwpees de voorbije nacht al zo’n 7 keer wakker schrok, vind ik het prima zo. Het is in geen enkel opzicht een doorsnee zondag vandaag. Een foamroll aan mijn voeteneinde in plaats van twee hongerige katten. Geen yoghurt met granola als ontbijt, maar vier boterhammen met confituur, een bietenshotje, twee glazen fruitsap en een banaan. Geen heerlijk zondagse Netflixmarathon. Wél een echte. De volledige 42,196 kilometer. Slik.

Terwijl ik nog voor mijn koffer sta te twijfelen over mijn loopoutfit, laadt mijn man - die mij met de fiets zal bevoorraden - alvast zijn rugzak vol waterflesjes en energy gels. Te mijner verdediging: ik had eerlijk waar al een outfit gepland, maar door het warme weer slaat de twijfel toe. Een mailtje van de organisatie met de tip om een korte broek te dragen, geeft de doorslag. Een short dus, ook al heb ik mijn trainingen steeds in een lange broek gedaan. Ik besluit er verder niet te veel over na te denken: outfit aan, startnummer om, schoenen vast, de auto in en richting het centrum. Van de ondergrondse parking is het ongeveer een kwartiertje minuten wandelen naar de start. Tijdens de wandeling voel ik het al. Mijn zorgvuldig beredeneerde kledingkeuze prikt in mijn billen. “Nu niet flauw doen”, spreek ik mezelf in gedachten streng toe. Ik wandel verder. Wanneer ik mijn startvak echter in de verte zie opdoemen, krijgt mijn innerlijk stresskonijn dan toch de bovenhand. U hoort het al: manlief mag zijn beste koerskunsten bovenhalen om op de valreep alsnog die andere broek tot bij mij te krijgen. Het moet zijn dat de wanhoop op mijn gezicht te lezen staat, want voor één keer kan hij dat zelfs zonder commentaar.

Het lijkt alsof ik met mijn oude vertrouwde broek ook mijn kalmte heb teruggekregen. Zodra ik beide benen in de loeistrakke spandex gewurmd heb, voel ik me een ander mens. Meer nog: ik krijg er zelfs zin in. Ik kus mijn eenmansentourage vaarwel, en vertrek naar het startvak. Tip: wil je dat de tijd sneller gaat, ga dan op marathondag in de rij staan aan de dixi’s. Tegen dat ik eindelijk aan de beurt ben, is de eerste loper volgens mij al lang binnen. Het voordeel? Veel tijd om zenuwachtig te zijn heb ik niet, want ik heb nog maar net het deurtje achter me dichtgetrokken, als het startschot al gegeven wordt. We zijn vertrokken.

Kilometer 1-5

De eerste kilometers gaan niet vanzelf. Ik begon in de foute startwave voor de pacers die ik wilde volgen, waardoor ik op mezelf ben aangewezen. Bovendien heeft mijn sporthorloge kuren en heb ik eigenlijk geen flauw idee wat mijn tempo is. Ik ben me overdreven bewust van mijn benen, voel me zelfs wat uit balans met een waterflesje in mijn rechter, en een oude trui van mijn man in de linker. Hoewel het oorspronkelijke plan was om net zoals alle andere lopers de trui netjes in het startvak achter te laten, besloot de schat last minute dat hij de trui toch liever wilde bijhouden. Dus loop ik uiteindelijk 3 kilometer lang met het onding rond. Oh ja, en ik moet plassen. Nu al.

Liefde is ... 3 kilometer lang met de trui van je man lopen.
Marathon-Photos Liefde is ... 3 kilometer lang met de trui van je man lopen.

Kilometer 5-10

Blijkbaar ben ik een dieselmotor, want na een halfuurtje heb ik eindelijk mijn ritme gevonden. Vanaf nu vliegen de kilometers voorbij. Ik mis zelfs de eerste kilometerbordjes. Niet zo handig, mijn horloge geeft nog steeds de gekste tempo-aanduidingen (nu eens 7'/km, dan weer 2'30/km). Ik besluit uiteindelijk om die tijd gewoon los te laten en te focussen op mijn hartslag. Mijn doel: de eerste kilometers aan een lage hartslag afleggen. Ik ben immers vooral bang om te snel starten en daardoor de energie te verbranden die ik de laatste kilometers ongetwijfeld extra hard nodig heb.

Kilometer 10-15

Mijn man zie ik om de zoveel kilometer passeren op de fiets terwijl hij me een flesje water of enkele motiverende woorden toewerpt. Eerder zag ik al een groepje vriendinnen, en ook mijn ouders en zus zetten hun beste stembanden in wanneer ik voorbij kom. Overal staat er publiek, de sfeer zit er dik in. Mijn muziek zet ik voorlopig dus nog niet op, maar bewaar ik voor als het zwaarder wordt. Momenteel heb ik nog meer dan genoeg andere dingen om van te genieten.

Kilometer 15-20

Ik moet nog steeds plassen. Mijn marathon is veranderd in een race van dixi naar dixi, waarbij ik telkens even met mezelf overleg of de volgende nog haalbaar is. Zo tikken de kilometers snel weg, en voor ik het weet heb ik de pacers van 3u50 ingehaald. Rond 20 kilometer krijg ik een mentaal dipje. Het besef dat ik nog niet eens op de helft zit, is behoorlijk confronterend. Ik probeer me niet blind te staren op die grote brok tijd die me nog rest, maar focus me op de momenten waarop ik een energy gel mag nemen. Dat helpt om de komende twee uur op te delen in intervallen van 40 minuten, wat een stuk makkelijker te overbruggen is.

Kilometer 20-25

Wanneer ik merk dat ik lichtelijk in paniek begin uit te kijken naar de blauw-witte huisjes aan de kant, besef ik dat het misschien toch tijd is om een sanitaire stop te houden. Ik baal, want het kost mij een paar kostbare minuten en ik moet de pacers van 3u50 opnieuw voorbij, maar ik moet toegeven dat een lege blaas wel een stuk aangenamer loopt. Wat minder aangenaam loopt, zijn de drinkposten. Lopers die net voor je voeten op de rem gaan staan om een bekertje aan te nemen en dat vervolgens na amper twee slokken - zonder kijken! - keihard opzij (en tegen yours truly) keilen. Kortom: mijn innerlijke kalmte wordt zwaar op de proef gesteld en ik ga uiteindelijk gewoon zo ver mogelijk aan de ándere kant lopen. Ik heb mijn eigen waterflesje, en ik ben niet langer bereid om mijn leven te riskeren voor een bekertje water waarvan de helft na amper twee stappen al op mijn schoenen (en dus ook tegen mijn hoofd) belandt.

Marathon-Photos

Kilometer 25-30

Hoewel ik links en rechts van mij al enkele wandelaars ontwaar, voelen mijn benen nog lang niet moe aan. Wel voel ik onder mijn armen de eerste schuurplekken ontstaan. Ik probeer of ik mijn armen iets verder van mijn lichaam kan houden, maar ik heb meteen enkele bezwete loperslijven en boze blikken mee, dus besluit om toch in stilte te lijden. Nu ja, stilte. Ondertussen is het tijd geworden voor de beats van Martin Garrix en co., die helpen om het tempo erin te houden.

Kilometer 30-35

Hier zijn we dan: het gevreesde Kralingsebos. Volgens tal van lopers het ergste moment van de marathon, en als ik om me heen kijk moet ik toegeven dat het hier eerder een aflevering ‘The Walking Dead’ is geworden dan ‘De Lustige Lopers’. Ik zie mensen halfdood tegen bomen leunen, vechtend tegen de krampen, anderen zitten letterlijk met de handen in het haar. Zelf voel ik me prima, en ik hobbel vrolijk verder. Zo gaat het goed. Zo gaat het beter. En nóg een kilometer (of zeven).

Kilometer 35-40

Rond kilometerbordje 37 begin ik de inspanning te voelen. Mijn bovenbenen worden stram, het lopen gaat wat houteriger. Niet veel later zie ik mijn man. Of ik nog water nodig heb? Ik schud van nee. Ik heb ondertussen zoveel gelletjes en water binnen dat ik al blij ben als ze daar effectief blijven. Daar hoeft voorlopig niets meer bij. “Dan is het tot aan de finish”, roept hij terwijl hij er op het fietspad vandoor gaat. Het is alsof ik het bij zijn woorden pas echt besef. Ik ga het halen. Dat was precies de boost die ik nodig had.

Kilometer 40-42,195

De laatste twee kilometer zijn zalig. De zekerheid dat het gaat lukken, voelt heerlijk. Mijn vertrouwen, dat ik de afgelopen weken wat kwijt was door de blessure, is in één ruk hersteld. In een laatste rechte lijn naar die medaille. Bij wijze van spreken, want het is slalommen geblazen. Waar ik de eerste kilometers door iedereen werd ingehaald, ben ik nu diegene die iedereen voorbijsteekt. En dan is hij daar: de finish. Ik kan het zelf bijna niet geloven. Ik heb het gewoon gedaan.

Wat vond ik ervan?

Uiteindelijk klok ik af op 3u47. Een stuk trager dan mijn oorspronkelijke doel van 3u30, maar die tijd had ik na mijn blessure sowieso al uit mijn hoofd gezet. Kon het sneller? Ik denk van wel. Mijn man is daar wel zeker van, zo vertelde de brok empathie mij de dag zelf nog. Ben ik inderdaad te lief geweest voor mezelf? Misschien wel, want ik heb geen moment afgezien, alleen genoten. Maar wie weet was dat net goed. Ik heb geluisterd naar mijn lichaam, ik heb het zelfvertrouwen terug dat ik na mijn blessure kwijt was. En ik heb iets gedaan dat ik nooit voor mogelijk had geacht.

En die tijd verbeteren, dat kan altijd nog bij marathon nummer twee. Toch?

Alleen maar gelukkige gezichten aan de finish - of toch ongeveer
Marathon-Photos Alleen maar gelukkige gezichten aan de finish - of toch ongeveer



2 reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • Hilde Peeters

    Dikke proficiat ik heb het verhaal gevolgd . Deze verhalen zijn veel leuker dan al et slechte nieuws van tegenwoordig.

  • Evy Sohier

    Heel leuk verslag en proficiat! En om met zulk weer in lange broek te lopen moet je wel beetje gek zijn maar snap het mentale deel wel benieuwd naar de resultaten van je inspanningstest!