Start to marathon: “Ik ga op reis en neem mee ... mijn loopschoenen”

NINA-redactrice Sophie (28) traint voor de marathon van Rotterdam. Elke maandag lees je hier hoe goed (of net niet) dat gaat.

NINA
Maandenlang verkondigde ik het aan iedereen: 2019 wordt het jaar van mijn allereerste marathon. Van het soort dat niets met Netflix te maken heeft, maar alles met bloed, zweet en - spoiler - vooral veel tranen zodra ik besef waar ik aan begonnen ben. In juli 2018 startte ik met trainen, op 7 april 2019 is het eindelijk zover. Iedere maandag lees je hier het verslag.

“Eigenlijk is dat toch best makkelijk hé, zo trainen voor een marathon.” Aan het woord: mijn immer empathische kinesist. Moest hij op datzelfde moment niet loeihard in mijn onderrug aan het porren zijn, had ik mijn spullen gepakt en waren mijn blessure en ik nijdig de praktijk uitgestrompeld. Al kan ik het hem ook niet echt kwalijk nemen. In de eerste plaats omdat ik het hele avontuur achteraf bekeken zelf ook behoorlijk onderschat heb.* Ik kon toch al makkelijk 16 kilometer lopen. Wat zijn die 26 extra kilometers dan nog, zo dacht ik. Het verschil tussen geen blessure of wel een blessure, zo bleek al. Maar ook tussen één wasmachine per week versus een stuk vijf (hoeveel vuile sportbeha’s kan een mens hebben?). Tussen nog een laatste glas wijn op café, of toch maar een watertje. En tussen wél of geen sociaal leven meer. Want dat blijkt immers nog het moeilijkste. Niet het kilometervreten zelf, wél de tijd vinden om het te doen.

Maar als onze hoofdredacteur - die overigens vaker aan een marathonfinish geraakt dan ik tot bij mijn grootouders - de tijd weet te vinden, dan moet ik vooral niet zeuren en de dingen anders aanpakken. Lopen doe ik tegenwoordig dus waar en wanneer ik kan. Ook op locatie. Kan ik ondertussen al afvinken van mijn bucketlist:

- Milaan: knalrood en bezweet de metro terugnemen omdat de terugweg nog te lang is. Aan iedereen die toen bij mij in de coupé stond: mijn excuses.

- Kobbegem: mezelf in looptenue beschaamd door de inkomhal van het bedrijf reppen om ‘s middags snel nog een rondje te joggen (tip: probeer onderweg zo weinig mogelijk collega’s tegen te komen, of het zal je tot in de eeuwigheid achtervolgen).

- Cannes: om 12 uur ‘s avonds en na een gezellig glas wijn (tip: geen goed idee) in de gietende reden toch nog maar een ommetje maken.

- Ardennen: op weekend met vrienden en in het gezelschap van een koppige kater (tip: niet leuk) als eerste uit bed rollen om toch maar die kilometers te halen.

- Honolulu: een rondje joggen in 30 graden en een vochtigheidsgraad van 90%, dat is achteraf een halfuur je loopkleren uitwringen. 

- Oostende: keihard afzien om vervolgens je traagste Strava-gemiddelde ooit neer te zetten. Bedankt, wind.

- Wrexham: een iets langer rondje maken dan gepland, omdat je je navigatie-skills op onbekend terrein overschat had.

- Londen: dan maar op voorhand looproutes opzoeken. Vervolgens alsnog verloren lopen.

- Kopenhagen: immer gerade aus en halverwege rechtsomkeer. Spannend? Nee. Maar ik vind tenminste wel de weg terug. En dat is ook al heel wat.

Om maar te zeggen: een mens wordt creatief van al dat trainen voor een marathon. En een slimme inpakker. Want als ik tegenwoordig op vakantie ga, wordt de helft van mijn koffer in beslag genomen door mijn loopschoenen. Wat de rest van mijn citytrip dan weer wel een pak eenvoudiger maakt. Tijd om heel veel musea te bezoeken, is er niet als je ‘s ochtends al 2 uur hebt gelopen. En veel ruimte (in mijn koffer) om te shoppen is er ook niet met die loopkledij. Au revoir, keuzestress. Eigenlijk toch best makkelijk soms, zo trainen voor een marathon.

* In de tweede plaats omdat de man zelf traint voor een Iron Man en die marathon daar slechts een onderdeel van is. Het is hem gegund.




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.