Exclusief voor abonnees

Ruud Van Thienen, de man die ruim 100.000 Vlamingen laat sporten met ‘Start to Kamp Waes’: “Laat kinderen halfuur bewegen aan begin schooldag”

Photo News
Ruud Van Thienen (35) is de met voorsprong populairste sportarts van het moment. Meer dan 100.000 Vlamingen hebben zich al ingeschreven voor de sportschema’s die hij opstelde voor ‘Start to Kamp Waes’. Maar zijn echte droom is om kinderen verplicht een halfuur te laten sporten bij het begin van de schooldag. “Leerlingen zullen veel geconcentreerder zijn, waardoor de lessen korter kunnen.”

Vijf keer twee minuten joggen en twee reeksen van vier grondoefeningen, en dat liefst drie keer op een week. Waanzinnig lastig was het schema voor de eerste van acht weken ‘Start to Kamp Waes’ niet. Het valt alleszins niet te vergelijken met het succesvolle zondagavondprogramma waarin enkele afgetrainde Vlamingen kennismaken met de opleiding van Special Forces. “Dat is ook absoluut de bedoeling niet. Wel willen we mensen aan het bewegen krijgen”, zegt Ruud Van Thienen (35), de Limburgse sportdokter uit Antwerpen, die het schema in opdracht van Eén digitaal heeft opgesteld. “Ik draag een grote verantwoordelijkheid, want duizenden verschillende Vlamingen volgen één en hetzelfde sportschema. Ik heb daarom goed nagedacht over welke oefeningen ik hen kan laten uitvoeren. Oefeningen waarbij ze zo min mogelijk verkeerd kunnen doen. Dat er kritiek is dat het nu te makkelijk is, vind ik niet erg. Want het is belangrijk om rustig te beginnen zodat je pezen en botten drie tot vier weken de tijd hebben om aan het sportritme te wennen en zo de kans op blessures te beperken. Nadien is er nog genoeg tijd om het gaspedaal dieper in te duwen.”

104.000

Toen de VRT Van Thienen benaderde met de vraag om een sportschema op te stellen, was het doel om 2.500 mensen eraan te laten deelnemen. Intussen staat de teller op maar liefst 104.000. “Had ik me maar laten betalen per deelnemer”, lacht Van Thienen, die goed genoeg beseft dat al die inschrijvingen niet gelijk staan aan even veel sportieve zielen. “Het eerste schema is in de nieuwsbrief door 65 procent van de deelnemers opengeklikt. Volgens de VRT is dat een ongezien hoog percentage. Een heel succes, dus. Mochten er 5.000 mensen het volledige traject doorlopen en nadien blijven sporten, zou ik dat al gigantisch vinden. 5.000 mensen die gelukkiger zijn, minder ziekteverlof nemen en de sociale zekerheid minder geld kosten: dat is enorm.”

Ruud Van Thienen:  “Ik draag een grote verantwoordelijkheid, want duizenden verschillende Vlamingen volgen één en hetzelfde sportschema. Ik heb daarom goed nagedacht over welke oefeningen ik hen kan laten uitvoeren."
Photo News Ruud Van Thienen: “Ik draag een grote verantwoordelijkheid, want duizenden verschillende Vlamingen volgen één en hetzelfde sportschema. Ik heb daarom goed nagedacht over welke oefeningen ik hen kan laten uitvoeren."

Er werd wellicht nog nooit zo veel over sport en voeding gepraat en geschreven als tegenwoordig. Maar tussen erover praten en het effectief doen, ligt nog een brede kloof, merkt ook Ruud Van Thienen. “Een misverstand is dat het veel belangrijker is om op voeding te letten dan om te bewegen. Door 150 in plaats van 0 minuten per week te sporten boek je nochtans veel meer winst voor je algemene gezondheid dan met eender welk dieet. Wie overgewicht heeft maar voldoende beweegt, is doorgaans gezonder dan een slanke persoon die zelden sport. Uit een grootschalige Amerikaanse studie blijkt bovendien dat iemand zonder suikerziekte die niet sport een hogere kans heeft om binnen tien jaar te sterven dan een sportieveling met suikerziekte. Mocht er ooit een pil gemaakt worden die de kans op dikkedarmkanker spectaculair doet dalen, zou iedereen die slikken, de overheid zou het zelfs verplichten. Maar beweging? Daar houden we onze handen af. Terwijl voldoende beweging het risico op dikkedarmkanker met 10 tot 25 procent doet dalen. Soortgelijke resultaten zien we ook in de preventie van borstkanker.””

Hogere concentratie

Het is zijn groot doel, vertelt hij, dat alle kinderen in Vlaanderen binnen tien of vijftien jaar de schooldag beginnen met een halfuurtje beweging. “Daarvoor ben ik nu samen met een cardioloog in gesprek met een burgemeester, om dat in één stad alvast uit te proberen. Onderzoek toont aan dat je ongeveer vijftien procent meer kennis opneemt tijdens de vier uur die volgen op een halfuur beweging dan wanneer je niet bewogen hebt. Om de schooldag niet langer te maken, kan je dan zes uur en een half les geven in plaats van acht uur, want die lessen zullen door de hogere concentratie toch efficiënter verlopen.”

Wanneer het gaat over de effecten van beweging op het brein, komt Van Thienen niet onbeslagen ten ijs. Hij maakt onderdeel uit van Brain Adventure Team, dat sportbeoefening stimuleert bij mensen met psychische en cognitieve moeilijkheden. “Tot zo’n tien jaar geleden werden spieren vooral gezien als dingen die tot voortbeweging leidden. Nu weten we dat ze net als pakweg een schildklier of pancreas ook stoffen, een soort hormonen, produceren en die in je bloedstroom pompen. Die stoffen gaan via het bloed naar onder meer de hersenen en het vetweefsel, en zorgen daar zo voor een gezonde werking van de organen. Door onze inactieve levensstijl – door veel te zitten en weinig te bewegen – schakelen we die belangrijke hormonen uit. Dat veroorzaakt mee depressies en welvaartsziektes als suikerziekte, hoge bloeddruk en obesitas.”

Ballet

Alsof zijn agenda nog niet vol genoeg staat – “wat zou ik graag wat extra uren in een dag hebben”, lacht Van Thienen – ontfermt de dokter zich ook over de dansers van het Ballet van Vlaanderen, is hij als wetenschappelijk medewerker aan de universiteiten van Gent en Leuven verbonden, werkt hij voor de wielerbond en ontfermt hij zich over individuele topatleten, onder wie zwemster Fanny Lecluyse, triatleet Marten Van Riel, en wielrenner Victor Campenaerts. Die laatste begeleidde hij ook mee toen hij het werelduurrecord wilde breken. “Nu help ik atleten zich voor te bereiden op de Olympische Spelen in Tokio. Door de vochtige warmte daar krijgt het zweet eigenlijk geen kans om te verdampen, waardoor het lichaam minder afkoelt. Ik laat de atleten dus nu al in de sauna gaan na hun trainingen, zodat ze extra vocht en zout verliezen. Door nadien optimaal te rehydrateren neemt hun bloedvolume extra toe. We zijn ook bezig met de hoeveelheid voeding en vocht die ze moeten opnemen en het afstellen van hun sportdrank. Allemaal factoren die deze zomer mee het verschil maken en hopelijk tot knalprestaties leiden.”