Exclusief voor abonnees

Ons wonderlijke geheugen: 6 brain facts om te onthouden

Getty Images
Heb jij een olifantengeheugen, of dat van een garnaal? Het menselijk geheugen is een wonderbaarlijk iets. Broodnodig om te functioneren, maar soms ook verdraaid eigenwijs. Hoe ons geheugen werkt, perfect trainbaar is én ons dagelijks misleidt: deze breinfeiten zijn het onthouden waard.

In 1953 ging de Amerikaan Henry Molaison (toen 27) onder het mes in de hoop zijn epilepsie te kunnen stoppen. De chirurg ging daarbij drastisch te werk en sneed een groot deel van zijn hippocampus (een zeepaardvormig stukje brein) weg. Resultaat? Molaison werd weliswaar verlost van zijn aanvallen, maar betaalde een hoge prijs. In één klap verloor hij ook de mogelijkheid om nieuwe herinneringen op te slaan. Alles wat hij voortaan zag of hoorde, gleed na pakweg dertig seconden weer uit zijn geheugen. Een drama. “Een mens ís namelijk zijn geheugen”, stelt de bekende Groningse breinprofessor Douwe Draaisma. “Je kan onmogelijk een afspraak maken met een geheugenloos mens, laat staan een gesprek met hem voeren. Iemand zonder herinneringen is niet eens in staat om een eenduidig verhaal over zichzelf te vertellen.” 

Het brengt ons meteen bij de basis: wat is dat precies, zo’n herinnering? Ons brein heeft er miljarden. Die ‘stockeert’ het door verbindingen te maken tussen verschillende groepen hersencellen die betrokken waren bij een gebeurtenis. Zo onthou je niet alleen wat je vorige kerst gegeten hebt, maar ook waar je was en dat je samen met je schoonvader Mariah Carey’s 'All I Want for Christmas Is You’ ten beste gaf. De muziek, locatie en het eten zijn met elkaar verbonden, zodat de kans reëel is dat je jaren later, bij het horen van Carey’s hit, weer aan die kersttafel zit. Sweet memories. En die zijn eindeloos, als we uitgaan van onze hersenopslagcapaciteit. Want hoewel ons aantal hersencellen ‘beperkt’ is – volgens een laatste telling 86 miljard – zijn de mogelijke connecties tussen die cellen bijna eindeloos. Je geheugen kan dus onmogelijk vol raken. Dat het evenmin een statische materie is, bewijzen de onderstaande feiten en cijfers.

1. Help, mijn brein bedriegt me!

Voor wie nog dacht dat ons brein honderd procent te vertrouwen valt: helaas. In de praktijk kan een herinnering in ons geheugen danig verschillen met wat er écht gebeurde. Zo kan het glas dat je als kind omstootte, door de jaren heen een vaas geworden zijn, en je rode lievelingsjurk blauw. Je verjaardagstaart is in je herinnering een veel groter baksel dan het werkelijk was. Feit is dat ons geheugen geen supercomputer noch een stoffig archief is, waaruit je te allen tijde ongewijzigde gegevens haalt. Integendeel. Herinneren is een werkwoord. Onze herinneringen worden als het ware herschreven in functie van ‘de persoon die we nu zijn’. Zelfs het favoriete kinderboek dat je als volwassene herleest, roept zelden dezelfde originele ervaring op. Alsof er iets anders staat dan toen. Maar de tekst is identiek, en dus moet de lezer veranderd zijn. Herinneringen zijn er niet alleen ‘ter raadpleging’, maar leven met ons mee.

Steven Laureys, topneuroloog en auteur van onder andere ‘Ons briljante brein’ gaat nog een stap verder: “Eigenlijk bedriegt ons brein ons bijna continu. We zijn ten eerste beperkt door onze zintuigen. Zo nemen we bepaalde geuren waar, terwijl onze hond er vele andere kan ruiken. We oriënteren ons ook op een compleet andere manier dan pakweg de vleermuis. En toch geeft ons brein ons de valse indruk dat wát we zien en ons herinneren, de enige waarheid is. Niet dus. Komt nog bij dat, telkens als we een herinnering ophalen of ze aan iemand doorvertellen, er kleine details veranderen. We voegen iets toe, laten iets weg, waardoor herinneringen een eigen leven gaan leiden. Zelfs getuigenissen bij moordzaken zijn haast nooit volledig correct. Studies tonen aan dat het beeld van wat we meemaakten, slechts voor vijftig procent zou kloppen. Is dat een drama? Niet altijd. Want dankzij de biologische mankementen van ons brein zijn we ook in staat om vindingrijk en creatief te zijn, en zaken als muziek en poëzie te maken én te waarderen.”

2. Je allereerste herinnering

Je herinnert je hoe je als kind je eerste woordje sprak of je eerste stapjes zette? Forget it. Volgens wetenschappelijk onderzoek is het op die leeftijd zo goed als onmogelijk om herinneringen te vormen. Gemiddeld zou een mens die kunnen maken zodra hij drie à vier jaar oud is. Pas vanaf dan zijn onze hersenen voldoende ontwikkeld om ook echt langetermijnherinneringen op te slaan. Of de periode voordien dan niet meetelt? Gelukkig wel, want ook al onthouden we vroegere ervaringen niet, ze zorgen wel degelijk voor een emotionele basis die een essentiële impact heeft op ons latere leven. Steven Laureys: “Nu, ze bestaan, mensen die zich dingen herinneren van vóór ze drie waren. Alleen gaat het dan vaak om fictieve herinneringen op basis van foto’s, filmpjes of verhalen. Die impact mag je niet onderschatten.” 

In een bekend psychologisch onderzoek van de Nieuw-Zeelandse psychologe Deryn Strange moesten proefpersonen iets vertellen over hun jeugdfoto’s. Bleek dat er tussen de echte één fake foto zat, waarop de personen in kwestie gefotoshopt waren in een luchtballon. Wat gebeurde er? Op de eerste dag van het experiment kon het merendeel zich de fictieve vlucht niet herinneren, terwijl een week later de helft ze zich wél herinnerde en zelfs kon beschrijven. Een mooi voorbeeld van hoe we een overtuigende herinnering kunnen krijgen van iets wat nooit gebeurd is. “Het is sowieso interessant om op zoek te gaan naar je eerste, échte herinnering”, stelt ook Steven Laureys. “Vaak is die gelinkt aan een heftige emotie. Bij mij is dat alvast zo. Ik weet nog goed hoe ik als driejarige mijn vingers plette tussen een drukpers in de kelder van mijn grootvader, en hoe die me daarna troostte. Mijn grootvader is kort erna overleden. Waardoor ik bij die allereerste herinnering ook een tijdsindicatie heb.”

3. Zwangerschapsdementie: feit of fabel?

Je bent je afspraak vergeten, weet niet waar je sleutels liggen en hebt moeite om je te concentreren. Tachtig procent van alle zwangeren geeft aan dat hun geheugen minder werkt. Onderzoek bevestigt dat: zowel het reactievermogen als het werkgeheugen kan tijdens een zwangerschap aangetast worden. Een van de grote boosdoeners is het zwangerschapshormoon progesteron, dat nodig is bij de innesteling van de eicel, de groei van de baarmoeder en de melkproductie. Maar het hormoon zou ook remmend werken op die delen in de hersenen die herinneringen opslaan. Nog tot wel 32 weken na de bevalling kan je er last van hebben.

Ellen Roets, gynaecoloog en adjunct-kliniekhoofd verloskunde aan het UZ Gent: “Zwangerschapsdementie is geen fabeltje. Onderzoek heeft aangetoond dat de hippocampus, die een belangrijke rol speelt bij de opslag van informatie in ons brein, bij zwangeren krimpt. Dat zou vooral hormonaal bepaald zijn. Zo worden bij adoptieouders, die zich net zo goed aanpassen aan hun baby, die veranderingen niet vastgesteld. Meer nog, computerprogramma’s zijn in staat om op basis van hersenonderzoek te bepalen welke vrouw ooit zwanger geweest is en welke niet. Toch is het belangrijk om die zwangerschapsdementie niet louter als een ‘vermindering van de hersenen’ te zien, maar ook als ‘grote schoonmaak’. Net als je lijf worden ook je hersenen verbouwd en maken ze plaats voor de nieuwe relatie met je baby.”

4. Navigatie in de hersenen

Het gebeurt. Je bent op citytrip met je geliefde en terwijl hij feilloos zijn weg vindt in de nieuwe stad, ben jij al na het eerste kruispunt – letterlijk – het noorden kwijt. Het verschil tussen deze twee soorten mensen zit hem in de hippocampus (daar heb je hem weer), die niet alleen een belangrijke rol speelt bij de opslag van informatie, maar ook bij onze ruimtelijke oriëntatie. Of die laatste goed werkt of niet, hebben we deels zelf in de hand. Dat heeft Eleanor Maguire, onderzoekster aan University College London, aangetoond. Zij ontdekte dat Londense taxichauffeurs meer grijze stof hebben in het achterste deel van hun hippocampus dan die van leeftijdsgenoten met dezelfde opleiding en hetzelfde geslacht. Bovendien werd een lineair verband duidelijk: hoe langer iemand ervaring had als taxichauffeur, hoe groter de hippocampus. Ook het omgekeerde klopt. Zo hebben Amerikaanse onderzoekers in verschillende studies aangetoond dat de activiteit van onze hippocampus daalt wanneer we afhankelijk zijn van een gps. Adieu, Google Maps?

5. De kracht van het vergeten

Je zit tot vervelens toe met de nieuwste hit van Niels Destadsbader in je hoofd, maar weet helemaal niet meer wat je gisteren als lunch gegeten hebt? Het heeft allemaal te maken met de manier waarop ons brein informatie selecteert en codeert. Wat als onbelangrijk beschouwd wordt, kegelen onze hersenen zonder pardon overboord. En gelukkig maar. Mensen met een highly superior autobiographical memory, ook bekend als hyperthymesia, kunnen probleemloos elke gebeurtenis van elke dag memoriseren, maar zijn niet in staat om traumatische ervaringen uit het verleden los te laten, laat staan te verwerken.

Geheugenprofessor Douwe Draaisma: “Vergeten is geen mankement van ons geheugen, maar eerder een van zijn belangrijkste vermogens. Stel, je gaat naar de stad en parkeert er je auto, dan helpt het bij je terugkeer niet dat álle herinneringen aan álle keren dat je je auto parkeerde, even actief zouden zijn. Wat we eerder vergeten dan onthouden, heeft dan weer met uiteenlopende factoren te maken. Onze belangstelling voor iets of iemand speelt hierin mee, net als hoe we ons op dit moment voelen. Ook heeft datgene waar we vaker aan terugdenken, minder kans om ‘vergeten’ te worden: sleur en routine worden om die reden bijvoorbeeld niet opgeslagen. We hebben vaak de neiging om het iemand kwalijk te nemen als hij een naam of een verjaardag vergeet en associëren het met onverschilligheid. In de praktijk heeft een mens geen supervisie over wat hij al dan niet vergeet. Ons brein heeft zijn eigen agenda. Het voordeel daarvan is dat we ons ook geen zorgen hoeven te maken over de morele kant van het vergeten.”

6. Zo train je je geheugen

Er zijn massa’s studies gedaan naar hoe je je brein fit houdt. Een goede nachtrust is cruciaal. Overdag sla je van alles op in je werkgeheugen, tijdens je slaap worden belangrijke en onbelangrijke zaken gescheiden en krijgen de eerste een plek in je langetermijngeheugen. Gezonde voeding, beweging, sociale interactie, sudoku’s en ‘opschrijven wat je geleerd hebt’ scoren ook hoog op de breintrainlijst. De Duitse neurowetenschapper en geheugentrainer Boris Konrad is in zijn bejubelde boek ‘De geheimen van ons geheugen’ formeel: “Een supergeheugen krijg je niet, dat train je.” Zelf is hij meervoudig wereldkampioen geheugensport. Hij slaagde erin 201 namen in een kwartier tijd uit het hoofd te leren. “Visualiseren wat je wil leren, helpt. Bij elk van die namen had ik een beeld voor ogen. Zo wordt het voor je hersenen makkelijker om te onthouden. 

Verder is ‘het geheugenpaleis’ een beproefde truc. Het principe is simpel: je ‘gebruikt’ bekende plaatsen als geheugensteuntje. Stel, ik wil een boodschappenlijstje vanbuiten leren, dan beeld ik me in dat het bed in mijn slaapkamer een doos melk geworden is, de lamp een brood en de kapstok een tros bananen. Hoe absurder het verhaal, hoe beter je het zal onthouden. Een derde hulpmiddel is: slim en veel herhalen. Stel, je leest deze reportage en denkt daarna aan wat je gelezen hebt, dan heb je meer kans dat het in je langetermijngeheugen opgeslagen wordt.” Hoe ons geheugen er over tien jaar zal uitzien? Beter, groter, efficiënter? Konrad: “Dat betwijfel ik. Al onze telefoonnummers zijn opgeslagen in onze smartphone, we gebruiken onze gps als we ergens naartoe rijden,... Door alle technische evoluties is een mens geneigd om minder te onthouden. Wil je je geheugen gezond houden, dan zit er maar één ding op: het gebruiken.”




Reacties

Alle reacties zijn welkom zolang ze voldoen aan de do's en don'ts die je hier kan terugvinden: gedragsregels. Elke dag ontvangen wij duizenden reacties, het kan enkele uren duren voor jouw reactie wordt geplaatst. Wordt jouw reactie afgekeurd dan werd er geoordeeld dat deze onze gedragsregels schendt.