Exclusief voor abonnees

Obesitasexpert onthult 5 fabels over calorieën: “We danken de obesitasepidemie grotendeels aan foute aannames”

Getty Images
Er is geen ontkennen aan: we zitten middenin een obisitasepidemie. En hoewel de dieetadviezen ons om het hoofd geslingerd worden, blijven we alsmaar dikker worden. We tellen calorieën en bewegen actief, maar de pondjes vliegen er toch niet af. Hoe komt dat? Nier- en obesitasspecialist Jason Fung onthult 5 grote fabels over calorieën die volgens hem aan de basis liggen van de obesitasepidemie.

“Volgens velen kunnen obesitas en iemands gewicht makkelijk voorspeld worden door de regel: de calorieën die je opneemt - de calorieën die je verbruikt = lichaamsvet”, vertelt Fung. Maar die stelling is volgens hem gevaarlijk. “Ik noem het graag het caloriebedrog, want die aanname is enorm eenzijdig en er zitten ook verschillende mythes in vervat.”

Fabel 1: hoeveel calorieën je eet is onafhankelijk van hoeveel je er verbruikt

Denken dat hoeveel calorieën je opneemt geen invloed heeft op hoeveel je er verbruikt is een cruciale fout die veel mensen maken volgens Fung. “De consumptie en het verbruik van calorieën zijn sterk afhankelijke variabelen. Sta je op dieet en eet je minder, dan gaat je energieverbruik immers ook dalen. Dat toonden al verschillende onderzoeken aan. Zo bleek uit een studie uit 1919 waarbij mensen 30% minder mochten eten dan wat ze normaal dagelijks aten, dat ook hun energieverbruik verminderde, van zo’n 3.000 calorieën tot ongeveer 1.950. Hun verbruik daalde dus bijna evenveel als hun inname, ook zo’n 30%. Zo was het een eeuw geleden al duidelijk dat de calorieën die je verbruikt, sterk afhankelijk zijn van hoeveel je er eet. Ook andere onderzoeken wezen al uit dat de snelheid van je stofwisseling in rust daalt zodra je minder eet. Het lichaam reageert zo omdat het slim is en wil overleven. Want wat gebeurt er als je lichaam 3.000 calorieën blijft verbruiken en er slechts 1.500 consumeert? De vetreserves zouden al snel worden opgebrand, waardoor daarna je eiwitreserves opraken en je uiteindelijk sterft.”

Fabel 2: je metabolisme is stabiel

“We maken ons druk om de calorie-inname zonder ook maar een moment stil te staan bij het calorieverbruik, behalve wanneer het om lichaamsbeweging gaat”, vertelt Fung over een tweede hardnekkige mythe. “Het meten van de calorie-inname is simpel, maar het totale energieverbruik van het lichaam achterhalen is veel ingewikkelder. Daarom wordt de simpele maar volledig onjuiste aanname gedaan dat het energieverbruik voortdurend hetzelfde is, behalve bij lichaamsbeweging. Het totale energieverbruik is immers de som van het basaal metabolisme (je metabolisme in rust of de energie die je verbruikt wanneer je bijvoorbeeld op bed ligt, in volledige rust, maar wel wakker nvdr.), het warmteopwekkende effect van voedsel, de warmteopwekking door andere activiteiten dan lichaamsbeweging, de overmatige zuurstofconsumptie na lichaamsbeweging én de lichaamsbeweging zelf. Zo kan het totale energieverbruik wel met 50% stijgen of dalen, afhankelijk van de calorie-inname en andere factoren.”

Fabel 3: we hebben controle over hoeveel calorieën we opnemen

Eten is een bewuste handeling, dus we nemen aan dat eten ook bewust gebeurt en dat honger en je hormonen daar slechts een kleine rol bij spelen. Maar er zijn meerdere, overlappende hormoonstelsels die invloed uitoefenen op wanneer je gaat eten en wanneer je stopt volgens Fung. “We besluiten bewust om te eten als reactie op hongersignalen die grotendeels door onze hormonen gestuurd worden. We stoppen ook bewust met eten als het lichaam een signaal stuurt dat we vol zitten, en ook die signalen worden grotendeels doorgegeven door hormonen. Een voorbeeld: van de geur van een gebakken broodje krijg je tijdens de lunch honger, maar als je net een grote buffetmaaltijd op hebt, word je van diezelfde geur een beetje misselijk. De geur is echter hetzelfde. Het besluit om op dat moment al dan niet te eten wordt voornamelijk ingegeven door je hormonen. Ons lichaam bezit immers een ingewikkeld systeem dat ons aanraadt wel of niet naar voedsel te grijpen. Met andere woorden: onze vetregulatie gebeurt op automatische piloot, net als de ademhaling. We herinneren onszelf er niet bewust aan om te ademen, net zoals we ons hart er niet aan herinneren om te kloppen. Aangezien hormonen zowel de calorie-inname als het -verbruik reguleren, kunnen we dus stellen dat obesitas een hormonale en geen calorische stoornis is en dat we niet helemaal de controle hebben over hoeveel calorieën we opnemen.”

Fabel 4: hoeveel vet je opslaat, ligt alleen aan hoeveel je eet

“Vaak wordt gedacht dat de groei van vetcellen ongereguleerd gebeurt. De simpele daad van eten leidt tot vettoename, zonder tussenkomst van welk hormoon dan ook. Overtollige calorieën worden als het ware zonder boe of bah in vetcellen gedumpt. Maar die veronderstelling klopt niet. Elk lichaamsstelsel wordt gereguleerd. De lengtegroei wordt gestuurd door het groeihormoon, het bloedsuikergehalte door hormonen zoals insuline, de geslachtelijke rijping door testosteron en oestrogeen, de lichaamstemperatuur door bijvoorbeeld een schildklierstimulerend hormoon ... De lijst is eindeloos. En zo wordt ook de groei van de vetcellen beïnvloed door je hormonen. Leptine is het bekendste hormoon van de vetgroeiregulering en regelt je verzadiging, maar ook andere, minder gekende hormonen zoals adiponectine, hormoonsensitieve lipase, lipoproteïnelipase en adipose triglyceride lipase kunnen elk een belangrijke rol spelen. Hoeveel vet je opslaat ligt dus niet alleen aan wat en hoeveel je eet.”

Fabel 5: elke calorie is dezelfde

“Deze mythe is de gevaarlijkste van allemaal”, vertelt Fung. “Net zoals een hond een hond is of een bureau een bureau, klopt de stelling wel, maar de ware vraag is: veroorzaken alle calorieën evenveel vettoename? Want als je ervan uitgaat dat elke calorie dezelfde is, zeg je ook dat alle voedingsmiddelen kunnen teruggebracht worden tot hun calorische waarde. Maar een calorie olijfolie veroorzaakt uiteraard niet dezelfde stofwisselingsreactie als een calorie suiker. Zo verhoogt suiker het bloedsuikergehalte en lokt het een insulinereactie uit. Bij olijfolie gebeurt dat niet. Ze lokken dus verschillende reacties in het lichaam uit en hebben een andere invloed op je stofwisseling”, aldus Feng. Bovendien doen vitamines, mineralen, vezels en andere voedingsstoffen ook hun duit in het zakje. Vezelrijke voeding, zoals havermout of een volkorenboterham zal je langer verzadigd houden dan bijvoorbeeld de witte variant, waardoor je minder snel zal snacken tussendoor en dus minder snel zal aankomen.




3 reacties

Alle reacties zijn welkom zolang ze voldoen aan de do's en don'ts die je hier kan terugvinden: gedragsregels. Elke dag ontvangen wij duizenden reacties, het kan enkele uren duren voor jouw reactie wordt geplaatst. Wordt jouw reactie afgekeurd dan werd er geoordeeld dat deze onze gedragsregels schendt.


  • Danny Buyse

    Op 11 maanden 16 kg afgevallen door intens, opbouwend en lang te sporten. Ik at 2500 tot 3000 Kcal vroeger en was door niks fysiek actief te doen op 10 jaar 20 kg bijgekomen. Nu eet ik nog steeds evenveel Kcal om mijn metabolisme hoog te houden maar verbruik ik gemakkelijk 3500 Kcal door 5 van de 7 dagen tussen de 18 en de 25 km te sporten "combinatie snel wandelen en lopen". M.a.w. ben ik van 88 kg naar 72 kg gezakt

  • Gino Denil

    De belangrijkste reden is dat we geen moeite moeten doen om aan eten te geraken. We moeten genoeg voeding binnen krijgen om allerlei elementaire stoffen voldoende binnen te krijgen. Maar we moeten de energie niet verbruiken om zoals dieren in de natuur aan dat voedsel te geraken. Daarom is geen enkel dieet een gezond dieet. Alleen meer fysieke activiteit of sporten helpt echt.

  • Roger Geens

    Aardappelen en rijst ,beiden gewoon gekookt doen het glucosegehalte redelijk snel stijgen ,dezelfde portie Kidney bonen of kikkererwten doen dat niet en zullen het glucosegehalte stabiliseren .Als diabeet weet ik dat wel .Eten is net zoals bij alcohol ,heb je er problemen mee ,enkel een sterk karakter kan je helpen ,met dien verstande dat je bij alcohol radicaal moet stoppen en bij teveel eten moet minderen .