Nieuwe studie: veel meer mensen sterven voortijdig door ozon dan eerst werd aangenomen

Een foto genomen door de peilingsballon van het KMI. Het instrument meet de temperatuur, de relatieve vochtigheid, de luchtdruk, de windsnelheid, de windrichting en de hoeveelheid ozon.
RV Een foto genomen door de peilingsballon van het KMI. Het instrument meet de temperatuur, de relatieve vochtigheid, de luchtdruk, de windsnelheid, de windrichting en de hoeveelheid ozon.
Ozonvervuiling veroorzaakt veel meer voortijdige overlijdens dan tot nog toe werd aangenomen. Langdurig onderzoek door het Stockholm Environment Institute schat het aantal slachtoffers wereldwijd op een miljoen per jaar, vooral in Azië.

Onderzoekers analyseerden alle overlijdens door longaandoeningen in 2010 en gingen na welk aandeel daarvan toe te schrijven is aan ozon. Ze gebruikten daarvoor Amerikaanse statistieken over ziekte en blootstelling aan vervuiling van 670.000 volwassenen, een veel breder staal dan zeven jaar eerder gebruikt werd voor eerdere schattingen.

Uit de analyse blijkt dat ozon goed is voor ongeveer een vijfde van de overlijdens, meer dan het dubbele van wat tot nog toe werd aangenomen. "Deze studie toont aan dat blootstelling aan ozonvervuiling een veel grotere impact heeft dan werd gedacht", zegt Chris Malley, onderzoeker aan de universiteit van York en hoofdauteur van de studie.

India en China

Het probleem is het grootst in Azië, met 79 procent van alle overlijdens. India alleen al is goed voor 400.000 doden, China voor nog eens 270.000. Afrika, Europa en Noord-Amerika tellen elk tussen de 50.000 en 60.000 overlijdens per jaar. "Er is natuurlijk een mate van onzekerheid in deze schattingen, omdat we afgaan op Amerikaanse analyse van concentratie en respons", zegt Malley. "We weten niet met zekerheid of die relatie hetzelfde is in alle regio's, zoals in India of China, waar ook andere risicofactoren meespelen."

Uitstoot aan banden leggen

Ozon is een complex probleem, omdat de stof niet rechtstreeks wordt uitgestoten, maar gevormd wordt in de atmosfeer door andere vervuilers, zoals stikstofoxide uit wegverkeer, organische stoffen uit de industrie en methaan. Het blijft wekenlang in de atmosfeer hangen en kan lange afstanden afleggen.

"Om de vervuiling te verminderen moet je de uitstoot van die verschillende stoffen aan banden leggen", zegt medeauteur Johan C.I. Kuylenstierna. "Dat is dus de uitstoot van wegtransport, het energieverbruik van gezinnen en methaanuitstoot van de landbouw. Het is belangrijk te beseffen dat op al die gebieden actie moet worden ondernomen, op zowel lokaal, nationaal als internationaal niveau." De studie verscheen gisteren, maandag, in het vakblad Global Health Perspectives.