Mijn eerste marathon: “Ik weet nu pijnlijk zeker dat mijn lichaam voor 21 procent uit vet bestaat”

NINA-redactrice Sophie (28) traint voor de marathon van Rotterdam. Elke maandag lees je hier hoe goed (of net niet) dat gaat.

De looptest: ik krijg een hartslagmeter aan, word in een soort harnas gehesen en vervolgens gaat de loopband onverbiddelijk aan.
Photonews / Pieter-Jan Vanstockstraeten De looptest: ik krijg een hartslagmeter aan, word in een soort harnas gehesen en vervolgens gaat de loopband onverbiddelijk aan.
Hoeveel complexen kan een mens hebben? Behoorlijk wat, zo leerde ik gisteren, toen ze mij allemaal deskundig onder de neus gewreven werden. Want wie een marathon wil lopen, moet eerst even langs voor een lichaamsmeting, voedingsanalyse en inspanningstest.

En dan was het zover. De dag waarop ik zwart op wit het resultaat zag van alle keren waarop ik besloot dat het een goed idee was om mijn avondmaal door een zak chips te vervangen. De dag waarop een reeks testen moeten bepalen of ik aan de marathon mag beginnen. Kortom: de dag die in het rood omcirkeld stond in mijn agenda. Onder het motto ‘een goed begin is het halve werk’ rol ik veel te vroeg uit mijn bed op mijn vrije dag. Want alle beetjes helpen, en ik heb zo’n voorgevoel dat ik die wel eens zal kunnen gebruiken.

Terwijl ik half slaapdronken bij Bakala Academy binnen strompel, staat de sportarts mij al enthousiast op te wachten om het komende halfuur grondig in mijn medische geschiedenis en sportieve verleden te duiken. Of het gebrek daaraan, zo ondervindt hij snel. Of ik als kind iets van sport gedaan heb. Nou, nee. Iets van andere beweging dan? Ook negatief. Ik betwijfel of hij de dagelijkse wandeling van het klaslokaal naar de snoepautomaat bedoelt. Gelukkig blijkt chronische luiheid geen risicofactor en loop ik tegenwoordig wel af en toe een rondje door het park. Een plus in het notaboekje en een bank vooruit, richting iets dat het best te omschrijven valt als een futuristisch uitziende operatietafel. Een rust-elektrocardiogram, vertelt de arts zodra hij mijn wantrouwige blik ziet wanneer de vele draden met zuignapjes aan mij bevestigd worden. “De bedoeling is om de elektrische activiteit van het hart te meten en bepaalde afwijkingen uit te sluiten. Zeker wanneer je intensief gaat sporten, is zo’n sportmedische keuring belangrijk. Zo kunnen we eventuele risico’s in kaart brengen, om op een gezonde en verantwoorde manier te bewegen. In sommige landen, zoals Frankrijk, is de keuring zelfs verplicht.” 

Mijn vetpercentage wordt door sportnutritionist Martijn Redegeld opgemeten met behulp van een scan en deze flatteuze huidplooimeter.
Photonews / Pieter-Jan Vanstockstraeten Mijn vetpercentage wordt door sportnutritionist Martijn Redegeld opgemeten met behulp van een scan en deze flatteuze huidplooimeter.

21% vet, 4% botmassa

Ook van het ECG krijg ik groen licht. Ik mag door naar de volgende ronde: de analyse van mijn lichaamssamenstelling en voedingspatroon. Slik. Eigenlijk betekent dat gewoon zoveel als: gedaan met zalige onwetendheid. Vanaf nu weet ik met een pijnlijke zekerheid dat mijn lichaam voor 21 procent uit vet bestaat. En dat het merendeel daarvan zich - in tegenstelling tot wat manlief beweert, de schat - voornamelijk op heuphoogte bevindt. Toch is zo’n lichaamsmeting aan te raden, vindt sportnutrionist Martijn Redegeld. In de eerste plaats om te weten hoeveel reserve je hebt, maar ook om informatie te verkrijgen over je prestatievermogen en gevoeligheid voor blessures. “Een te hoog vetpercentage zorgt voor extra ballast en verminderde mobiliteit, en vergroot daarnaast de druk op pezen, gewrichten en spieren waardoor je een groter risico loopt op kwetsuren. Langs de andere kant is te weinig vetmassa evenmin goed voor je prestaties, wegens meer spierafbraak en een verminderde weerstand tegen infecties. De gezondheid van je beendergestel vertelt dan weer iets over je gevoeligheid voor breuken.” Mij vertelt het vooral dat ik met amper 1,97 kg aan botmineraalgehalte dat cijfer op de weegschaal nooit meer op zware botten kan steken.

Photonews / Pieter-Jan Vanstockstraeten

Pas in de laatste etappe - u ziet, die sportterminologie heb ik al onder de knie - is het tijd voor de test waar het écht om draait: de looptest. Die is heel eenvoudig. In theorie. Ik krijg een hartslagmeter aan, word in een soort harnas gehesen en vervolgens gaat de loopband onverbiddelijk aan. Om de acht minuten wordt er bloed geprikt en mijn hartslag genomen. Naarmate het tempo de hoogte in gaat, worden de intervallen korter. Wanneer ik het gevoel heb dat ik de volgende vier minuten niet meer kan uitlopen, krijg ik een zuurstofmasker op. U begrijpt: dat maakt die laatste loodjes er niet leuker op. Al is dat natuurlijk allemaal in functie van een groter doel: een trainingsschema op maat. Want precies daar zit het belang van zo’n inspanningstest, vertelt Martijn. “Schema’s op internet zijn berekend op gemiddelde hartslagzones. Het probleem is dat hartslag in de praktijk enórm specifiek is.” Dat mijn hartslag in bepaalde zones slechts 4 slagen mag variëren, is dus niet uitzonderlijk. Veel trainen is één ding, maar om zoveel mogelijk uit die training te halen is een analyse van je beginsituatie cruciaal, beaamt inspanningsfysioloog Peter Hespel. “Pas dan kan je op een efficiënte en gezonde manier naar een sportief doel toewerken.” Ook wie ervoor kiest om zich niét gedurende de hele periode te laten begeleiden, is gebaat bij zo’n inspanningstest. De hartslagzones kan je achteraf immers op om het even welk schema toepassen om het op die manier te personaliseren.

Daarbij, zelfs al zorgt die reeks testen er niet voor dat ik niet van de ene dag op de andere probleemloos over de eindstreep huppel, de bijhorende flatterende foto’s zijn in elk geval wél de ultieme motivatie om die loopschoenen uit de kast te trekken. En dat is ook al wat.

Een inspanningstest en trainingsschema van 12 weken bij Bakala Academy kost € 200.
Vragen, opmerkingen of gewoon een virtuele babbel met deze collega-loper? Mailen kan op sophie.vereycken@persgroep.be.




1 reactie

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • Tom Stils

    Voor een vrouw is dat vetpercentage vrij goed!