Exclusief voor abonnees

Hoe betrouwbaar zijn draagbare gezondheidsgadgets?

Peter van Eijndhoven hing zijn lijf vol wearables.
Koen Verheijden Peter van Eijndhoven hing zijn lijf vol wearables.

Draagbare gezondheidsgadgets zijn populair. Hoe betrouwbaar zijn ze? “Ze maken je bewust van een probleem, maar lossen het niet op.”

Voor het slapengaan een paar nipjes whiskey. Het was voor Peter van Eijndhoven uit Nederland jaren vaste prik. Totdat een hartritmemeter hem met de neus op de feiten drukte. “Uit de data bleek dat als ik die paar druppels alcohol ophad, ik ‘s nachts lichter sliep. Daarmee herstelde ik minder goed en dat ging ten koste van mijn conditie en gezondheid.”

Van Eijndhoven wilde weten wat zich onderhuids nog meer afspeelde. Hij hing zijn lijf vol draagbare gezondheidsgadgets (ook vaak wearables genoemd), en sloeg aan het meten. Elke dag registreerde hij 36 meetbare punten in zijn lichaam, variërend van ademhaling en stappen tot hartslag en stressniveau. Ook noteerde hij nauwkeurig de hoeveelheid tijd die hij besteedde aan werk en familie. Het inzicht dat hij opdeed: hij werkte te veel, bewoog te weinig en had onvoldoende aandacht voor zijn gezin. “Als ik op die weg was doorgegaan, was een burn-out onvermijdelijk.”

En dus gooide Van Eijndhoven het roer om. Hij liet de whiskey staan, waardoor zijn nachtrust verbeterde. Hij verloor een flink aantal kilo’s. Maar de grootste winst behaalde hij door minder te werken. “Van 65 naar 45 uur per week. Dat leverde me waardevolle tijd op met mijn gezin, waardoor ik gelukkiger en gezonder werd.’'

Digitaal dokteren

Het aantal mensen dat met gezondheidsapps en gadgets een vinger aan de pols houdt, is groot en groeiende. We tellen onze calorieën met apps, meten ons uithoudingsvermogen met activity trackers en monitoren onze slaap met slimme horloges. Maar hoe nuttig zijn al die technische snufjes en welke voordelen bieden ze?

Gezondheidswetenschapper Herman de Vries, promovendus bij Hanzehogeschool Groningen, de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO) en Universitair Medisch Centrum Groningen, doet onderzoek naar de mentale veerkracht van werknemers met behulp van wearables en apps. Hij weet hoe nauwkeurig de algoritmen en sensoren van al die draagbare apparaatjes zijn.

“Slaapmeters in smartwatches en activity trackers geven een aardige indicatie van de totale slaapduur. Het apparaat merkt dat de drager minder beweegt en dat zijn of haar hartslag daalt en interpreteert dit als slaap. Moet de drager ‘s nachts naar het toilet - en wordt deze dus weer actief - dan zal het apparaat dit mogelijk ook herkennen.”

Sommige gadgets pretenderen ook de slaapkwaliteit te meten. Trackers, zoals die van Fitbit, presenteren elke ochtend een kleurrijk overzicht van de slaapstadia. Volgens De Vries dienen die gegevens met een korreltje zout te worden genomen. “Betrouwbaarheidsonderzoeken, waarbij ook professionele apparaten worden gebruikt, laten zien dat wearables er vaak naast zitten.”

Luister naar je hart

Diverse sporthorloges en polsbandmeters werken met lampjes aan de achterkant van het uurwerk. Die meten je bloedcirculatie door je huid heen en slaan de gegevens op via een sensor. Zo geven ze een goede indruk van onze hartslag tijdens dagelijkse activiteiten, zoals wandelen of fietsen. Het lichtsignaal registreert de hartslag door variaties in de doorbloeding te meten. “Maar wil je bijvoorbeeld tijdens het hardlopen intervallen trainen, dan schiet een dergelijke tracker te kort. Hiervoor is een borstband met bluetooth beter geschikt, omdat het elektrische signaal van de band de acute wisselingen in hartslag beter herkent.”

Wie een hartprobleem vermoedt, kan beter de huisarts of cardioloog bezoeken. “Een elektrocardiogram of hartfilmpje is veel betrouwbaarder dan een pols- of borstband.”

Heb je stress?

De meeste apparaten die ook een stressmeting bieden, doen dat op basis van de hartslag, vertelt De Vries. “Een hoge hartslag kán een indicatie kan zijn voor stress, maar een kop koffie kan net zo goed een hoge hartslag teweegbrengen. Er zijn meer gegevens nodig om stress te meten.”

De Vries kijkt met grote interesse naar de ontwikkeling van micro-fluidic wearables, draagbare elektronica die in staat is op basis van een zweetanalyse een gezondheidsindicatie te geven. “Daarmee kun je bijvoorbeeld ook stresshormonen meten. Zo krijg je een betrouwbaarder resultaat.’'

Minder zorgkosten

De Vries verwacht dat wearables nauwkeuriger worden en vaker als verlengstuk voor zorgverleners dienen. “Bijvoorbeeld door mensen met diabetes of overgewicht een apparaatje te geven dat feedback geeft en motiveert om af te vallen. Ze hoeven dan minder vaak naar de huisarts of fysiotherapeut. Dat verlicht de druk op zorgprofessionals en scheelt zorgkosten”, zegt De Vries.

De onderzoeker benadrukt dat wearables geen wondermiddel zijn. Ze maken de gebruiker alleen bewust van een bestaand probleem, zoals te weinig bewegen of een te hoge calorie-inname. “Het apparaat lost die problemen niet voor je op. De gedragsverandering die daarvoor nodig is, moet je zelf bewerkstelligen. Ben je daar niet toe bereid, dan hoef je het apparaat ook niet aan te schaffen.”

Van Eijndhoven heeft de controle over zijn gezondheid terug en vrijwel al zijn meetinstrumenten gedag gezegd. Hij gebruikt alleen nog een smartwatch. “Je moet wearables zien als digitale zijwieltjes: zodra je weet hoe het moet, kun je zonder.”




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.