Loopdagboek: "Hoera voor YouTube-fitnessgoeroes"

Joost De Bock
HLN-redactrice Tine Kintaert (26) traint voor een halve marathon. Elke week lees je hier haar dagboek.

21,1 kilometer, oftewel een halve marathon, dat is de afstand die ik dit jaar in april al lopend wil afleggen, en waarvoor ik al maanden aan het trainen ben. Met heel wat hulp van jullie, zeker de afgelopen week: jullie opmerkingen waren genoeg om mijn trainingsschema om te gooien.

Ik verontschuldig me bij voorbaat voor dit melige momentje, maar weet je waar ik enorm dankbaar voor ben tijdens dit avontuur? Jullie, de lezers. Een groot cliché, ik weet het, maar het is gewoon waar. Als ik mailtjes krijg van mensen die vertellen dat ze zich ook regelmatig in hun loopschoenen wringen, krijg ik telkens weer een duwtje in de rug. Een soort van peer pressure zeg maar, maar dan veel aangenamer. En niet alleen mijn motivatie is gebaat bij jullie reacties: ik krijg ook heel wat concrete tips en hulp doorgestuurd. Zo liep het ook afgelopen week: ik verzuchtte dat mijn tempo niet echt was wat ik wilde, en ik kreeg meteen enkele praktische oplossingen aangereikt.

Zoals het feit dat ik niet in de fitness hoef te kruipen om mijn spieren wat te versterken. Gelukkig, want ik ga nog liever naar de tandarts dan naar de fitness (en ik heb een heilige schrik van naalden in mijn mond). Dat ik met wat BBB-achtige oefeningen thuis al een heel eind kom, klonk het in jullie tips. En dat ik niet enkel mijn benen moet trainen, maar ook mijn buik- en rugspieren. Achteraf bekeken nogal logisch: die heb je ook nodig om je benen op te trekken en weg te duwen. Met andere woorden: squats en crunches zullen vanaf nu ook geïncorporeerd worden in mijn trainingsschema.

Met mijn grillige werkschema is het echter geen optie om ergens een les figuurtraining te gaan meevolgen. Maar geen erg, daar hebben ze het internet voor uitgevonden. Na wat googlewerk kwam ik al snel uit bij mijn nieuwe hulplijn: de YouTube-fitnessgoeroes. Als er mensen zijn die moeite doen om online BBB, Pilates en andere oefeningen aan te bieden, maak ik daar graag gebruik van. Filmpjes zoals je ziet in onderstaande voorbeelden zal ik de komende weken regelmatig opzetten. Van overdreven opgewekt tot serieus en gefocust: er is voor ieder wat wils.

Joost De Bock


Maar blijkbaar pakte ik ook de intervaltrainingen verkeerd aan. Niet alleen ging ik niet tot het uiterste, mijn 'snelle' stukken waren ook veel te lang, merkte Bart Delobel, loopcoach bij Fitter and Fitter, op. "Stukken van vier minuten zijn nog veel te lang voor jouw spieren", mailde hij. "Als je niet sterk genoeg bent om korte sprintjes te lopen, heeft het niet veel zin om langere te lopen."

Hij raadt aan om ook in de looptrainingen spierversterkende oefeningen te doen. Trappen lopen bijvoorbeeld, of hellingen. "Let op dat je je spieren niet overbelast, maar je maakt ze er wel snel sterker door." Hij schroeft ook mijn interval stevig terug. "30 seconden sprinten is in het begin meer dan genoeg. Je rust tussen de snelle stukken door ook best niet te lang: maximum een minuut. Je wil echt die spieren onder spanning houden. Wissel dat tien keer af, en je zal het wel al voelen."

Kort samengevat: wil ik mijn tempo wat optrekken, moeten mijn been-, rug- en buikspieren stevig onder handen genomen worden. We weten dus wat ons te doen staat. Als je de komende weken iemand stijf voorbij ziet hobbelen, de kans zit erin dat ik het ben.  

Heb je nog tips, meer vragen of opmerkingen rond mijn loopavontuur? Stuur dan een mailtje naar tine.kintaert@persgroep.be en ik probeer een antwoord te zoeken op je vraag. Heb je een aflevering van het loopdagboek gemist? Dan kan je in dit artikel een overzicht vinden.