Kilootje meer? Toch de schuld van 'trage verbranding'

Thinkstock
Britse onderzoekers hebben een gen ontdekt dat mee verklaart waarom sommige mensen sneller dik worden. Wie het zogenaamde Atkins-gen heeft, verbrandt beter koolhydraten. "Obesitas is meer dan voeding of wilskracht."

U kent het wel: sommige mensen kunnen kilo's aardappelen of chips naar binnen werken zonder een gram bij te komen. Anderen moeten nog maar kijken naar een kom pasta of de pondjes zetten zich vast op hun heupen. Maar wat vroeger vooral werd afgedaan als een ongelukkige speling van de natuur, wordt inmiddels door genetici steeds beter in kaart gebracht.

De laatste ontdekking is het gen AMY1, een klein stukje genetische code dat in het speeksel zit en een sterk effect heeft op de eerste afbraak van koolhydraten en zetmeel. Het gen krijgt alvast de bijnaam 'Atkins-gen', naar het omstreden dieet waarbij zowat alle koolhydraten uit den boze zijn.

Tweelingen
"Dit is de eerste metabolische aanwijzing dat iemand die precies hetzelfde voedsel eet, sneller dik zal worden dan iemand anders in exact dezelfde situatie", zegt professor Tim Spector van King's College London aan The Times. Zijn studie werd gepubliceerd in het tijdschrift Nature Genetics.De Britse expert ontdekte hoe de aanwezigheid van het AMY1-gen een grote invloed had op het gewicht, zelfs bij tweelingen die verder hetzelfde dieet en dezelfde levensstijl hadden. Bij 5.000 mensen, onder wie 972 tweelingen, onderzocht Spector hoeveel kopieën ze hebben van het Atkins-gen. Dat cijfer werd vervolgens vergeleken met hun gewicht.

Zeker bij tweelingen met een opmerkelijk verschillend gewicht, kwam de studie als een opluchting. "Ze waren er absoluut zeker van dat ze tot hun achttiende precies hetzelfde voedsel hadden gegeten", legt hij uit. "Maar een van hen bleef maar dikker worden. Zij waren blij te horen dat het niet was omdat ze gulziger waren of minder wilskracht hadden."Hoe meer AMY1-kopieën iemand heeft, hoe beter koolhydraten en zetmeel in de eerste fase van de vertering afgebroken worden. Mensen kunnen in totaal tot twintig kopieën van het gen hebben. Mogelijk zorgt het gen ook voor een andere smaak. Het is dus perfect mogelijk dat wie weinig Atkins-genen heeft, koolhydraten gewoon lekkerder vindt.

"Dat is mogelijk", zegt professor Luc Van Gaal, endocrinoloog en betrokken bij verschillende obesitasstudies (Universiteit Antwerpen). "Maar dat blijkt nog niet uit deze studie. Dat zal verder onderzoek moeten uitwijzen."

Hoe dan ook is het AMY1-gen niet het enige erfelijke materiaal dat een rol speelt bij het BMI. "Momenteel zijn er zo'n veertig genen ontrafeld die mee bepalen of iemand gevoelig is voor overgewicht", zegt professor Van Gaal. "Uiteraard gaat het om een samenspel van al die genen. En spelen voeding en beweging ook een grote rol. Maar sowieso is obesitas meer dan voeding of wilskracht."

Dieet
Vraag is nu of het manipuleren van genen soelaas kan bieden bij morbide obesitas? "Dat is het uiteindelijk doel", zegt Van Gaal. "Maar zover zijn we nog lang niet. Dat onderzoek loopt."

Wat volgens zijn Britse collega Spector wel kan, is een aangepast dieet. "Het moet mogelijk zijn om erg snel het speeksel te testen op de aanwezigheid van bepaalde enzymen. En om op basis daarvan een dieet uit te werken."