Kankeronderzoeker Johan loopt 100 km per dag: hoe (on)gezond is het?

Foto ter illustratie.
Getty Images Foto ter illustratie.
Bewegen is goed voor je lichaam. Dat weten we allemaal. Maar wat als het te veel wordt? Trainen voor marathons, de Dodentocht uitwandelen of zelfs 100 kilometer per dag lopen: is dat nog wel gezond? 

Terwijl u dit leest, is de Leuvense kankeronderzoeker Johan Swinnen bezig aan zijn 100 kilometer per dag. Al rennend. Ja, dat leest u goed. Hij is van plan om de komende weken élke dag zowat het equivalent van twee volledige marathons te lopen. Een waanzinnige onderneming, maar wel eentje voor een goed doel. Met de stunt wil Swinnen het Leuvens kankerinstituut, Kom op tegen Kanker en de Stichting tegen Kanker steunen. 

De actie draait rond beeldjes van klei. Wie wil, kan online een figuurtje voor € 25 opdragen aan een bijzondere persoon: een kankerpatiënt, iemand die gemist wordt of gewoon iemand die het verdient in de bloemetjes gezet te worden. En voor elk beeldje loopt Johan een eindje verder. Het doel is om tot maar liefst 100 kilometer per dag af te leggen, afhankelijk van het aantal opgedragen beeldjes. De bestemming van de tocht is onbekend. 

Het is niet de eerste keer dat Swinnen de loopschoenen aantrekt. In 2017 liep de professor al van Leuven naar Compostela - zo’n 2.400 kilometer in 33 dagen. Die tocht kwam er nadat Swinnen van dichtbij werd geconfronteerd met kanker. Zijn eigen zoon Pieter werd in 2011 getroffen door een hersentumor. Swinnen zwoer om naar Compostela te lopen als zijn zoon zou genezen, een belofte die hij waarmaakte. En nu zet hij dus opnieuw zijn beste beentje voor. 

Gezichtsverlies

Swinnen is lang niet de enige die de sportlat zo hoog legt. Zo is het aantal ultralopers de laatste 10 jaar sterk gestegen. In 2009 waren er 590 landgenoten die zich op regelmatige basis aan grote afstanden wagen. Ondertussen staat de teller al op 3.639. Ook marathons en triatlons worden steeds populairder, en de 13.000 tickets voor de Dodentocht vlogen op 2 uur tijd de deur uit. 

“Steeds meer sporters willen verder gaan”, bevestigde Paul Van Den Bosch, begeleider van topsporters en recreanten bij Energy Lab, een tijdje geleden in NINA. “Daar zijn verschillende redenen voor. We leven in een prestatiegerichte maatschappij. Op alle gebied wordt er veel van ons geëist. We moeten succesvol zijn in onze job, een voorbeeldige moeder of vader zijn, een moordfiguur hebben en ook knappe sportprestaties neerzetten. Die laatste twee gaan vaak hand in hand. De tweede oorzaak zijn de media die de trend volop ondersteunen door verslag uit te brengen van grote sportevenementen. We zien dat iedereen het doet. Ook onze buurman, collega’s en zelfs bekende Vlamingen, en daarom springen we eveneens op die kar. Zowel tegenover onszelf als tegenover anderen willen we bewijzen dat we het kunnen. Noem het prestatiedrang, geen gezichtsverlies willen lijden.”

Wanneer is trop te veel? 

Maar zoveel sporten, is dat erg? Het is toch gezond? “Om gezond te sporten volstaat het om drie tot vier keer per week 30 à 45 minuten te bewegen aan een matige intensiteit. Als het meer wordt dan dat, moet je bepaalde voorzorgen naleven. Er zijn geen verkeerde redenen om te sporten, extreme doelen hebben is ook prima, maar je moet het wel op een verantwoorde en evenwichtige manier doen. Zo is een behoorlijke begeleiding noodzakelijk en je moet je lichaam voldoende rust gunnen. Het moet goed kunnen herstellen na een inspanning, anders loop je het risico op overbelasting van de spieren, rugklachten of in extreme gevallen zelfs hartritmestoornissen. Hartaanvallen komen ook voor, maar de recente nieuwsberichten daaromtrent geven een vertekend beeld. Een plotse dood komt niet méér voor bij sporters dan bij mensen die niet aan sport doen. Bovendien komt een hartstilstand vaak voor bij mensen die erfelijk belast zijn. Maar zwak hart of niet, prestaties bouw je best geleidelijk aan op. Weet ook dat sporten gezond is, maar op een gegeven moment neemt je gezondheid niet meer lineair toe met het aantal uren dat je traint.”

Peter Hespel, inspanningsfysioloog en hoogleraar Biomedische Kinesiologie bij Bakala Academy, hamert dan weer op een goede begeleiding. “Het probleem met zulke ambitieuze doelen is vooral dat mensen hun grenzen soms niet kennen. De grootste uitval en meeste blessures worden immers niet veroorzaakt door een gebrek aan training, maar een overdaad. Daarom is een goede analyse van de individuele beginsituatie uiterst belangrijk. Aan de hand van de juiste tests worden je niveau en conditie bepaald en een persoonlijk trainingsschema opgesteld om op een gezonde en verantwoorde manier naar je doelen toe te werken.” 

Ook een uitgebalanceerd privéleven is van belang. “Als je sportschema een te grote impact heeft op je sociale leven, is het niet onverstandig om daar dan eens kritisch naar te kijken. Het kan relaties onder druk zetten”, besluit Van Den Bosch. 




1 reactie

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • Bernd Vaes

    Zonder sporten kom je ook doorheen het leven, zelfs tot op zeer hoge leeftijd. Dus...