Hoe dokter Google ervoor zorgt dat ouders hun arts niet meer vertrouwen

thinkstock
Maar liefst 9 op 10 Vlamingen gaat al eens op consultatie bij dokter Google. Niet verwonderlijk, in tegenstelling tot onze huisarts van vlees en bloed, moet je er geen wachtkamers en uitlopende wachttijden trotseren. Al hangt er wel een groot nadeel aan vast: "Door online informatie op te zoeken, vertrouwen ouders het oordeel van hun arts niet meer, wat ervoor kan zorgen dat de juiste behandeling te lang wordt uitgesteld."

Dat blijkt uit een onderzoek dat volgende week zal worden voorgesteld op de jaarlijkse Pediatric Academic Societies Meeting. Voor de studie werden 1.374 ouders opgetrommeld, die gemiddeld 34 jaar oud waren en een kind onder 18 jaar hadden.

Slechts 61 procent vertrouwt de dokter

De ouders kregen allemaal hetzelfde scenario voorgelegd: een kleuter die al drie dagen lang behoorlijk wat uitslag en koorts had. Vervolgens werden ze opgedeeld in drie groepen. De eerste groep kreeg screenshots van het internet, waarbij de symptomen van roodvonk werden beschreven, een felle keelontsteking die uitslag en koorts kan veroorzaken. Wanneer deze ziekte niet tijdig wordt behandeld, kan het leiden tot gewrichtsreuma en zelfs een ontsteking van de hartkleppen. De tweede groep kreeg screenshots over de ziekte van Kawasaki, een aandoening die gekenmerkt wordt door een ontsteking van de bloedvaten. Symptomen zijn ook hier koorts en uitslag. Deze ziekte dient tijdig behandeld te worden om ernstige hartproblemen te vermijden. De derde groep ouders, ook wel de controlegroep, ontvingen geen screenshots van het internet.

Daarna kregen alle ouders de diagnose van de dokter te zien: roodvonk. Wat bleek nu? In de controlegroep gaf 81 procent van de ouders aan de arts te geloven, bij de groep die de screenshots over roodvonk gekregen had, steeg dit tot 90,5 procent. In de groep die de informatie over de ziekte van Kawasaki had gelezen, vertrouwde slechts 61,3 procent op het oordeel van de dokter. Maar liefst 64,2 procent onder hen zou een andere expert opzoeken voor een tweede advies, vergeleken met 21,4 procent bij de roodvonk-groep en 42 procent bij de controlegroep.

"Bespreek informatie van het internet altijd met de arts"

Volgens Ruth Milanaik, auteur van de studie en professor aan de Hofstra Northwell School of Medicine, is dit een gevaarlijke ontwikkeling. Ondanks de vele voordelen van alle gezonheidsinformatie die tegenwoordig dankzij het internet beschikbaar is, kan het vertrouwen tussen de arts en de patiënt erdoor geschonden worden. "Het internet biedt een schat aan informatie, maar het is niét in staat om zelf na te denken," aldus professor Milanaik. "Een verzameling aan symptomen invoeren in een zoekmachine levert dan ook niet altijd de juiste informatie over een medische situatie op. Zulke computerdiagnoses kunnen patiënten en ouders net op het verkeerde been zetten, waardoor ze de diagnose van de dokter in vraag stellen en een tweede advies willen, wat de juiste behandeling natuurlijk danig vertraagt."

"Kinderartsen moeten ouders dan ook aanmoedigen om eventuele twijfels of zorgen meteen duidelijk te maken tijdens de consultatie," raadt Milanaik aan. "Zo kunnen ze hen door het diagnoseproces gidsen en uitleggen waarom bepaalde opties werden uitgesloten. Als ouders dan nog steeds twijfelen moeten ze absoluut een tweede arts raadplegen, maar ze zouden dus nooit bang mogen zijn om de resultaten van een zoekopdracht op het internet aan de behandelende arts voor te leggen."

Kinderartsen moeten ouders dan ook aanmoedigen om eventuele twijfels of zorgen meteen duidelijk te maken tijdens de consultatie

professor Ruth Milanaik