Gevaarlijk: Belgen krijgen te veel straling te verwerken

Thinkstock
België behoort bij de koplopers wanneer het aankomt op het gebruik van diagnostische stralingstechnologie. Zo krijgt de gemiddelde Belg 1,5 keer meer straling te verwerken dan een Fransman, en 4 keer meer dan een Nederlander of een Brit. Een campagne van de federale overheidsdienst Volksgezondheid moet zowel het grote publiek als de professionele wereld sensibiliseren voor de gevaren van het veelvuldig gebruik van röntgenfoto's of CT-scans en hen aanzetten om voorzichtig met deze technieken om te springen.

Gemiddeld krijgt elke Belg 5,06 millisievert per jaar aan straling binnen. Het grootste deel (55 procent) is natuurlijke straling of achtergrondstraling, maar daarnaast is zo'n 45 procent of ongeveer 2 millisievert per jaar afkomstig van medische toepassingen. Daarvan is ruim de helft toe te schrijven aan CT-scans, een derde aan de klassieke radiologie en 10 procent is voor rekening van de nucleaire geneeskunde.

"Medische beeldvorming is uiterst belangrijk en laat toe om zeer waardevolle gegevens te diagnosticeren en een ziekte te behandelen. Toch moet medische beeldvorming met voorzichtigheid worden voorgeschreven omdat blootstelling aan ioniserende straling niet zonder gevaar is en herhaaldelijke blootstelling schadelijk kan zijn voor de gezondheid en het risico op kanker verhoogt", aldus minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken Laurette Onkelinx bij de voorstelling van de campagne vandaag.

Dat ons land bij de koplopers hoort, heeft onder meer te maken met het feit dat België over een hoogwaardige geneeskunde en een uitgebreid aanbod aan technieken beschikt. Keerzijde van die medaille is de hoge stralingsbelasting door diagnostische onderzoeken. Een deel van de onderzoeken kan echter vermeden worden. Zo worden als gevolg van het uitgebreide aanbod soms verkeerde onderzoeken besteld doordat artsen door de bomen het bos niet meer zien, of worden bepaalde onderzoeken dubbel uitgevoerd omdat de vorige beelden niet onmiddellijk beschikbaar zijn.

Een andere verklaring voor de overconsumptie ligt bij de patiënt die in sommige gevallen druk uitoefent op de arts om een bepaald onderzoek uit te voeren. Om de overdaad tegen te gaan en bij wijze van extra controle kan een radioloog sinds 1 april overigens zelf beoordelen of een onderzoek dat door een andere arts werd voorgeschreven nodig is. Hij kan het bestelde onderzoek eventueel vervangen door een ander onderzoek dat meer geschikt of veiliger is.

Centraal in de campagne, die voor het derde jaar op rij wordt georganiseerd, staat de website www.zuinigmetstraling.be. De site bevat informatie over het belang en de risico's van medische beeldvorming en biedt concrete tips aan onder anderen patiënten, tandartsen en radiologen. Ook bevat de website richtlijnen die voorschrijvende artsen moeten helpen bij het kiezen voor de meest aangewezen beeldvormingsmethode.

Daarnaast zenden diverse radiozenders gedurende twee weken zes radiospots uit. In november wordt de radiocampagne een week lang herhaald. In het kader van de campagne ontvangen alle artsen en tandartsen bovendien affiches, folders en een persoonlijke brief met uitleg. Ze worden ook aangemoedigd om de problematiek met hun patiënten te bespreken.