Exclusief voor abonnees

Een puber aan de prozac, hoe alarmerend is dat? Meer jongeren slikken antidepressiva

Getty Images
Het aantal 11- tot 26-jarigen die in ons land antidepressiva gebruiken, is opnieuw lichtjes gestegen. Dat blijkt uit cijfers die Kamerlid Nawal Farih (CD&V) opvroeg bij volksgezondheidminister Maggie De Block (Open Vld). Hoe gealarmeerd moeten we hierover zijn?

Een puber die ’s ochtends aan de keukentafel de vraag krijgt: ‘Je hebt toch je prozac genomen, jongen?’ Je denkt dat het een uitzonderlijk tafereel is. Maar nieuwe Belgische cijfers tonen een ander beeld. 52.526 jongeren slikten vorig jaar antidepressiva, oftewel 1,9 procent meer dan het jaar voordien. De weliswaar lichte toename zit vooral in de leeftijdscategorieën van 11-14, 15-18 en 19-22 jaar. Bij de 23- tot 26-jarigen ging het gebruik omlaag. 

“Een alarmerende trend”, reageerde Nawal Farih, Kamerlid voor CD&V, gisteren op de cijfers. Ze vroeg ze zelf op bij de liberale minister van Volksgezondheid Maggie De Block. De cijfers bevestigen volgens haar dat mentale gezondheidszorg een van de grote prioriteiten van de toekomst moet worden. “Ondanks het feit dat jongeren digitaal meer dan ooit verbonden zijn met elkaar, blijven eenzaamheid, depressie en suïcidaliteit prangende uitdagingen in onze sterk geïndividualiseerde samenleving”, klonk het. “Jongeren moeten genieten van hun jeugd en horen geen medicatie te nemen tegen donkere gedachten of stress.”

Toch hoort niet iedereen alarmbellen afgaan. Sofie Crommen, voorzitster van de Vlaamse vereniging van Kinder- en Jeugdpsychiaters, wees er in Het Belang van Limburg op dat medicatie nemen voor een depressie niet per se slecht is.  Volgens haar kunnen “antidepressiva het genezingsproces aanzienlijk versnellen”. “Wat is het alternatief voor jongeren? Dat ze lange tijd niet naar school gaan?” 

Bezorgd

Koen Lowet, gedelegeerd bestuurder van de Vlaamse Vereniging van Klinisch Psychologen, vindt die redenering te kort door de bocht.  Hij is wel bezorgd over de cijfers, namelijk omdat ze volgens hem een symptoom zijn van een Belgisch geestelijk gezondheidszorgsysteem dat spaak loopt. “Psychofarmaca mogen nooit de eerste keuze zijn voor een jongere met depressieve klachten. Alle evidence-based richtlijnen hierover stellen dat zo’n jongen of meisje eerst gesprekstherapie moet krijgen.” 

En daar loopt het mis. In België kan je sinds vorig jaar maximaal acht sessies bij een eerstelijnspsycholoog terugbetaald krijgen. Maar die regeling geldt enkel voor wie tussen de 18 en 65 jaar oud is. Als ouders ambulante gesprekstherapeutische begeleiding voor hun minderjarige zoon of dochter willen opstarten, lopen ze al snel tegen een muur aan. 

Lowet: “Een intensieve ambulante behandeling voor depressieve klachten neemt gemiddeld een 20-tal sessies in beslag, maar met een gemiddeld tarief van 60 euro per sessie loopt de rekening wel snel op.” Voor een bezoek aan een kinder- of jeugdpsychiater is er wel een terugbetaling voorzien. “Maar daar is de capaciteit dan weer ruim onvoldoende, waardoor deze experts vaak zelf niet meer aan echte psychotherapie toekomen.” Wie denkt aan een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg, botst tot slot ook daar op ellenlange wachtlijsten. 

“Het gevolg is dat heel wat ouders tijdens een crisis van zoon- of dochterlief bij de huisarts belanden en dat die, omdat er zo weinig alternatieven voorhanden zijn, zich genoodzaakt ziet om pillen voor te schrijven, in afwachting van wat beters.” 

Experts wijzen er nog op dat een depressie bij een kind minder makkelijk is vast te stellen dan bij een volwassen persoon. Dat heeft niet alleen te maken met het feit dat het voor iemand jong niet evident is om zijn gevoelens te verwoorden. Vaak gaan die gevoelens ook gepaard met gedragsproblemen of schooluitval, waardoor de sombere stemming niet altijd herkenbaar is.

Als het daadwerkelijk aangewezen blijkt dat een antidepressivum moet volgen tijdens of na gesprekstherapie, dan is het wel belangrijk dat die pillen door de jongere gedurende een langere termijn, van minstens een half jaar, genomen worden. Alleen zo hebben ze een blijvend effect.