Dit is wat een olympische atlete eet op een dag

Je hoeft nog maar de televisie op te zetten, of je weet dat er supermensen bestaan. Al die atleten op de Olympische Spelen weten hun lichaam in topvorm te krijgen én te houden. Natuurlijk doen ze dat door urenlang te trainen, maar ook hun voedingspatroon speelt een belangrijke rol. En daar kunnen wij nog iets van leren.

Het voedingsschema van een topatleet is natuurlijk zorgvuldig uitgewerkt met behulp van diëtisten en sportvoedingsdeskundigen. De specifieke behoeften die hun lichaam nodig heeft om hun sport te beoefenen, worden daarbij mee in rekening genomen. Zo moet een langeafstandsloper na zijn training of wedstrijd extra koolhydraten innemen omdat hij of zij zoveel energie verbruikt heeft. Een sprinter daarentegen focust zich na zijn wedstrijd eerder op proteïnen om de spieren te herstellen, die intens gewerkt hebben op heel korte tijd.

Deze tips zijn ook nuttig voor ons, gewone stervelingen, maar misschien hebben we nog meer aan wat algemene gezonde recepten. TIME Magazine gaf het goede voorbeeld en peilde bij langeafstandsloper Shalane Flanagan (bronzen medaille op de 10.000 meter in Londen) naar wat ze zoal eet op een doordeweekse dag zonder uitzonderlijke trainingen of wedstrijden. En het ziet er allemaal even lekker uit!

Een dag in het leven van Shalane Flanagan
6.30 uur: een kom havermout met amandelboter, banaan, bessen, noten, honing en gedroogd fruit + twee kopjes koffie met melk
11.00 uur: na een looptraining: een grote smoothie met bieten, diepgevroren blauwe bessen, amandelboter, diepgevrozen banaan, kokoswater en gember.
Lunch: een hartige salade met quinoa, groenten, noten, kaas en een vinaigrette op basis van olijfolie. OF: salade met wilde rijst, kool, edamamebonen en groentjes met een dressing van appelcider en olijfolie. Bovenop de salade komt vaak een hardgekookt ei, wat kip of een andere proteïne.
16.00 uur: een snack (voor de training): muffins met amadelbloem en boter, wortels, courgette en esdoornsiroop. Na de training: kokosnootwater gemengd met spuitwater en verse citroen om te rehydrateren.
18.00 uur: het avondeten bevat vaak rood vlees, bijvoorbeeld een burger met zoete aardappelfrietjes en een salade. OF: balletjes in tomatensaus met pasta en een salade.
20.30 uur: een kop kruidenthee en een voedzaam dessertje, zoals zelfgemaakte koekjes van zoete aardappel en havermout.