De Gucht: "Niets afgesproken over ethische stop"

Jean-Jacques De Gucht (Open Vld)
BELGA Jean-Jacques De Gucht (Open Vld)
Volgens Vlaams parlementslid en gemeenschapssenator Jean-Jacques De Gucht (Open VLD) bestaat er binnen de federale meerderheid geen afspraak om deze legislatuur geen ethische thema's aan te snijden. Dat had professor Wim Distelmans eerder geopperd in het kader van het symposium rond de uitbreiding van euthanasie voor wilsonbekwamen.

Vandaag was de Open Vld-politicus een van de aanwezigen op een symposium over euthanasie op de campus Jette van de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Daar werd gesproken over de mogelijke uitbreiding van de euthanasiewet naar gevallen van verworven wilsonbekwaamheid.

In principe mogen nu enkel wilsbekwame mensen euthanasie aanvragen: die kunnen zelfstandig beslissingen nemen en de gevolgen ervan overzien. Voor wilsonbekwamen bestaat de mogelijkheid vooraf een wilsverklaring af te leggen, maar die geldt enkel in geval van onomkeerbaar coma. "De meeste mensen denken dat ze ook zo'n verklaring kunnen afleggen met het oog op dementie of een hersentumor, maar dit is niet voorzien door de wet", zegt professor Wim Distelmans, voorzitter van LEIF (LevensEinde InformatieForum).

"Vandaag is gebleken dat de geesten, over verschillende zuilen en ideologieën heen, op dit vlak gerijpt zijn, al bestaat er discussie over de concrete invulling. Helaas verneem ik dat de politieke meerderheid zich in deze legislatuur liever niet aan ethische kwesties waagt", aldus nog de professor.

"Voor zover ik weet bestaat er geen dergelijke afspraak", zegt Jean-Jacques De Gucht, die onder meer verwijst naar het informatieverslag over draagmoederschap dat begin februari nog werd besproken in de Senaat. De Gucht is ook voorstander om in de loop van 2015 en ten laatste tegen begin 2016 een dergelijk infoverslag op te starten over de uitbreiding van de euthanasiewet.

Multidisciplinaire commissie
Als de uitbreiding er zou komen, pleit professor Manu Keirse, die onder meer gespecialiseerd is in palliatieve zorg en vandaag deelnam aan het symposium, voor een multidisciplinaire commissie die de wilsverklaring van de patiënt interpreteert. "Je weet nooit of dit de omstandigheden zijn die de betrokkene voor ogen had toen hij zijn wilsverklaring opstelde", zegt hij. "Vooral artsen die geen geschiedenis hebben met die persoon, vinden het moeilijk die knoop door te hakken."

De Gucht en Distelmans zijn niet tegen een dergelijke commissie, maar vinden de samenstelling cruciaal. De Gucht vindt het essentieel dat de wensen van de patiënt gerespecteerd worden: "Het mag niet evolueren naar een allesoverheersend paternalisme van de artsen". Distelmans pleit dan weer voor een team dat bestaat uit mensen die de patiënt al lang kennen: idealiter maken de getuigen van de patiënt bij zijn wilsverklaring en het verplegend team (verpleegkundige, psycholoog, ergotherapeut en/of kinesist) daar deel van uit. Om niet in oeverloze discussies verzeild te raken, acht hij het ook raadzaam de beslissing niet bij consensus te laten nemen.