De gezonde gewoontes van Nafi Thiam: “Ik eet ook al eens een chocoladereep”

Nafi Thiam.
UNICEF & Garnier Nafi Thiam.
Hoewel Nafi Thiam haar wereldtitel op de zevenkamp vorige maand niet heeft kunnen verlengen op het WK in Qatar, ging de olympisch, Europees en ­wereldkampioene zevenkamp wel met zilver naar huis en won ze net voor de 7de keer de Gouden Spike. Waar blijft ze haar kracht halen? En hoe houdt zij haar leven als ­topsporter, studente én ­Unicef-ambassadrice in balans?

Sporten uit plezier: “Zelfs tijdens wedstrijden amuseer ik me”

“Als kind kon ik moeilijk stilzitten voor de televisie. We woonden tussen de ­velden en weiden en ik trok er veel ­liever opuit met mijn jongere broer of de hond. Al op jonge leeftijd was ik ­benieuwd naar allerlei sporten: ik heb basket gespeeld, judo- en zeilkampen gevolgd en ben met atletiek begonnen toen ik zeven was. In de eerste plaats om me te amuseren en me uit te leven, maar ook om me met anderen te meten. Alle kinderen willen toch winnen? Via sport leer je ook waarden als respect, fair play en samenwerken. Het is de beste manier om met verschillende ­karakters te leren omgaan. In die zin heeft sport een universele waarde. Toen ik als Unicef-ambassadrice in Libanon een project voor Syrische kinderen op de vlucht bezocht, besefte ik pas goed dat onderwijs én sport een basisrecht voor elk kind zouden moeten zijn. Want via sport en spel kunnen kinderen nieuwe vriendjes maken, leren ze ­samenwerken en omgaan met kinderen met wie ze anders nooit te maken zouden hebben. Dat heeft me nog meer gesterkt in mijn engagement voor Unicef.

Vandaag hou ik nog altijd evenveel van mijn sport als in het begin, het totaalpakket blijft leuk. En ik train graag. ­Uiteindelijk train je wel met een ­wedstrijd als doel, maar dat zijn hooguit zo’n vijftien dagen per jaar. Het zou dus lastig zijn als je de andere 350 dagen met tegenzin traint. Het is vooral interessant om te zien hoe je evolueert en vooruitgang boekt. Op elke training probeer ik het beste van mijzelf te geven. Tijdens een wedstrijd pluk je daar de vruchten van. Dat is heel opwindend: je bent in een ­lawaaierig stadion vol mensen en alle ogen zijn op jou gericht. Maar ook dan probeer ik me te amuseren. Ik probeer zo’n competitie als spel te zien, zelfs op dit hoge niveau. Waarom doe je anders aan sport?”

Relativeren en accepteren: “Om gelukkig te zijn heb je niet per se ongelooflijke dingen nodig”

“Ik wist al vrij jong wat ik wilde en besefte dat ­niemand dat in mijn plaats kon doen. Ik ben dus altijd ernstig en gedisciplineerd met mijn sport bezig geweest. Toch probeer ik tijdens een wedstrijd mezelf niet te veel onder druk te zetten door mezelf voor te houden dat het uiteindelijk ‘maar’ om sport gaat, niet om dé grote uitdaging voor de mensheid. Ik moet ­alleen weten dat ik er álles voor gedaan heb. Meer kan je niet doen. Als het, ondanks het harde trainen, toch eens niet zo goed lukt, doet dat natuurlijk pijn. Maar spijt zal ik niet hebben. Als je weet dat je gedaan hebt wat je kon en dat niet blijkt te volstaan, dan is dat maar zo. Dat moet je accepteren.

Ik heb altijd goed beseft dat sport niet het enige is in het leven. Daarom wilde ik absoluut verder studeren, ook al vinden veel mensen de combinatie topsport en studies geen goed idee (Nafi zit in haar laatste jaar aardrijkskunde aan de universiteit van Luik, red.).

Ik ben meer dan alleen maar een atlete, ik ben ook een mens met andere passies en ambities. Na mijn sportcarrière zou ik bijvoorbeeld graag een paar maanden op reis gaan, zonder dat ik een datum moet plannen om terug te keren. Mijn ­andere grote droom is een gezin met kinderen. Ik heb gewoon zin om gelukkig te zijn. Daarvoor heb je niet per se ongelooflijke dingen nodig.”

Zoeken naar balans: “Ik eet ook al eens een chocoladereep”

“Elke dag wat sporten of fitnessen is ­natuurlijk goed, maar op mijn niveau is topsport waarschijnlijk niet altijd zo ­gezond. Je pusht je lichaam voort­durend tot aan de grens. Ongetwijfeld zal ik na mijn sportcarrière pijn hebben aan mijn rug, mijn knie of mijn elleboog. Maar intussen probeer ik zo goed ­mogelijk voor mezelf te zorgen: naar de kinesitherapie, gewrichten verzorgen, genoeg ­slapen – dat is heel belangrijk. Als je hard traint en niet voldoende slaapt, hou je dat niet uit.

“Ook de juiste voeding is cruciaal voor een sporter. Als je één of twee keer per dag traint, moet je de juiste hoeveelheden eten om goed te recupereren. En je moet je gewicht in de gaten houden: ik mag niet te zwaar zijn, maar ook niet te licht. Een sportdiëtiste helpt me daarbij. Zolang ik het maar graag eet ... Gelukkig hou ik van veel dingen, ik maak bijvoorbeeld graag salades met kip of garnalen en allerlei ingrediënten. Mijn favoriete gerecht komt uit mijn kindertijd: kip met aardappelen en appelmoes. Eigenlijk is het niet zo moeilijk om gezond te eten en een strikt eetschema te volgen, als je er middenin zit. Het lastigste is om de draad weer op te pikken na mijn ­atletiekpauze. Na het wedstrijdseizoen heb ik anderhalve maand vrij en mag ik alles eten wat ik wil. Dan overdrijf ik en eet ik elke dag zoete en vette dingen: frieten, hamburgers, donuts en chocolade. Niet dat ik dat soort dingen de rest van het jaar nooit eet. Als ik daar zin in heb, doe ik dat ook weleens tijdens het ­seizoen. Alleen let ik er op dat dat niet al te vaak gebeurt, je moet dat op lange ­termijn bekijken. En zolang je tijdens het boodschappen doen niets ongezonds in huis haalt, is het eigenlijk geen ­probleem.

Verder leg ik mezelf af en toe goed in de watten. Meestal heb ik weinig tijd voor mezelf, maar als ik een dagje vrij heb, doe ik waarschijnlijk gewoon wat de meeste mensen doen. Dan spreek ik af met vrienden om bij te praten of iets te gaan drinken. Of ik trek tijd uit om mezelf eens goed te verzorgen. Dan leg ik bijvoorbeeld een haarmasker. Dat zijn de dagen waarop ik mijn batterijen weer kan opladen.”

Het gezondheidspaspoort van Nafi Thiam

Mijn favoriete gezonde adresje:

“Parc de la Boverie in Luik, niet om te wandelen, maar om te rusten of bij te praten. Het is een fantastisch park om een middag door te brengen bij het water of in de zon.”

Dit zit altijd in mijn tas:

“Niet zeer glamoureus: Aspivenin, een middel tegen insecten­beten, want daar ben ik erg allergisch voor.”

Ochtend- of avondmens:

“Ochtendmens. Na zes uur ’s avonds ben ik niet meer zo ­efficiënt. Wedstrijden zijn een uitzondering. Het is tegennatuurlijk om rond tien uur ’s avonds nog te lopen, maar er zijn genoeg manieren om ervoor te zorgen dat je toch goed wakker bent.”

Ik slaap ...

“... minstens acht uur, al lukt dat voor een wedstrijd niet altijd even goed.”

Tijdens het sporten luister ik graag naar ...

“Tijdens de training of net voor een wedstrijd luister ik naar heel ritmische muziek, zoals Major Lazer. Vooral tijdens een opwarming voor een wedstrijd zit ik daardoor echt in mijn bubbel.”

Altijd in mijn koelkast:

“Veel fruit, citroensap om zelf limonade te maken en sojamelk.”




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.